Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Dictaphone, Populous, EU, Pure, empreintes DIGITALes
SOUND FRICTION 11/02 (ELECTRONICS & BEYOND)
datum 24.11.2002
auteur Peter Wullen
rubriek Muziek
DICTAPHONE, m.=addiction (City Centre Offices/Lowlands)
POPULOUS, Quippo(Morr/Lowlands)
In de reeks uitgeweken landgenoten troffen we Dictaphone oftewel Olivier Doerell aan – een naar Berlijn geëmigreerde beloftevolle muzikale Belg – die met saxofonist Roger Döring het album m.=addiction opnam. Het duo werd recentelijk opgepikt door City Centre Offices, thuishaven van onder meer Arovane, Static, Zorn en Christian Kleine. Met die laatste heeft Dictaphone trouwens nog wel wat gemeen. Ook hier worden vriendelijke luisterpop en zin voor een originele melodie gecombineerd met boterzachte beats en stijlvolle bliepgeluidjes. m.= addiction werd gecreëerd in een live-situatie met Roger Döring’s klarinet- en saxofoonspel in een prominente maar onopdringerige rol. Het geheel wordt verteerbaar gemaakt door Doerell’s subtiele elektronica en sfeervolle en melancholische clicksounds. Er deed nog meer goed volk mee op m.=addiction. Zowel de vocalen van Malka Spigel (op ‘Tempelhof’) als de synthesizer van Klaus Bru kregen een belangrijke gastrol toebedeeld. Ondanks de lof die dit debuut toegezwaaid kreeg van Colin Newman (Wire, pw) vinden we m.=addiction niet over de ganse lijn geslaagd. Daarvoor is het album te wisselvallig. Aangename tracks als ‘the e.song’ (ook figurerend op de laatste The Wire Tapper, pw) en ‘sonne free’ worden afgewisseld met fletse dertien-in-een-dozijn spielereien als ‘la piscine’ en ‘tango doerell’. Dictaphone speelt op 30 november in Zaal België in Hasselt na dj Mike Paradinas (µ-Ziq) en de Amerikaan Dntel.
Uit de hiel van de laars van Italië komt de 22-jarige Andrea Mangia aka Populous opgedoken. Het muzikale niemandsland, waarin hij opgroeide, belette hem niet om op jonge leeftijd te luisteren naar de noise rock van Amphetamine Reptile en bandjes als Unsane en Helmet en zelf te beginnen te experimenteren met muziek. Later ontdekte hij de elektronica van Orbital, Tortoise en Autechre. Al die invloeden verwerkt hij nadrukkelijk op zijn debuut Quipo. Dat is meteen ook het minpunt van dit album. Populous heeft zijn eigen gezicht nog niet gevonden. De invloeden komen af en toe zelfs iets te nadrukkelijk bovendrijven. Op ‘Flu’ speelt Mangia voor de strijkerssectie leentjebuur bij The Cure. ’t Ligt er gewoon iets te dik op. ‘Quipo’ is over het algemeen genomen geen slecht album. ‘Hi Hat The Ro:Q’s Drns’ en ‘Stretch Abuse Snare’ springen er zelfs uit als hoogst originele elektropop met een opvallende inbreng van rapper ro:Q. Maar een twee op negen is bijlange niet voldoende om op te vallen tussen het overaanbod aan middelmatige elektronica-acts.

EU, Warm Math ((Pause_2/Konkurrent)
PURE, Noonbugs ((Mego/Lowlands)
VARIOUS, Suffer/Enjoy ((Antifrost/Staalplaat)
Een warm bad of een lauw bad? Neen, dan Warm Math van het wisselvallige Russische duo EU. Waarin de titel waarschijnlijk staat voor een gloedvolle invulling van een ogenschijnlijk koude wetenschap als wiskunde. We kenden dit tweetal uit Sint-Petersburg reeds van nummers op Peacefrog, Lo, Vertical Form en diverse andere labels, die het experimentele technovaandel hoog houden. De verrassing was groot toen een paar jaar geleden bleek dat daar in het Oosten aan de Volga waarempel een voedingsbodem ontstaan was voor strakke en interessante experimentele techno à la Bola en Autechre. De verzamelde muziekpers gewaagde onmiddellijk van een ‘hype’. EU sierde zelfs de pagina’s van NME, niet meteen de meest avontuurlijke muziekkrant ter wereld. Op Warm Math gooiden de heren Alexander Zaitsev en Ilya Baramia welbewust het roer om. Ze kozen dit keer voor lichtvoetige en toegankelijke elektronica. De abstracte beats maakten plaats voor een organischer geluid. Warm Math had met zijn piepende synths en gammele ritmes niet misstaan als soundtrack voor de lancering van zo’n krakkemikkige Sojoez-raket met een of andere Belg aan boord. Zo klinkt het dingetje ook bijwijlen: melodramatisch en behoorlijk retro. Geen cliché wordt hier gespaard. Dronkemansorgeltjes zoemen constant. Scheve ritmes dansen de polka en de mazurka. Warm Math baadt bijwijlen in de melancholische muzak van een in vodka gedrenkte Russische ziel.
Geen groter contrast dan met het Weense Pure. Hier ademt alles het sérieux van een statig maar vervallen en door betonrot en kraaiendrek aangetast bouwwerk. Wat Peter Votava of Pure op Noonbugs uitspookt, valt te categoriseren onder moeilijk tot zeer moeilijk experiment. We kunnen ons voorstellen dat menigeen verschrikt zal weglopen bij het horen van de spookachtige klanken die Votava uit zijn laptop tovert. Hier is hij tot nu toe vooral bekend voor zijn straightforward technoproject Ilsa Goldt. Noonbugs is echter zijn eerste volwaardige album op Mego, dat zich hier tevens van zijn donkerste kant laat zien. De sound van Pure leunt nauw aan bij de donkere, industriële muziek van het begin van de jaren ’80 maar refereert tevens naar de klassieke avantgarde en hedendaagse componisten als Ligeti en Sjostakovich. Een invloed die ook onmiskenbaar aanwezig is op het album is die van Coil en dan vooral van het sublieme ‘Time Machines’. ‘Noonbugs is één langgerekt muziekstuk dat onderverdeeld is in 8 duidelijk te onderscheiden delen. Qua atmosfeer doet het allemaal wat denken aan een donkerder en abstracter versie van de Mexicaan Murcof (zie zijn cd Martes op Leaf). Violen en orchestratie worden afgewisseld met sissende en dreigende, repetitieve soundscapes. Aardig maar weinig opbeurend debuut.
Het Griekse (!) experimentele elektronica-label Antifrost verzamelde op de Suffer/Enjoy-compilatie een aantal geluidsartiesten om te werken rond de superlage 200hz-frequentie. In de praktijk bleek dat initiatief echter nauwelijks haalbaar. Met dergelijke elementaire middelen is het niet evident om een volwaardig en boeiend muziekstuk te maken. Wat krijg je immers als je muziek maakt rond die 200hz? Een lage, bijna onhoorbare bromtoon, die nauwelijks varieert in toonhoogte en bereik. De meeste betrokken artiesten hielden zich dan ook niet aan het concept en weken gewild of ongewild af van de voorgeschreven regels. Wel onovertroffen en meesterlijk hoe de Portugees Francisco Lopez ons telkens weer weet te verrassen door een kamerbrede track op te bouwen uit het auditieve niets. De rest van het album gleed aan ons voorbij zonder dat we er erg in hadden. Alleen de schrille pieptonen van Jason Kahn en Kim Cascone (‘ultraSonic beat frequency meter test’) deden het vermoeden rijzen dat er effectief geluid stond op deze geluidsdrager. 200hz? Suffer/Enjoy? Daar worden we warm noch koud van.

NATASHA BARRETT, Isostasie
STEPHAN DUNKELMAN, Rhizomes
ARTURO PARRA, Parr(A)cousmatique
(empreintes DIGITALes)

Enkele randbemerkingen bij het beluisteren van 3 uitstekende nieuwe releases van het Canadese empreintes DIGITALes. Meestal worden elektroakoestische en akoesmatische exploten geklasseerd als te moeilijk, ongenietbaar en te cerebraal. Stephan Dunkelman, Natasha Barrett en Arturo Parra bewijzen op hun jongste releases echter net het tegendeel. De speelse elektronica van Dunkelman, de gitaarimprovisaties van Parra en de donkere, polaire soundscapes van Barrett tonen dat in de wondere wereld van de elektroakoestiek heel wat beweegt en dat het genre niet noodzakelijk synoniem staat voor abstracte ontoegankelijkheid. Een tweede opvallende vaststelling is het feit dat Dunkelman waarempel een Belg is. Een naam die in eigen land nauwelijks een belletje doet rinkelen maar in den vreemde wel degelijk enige faam geniet als elektroakoestisch componist. Hij maakte composities voor tentoonstellingen, choreografieën en modespektakels. Dunkelman is een leerling van Annette Vande Gorne (zie Impalpables op empreintes DIGITALes, pw), die net over de taalgrens in Ohain de internationaal gerenommeerde elektroakoestische studio Musiques & Recherches runt. Die culturele en taalbarrière zal er waarschijnlijk ook wel ergens toe bijdragen dat het werk van Vande Gorne en Dunkelman in Vlaanderen ten onrechte nagenoeg onbekend is. Rhizomes bevat 7 stukken, die vooral het rijke klankspectrum van Dunkelman illustreren. Hij haalt zijn inspiratie voornamelijk uit de dans. Met een beetje fantasie hoort je in het klankbeeld de schuifelende voeten van de dansers. Hij speelt heel illustratief met het stereobeeld zodat de muziek de bewegingen volgt van de dansers en niet omgekeerd. Lichamen zuchten en botsen tegen elkaar. Plotse bewegingen veroorzaken luchtverplaatsingen. Iemand fluistert een onbegrijpbaar gedicht. Zeer intrigerend is ‘Dreamlike Shudder In An Airstream Part 1: for a crumpled woman’ waarin je de dansers letterlijk en figuurlijk voelt en hoort bewegen.
Een andere componiste die ook wat meer aandacht verdient is Natasha Barrett. Zij schetst met geluiden een andere en bevreemdende wereld: die van eeuwige vrieskou en lange, eenzame poolnachten. Barrett is een jonge Britse, die met een beurs naar Noorwegen trok, en onder meer les geeft aan het Noorse instituut voor elektroakoestische muziek in Oslo. Ze haalt haar inspiratie meestal uit de extreme, polaire weersomstandigheden en de eruit voortvloeiende existentiële eenzaamheid. Het bizarre ‘Red Snow’ probeert auditief het fenomeen te vatten van sneeuw, die op een ongebruikelijke wijze rood verkleurt door de aanwezigheid van diatomeeën of algen. Het lugubere fragment kan zo op de band van een horrorfilm. Op ‘Viva la Selva!’ hoor je daarentegen ruisende stromen, vogels en insecten. Isostasie van Natasha Barrett is een opvallend album van een getalenteerde componiste, dat de beperkingen van het genre ruimschoots overstijgt.
Zo ook het nieuwe album van Arturo Parra. Hij is een naar Montréal uitgeweken Braziliaanse gitarist en componist, die altijd op zoek is naar nieuwe manieren en mogelijkheden om de auditieve reikwijdte van zijn akoestische gitaar uit te breiden. Op Parr(A)cousmatique werkt hij daarvoor nauw samen met 5 elektroakoestische componisten: Stéphane Roy, Mauricio Bejarano, Francis Dhomont, Gilles Gobeil en Robert Normandeau. Aan deze componisten werd de opdracht gegeven om een akoesmatische compositie te schrijven waarop Parra dan vrij kon improviseren op akoestische gitaar. De combinatie van de warme klankkleuren van Parra’s gitaar met de schurende soundscapes van de repectievelijke componisten is bijzonder intrigerend. Parr(A)cousmatique wordt daardoor een uiterst genietbaar en tegelijk hypermodern werkstuk. Klassieke gitaarcomposities sluiten vrede met de modernste klank- en computertechnieken.

O.S.T., Seimlste (Qlipothic/Import)
De ongrijpbare Chris Douglas heeft veel gemeen met die andere muzikale Californische beeldenstormer en halfgod van de Amerikaanse underground Dimitri Fergadis. Het was op diens label Phthalo dat Douglas in het midden van de jaren negentig zijn eerste exploten uitbracht onder de namen Rook Vallard of Rook Vallade en onder zijn huidige pseudoniem o.s.t. Sindsdien volgde een resem albums, ep’s en cdr’s op verwante Californische labels als Emanate (Deflect, pw) en Dial Records. Net als Fergadis’ project Phthalocyanine ligt het geluidsniveau van Douglas’ albums tergend en ondraaglijk hoog. Schijnbaar lukraak stapelt hij ritmes op en over en door elkaar tot je er als luisteraar kierewiet van wordt. Er is echter een groot verschil met de muziek van zijn leermeester en mentor. Fergadis onderbouwt zijn kletterende en polyritmische pokkeherrie telkens met schetsmatige maar uiterst bevreemdende, betoverende melodieën, die zo de Sint-Baafskathedraal in kunnen. Het laptopgeluid van o.s.t. is zo mogelijk nog naakter en ongepolijster. Beats worden keer op keer versplinterd en gemoleculiseerd. Melodieën vormen slechts een onherkenbare schaduw van zichzelf. Op Seimlste, de eerste release op Douglas’ gloednieuwe label Qlipothic, klinkt het allemaal nog steeds onbehoorlijk luid en rauw maar hier doet zich toch een kentering voor. Seimlste biedt opnieuw nauwelijks houvast voor de luisteraar. Uit de hoesinformatie konden we weinig opmaken.Titels worden aangeduid door tweeletterwoorden als onbestaande, nog uit te vinden scheikundige verbindingen. Karige, geometrische vormen duiden op een passie voor ultramoderne architectuur. Douglas speelt met verschillende geluidsniveaus. Ondraaglijk luid wordt afgewisseld met knetterende en knisperende ambient. Het rondtollende ‘Mi’ knaagt aan het karkas van de techno. Op andere nummers lijkt het dan weer of je een strandwandeling maakt bij orkaankracht 10. Mistige vormen duiken her en der op terwijl het water langs je oren opspat. Schuimvlokken vliegen in je gezicht. Zeilen klapperen in de harde stormwind. Op ‘Ca’ grijpt opnieuw een verschuiving plaats. Een subtiele climax wordt langzaam opgebouwd met geluiden, die van overal op je af schijnen te komen. En dan zijn we nog maar halfweg het album. ‘Fl’ en ‘Intv’ pikken de draad op waar Crank en Low Res die enkele jaren geleden lieten liggen. Op ‘Re’ kondigen gestoorde radiosignalen de komst aan van een grommende halfmens of golem. De sputterende machines van ‘Nt’ duiden erop dat er iets grondig fout is met deze wereld. Elk tijdsgewricht heeft zo zijn helden nodig. Als waanzin de norm is, dan heeft o.s.t. net hét album van 2002 uitgebracht. Seimlste is sublieme en bloedmooie chaos!
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie