Want video integreren dreigt soms synoniem voor "prutserijen infiltreren" te worden. Het virtuoos samensmelten van virtuele en live beelden is vooralsnog aan niet veel theaterkoks gegeven met vaak ferm geschifte gerechten tot gevolg.
Uit de zondvloed van intermediale producties die momenteel het Nederlandstalige landschap overspoelen, plukte ik vier voorstellingen omwille van de frappante relatie of confrontatie die ze met hun publiek aangingen. De nieuwe media lijken de brug doorheen de vierde wand tegelijk steviger én verraderlijker te maken, voor beide partijen.
"XS", van Maria Clara Villa-Lobos, diende een enigszins delicaat gerecht op. Video werd als ontwapenende opener van de voorstelling ingezet (flitsende verfilming van een wedstrijd tussen een konijntje en een schilpadje) en werd verder aangewend om hypnotiserende juichende menigtes aan het "getheatraliseerde" en geďroniseerde sportgebeuren toe te voegen. Door de realistische beelden in de voorstelling te integreren werd vooral een illustrerend effect bereikt dat thematisch met de performers verweven was. De iets te sterke isolatie van de videobeelden verwaterde de vormelijke integratie. Waardoor de voorstelling veeleer een onderhoudende afwisseling tussen show- en video time leek. De choreografe waagde zich op vraag van Villanella aan een productie voor iedereen vanaf 7 jaar. Deze vraag ontkiemde uit de vaak luchtige en humoristische toon van haar vorige voorstellingen. Hier schuilt het addertje dat de choreografe in "XS" flink beet. Blijkbaar een beetje geremd door het idee om voor minder levenservaren mensen een dansproductie te maken, kieperde ze alle dubbele bodems, die haar humor een verrijkende, intrinsieke diepte geven, overboord om vooral een grappige persiflage op het sportwezen, of ruimer, het prestatiewezen te presenteren. Ook de reclamewereld kreeg een vrolijke veeg uit de pan. Grappige vondsten volgden elkaar in een sportief tempo op. En volgden en volgden, maar waar bleef die vonk die het spannend en boeiend maakt voor het publiek? Die bleef in de coulissen, samen met de dubbele bodems. Jammer, Maria Clara Villa-Lobos heeft meer in haar mars. Het publiek blijft glimlachend op zijn honger zitten.
Laika pakte het anders aan. Voor "Slaapwakker" trok Bart Van den Eynde de animatiekaart. Terwijl in "XS" iedereen de ruimte springend, zingend en dansend ten volle benutte, kan actrice Inge Paulussen zich nauwelijks verroeren. Letterlijk vastgebonden aan het schuin rechtopstaande bed bevindt ze zich in het centrum van het projectiescherm waarop allerlei figuren, letters, sterren, … verschijnen. "Het-meisje-dat-niet-kan-slapen" trekt met haar verbeelding de nacht in. Ze ontmoet dansende krabben, tellende sterren, vreemde vissen, … en vindt gelukkig troost en steun bij haar knuffelzeepaard en knuffelvriend. Men wist zich grotendeels uit de melige brij te houden. De tekst wordt bondig en kort gehouden. Hier regeerde het animatiebeeld waarmee de actrice in duel ging, samen met een levendig publiek. Door het slechts helder aangeven en suggereren van zaken, het stellen van open vragen wordt de zaal enorm geprikkeld tot meedenken, mee roepen. Van den Eynde reikt slechts de verleidelijke middelen aan waarmee de toeschouwers hun eigen verbeelding, of beter eigen vertaling van de beelden, aan de gang zetten. De actrice, het meisje, laat het publiek toe de invulling te maken. Het publiek maakt het verhaal en wordt hierdoor extra gestimuleerd om de eigen "slaapwakkere" ervaringen te projecteren, in de huid van het meisje mee te kruipen, mee te beleven. Ze zijn samen met het meisje slaapwakker en kijken niet naar een slaapwakker meisje. Het doelpubliek (zesjarigen) was soms net te wakker voor de suggesties waardoor de richting van de voorstelling soms tegen de richting van hun eigen interpretatie inging. Op die manier stelde deze voorstelling ook het kijken, interpreteren zelf in vraag. Hoewel deze metadenkoefening niet direct reflecties van een zesjarige zijn. Hoeft ook niet. Deze voorstelling helpt hen niet deze metagedachten te ontdekken maar speelt in op een associatieve en dynamische ontdekkingsgeest door hen met hapklare figuren te verrassen. Leuk en inventief zonder meer.
Deze twee jeugdtheatervoorstellingen kregen (o.m.) versterking van "Terminal" (Christophe De Boeck en Heine R. Avdal) waarin live video-opnames mee de
(dans-)voorstelling stuurden. Het percipiëren, het gedetailleerd oog hebben voor (de humor) van een lichaam, de manipulatie van het lichaam en beelden stonden centraal. Het kijken en gezien worden, het bewust zich niet of wel laten manipuleren door geluid als danser én toeschouwer werd door deze voorstelling trefzeker geregistreerd.
De andere speler op het mediaveld was een volstrekt immobiele Philoctetes in een allesbehalve vastgevroren voorstelling. Eric Joris en Peter Verhelst tekenden voor een knap hoogstandje van technologisch theater waarin je als toeschouwer wordt binnengeloodst als in een bacterievrije kamer in een ziekenhuis. Handschoenen en steriele kledij moeten net niet. Je volgt een duister parcours, na elke kamer wordt de deur achter je in het slot gegooid. (Even voel je een ster op je borst.) Uiteindelijk schuift er een wand omhoog en betreedt je een haast sacrale, bevreemdende ruimte waarin Eavesdropper voor een machtig en onderhuids bijtende soundscape zorgt. Een geluidsstroom die constant aanhoudt en een kil maar tegelijk omarmend gevoel aan de ietwat onthande en verbijsterde toeschouwer biedt. Het lichaam wordt door Joris' technologie omhelsd en door Verhelsts woorden ontkleed. Terwijl Joris het lichaam van "Poff" (Paul Antipoff) met technologie veruitwendigt en belaagt, schreef Verhelst een vlijmscherpe en indringende tekst die de eenzame zieke transformeren tot een oorlogsbasis van onmenselijk sterke gevechtseenheden die viraal het lichaam binnendringen. Een klinische off-stem waarschuwde de toeschouwers voor hun eigen veiligheid. Inderdaad, als toeschouwer ben je niet veilig voor dergelijk theater. Je valt eraan ten prooi en geraakt mee in de greep van technologie, woord en lichaam. Je lichaam gaat op in de ijzeren toren van waaruit je op het lichaam van Poff neerkijkt, alsof je in de arena naar een stierengevecht kijkt. Hier wordt dat stierengevecht in het lichaam gestreden en door de woorden uitgebraakt. Technologie verwordt tot een verraderlijk speeltuig van mens en virus. Deze voorstelling is meer dan een omhelzing tussen de verschillende media. Men kan haast speken van een perfect technologisch orga(ni)sme. Centraal in dit orga(ni)sme staat het verarmde lichaam van Poff die met kin en tong de hele voorstelling ondergaat én stuurt. Een gipsen huid, herinnering aan zijn gespierde lichaam, kijkt op hem meer. Zoals het publiek op de gehele enscenering neerkijkt. Als in een waterput vol fascinerende toekomstvoorspellingen (over "theater").
Het is een hele kunst om nieuwe media betekenisvol te integreren en niet verarmend te isoleren binnen het concept van de voorstelling. Daar slaagden drie van deze creaties voortreffelijk in, elk op een eigen manier. Laika koppelt een herkenbaar narratieve draad aan het toestel, de andere producties willen eerder een conceptuele prikkel over het percipiëren en manipuleren meegeven. Een prikkel die ook in de "slaapwakkere" voorstelling kan herkend worden maar niet blootgelegd werd. Men wil in de eerste plaats een associatief verhaal over slapeloosheid vertellen, kleurrijk en inventief ingevuld, waarbij de video als een noodzakelijk element binnen de voorstelling geldt. Bij "Terminal" is die video even noodzakelijk om een ander eerder conceptueel, metaverhaal te vertellen. Dit heet dan een productie voor volwassenen. Nochtans liggen volwassenen ook vaak slapeloos in hun bed en kijken kinderen even vaak verwonderd tegen het bekijken van de wereld aan. En samen raken ze geboeid door de moedige Lego-autootjes of de parmantige robotarm in "Philoctetes". Verwondering staat centraal. Maar niet elke mens raakt verwonderd op eenzelfde moment. Grenzen in het theaterlandschap gaan op in nieuwe media. Theater (ver)wordt tot een virtueel-reële schijnruimte waarin elkeen onthand naar aanrakingen tast. Ontwrichtend en verwarmend.






