Tristezza en Glorie
MON CHERRIES: EARLY DAY MINERS / HANGEDUP
datum 05.11.2002
Laat ons voor de verandering eens tegendraads doen: wij zijn niet zo wild van de platen van Sigur Ros. Die jongens maken ‘mooie’ muziek, ja hoor, maar dan ‘mooi’ zoals op National Geographic Channel: de etherische plaatjes van een wereld met kleine en grote wonderen wekken soms verbazing en bewondering op, maar na een kwartiertje liggen we steevast te ronken, nadromend over lange reizen en welgevormde schepsels. Nee, adrenalinekopstoten krijgen we er niet van, kippenvel ook niet, maar het is wel ‘mooi’. Te mooi, wellicht, voor ons die terugschrikken voor alles met een aaibaarheidsfactor hoger dan ons toetsenbord. In een ander, maar soortgelijk bedje ziek: de platen van Godspeed You Black Emperor!. Ja hoor, ze zijn een begrip geworden en ze maken heel ‘epische’ muziek, maar dan ‘episch’ zoals in de Italiaanse zwaard-en-sandalen films van de jaren 1960: de heroïsche gebaren spetteren in widescreen van het scherm, maar van een coherente plot is zelden sprake, enkel van losse ideeën en een voorspelbare sequentie. Fascinerende verpakking, maar een lege doos. Maar goed: in dezelfde muzikale sferen vertoevend, maar een tikkeltje boeiender: recent werk van Early Day Miners en Hangedup.

We beseffen dat zowel Sigur Ros als GYBE! in deze tijdscontext heel ‘interessante’ muziek maken, zeker wat instrumentatie en dynamiek betreft. Hun platen staan dan ook mooi te pronken in onze kast en bij gelegenheid gaan we ons ook vergapen aan hun live-shows - al was het maar om zelf de ‘interessante’ uit te hangen. Ze verdienen zonder twijfel de aandacht die ze krijgen, maar wij worden impulsief meer opgeslorpt door andere muzikale idiomen.
Zo ontdekten we enkele weken geleden de platen van Early Day Miners, waar we sindsdien maar niet genoeg van krijgen. Dit viertal rond zanger-gitarist Daniel Burton reikt ons vanuit het midwesten van de Verenigde Staten fragiele maar intense muziek toe, kleurrijke klanktableaus van desolate landschappen waar ons tegelijk een sfeer van harmonie en melancholie bekruipt. Hun eersteling,
Placer Found was een verzameling van broze songs, opgebouwd uit minimalistische gitaartexturen en zacht geprevelde vocals, die zowel de mijmeringen van Mark Hollis als de soundtracks van Ry Cooder in herinnering brachten. Een verassend consistente sfeerschets, die gelijkgestemde bands als Red House Painters en Codeine bijbeende en bij momenten zelfs overtrof door een mooi gedoseerd gevoel voor ruimte en timbre. Het recente
Let Us Garlands Bring is wat dat betreft nog geslaagder, vooral door een gevoelige uitbreiding van de instrumentatie en een technische progressie, die het album laat floreren in heerlijke klankkleuren. Cellos en violen vullen de ruimtes waar vroeger vooral stiltes te horen waren, wat het geheel omgeeft met een majestueus en mysterieus aura.