Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Lieve Rodiers:
Aangesproken, de as en de boter: de voltooiing van Pieter De Buyssers Kritiek van de Geraakte Rede
Sittings – HETNET / Kaaitheater – Kaaitheater, 3 november 2002
VIER UUR WACHTEN OP HET KLIKKEN VAN DE SLUITER
datum 10.11.2002
rubriek Podium
Een foto knipt een stukje wereld uit. Heel even zie je de wereld door de ogen van een ander. Heel even leer je een wereld kennen zoals je die zelf nooit zal zien en waarschijnlijk nooit zal vastleggen. In zijn tweeluik Sittings knipt Peter Van Kraaij zo'n stukje uit de levens van twee fotografen uit de 20e eeuw: Tina Modotti en Garry Winogrand. Zij leefde en werkte tussen de twee wereldoorlogen. Hij werd geboren in 1928 en werkte na de tweede wereldoorlog. Elk apart gecreëerd, vormen de twee luiken toch een eenheid die het best in zijn geheel ervaren wordt. Daarom programmeert Kaaitheater een herneming in een matineevoorstelling van meer dan vijf uur.
De eerste ‘zitting’ rond leven en werk van Tina Modotti, getiteld Be in’me, beslaat al meer dan drie uur van de vooropgestelde tijd. Tussen tafels, stoelen, kleren en elektronische apparatuur verhalen vier acteurs het leven van de fotografe vanaf haar ontmoeting met fotograaf Edward Weston. Hij wordt Modotti's leermeester, mentor en minnaar en vereeuwigt haar op papier. Polaroids stellen deze portretten voor en op een projectiescherm zien we hoe zich langzaam een beeld vormt in de emulsie van deze foto's. Het scherm, achteraan op het podium, maar niettemin een prominente plaats innemend, toont werk van Modotti en Weston als ondersteuning van het verhaal. Hun foto's vormen een illustratie van Modotti's leven. Ze zijn de stille getuigen van de woorden in Edwards dagboek en Tina's brieven. Peter Van Kraaij knipt daar stukjes leven uit en rangschikt ze opnieuw. We zien zijn waarheid over Tina Modotti. Maar dat is ook alles wat we zien. Scène na scène wordt het leven van de fotografe naverteld. Haar geliefden, haar communistische overtuiging, haar “Moskouse afspraak met de geschiedenis” komen allemaal uitgebreid aan bod. Dat levert sterke momenten op, zoals het verhaal van de bloedtransplantatie. Tina werkt op dat ogenblik als verpleegster in Madrid tijdens de Spaanse burgeroorlog. Acteur Valentijn Dhaenens vertelt aan de hand van twee foto’s twee verhalen. De eerste van een mensenmenigte die bloed willen geven nadat ze gehoord hebben dat een dokter een procédé heeft ontdekt om het bloed te kunnen bewaren. Op de tweede foto staat een verpleegster geblinddoekt te wachten op haar executie. Ze is schuldig bevonden aan de moord op republikeinse soldaten: ze zou arsenicum door hun eten gemengd hebben. Wat verbindt deze twee foto’s? Bloed. Maar er zijn geen beelden. Dhaenens heeft alleen wit papier in zijn handen. Tina maakt geen foto’s meer. De Partij slorpt haar helemaal op. De pakkende beelden die opgeroepen worden in deze scène staan binnen het grotere verhaal. Peter Van Kraaij komt niet voorbij die vertelling. De projectie van teksten met een samenvatting van Modotti’s levensverhaal, versterken deze indruk. Van Kraaij laat in Be in’me heel wat mogelijkheden liggen om de voorstelling méér te laten zijn dan een documentaire.

Gek genoeg vinden we in luik twee, Ruis, wel dat tikje meer. Drie kwartier lang houdt Josse De Pauw als Garry Winogrand het publiek in de ban. Heel snel na elkaar komen de woorden en de zinnen. Ze stuiteren door de zaal, blijven in de hoofden van de toeschouwers hangen, worden verdrongen door een volgende woordenvloed. De tekst is vaak grappig, maar zet aan de andere kant ook de tragiek van het personage in de verf. Winogrand wil verdwijnen. Het maken van foto's is een oefening in het er-niet-zijn. De camera verbergt de fotograaf, geeft hem maar af en toe een doorkijkje: deurtje open en deurtje dicht. Winogrand laat de sluiter zo'n 200 keer per dag klikken – duizenden stukjes leven worden uitgeknipt. De foto's afdrukken is niet meer nodig en ook niet meer mogelijk. Steeds opnieuw zijn er dingen die eerst vastgelegd moeten worden. Garry Winogrand kan bekeken worden als een zonderling uit de jaren vijftig van vorige eeuw. Hij is te dik, zijn broek hangt bijna onder zijn armen en zijn das is te opzichtig. Toch slaagt Hans Aarsman erin die eigenaardige man hier en nu tot leven te laten komen. Het publiek is getuige van de aanwezigheid van iemand die op een ander ogenblik op de achtergrond bleef, maar nu in het licht op een podium staat. Hoort hij erbij? Bij ons, bij de anderen? Geen enkele toeschouwer durft een antwoord te geven op die vraag, want dat is zijn plaats niet: “De toeschouwer wil geprikkeld worden, niet aangesproken.” De tekst doet nadenken. Wie hoort er nog bij tegenwoordig? En wie durft er zijn mond opendoen? Garry Winogrand staat ineens stukken dichterbij dan iemand vooraf kon vermoeden. De kloof met Tina Modotti wordt er alleen maar groter door. Waar Ruis erin slaagt een wat vergeten Amerikaanse fotograaf naar het heden te halen, blijft Tina Modotti waar ze is: begraven in Mexico. Geen vragen, geen kritiek actualiseert het thema en haalt de voorstelling weg uit de documentaire. Nooit waren de twee luiken van een diptiek zo verschillend van elkaar. Be in’me is een zitting, een wachten tot Ruis het publiek wakker schudt.

Tekst: Peter Van Kraaij (Be in’me) en Hans Aarsman (Ruis)
Regie: Peter Van Kraaij
Spel: Valentijn Dhaenens, Bart Slegers, Robijn Wendelaar en Yvonne Wiebel (Be in’me) en Josse De Pauw (Ruis)
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie