De drempel is niet hoog: ook wie zich niet erg thuis voelt tussen theaterstoelen en podiumbeesten, glijdt langs het korte ‘voorsmaakje’ moeiteloos de avond in. Met dit cabareteske stuk is de toon meteen gezet: dit wordt geen ernstige avond, geen hoogdravend teksttheater, geen circus ook. Wat volgt is een georchestreerd kinderspel. Spelers en regisseur hebben kostuums uit de verkleedkoffer getoverd, zich een typetje eigengemaakt, het gepaste taaltje in de mond genomen. Meer is ook niet nodig om gestalte te geven aan het leven tussen twee grensposten. Een man wordt heen en weer geslingerd tussen beide douaniers, is nergens thuis en stuit steeds weer op absurde administratieve maatregelen.
Hoewel de regisseur zich nadrukkelijk bewust is van alle toneelmatige elementen – publiek, kostuums, licht en muziek – ontdoet hij zich van alle ballast die daaraan kleeft en keert hij terug naar het eenvoudige spel van jonge kinderen. Als een overjaarse stripfiguur begeleidt de douanier zijn computerwerk met ‘prrr, tok, tok, tok, ting!’. Waagt iemand zich teveel op het terrein van de ander, dan krijgt die onverbiddelijk te horen: ‘Maar ík was toch de politieman...’
En toch overstijgt dit stuk de netjes in mekaar gepuzzelde schoolvoorstelling. Het samenspel van muziek, dans en woord is zo strak getimed dat er enkel ambachtslui aan het werk kunnen zijn. Vraag is alleen of de kijker vandaag niet net dat tikje meer verwacht, dat van de ambachtsman de kunstenaar maakt. Want ondanks het eigentijdse thema van de voorstelling engageert de maker zich op geen enkel punt. Alsof theater losstaat van de maatschappelijke context, alsof het verhaal in zijn plaats al stelling heeft genomen. Het is duidelijk dat dit soort theater in een andere tijd anders had gewerkt. Maar precies omdat het afwijkt van de huidige theaterconventies en er daardoor ook iets aan toevoegt, brengt de voorstelling prettig en pretentieloos vermaak. Het getuigt van lef om die bijna kinderlijke visie op acteren aan te houden in het huidige theaterlandschap.
Tekst: Ödön Von Horváth – Regie, vertaling en spel: Dirk Opstaele – Spel: Andrea Barbos, Lieve Claes, CharlotteDeschamps, Koen Monserez, Afra Val d’Or, Bernard Van Eeghem, Miel Van Hasselt, Hans Wellens
Nog te zien in HETPALEIS van 1 t/m 8 februari 2003, de voorstelling is op reis in Vlaanderen en Nederland van 5 november 2002 t/m 13 mei 2003






