Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
Dogtown & Z-boys/Okay/Man without a past/Changing Lanes/Focus/Bloody Sunday/Nothing More
FILMFESTIVALFLASHEN DEEL 3
datum 16.10.2002
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
Zaterdag 12 oktober
Jezus, wie houdt de tijd even tegen aub? Dit dagboekformaat is al lang niet meer geldig aangezien ik me er al lang niet meer aan hou en bijgevolg nu dus tien films te bespreken heb. Het zal kort en bondig worden met andere woorden. Zaterdagmiddag naar Dogtown & Z-Boys gaan kijken, waarom weet ik niet, ik heb nooit langer dan drie seconden op een skatebord kunnen staan en stoor me mateloos aan al die snotneuzen aan het Zuid die onoplettende fietsers vaak doodsangsten doen uitstaan met hun geklungel. Deze documentaire over de Z-Boys, een pende pubers uit LA die in de jaren zeventig het skateborden revolutionaliseerden door er surftechnieken aan toe te voegen, is een schreeuwerige, veel te drukke compilatie van oude 8mm-beelden van toen en interviews met de hopeloos verouderde Z-Boys zoals ze er nu bijlopen. De grote fout is dat de film gemaakt werd door een van hen en dat we dus anderhalf uur lang zelfverheerlijking over ons heen krijgen, of hoe de nonchalante, anarchistische jongens van toen verandert zijn in trieste ouwe mensen die nu luid staan te roepen dat ze de loop van de geschiedenis ingrijpend veranderd hebben. Come on dude, it’s a fuckin’ skateboard fer Christ sakes!

Meteen daarna werd het nog eens tijd voor een film in competitie, Okay, nog eens een lekker, ongecompliceerde, eenvoudige Deense komedie. De hoofdrol wordt gespeeld door Paprika Steen (alias Miss Dogma 95). Ze speelt een moderne moeder die de hele wereld op haar schouders wil dragen, ze neemt haar als terminaal bestempelde, zeurende vader in huis, aangezien hij nog maar drie weken te leven heeft. Probleem is dat vader maar blijft leven, en zeuren, wat de al niet zo denderende huisvrede volledig uiteen doet spatten. Haar vent plukt uit pure frustratie dan maar een groen blaadje, waardoor hij even later op straat beland, en de dochter des huizens besluit ook net op dat moment door haar grote puberale crisis te gaan. Amusant, ongedwongen maar ook weer niet onvergetelijk, of gewoon OK, meer valt er niet over te zeggen.

Zondag 13 oktober
Het koste bloed zweet en tranen om me op een zondagmiddag naar de bioscoop te slepen, met koppijn tot achter m’n oren, maar een nieuwe film van Aki Kaurismäki missen is gewoonweg doodzonde. The Man Without a Past was zeker de inspanning waard, een sterke competitiefilm en zeker een van de betere van mijn favoriete Fin. Het probleem met z’n films is: hoe leg je uit wat er zo fantastisch is aan zijn gortdroge, trage, bij wijlen even hilarische als tragische films? Aan een collega Kaurismäki-kenner deze film aanprijzen is simpel: "Hey, de nieuwe van Aki al gezien? Nee? Wel, hij is juist hetzelfde als al zijn vorige!", "Ja? De max!" en klaar is Kees. Dan maar even het opnieuw erg magere verhaaltje vertellen: een man wordt overvallen en inelkaar geslagen, hij wordt naar het ziekenhuis gebracht waar hij meteen sterft, de dokters laten hem achter en plots veert de man recht, met z’n volledige kop in verband gewikkeld. Hij ontvlucht het ziekenhuis en sukkelt net zolang rond tot hij ergens aan de kant van het water neervalt. Nadat een landloper met z’n botten ging lopen wordt hij opgeraapt door een grijzige man die iets verder met z’n gezin in een container woont. De man wordt er goed opgevangen, ook al heeft hij geen naam of niks, hij is alles vergeten. Hij huurt na een tijdje z’n eigen container en begint te zoeken naar werk, wat moeilijker blijkt te zijn dan gedacht, na lang zoeken vindt hij een bedrijf waar ze er geen probleem mee hebben dat hij geen naam heeft, zolang hij maar een bankrekeningnummer heeft. Vervolgens trekt de naamloze man naar de bank, waar ze hem weigeren een rekening te geven omdat hij geen naam heeft, etc..kortom, de strijd van een goedbedoelende man zonder geheugen die wel wil werken maar hopeloos moet vechten tegen de malle administratiemolen. The Man without a past is een heerlijke, zwarte komedie over mensen die leven in absolute armoede, uiterst subtiel gefilmd, vol van die heerlijk droge grapjes en rock ‘n’ roll muziek. Voor de zoveelste keer werd aangetoond dat Kaurismäki één van de meest unieke Europese filmmakers is, zijn minimale stijl herken je vanop 100 meter maar er is niemand die hem kan imiteren zonder zichzelf belachelijk te maken (met Jim Jarmusch, een grote fan, als enige echte uitzondering misschien).

Na dergelijke Grote Kunst werd het weer eens tijd voor simpel Hollywoodvertier, met Changing Lanes, een verrassend goed meevallende thriller over hoe een autoaccident van een jonge ambitieuze advocaat (Ben Affleck) met een goed bedoelend en herstellend alcoholicus (Samuel L. Jackson) buitenproportionele gevolgen kan hebben. Vergeet snel de pijnlijk belachelijke moraal (Doe Immer het Goede en God zal U belonen!) en het compleet onvoorstelbare happy end, en je hebt een degelijke, vakkundig gemaakte thriller, en enkele mooie plaatjes van New York (mét Twin Towers, of hoe bestaande locaties toch nog fictie kunnen worden).

En vervolgens eindelijk de slechtste film van het jaar gezien, Focus namelijk, wat dit stuk trash in de competitie zat te doen is een groot vraagteken, aan het hoongelach van het publiek te horen zal Focus alleszins geen potten breken, en onvermijdelijk een enkel ticket richting videorekken krijgen. Het onderwerp leek nochtans te gevoelig om te verknoeien, namelijk antisemitisme tijdens het Amerika van de jaren dertig en veertig. Het hoofdpersonage is een zielige, karakterloze man die voor jood wordt uitgescholden enkel omdat hij een verdacht brilmontuur draagt. Er wordt een paar keer een vuilbak over z’n gazon leeggegooid en op het einde wordt hij inelkaar geslagen. Drama! Alles zit fout in deze film, de regisseur weet geen enkel moment medelijden op te wekken voor deze onfortuinlijke schlemiel. Op een gegeven moment leert hij de liefde van z’n leven kennen en de daarop volgende romantisch bedoelde scènes werden door zowat het hele publiek met plaatsvervangend schaamrood op de wangen weggelachen, wat best wel gênant is, wetende dat de regisseur zelf in de zaal zat. Hetzelfde gebeurde met elke volgende scène die serieus bedoelt was maar totaal ongeloofwaardig overkwam, mede door de met een forse kwak Griekse pathos gebrachte snertdialogen. Ook de gruwelijk kleurige decors en kostuums hielpen allesbehalve om wat drama in de zaak te brengen. Elk kind weet toch dat als je iets dramatisch wil filmen je best de duistere toer opgaat, in plaats van het publiek koppijn te bezorgen middels pijnlijk vloekende kleurencombinaties. Het einde van deze totale mislukking was al helemaal om te gieren, de gepeste niet-jood en z’n vrouw trekken, na lang twijfelen, eindelijk naar de politie om hun pestende buren aan te geven, de flik van dienst zegt dat ze wel eens een mannetje zullen sturen, fade out, alles is opgelost. Dit moet zowat het naïefste einde uit de filmgeschiedenis zijn. Nog een treurige vaststelling: hoofdrolspeler William H. Macy, nochtans onsterfelijk sinds Fargo, bakt er niets van en bewijst absoluut niet gemaakt te zijn om een hele film alleen te dragen. Weer een illusie armer.

Maandag 14 oktober
Maar, dat alles was slechts het voorspel voor wat een onwerkelijk hevige filmervaring zou worden. De setting was perfect: een druilerige, koude en dieptrieste maandagochtend, ideaal om één der meest intense filmervaringen sinds lang te ondergaan, met name mijn persoonlijke winnaar van het festival, het pijnlijk realistische Bloody Sunday. In gruwelijk detail wordt de dag die U2 lang geleden al vereeuwigde gereconstrueerd. We volgen Iers parlementslid en vredesactivist Ivan Cooper, die z’n best doet om een grote, en verboden, betoging tegen de Britse bezetting tot een goed einde te brengen, met idealisme dat van het scherm spat gespeeld door James Nesbitt. We volgen ook de 17-jarige Donaghy, die net als zijn vrienden gewoon wat met stenen wil smijten naar de soldaten (geef toe, wie zou het niet doen als je er de kans toe krijgt?). Ondertussen zien we hoe het Britse leger en de para’s zich voorbereiden op wat de grootste massa-arrestatie had moeten worden sinds het begin van het conflict in Noord-Ierland. Omdat je als kijker weet hoe het allemaal zal eindigen is het eerste uur van de film, de aanloop naar het geweld, van beginsafaan voorzien van een intens zenuwachtig laagje, wat nog eens extra beklemtoond wordt door de nerveuze, documentaire cameravoering en dito montage. En als het dan eenmaal allemaal ontspoort en de zwaar opgefokte para’s het vuur openen op de honderden onschuldige burgers kan je maar best je hart vasthouden. Als kijker zit je middenin de surrealistische chaos, mensen lijken wel naast je dood neer te vallen, kogels vliegen net boven je kop, en terwijl het kippenvel aan een tweede of derde laag begonnen is denk je "fuck Private Ryan, dit is hét", realiteit wordt fictie en de fictie is realiteit. Meteen na de slachting en de zeer emotionele persconferentie van Ivan Cooper is het gedaan en krijgt de kijker de droge feiten mee: 27 ongewapende burgers werden neergeschoten, 13 van hen stierven nog dezelfde dag. Geen enkele soldaat kreeg een sanctie. De officiële uitleg van het leger was dat het IRA het vuur opende op de soldaten. Wat getuigenissen, en de film, tonen is dat er inderdaad één schot gelost werd in de richting van het leger, hun reactie was op z’n minst gezegd lichtjes overdreven. En met die informatie in het achterhoofd, en een van de meest brutaal realistische films achter de kiezen, verlaat je dus de bioscoop met een bijna onbedwingbare behoefte om Britse soldaten af te knallen, gelukkig blijven die ver van de Decascoop vandaan.

Na zo’n mokerslag van een film kon het natuurlijk niet anders dan dat de volgende zou tegenvallen, dat werd dus Nothing More, nog een competitiefilm en opnieuw nogal zwak. Je zou deze film de Cubaanse Amélie Poulain kunnen noemen, maar dan veel onnozeler. Een jonge postbediende ontvreemt brieven die ze dan thuis herschrijft tot melig romantische nonsens waar de lezers plots heel gelukkig van worden. Er kan misschien wel iets gezegd worden voor de stijl, zwart-wit met in elk beeld wel een ingekleurd voorwerp, af en toe een excursie naar de stille film en de slapstick, maar vooral heel schreeuwerig en nodeloos druk. Maar, geen slecht woord over de muziekkeuze, een excellente mix van oude en nieuwe Cubaanse muziek, de enige reden waarom een onnozele film als deze in de competitie kan terecht gekomen zijn, aangezien het festival toch graag uitpakt met haar selectiecriterium ‘impact van de muziek op de film’, benieuwd wat de redenering was bij Focus, misschien ‘ wat is de impact van barslechte muziek op een barslechte film?’, simpel, een barbarslechte film.

Volgende keer ondermeer: City by the sea, 24 Hour Party People, Hotel, Four feathers.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie