Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Stoffel Debuysere:
interview met Phill Nilock, 'The Forgotten Minimalist'
Christian Fennesz op zoek naar de perfecte popsong.
interview met de Australische componist Oren Ambarchi
OREN AMBARCHI: DE GITAAR ONTHECHT
datum 27.10.2002
rubriek Muziek
Geen enkel muziekinstrument spreekt zo fel tot de verbeelding als de elektrische gitaar. Als symbool van rebellie en vrijheid, maar ook als generator van ongrijpbare oerklanken. Sinds zijn creatie in 1920 wordt het spectrum van mogelijke tonen, klanken en sferen alsmaar uitgebreid en het blijft een onuitputtelijke bron van inspiratie en vernieuwing. Begin de jaren tachtig luidden mensen als Sonic Youth, Keiji Haino en Glenn Branca een nieuwe periode in van geluidsexploratie en -compositie, zowel beïnvloed door de theorieën van het minimalisme als door de nietsontziende rauwheid van de punkrock. Een rijk en onontgonnen terrein dat nu, haast twintig jaar later steeds dieper ontgonnen wordt door Kevin Drumm, Rafael Toral, Fennesz of ook Oren Ambarchi. Deze Australische componist produceert op uitstekende platen als Insulation en het vorig jaar verschenen Suspension delicate texturen, die traag rijpen tot tegelijk intense en contemplatieve geluidsvormen.

Het eerste wat opvalt aan Oren Ambarchi zijn de zwartgerande wallen onder zijn ogen. Het resultaat van een rijk gevuld nachtleven en een broeiende passie voor muziek. Al tijdens zijn jeugdjaren in Sydney verslond hij alles wat hij te horen kreeg: popmuziek, klassiek en vooral de free-jazz van Alice en John Coltrane, Ornette Coleman of Albert Ayler, die hem ertoe inspireerden om zelf drums te gaan spelen. Later, tijdens zijn studies in New York werd hij door een concert van Keiji Haino zo overweldigd, dat hij begon te delven in de Japanoize scene rond groepen als the Boredoms, Masonna en Hanatarash, die vooral eind jaren tachtig-begin jaren negentig wild om zich heen schopten met woeste en totaal over-the top noisemuziek. Ambarchi gebruikte zelf voor het eerst een gitaar tijdens een spontane live-show met jeugdvriend Rob Avenaim, een project dat de naam Phlegm kreeg en zou uitgroeien tot een van de bescheiden monumenten in de Australische noise-scene, met uitvloeiers als de bands The Menstruation Sisters en Testical Candy en niet te vergeten: de los-vaste organisatie A.N.U.S. (The Australian Noise Users' Society). Gevoel voor humor hebben ze wel, die Ausies.

“Die eerste show met Phlegm (lacht). Ik dacht toen dat het zou blijven bij een enkele ‘one-off gig’ met een stomme naam.. maar het concert verliep behoorlijk goed, met als hoogtepunt Nick Kamvissis, een halve gek die ik juist daarvoor ontmoet had en eigenlijk allesbehalve muzikant is , die samen met ons begon te improviseren. We kregen prompt een ander concert aangeboden, Nick bleef gewoon bij ons spelen en zo is het allemaal begonnen. We kregen later de kans om in Japan en de VS te touren, met John Zorn samen te spelen en zelfs een plaat uit te brengen op zijn Tzadik label. Gek, eigenlijk."
"Na de split zijn Nick en ik wat beginnen te spelen in mijn slaapkamer, ik op drums, hij op een gitaar met een snaar. Op de een of andere manier werd de muziek heel primitief, we klonken bijna als oermensen: luid, minimaal, rauw. De laatste vijf jaar hebben we een plaat of vijf uitgebracht als The Menstruation Sisters, maar dan heel gelimiteerd. Thurston Moore heeft ons ooit te horen gekregen en noemde ons de beste Australische band die hij ooit meegemaakt had (lacht), sindsdien mogen we iedere keer als zijn in Australië spelen het voorprogramma doen. Maar we spelen eigenlijk niet als niemand het ons vraagt, soms duurt het 9 maanden voor we wat uitsteken.”
“Af en toe duiken er nog van die noise-projecten op. Met Testical Candy spelen we om het jaar of zo een concert, altijd verschrikkelijk chaotisch. Ray Ahn van de Hard Ons speelt mee, de turntablist Martin Ng en ook Lucas Abela, een freak die onder andere handschoenen draagt met messen aan de toppen. Het is iets dat ik totaal niet au serieux neem , maar blijkbaar slaat het wel aan: Pansonic en Farmer’s Manual speelden ooit een show met ons mee en Dave Grohl van Nirvana was de drummer tijdens onze meest geschifte concert ooit. Het was de laatste dag van het ‘What is Music?’ Festival en alles was al vroeg uit de hand aan het lopen: er waren geen toiletten backstage, zodat iedereen in een vuilniszak onder het podium moest pissen, de stank was na een tijd gewoon niet te harden. Voor ons speelde Curse Ov Dialect, een totaal fucked-up hip-hop act: ze samplen Merzbow en Harry Partch, rappen in het Macedonisch en staan altijd naakt op het podium - they're just off their fucking heads! Toen we begonnen spelen was het in een mum van tijd totale chaos: Dave Grohl wist niet waar hij het had en begon te flippen, die gasten van Curse Ov Dialect begonnen het podium te bestoken met allerlei rot fruit, iedereen in de zaal hing vol met smurrie en begonnen hun kleren uit te trekken, Ghrohl kreeg een pompoen tegen zijn hoofd en begon te bloeden maar iedereen speelde doodleuk verder. Plots stond een of andere nitwit, MC Sloppy PopYa Cunt, naast ons op het podium met die vuiniszak en smeet die het publiek in -al die Nirvana fans die gekomen waren voor Dave Grohl werden besmeurd met pis. In het midden van de show sprong er een gek op het podium die voor me begon te stripteasen, terwijl hij allerlei bizarre rituelen opvoerde. Toen hij aan zijn onderbroek gekomen was, begon hij rond te dartelen op het podium zonder eigenlijk iemand echt lastig te vallen, ik besteedde er eigenlijk niet veel aandacht aan - ‘just another freak’, weet je wel. Totdat die MC Sloppy Pop Ya Cunt naar hem toe liep en terwijl hij in de microfoon aan het brullen was zijn onderbroek afscheurde. Dan deed hij een paar stappen terug en lanceerde de grootste rochel die ik ooit zag in de lucht, heel, héél hoog en ik zag die als in slow motion door de lucht vliegen… bang! Recht op die gast zijn lul! Fuckin’ crazy! Tegen het einde van de show waren enkelen van ons van het podium gevallen, het meubilair en het materiaal was compleet naar de knoppen, Dave Ghrohl liep weg met zijn voorhoofd helemaal opengescheurd… er was duizenden dollars aan schade. De volgende dag, depressief als ik was vanwege de schuldenberg, sla ik de krant open en wie staat daar op de voorpagina: die gast, dezelfde als op ons podium die dezelfde dag naakt op de Australian Open rondliep! Ze noemen hem ‘Australia’s Serial Pest’, hij heeft ook al de begrafenis van Michael Hutchence verpest en toen Australië de finale speelde van de World Cup soccer liep hij voor de goal net toen Australië ging scoren! Hij is de meest gehate man van Australië!
Anyway, we hadden het hele concert op video staan en de Australische TV vroeg ons om beelden. Eerst twijfelde ik omdat het te geschift was - die serial pest zag er eigenlijk heel normaal uit in vergelijking met alle anderen- maar met de opbrengst konden we de schulden afbetalen, dus…. De video was een hele maand op prime-time te zien (lacht)”

In het midden van de jaren negentig begon Ambarchi ook solo muziek te maken. Onder invloed van componisten als Alvin lucier, La Monte Young, Morton Feldman en Alan Licht maakte hij minimalistische stukken met behulp van een gitaar, een aftandse 4-track en analoge effectapparatuur. Zijn eerste release, Stacte 1, was het resultaat van een spontane improvisatie.
“Begin de jaren negentig speelde ik tezelfdertijd in een tiental bands, had haast iedere nacht een concert, collaboreerde met de meest uiteenlopende muzikanten, .. maar rond ’95 is daar plots een einde aan gekomen: er waren geen enkele venues meer in Sydney en de rest van Australië, zodat het concertleven nagenoeg doodbloedde. Om te voorkomen dat ik gek werd , begon ik net als mijn stadsgenoten Pimmon en Martin Ng meer te schrijven en experimenteren. Op een bepaald moment werd ik geïnspireerd om iets te doen, plugde mijn gitaar in, duwde op ‘record’ en nam de volledige eerste kant van een tape op, zonder voorbereiding of overpeinzingen. Daarna nam ik de tweede kant op, stapte naar het postkantoor en verzond de tape naar een vinylperser in de VS. Ik weet nog altijd niet waarom ik dat gedaan heb, maar nu ben ik er blij om omdat ik erdoor mijn muziek verder ging uitwerken en overdenken. Ik had toen nog geen enkele solo-opnames gemaakt en voelde me gemotiveerd om nog meer te werken. De andere platen in die serie (Stacte 2 en 3, sd) zijn op dezelfde manier gemaakt: spontaan en op ook maat van het vinylformaat - ik hou ervan om een idee te exploreren in de tijdspanne van een hele zijde van een plaat.”

De laatste jaren brengt Ambarchi platen uit op het Britse Touch label: Insulation (1999) en Suspension (2001) zijn meer gevarieerd werkstukken, die duidelijk geënt zijn op de esthetiek van de Europese laptop scene. Kleine, onthechte gitaartexturen worden met veel gevoel detail en ruimte uitgewerkt tot een meditatieve klankwereld, waar vaak echo’s van melodieën in rondwaren.
“Met de Stacte serie wou ik gewoon spontaan een momentopname vastleggen, zonder me zorgen te maken om het resultaat. Insulation werd gemaakt in een periode waarin ik wou zien hoe ik minimale geluiden kon fabriceren die totaal los stonden van het conventionele gitaargeluid, als een soort reactie op mijn voorgaande projecten die meestal behoorlijk chaotisch en ‘maximaal’ klonken. Suspension was dan weer een stap dichter bij de Stacte releases, ook al omdat 2 en 3 juist in die tussentijd opgenomen werden. Het waren pogingen om ideeën of sferen te laten ontwikkelen gedurende een langere tijd .”

De muziek van Ambarchi gedijt zo mogelijks nog meer in een live-context: concepten en klanken worden verder geëxploreerd en gelaagd met een tonaal pointillisme dat de spanningskracht tussen frequenties, resonanties en stiltes aftast. Een op improvisatie gebaseerde methode die hij ook in samenwerking met andere muzikanten heeft toegepast, zoals Fennesz, Stilluppstepya en Gert-Jan Prins. Het resultaat van sommige collaboraties zijn recent ook uitgegeven: Flypaper is de neerslag van een van de vele concerten die hij met experimentele pionier Keith Rowe gaf en met turntablist Martin Ng maakte hij de uitstekende plaat Reconaissance.
“Improvisatie is altijd al een belangrijk element geweest in al mijn projecten. Als ik opneem in de studio vertrek ik van een improv , die ik meer vorm geef via overdubs: ik speel 2 of 3 lagen bovenop elkaar, neem dan soms weer de eerste weg,… ik ben heel selectief met de klanken die ik gebruik. Ik ben vooral geïnteresseerd in de uitbreiding van mijn muzikaal vocabularium, het ontdekken van nieuwe klanken en ideeën en improvisatie is daarbij de belangrijkste katalysator. Live heb ik meestal op voorhand een beginpunt of parameter die ik verder uitbouw. Ik gebruik gewoon een monosignaal, simpel en primitief maar ik hou ervan om me te limiteren en binnen die grenzen risico’s te nemen en te verfijnen. Soms gebeuren er dan onverwachte wendingen, die interessant zijn om op verder te werken. Al ik samenwerk met andere mensen gebeurt de muziek meestal vanzelf, zeker met Keith Rowe: we praten vooraf nergens over, we kijken niet eens naar elkaar, dat hoeft ook niet: het gebeurt gewoon."
"Ook Reconaissance is eerder spontaan ontstaan. De meeste stukken zijn gecreëerd vanuit een feedback loop van gitaar of een turntable: het volume werd heel hoog gezet zodat een toon ontstond, die opgepikt en door de mixer gestuurd werd, opnieuw door de boxen enzovoort. We ondervonden dat we de pitch van de feedback subtiel konden veranderen door ons gewicht op de platendraaier te drukken, zodat we uiteindelijk gecontroleerd feedbacktonen van de gitaar en de turntable konden mixen en zo nieuwe klanken genereren.”

Recent verscheen op de compilatie Strewth! An abstract electronic compilation from australia & new zealand de allereerste digitaal geproduceerde track van Ambarchi. In de hoesnota’s staat te lezen: “This is my first time in my life that I have attempted to do a computer track. It quite possibly might be my last. I had some cracked software that Martin Ng gave to me sitting on my computer for months (until then my computer had been used for emial exclusively). One night after going through numerous bottles of Kozel beer, I staggered towards the computer and “produced” this track, live in real-time using super collider.”
“Ik denk gewoon dat ik die richting niet wil nemen, er is nog zoveel te ontdekken in wat ik doe. Momenteel doe ik mijn opnames in een fantastische studio in Sydney, the Big Jesus Burger, die gerund wordt door een vriend van mij, Chris Towsend. Hij begrijpt waar ik naartoe wil en daar staat heel mooie analoge apparatuur die de klank die ik wil kan produceren. Het is nu echt moeilijk om ergens anders naartoe te gaan, alhoewel het me heel wat geld kost. Dat is soms wel behoorlijk frustrerend, ik wou dat ik het ook thuis kon doen .”

Samen met diezelfde Chris Townend vormt Ambarchi ook het project Sun, dat binnenkort in Europa een release krijgt via het Duitse label Staubgold. De plaat staat, verrassend, vol met sprankelende popsongs met melodieën en arrangementen die verwijzen naar the Beach Boys, Roy Harper en Mark Hollis, al duiken her en der ook wel subtiele weerhaakjes op. Op de website van de BBC verscheen recent trouwens een luister-top 10 van Ambarchi waar naast Harper ook Billy Nicholls, Joao Gilberto en 10cc prijken. Ambarchi is een van de zogenaamde avant-garde muzikanten die steeds nadrukkelijker hun liefde voor pop laten doorschijnen in hun muziek, zoals ook op Fennesz’ Endless Summer en het te verschijnen popalbum van Pimmon te horen valt.
“Oh, ik heb altijd al popmuziek gespeeld, maar dan op trouwfeesten (lacht). Om wat geld bij te verdienen drum ik bij een feestorkest: jazz-standards, bossa nova, Barry Manilow… Fun! Ik ben deels opgegroeid met popmuziek en ben daar ook echt passioneel mee bezig: ik hou evenveel van de eerste Hanatarsh (obscure Japanoize plaat, sd) als van Roy Harper, bijvoorbeeld. In het verleden was ik vooral betrokken bij punkrock en extreme noise, maar Suspension was enigszins een ommekeer voor me, omdat ik op die plaat niet meer bang was om melodisch en emotioneel te zijn en traag met ideeën om te springen. Sommige van die tracks zijn vaagweg gestructureerd als een popsong, al klinkt het dan heel experimenteel.”
“We hebben Sun vooral voor de fun en de uitdaging gemaakt. Het was eigenlijk nooit de bedoeling om die muziek uit te brengen, maar een lokaal label in Sydney wou dat per se doen en toen is het geëscaleerd: het wordt nu ook uitgebracht in Europa en Japan en er komt een bonus-cd met remixes van onder andere Fennesz, Pluramon, Pimmon, Rafael Toral.. (lacht). Het is al te gek: we voelden ons heel onwennig om die muzikale kant van ons publiek te maken, maar nu blijken heel wat experimentele mensen die we bewonderen van de plaat te houden. Heel grappig”

Ambarchi is samen met Robbie Avenaim ook verantwoordelijk voor de organisatie van het ‘What is Sound?’ Festival, dat vooral focust op experimentele en geïmproviseerde muziek. Was de eerste editie in 1994 nog een bescheiden opzet met vooral Australische vrienden, dan was de recentste editie een ambitieus en rijkelijk evenement met twee weken lang concerten van binnen- en buitenlandse muzikanten als David Grubbs, Voice Crack, Otomo yoshihide, Gunter Muller, Pimmon en vele anderen die vaak in verschillende combinaties het podium deelden.
“Een gast die een club had in Sydney vroeg ons om twee avonden te organiseren met experimentele muziek. Er waren zoveel mensen die er wilden spelen, dat het uiteindelijk een festival van 5 avonden werd. In eerste instantie was het de bedoeling om vooral lokale artiesten aan het woord laten, uiteenlopende muzikanten die wij interessant vonden en die sowieso niet vaak een gelegenheid kregen om op te treden. Op de een of andere manier werd het een jaarlijks gebeuren dat nu meer dan twee weken in beslag neemt. We hebben heel wat geluk gehad omdat er eigenlijk bitter weinig geld en ondersteuning is, maar we kregen wel al die fantastische mensen over de vloer: Farmer’s Manual, Fennesz, Hecker, Pansonic… Er komen ook steeds meer volk op af, voor Pansonic was er zelfs 700 man, wat ongelooflijk is voor Sydney. Er is altijd wel een goeie en relaxte vibe, met veel drank en eten, veel vriendschappen en collaboraties zijn er ontstaan. Fennesz vertelde me onlangs nog dat zijn Endless Summer geïnspireerd was op de tijd die hij heeft gespendeerd in Sydney.
Je mag het een mirakel noemen dat het ieder jaar weer lukt: na dat opstootje met Testical Candy enkele jaren geleden werden we zelfs uit enkele concertzalen geband. Dit jaar kwamen we in het operahuis terecht, maar dat was een ware nachtmerrie met ongelooflijk veel bureaucratisch gezeik – daar zien ze ons nooit meer..”

Alsof hij nooit slaap nodig heeft, blijkt hij sinds enkele jaren ook nog eens te doceren aan de universiteit van Sydney.
“Yep, Ik geef er improvisatie en hedendaagse kunst. Het is een hele uitdaging, want de meeste studenten hebben een klassieke of een rockachtergrond: de enen zijn bang om iets te spelen dat niet op een notenbalk staat geschreven, de anderen zijn gitaarneukers die alleen maar willen spelen en nooit naar iets anders luisteren dan hun eigen bullshit. Soms loop ik gewoon af op hun gitaar en begin die te ontstemmen – daar freaken ze gewoon van (lacht)! Maar ik probeer ze verschillende manieren om te spelen en te luisteren te introduceren, moedig ze aan om routineuze gewoontes te doorbreken en risico’s te durven nemen. Soms blijken enkele mensen dan ongelooflijke dingen te doen en dat… wauw, dat maakt het allemaal de moeite”

Nog meer plannen op stapel: Een collaboratie met Gunter Muller en Voice Crack op En/Off; een andere plaat met Muller en Phil Samartzis; Triste, een live opname op het Idea label , met remixes van Tom Recchion, met wie Ambarchi nu ook een full plaat wil opnemen; 19 guitars, een collaboratie met Scott Horscroft (“ It sounds like No wave combined with techno”) op Textile en o ja, een serie TV produkties rond experimentele muziek met bijdrages over o.a. Faust, Reynolds, Phill Niblock, Harry Partsch, Sue Harding en vele anderen.

“Well, There’s so much I can’t even remember”.
Nee, de man slaapt niet veel.

MP3's (met toestemming van Touch, All tracks published by Touch Music)
Lungs (taken from Insulation, 2000)
This evening so soon (taken from Suspension, 2001)

Videofragmenten van het concert op Happy New Ears, Kortrijk, 6 oktober 2002.

Sun verschijnt binnenkort op Staubgold.
Insulation en Suspension zijn uit op Touch.
Strewth! An abstract electronic compilation from australia & new zealand is uit op Synaestesia
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie