Persistance des Rituels
“Nos gestes, même les plus spontanés, sont modelés par des schèmes que nous avons souvent appris, comme la grammaire, sans nous en rendre compte. Les techniques elles-mêmes, selon la définition du grand anthropologue Marcel Mauss, sont “des actes traditionnels efficaces transmis par la tradition” et, en un certain sens, on peut donc les comparer à des rites.”
(Carlo Ginzburg)
Dat rituelen volharden en onder nieuwe vormen opduiken toont de eerste reeks foto’s. Het zijn beelden van oorlog, revolutie en verwoesting, rituelen van macht en onmacht. James Nachtwey fotografeert de val van de Berlijnse muur, Freed en Koudelka tonen fragmenten uit de revolutie in Boekarest, … De reportage van Guy Le Querrec, ‘Big Foot Memorial Ride’ is geïnspireerd op de Indiaanse genocide nabij Wounded Knee. De fotograaf trok mee met de Indianen van Zuid-Dakota op hun jaarlijkse tocht ter herdenking van deze tragedie. Carl De Keyzer zocht zijn heil ook in de Verenigde Staten en keerde huiswaarts met ‘God Inc.’, zijn interpretatie van een reis door een religieus pretpark. Dat rituelen niet ontsnappen aan de allesoverheersende kracht van de economie meent ook Chien-Chi Chang. Zijn reportage neemt de commercialisering van de huwelijken in China onder de loep. De foto’s van Ferdinando Scianna spreken mij het meest aan. In ‘Bénarès’ gaan schoonheid en horror zij aan zij, zo meent de fotograaf. Hij presenteert de rite ontdaan van haar inhoudelijke betekenis en haar geschiedenis, zichtbaar gemaakt in haar vormelijke kenmerken, geobjectiveerd en gekarikaturaliseerd. Deze vervaging van de contouren wordt in een aantal van zijn foto’s aangrijpend weergegeven: vrouwen als wandelende lantaarns, mannelijke vissers op palen, … Misschien is de fotografie het medium bij uitstek om deze vervreemding, deze objectivering van de mens in zijn sociale context uit te beelden.
“les techniques elles-mêmes”
Chronique du Chaos
“Le monde ne devient ni plus chaotique, ni plus violent, bien que notre incapacité à le comprendre et à agir nous donne cette impression. Le monde n’est pas davantage devenu plus impitoyable qu’autrefois.” (Michaël Ignatieff)
De wereld wordt niet chaotischer of gewelddadiger, het is de onmogelijkheid om ze te begrijpen die ons dat gevoel geeft. Luc Delahaye, Paul Lowe, Chris Steele-Perkins, Larry Towell en Micha Bar-Am tonen reportages van gruwel en waanzin. Oorlog in alle windstreken, onbegrijpelijk vanuit alle richtingen. Een beeld van Lowe valt op. Tsjetsjenië: bloed en voetstappen in de sneeuw, een dubbel teken. Wat behoort toe aan wie? Het bloed van het slachtoffer, de sporen van de dader, … of omgekeerd? Wie was dader en wie is slachtoffer? Allemaal ‘Oorlogen’ en alleen gedupeerden, zoveel is ook duidelijk voor Delahaye. Hij was in Kroatië, Sarajevo, Afghanistan en bleef daar een aantal keer stilstaan bij lijken en bijna-lijken. “Nous avons à peine conscience des bouleversements qu’a subis notre imagination morale depuis 1945, à cause du développement d’un langage et d’une pratique de l’universalisme moral, qui s’exprime surtout par une culture partagée des droits de l’homme.” (M. Ignatieff). Volgens het bovenstaande citaat is ons moreel bewustzijn verhoogd sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat komt tot uiting in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens... Leonard Freed toont de reportage ‘Neonazi’s in de US”, Chris Steele-Perkins pakt uit met ‘Hongersnood in Somalië’. En waar bleven de mensenrechten toen in Somalië militaire belangen de voorkeur genoten op hongerige individuen? Waar is het verhoogd bewustzijn als werkelijk onrecht voor ons alleen bestaat uit flitsen van tv-beelden die te vluchtig zijn om echt door te dringen? Met de overgang naar de volgende zaal wordt de voorgaande vraag binnen de compositie van Magnum Millenium symbolisch gesteld.
Esthétique du Quotidien
Dit thema bevindt zich als enige op de eerste verdieping van de Botanique. ‘Esthetiek van het Alledaagse’, beelden uit de westerse wereld, niet snijdend als op het gelijkvloers, maar gewoon mooi. Je treft er opvallend meer kleurenfoto’s aan en portretten van lachende mensen. Bij de abstracte fotografie van René Burri blijf ik even staan. Er is een kamer met daarin een tafel, een stoel, een kast en een televisie met op het scherm een open kinderoog. De tv kijkt naar de wereld. Als kinderen kijken wij naar tv-beelden. We zijn verwonderd, maar vergeten al even snel. De beelden blijven zonder betekenis: “Le simulacre [..] est notre seconde nature ou, si l’on préfère, notre culture.” (Marc Augé). De tv kijkt in de woonkamer. Het onderscheid tussen het publieke en het private vervaagt, “[..] l’image, l’image omniprésente, brouille ce jeu d’échelles dans la mesure où, faisant spectacle de tout, elle impose à chacune, par le miroir, l’écran et le simulacre, un double rôle – un double jeu – de voyeur-exhibitionniste.” (Marc Augé)
Niettemin brengen de reportages in deze laatste zaal beelden van menselijke levenswijzen, van mensen en hun omgeving. Voor de westerse mens is die omgeving zowat de hele wereld en zelfs al de ruimte daarbuiten geworden. Het alledaagse is voor ons niet alleen het gewone, maar steeds meer het ‘andere’. “Grâce aux médias, on s’apitoie, on s’émuet, on s’indigne par procuration. On croit connaître le lieu des autres et ils nous rendent la pareille.” (Marc Augé).
De media spelen een dubbele rol in het verbeelden van het andere: zij bieden ons blikken op de wereld. Maar tegelijk blijken ze niet bij machte betekenissen voldoende genuanceerd weer te geven. Het andere wordt op die manier door velen als bedreigend ervaren. De gevolgen kennen we.






