De Gentse groep Thou heeft een rusteloze periode achter de rug: hun vorige, door John Parish geproducte plaat Put us in Tune, kreeg van platenmaatschappij en media niet de aandacht die het verdiende, zodat de verhoopte internationale doorbraak er uiteindelijk niet kwam. Daarenboven verdwenen op korte tijd drie verschillende drummers Spinal Tap-gewijs uit de groep. Toch putte het viertal heel wat moed uit de steun van illustere muzikanten als Parish, David Sardy en Mauro Pawlowski, zodat de onzekerheid al gauw plaats maakte voor een vernieuwde zucht naar avontuur en speelplezier. Songschrijvers Bart Vincent en Does de Wolf bouwden thuis een homestudio en sleutelden meer dan een jaar aan nieuwe songs, die nu te horen zijn op het in
eigen beheer uitgebrachte Elvis or Betty Boop. Blijkbaar waren de opnames van Put us in Tune heel leerzaam, want de mooie dynamiek en klankkleur die op deze plaat zo prominent aanwezig waren, zijn ook nu weer de aandachtspunten. Bart en Does houden er verschillende schrijfstijlen op na, maar die worden nauwgezet versmolten tot veelgelaagde en compacte popsongs, meeslepend in hun gevoel voor detail en sentiment. Zo zijn sfeervolle tracks als ‘Moods’ of ‘Sorry’ volgestouwd met kleine aai- en stoorzendertjes, die een boeiend luisterspel vormen. De plaat lijkt ook gedreven te worden door een onderhuidse groove, die de gevarieerde klanken en melodieën een aanvullende impuls geeft: van de rudimentaire Jon Spencer-achtige riff en groove in de titelsong tot de elektronische bubblegum-beats van ‘Speakers’, de ritmes zijn steeds aanstekelijk. De belangrijkste charme van de plaat is de symbiose van zoete en donkere sferen, zoals in ‘Go Away’ waarin Does als een volmaakte sirene de luisteraar bedwelmt en meesleept naar sombere oorden, waar liefde een constante (des)illussie blijkt of in de fragiele mystery-track ‘Make Me Shy’, met een glansrol voor violist Philippe de Chaffoy (zie ook Arno). Ook het zwierige ‘Special Sundays’ dat door percussionist Danny van Rietveld van een vleugje exotiek voorzien wordt, doet tegelijk afstandelijk en warm aan, als een vergeten Gainsbourg-song. De songs op Elvis or Betty Boop zijn delicate dwaallichtjes, die in hun flauw schijnsel een fascinerend spel van steeds veranderende kleuren en gedaantes prijsgeven. Muziek om in te verdolen.Voor een huis-en-tuin-plaat klinkt Elvis or Betty Boop verukkelijk, een prestatie die vooral op het conto van multi-instrumentalist en producer Pim de Wolf (broer van) en klankfreak Boy mag geschreven worden. De gevarieerde arrangementen en de mooi op elkaar afgestemde zangpartijen van Bart en Does vervolledigen het klankbeeld, dat steeds meer blijkt geeft van een muzikaal zelfvertrouwen. Thou heeft met hun vierde plaat opnieuw een klein, glinsterend popjuweeltje afgeleverd, dat wat ons betreft ook buiten de benauwde landsgrenzen een luisterend oor verdient.
Het Antwerpse collectief Dead Man Ray is de som van de delen, vijf muzikanten met verschillende muzikale achtergronden maar een intuïtieve verwantschap, die vreemd genoeg deze divergentie als voornaamste uitgangspunt heeft. Terwijl gitaristen Rudy Trouvé en Elko Blyweert een voorliefde hebben voor de weerbarstige exploten van de post-punk beweging en de Knitting Factory-jazz, is zanger Daan Stuyven niet vies van de melodieuze bombast van The Bee Gees of Duran Duran, zoals blijkt op zijn iets te protserige soloplaten. Ook Wouter van Belle en nieuwkomer Karel de Backer hebben zo hun eigen referentiekaders, die enkel een gemeenschappelijke passie voor klankstructuren en weerhaakjes verraadt. Hun vorige platen, Berchem en Trap waren duidelijk nog oefeningen in het combineren van al die invloeden, met altijd boeiende maar soms wat wankele resultaten. Vooral de gebruikte werkmethode werkte op de verbeelding: de songs werden via knip- en plakwerk gekneed uit lange en spontane jamsessies, wat heel wat ruimte schepte voor allerlei effecten en overdubs, die bij momenten dan ook in ieder hoekje te horen waren. Deze werkwijze is tegenwoordig bon ton -Blur heeft bijvoorbeeld een gelijkaardig proces gevolgd op het fel onderschatte 13- maar tot voor enkele jaren geleden geldden enkel de experimenten van groepen als Can als lichtend voorbeeld. Holger Czukay (ex-bassist van Can) werd in eerste instantie trouwens aangezocht om de nieuwe plaat van Dead Man Ray te mixen, jammer genoeg zonder resultaat.
Wel liet een ander enfant terrible uit de rockmuziek, Steve Albini zich overtuigen om de plaat te producen. De man maakte met Rapemen, Big Black en Shellac granieten, overweldigende gitaarplaten maar weekte zich vooral los uit de underground als producer van o.a. Nirvana, Palace en PJ Harvey, waarbij hij zich telkens liet gelden als een fervent voorvechter van een rauw live-gevoel en spartaanse arrangementen. Het kon dus niet anders of het geluid van Dead Man Ray werd ook nu gevoelig aangepast: Cago werd helemaal live ingespeeld, terwijl het live-aspect vroeger pas belangrijk werd nà het inblikken van de opnames. Een hele omwenteling, dus, die zich vooral laat gevoelen in een meer rechtuit-rechtaan geluid: de melodieën en riffs zijn meer dan ooit de bouwstenen, de klankdynamiek het grove bindmiddel. De single ‘Landslide’ is een schakering van mooie akkoordenreeksen en tempowisselingen, die net door zijn uitgepuurde vorm de benodigde melancholie en drijfkracht vindt. Ook in ‘Short Term Investments’ en ‘A Single Thing’ hoor je een eerlijke en kwetsbare Dead Man Ray, zelfs in de lyrics: “So thanks for the giving, but I can’t give you back a single thing” belijdt Daan met een stem vol weemoed en schuldgevoel. De algemene teneur is contemplatief en bedrukt, al klinkt die dramatiek ook wel soms te gezwollen, zoals op ‘Things That Will Happen Again’.Cago staat bol van mooie harmonieën en tegendraadse gitaarpartijen die gracieus in elkaar elkaar haken, zoals op ‘Authentic’ dat een beetje in de lijn ligt van wat Tom Verlaine enkele decennia geleden al deed met Television. Ook elders horen we onverwachts echo’s uit de jaren zeventig: ‘Need’ neigt bijvoorbeeld wat te veel naar vroege Roxy Music, ‘Losing The Lost’ met zijn vreemde structuur en hoekige gitaren doet ons wat denken aan de Berlijnse jaren van Bowie. Nog een grote verrassing is de aanwezigheid van cultfiguur Ken Nordine, onlangs nog te gast op een plaat van DJ Food, die in zijn onvervalste eigen stijl een parlando uit zijn doorrookte stembanden knijpt op ‘Blue Volkswagen 10:10AM’, een nummer dat zijdelings gebaseerd is op een cellosuite van Bach en door Wouter van Belle van mooie fraseringen is voorzien.
We zijn niet helemaal onverdeeld gelukkig met Cago, al is dit het meest voldragen en consistent werk dat Dead Man Ray tot nog toe maakte. Het is fascinerend om te horen hoe een handvol koppige muziekfanaten samen een dergelijke emotionele en muzikale diepgang kunnen bereiken en stilaan een eigen idioom ontwikkelen, dat terzelfdertijd heel toegankelijk en dwars kan klinken. In die zin is deze plaat een prachtstuk, al hadden er misschien best wel enkele songs geschrapt mogen worden. Maar ach… wat zijn we weer aan het kommaneuken.
Thou, Elvis or Betty Boop, Thou Music/Bang!
Dead Man Ray, Cago, Labels/Virgin.
www.thou.be
www.deadmanray.com






