Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
Naqoyqatsi/The Dancer upstairs/Full Frontal/Bowling for Columbine
FILMFESTIVALFLASHEN DEEL 1
datum 10.10.2002
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
Maandag 7 oktober, Dag 1. Nog duizelig van de slaap zit ik te wachten op de eerste voorstelling van het nieuwe festival. Ik wacht op Dogtown and Z-boys, een unieke documentaire over het ontstaan van de surfbordcultuur in het Amerika van de late jaren zeventig, ideaal voor een pijnlijk zware maandagochtend. Al na 5 seconden besef ik dat ik of in de verkeerde zaal zit, of dat de programmering nu al is omgegooid, het bleek het laatste te zijn, plots doemde daar Naqoyqatsi op, "ook goed" dacht ik en begon aan een anderhalf uur durende trip, een prikkelend feest voor de zintuigen, dit zwaar filosofisch, dialoog-, verhaal- en personageloos tractaat over dat stuk ongeluk dat men soms ook wel eens De Mens pleegt te noemen.
Ik ben altijd al een enorme fan geweest van voorganger Koyaanisqatsi, ondertussen ook al weer een kwarteeuw oud, het is zo’n beetje mijn persoonlijk manifest, net daarom viel deze film toch wat moeilijk. In verschillende opzichten is Naqoyqatsi wel een soort ‘vervolg op’, met enkele beelden die min of meer herhaald worden, hetzelfde procédé om de Boodschap over te brengen (het associëren van beelden) en de zeer herkenbare muziek van Philip Glass, een redelijk geslaagde pastiche van zijn eigen score voor Koyaanisqatsi. Wat vooral opvalt aan deze nieuwe Qatsi is z’n veel modernere look, regisseur Godfrey Reggio filmt niet meer louter bestaande landschappen en toestanden, om ze dan enkel wat te vertragen of te versnellen, al naargelang de muziek, hij maakt nu ook naar hartelust gebruik van computeranimatie en vooral intensieve digitale filtering van de beelden, zodat niets nog echt natuurlijk lijkt, maar wel mooi, daar niet van. Het probleem van deze indrukwekkende opeenvolging van beelden is de Boodschap. Naqoyqatsi betekent voor de ondertussen met wortel en al uitgeroeide Hopi-indianen evenveel als ‘Beschaving van Geweld’, een enorme contradictie dus. Koyaanisqatsi betekent voor hen ‘een wereld uit balans’, zoals duidelijk bleek uit de beelden: de rotsvaste, onkreukbare macht van de natuur, contrasterend met die grote mierenhoop die de mensheid is, opeengestapeld in Metropolische steden met spaghettivormige snelwegstelsels en een technologie die stilaan boven onszelf begint te stijgen. Het kleinste kind kon de boodschap uit Koyaanisqatsi halen. Met de nieuwe ligt dat heel wat moeilijker, het is allemaal wat abstracter, het thema komt er niet meteen uit, we zien afwisselend beelden van baby’s, schapen (cloning?), atleten, oorlogstuigen en legers, nieuwsbeelden, voetbalsupporters, merknamen die door beeld flitsen, dat alles moet passen onder de noemer ‘Geweld’. Veel ideeën dus, maar weinig consistentie. Hoedanook, het blijft een trip van jewelste, goed om de psychonautische mens een tevreden "wow, far out man" te laten uiten, maar minder leerrijk of diep filosofisch dan z’n beruchte voorganger.

Dinsdag 8 oktober
Tweede dag, tweede film en de eerste zware tegenvaller. Acteur John Malkovich waagde zich nog eens achter de camera en presenteert nu een immens langdradige, soms intrigerende maar meestal gewoon saaie film over een mysterieuze revolutie in een onbekend Latijnsamerikaans land. The Dancer Upstairs, zo heet ie, begint goed, zeer ingetogen, traagjes opbouwen naar de eerste tekenen dat er iets mis is, dode honden aan lantaarnpalen, moordaanslagen op vooraanstaande figuren en zware bomexplosies, maar de spanning wordt nooit lang genoeg aangehouden, de film wijkt vaak te ver af van z’n onderwerp en de aandacht wil dan ook wel eens verslappen, het laatste half uur heb ik er mezelf echt door moeten worstelen. Het gegeven is wel interessant: een volledig land wordt tot algehele paranoïa gedreven door een goed georganiseerde bende revolutionairen, maar politie en politici weten niet wie er achter zit of waarom, het gebeurt gewoon allemaal. De film zou lichtjes gebasseerd zijn op de praktijken van Abimael Guzman, de leider van het Peruaanse Lichtend Pad. Allemaal wel interessant maar ook wel allemaal wat te breed uitgesmeerd. De plotontwikkeling gaat eerst twee uur lang zéér trààg vooruit, er blijven meer vragen opduiken dan er antwoorden komen, allemaal best wel intrigerend, en dan plots wordt de terrorist gewoon opgepakt omdat ze toevallig zijn merk van sigaretten in de buurt aantroffen. Al wie houdt van een stevige afknapper op z’n tijd is bij deze film aan het goeie adres. Toch wel één interessante denkpiste overgehouden aan deze film, het heeft me nog lang beziggehouden, namelijk het verhaal dat de terroristen op een gegeven moment iemand levend zouden gevild hebben met behulp van een hogedrukpomp. Hoe doe je dat? Denk er eens over na, of stuur me een tekening op, ik zou het graag weten.

Soit, na die 133 lange minuten restte er geen tijd meer om rustig m’n lunchpakket te verorberen, dus deed ik dat maar tijdens Full Frontal, de zoveelste nieuwe film van Steven Soderbergh, de meest te benijden man in het filmvak op dit moment. In Hollywood kan hij na een aantal grote succesfilms, die zowel scoorden bij het publiek vanwege de grote sterren en de degelijk gefilmde actiescènes, als bij de critici en liefhebbers van de ‘betere’ film, omdat Soderbergh zichzelf nooit volledig zal uitverkopen, daarvoor heeft hij te lang in de undergroundsfeer vertoefd. Wat hem nog interessanter maakt is dat Soderbergh van zijn nieuwe vrijheid gebruik maakt door na een grote, dure succesfilm, zoals Ocean’s eleven, terug eventjes naar zijn roots te keren door een snelle, goedkope en avontuurlijke film te draaien als deze.
Minpunt: ik denk dat Soderbergh redeneert dat hij nu echt wel overal mee wegkomt, ook met een rommelige, bij wijlen flauwe, maar over het algemeen schadeloze film als deze. Het verhaal is hoofdzakelijk dat van een koppel op middelbare leeftijd die door een crisis in hun huwelijk gaan. Daarrond speelt zich ook nog een andere film af, of een film in een film zo u wil. De twee zijn makkelijk van elkaar te onderscheiden omdat de echte film digitaal gefilmd is, en de film in de film op gewoon materiaal. Bij de film in de film zien we een beginnende, zwarte acteur (Blair Underwood) die geïnterviewd en verleid wordt door een journaliste (Julia Roberts), in de film in de film probeert de acteur een film van de grond te krijgen (even checken : iedereen nog mee?), terwijl hij in de eigenlijk film, dus niet de film in de film, niet te klagen heeft en we vooral de affaires tussen de verschillende personages te zien krijgen. Op het einde komen ze allemaal samen om de 40ste verjaardag te vieren van producent Gus (lekker smerig gespeeld door David Duchovny). Tijdens de film in de film, als de acteur en journaliste in het vliegtuig zitten, gunt Soderbergh zichzelf een grapje door even een zetel verder te kijken, waar plots de beroemde acteur Terrence Mallick zit, die de hoofdrol vertolkte in een andere Soderberghfilm, The Limey, en zo zien we dus een stukje van een scène uit The Limey opduiken in Full Frontall. Er zitten zo nog van die cinefiele grapjes in de film, zoals de regisseur van de film in de film, u raadt het nooit, het is Soderbergh zelf, maar wel met een enorme zwarte balk voor z’n gezicht. Dat zijn dus zo van die grapjes waar eigenlijk weinig mensen iets aan hebben, en de weinigen die de grap doorhebben moeten natuurlijk extra luid lachen, zodat iedereen doorheeft dat ie de grap doorheeft (wat nergens op slaat want de rest weet niet eens wat het door zou moeten hebben).
Toch een leuk caféspelletje onthouden uit Full Frontal, namelijk: hoe maak je je eigen pornonaam? Zeer veel pornoacteurs maken hun ‘artiesten’naam door de samenvoeging van hun tweede naam (als ze geen middelnaam hebben, dan de naam van hun eerste huisdier) en daarna de naam van de straat waar ze opgroeiden. Voor mezelf geeft dat dan Karel Haan, of mocht ik geen tweede naam hebben Foks Haan, dat klinkt niet echt geil, maar je moet die naam natuurlijk vertalen naar het Engels, dat klinkt dan al veel beter. Dus, de groeten van Carl Cock, aka Fox Cock!

Woensdag 9 oktober
En toen was er de eerste voltreffer. Bowling for Columbine is Michael Moore’s hoogst persoonlijke schotschrift tegen Amerika’s grootste liefde: het recht van ieder om een vuurwapen te bezitten. Moore is Amerika’s meest idealistische tv-maker, bekend van zijn programma TV Nation en de documentaire Roger & Me, over de vernietigende effecten van de sluiting van een General Motors fabriek op de inwoners van het kleine industriestadje Michigan. In deze nieuwe, twee uur durende documentaire laat hij opnieuw zijn uiterst efficiënte sarcasme los op de vraag waarom juist de VS zo’n hoog moordpercentage hebben, en niet bijvoorbeeld buurland Canada, waar eveneens immense hoeveelheden vuurwapens in omloop zijn. In Canada worden jaarlijks een hondertal mensen met een geweer vermoord, maar in het land ernaast zijn dat er al snel 11.000 per jaar. Hoe komt dit? Moore’s antwoorden zijn zoals steeds klaar en duidelijk, hoewel soms wat op het pamfletaire af: de oorzaak is Angst. De Amerikaanse bevolking wordt voortdurend de stuipen op het lijf gejaagd door middel van overdreven bloederige nieuwsbeelden in de media, door een overheid die om de zoveel jaar met een nieuwe Aartsvijand Nummer 1 komt aandraven, en door de kerk, die haar schaapjes graag in de schuur opgesloten houdt. En waar dient die Angst voor? Om iedereen mooi in het gareel te houden (revolutiestrategie nummer 1: maak iedereen bang en ze lopen allemaal mooi in het rijtje), maar ook de economie vaart er wel bij: bange mensen consumeren meer, en een oorlog tegen een wildvreemd land zo nu en dan is goed voor Amerika’s belangrijkste industrie, de wapenleveranciers.
Het resultaat van dit alles: een natie van miljoenen bibberende, bekrompen zenuwlijers die bang zijn van alles wat zwart en/of vreemd is, en die allemaal een kanjer van een nachtgeweer in hun kast hebben liggen.
De documentaire begint even grappig als absurd: Moore gaat een rekening openen bij een bank en wandelt buiten met een jachtgeweer, een cadeautje voor alle nieuwe klanten. Daarna stapt hij het kapsalon om de hoek binnen, om zich wat te laten bijknippen en meteen ook snel een pakje kogels te kopen. Moore toont op die manier steeds op even absurd grappige als schrijnende wijze aan wat er scheelt met zijn land en wat de gevolgen ervan zijn. Hij komt aanzetten met talloze interessante, hard feiten, bijvoorbeeld: de laatste jaren daalde het aantal moorden in de VS met 20%, maar de mediaverslaggeving over het resterende aantal steeg met 600%. Moore deed me nadenken over de toestand van onze media, kijk naar de steeds sensationeler wordende verslaggeving die mensen de haren uit het hoofd doet trekken, en bedenk dat de criminaliteit helemaal niet spectaculair is toegenomen, maar ons bewustzijn ervan wel. Dus, denk ik zo, zouden de journalisten beter niet het oude credo herinvoeren van ‘wat niet weet, niet deert’. Spaar ons van alle ellende, zwijg ze dood, wat ze al van in het begin hadden moeten doen, de bevolking zou dan veel minder angstig geweest zijn en wie weet zou extreem rechts dan ook nooit zo’n probleem geworden zijn. Stof voor discussie dus.
Naast vele momenten van bezinning biedt Bowling for Columbine, zoals de titel al doet vermoeden, ook momenten van absolute gruwel, niet alleen Amerikaanse nieuwsbeelden van moorden en andere geweldplegingen, maar dus ook unieke, bewakingscamerabeelden van de slachting in de middelbare school van Littleton, waarop we de twee tieners cool door hun school zien stappen, met hun geweer uit de winkel om de hoek en kogels uit de supermarkt iets verder. Ze knalden 13 mensen neer en daarna zichzelf. De meest doordachte oorzaak waar de modale Amerikaan mee kwam aanzetten was de muziek van Marylin Manson. Wat meteen aantoont dat deze ijzersterke documentaire in eigen land compleet z’n doel zal missen, Amerikanen geven nooit hun eigen schuld toe, en dus moeten ze het maar voelen, en daar kan ik best mee leven. Een must see.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie