Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
STYLISTENPARCOURS, BRUSSEL
datum 31.10.2002
auteur Johan Vreys
rubriek Curiosa
Brussel is en blijft een stad met ontzettend veel talent en potentieel, maar het is net te uitgestrekt en te individualistisch om zich echt een imago te vormen. Het pretendeert een metropool te zijn of de hoofdstad van Europe, het is een stad die er van droomt iets te zijn. De VZW Modo Bruxellae probeert de Brusselse ontwerpers samen te brengen om hen een grotere uitstraling te geven. Van 25 tot 27 oktober trok de organisatie doorheen de hoofdstad een STYLISTENPARCOURS DE STYLISTES.
Tegen zeven euro kreeg de bezoeker een plastiek zak met een ovalen plan van het parcours, een plastieken pin/juweeltje en twee Godiva-pralines. Gewapend met deze uitrusting kon hij zelf de stad en het modetalent in de stad ontdekken. Enkele grote namen vormden de aanknopingspunten. Namen zoals Kaat Tiley, Xavier Delcour, Natan en Scabal zijn de bakens tussen nieuwer talent. De winnaar van de Coral Fashion Award 2002, Eric Meunier stelde bijvoorbeeld zijn label ‘Le Vêtement de Willy’ voor in het salon van Scabal, naast de Scabal-pakken die Marlon Brando in The Godfather en Leonardo Di Caprio in Titanic droegen. De zaak STIJL in de Dansaertstraat vormde een andere trekpleister, het is het Brusselse verdeelpunt voor de Belgische collecties van onder andere Dries Van Noten. In de uiterst stijlvolle minimalistische zaak legde Sofie D’Hoore de link naar het theater met kostuums die ze ontwierp voor de recentste voorstellingen van Jan Decorte, die er dan ook even uit zijn toneelbewerkingen kwam voorlezen. Buiten de ontwerpen van Sofie D’Hoore in het uitstalraam en de korte lezingen van Decorte was de winkel STIJL tijdens het parcours gewoon zichzelf, alleen kon er nu een breder publiek binnen wandelen zonder zich ongemakkelijk te voelen. Ze konden de kleren in de rekken ongegeneerd betasten, de durvers probeerden eens iets te passen. Op die manier vond het Stylistenparcours een interessante en eenvoudige presentatievorm voor de Belgische mode, gewoon uitgestald en verkocht als koopwaar. Het economische principe waar ook mode door draait, maakte de presentatie alleen maar opwindender. De mode en kledij is op die manier niet sacraal en dood, maar ‘toegankelijk’. Iedereen die wilde, kon op ieder moment een bankkaart bovenhalen en zich een stuk aanschaffen. Op dat moment wordt mode wel terug ontoegankelijker, want slechts een beperkte kern kan zich de ‘modestukken’ uit bijvoorbeeld STIJL permitteren. Genieten van mode wordt dan al snel gelijkgeschakeld met het bezitten van mode. Wie krijgt anders de kans om in levende lijve de opwinding van ‘gevestigde mode’ te bewonderen en te ervaren. Iedereen die kleren maakt of draagt is natuurlijk met mode of confectie bezig, maar wanneer mode ‘kunst(ig)’ wordt, is er toch steeds de drempel van het prijskaartje. Een derde pleisterplaats en het zenuwcentrum van het evenement was het gloednieuwe atelier van Christophe Coppens, de artistiek directeur van Modo Bruxellae. Hij liep er fier als een gieter tussen zijn zelf ontworpen decoratieve objecten en tussen het werkzame atelier waar vilten hoeden met pauweveren werden vervaardigd met een woordje uitleg. De bezoeker kon ook nog even binnenspringen in ‘Le Shop’ in de Danssaertstraat, waar de verkoopster/winkeldame zich liet ontvallen dat er voor de rest in de buurt niets meer de moeite was. Ze sprak wat denigrerend over de ‘studente’ Mieke Cosyn, hoewel dit aanstormend talent stilaan faam begint te verwerven in de modebladen en officiëel deelneemster is aan het parcours. Twee deuren verder pronkte een winkel met een etalage door Comme des Garçons. Wat een sociale instelling en solidariteit betreft, wringt het schoentje blijkbaar soms nog binnen het Brussels modeclubje.Wie mompelde daar “L’union fait la force?”
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie