Het is niet echt verwonderlijk dat de ‘Vlaamse’ pers nauwelijks aandacht besteedde aan Nuit Blanche, waarvan Palace (ex-Kladaradatsch!) het infocentrum was. Het evenement was dan ook een bijna uitsluitend Franstalig en eerder amateuristisch initiatief, en zelfs in Brussel leven de twee ‘taal-en cultuur’gemeenschappen spijtig genoeg grotendeels naast elkaar. Wanneer je dan bijvoorbeeld de infolijn van de organisatie raadpleegde en polste of men er misschien ook Nederlands spreekt, kreeg je bijvoorbeeld het charmante antwoord: “Neen, sorry, maar ik spreek wel nog Italiaans.” Het is dan ook lovenswaardig dat De Bottelarij als één van de weinige Vlaamse cultuurhuizen, misschien zelfs het enige, mee hun sterke schouders onder het initiatief zetten. Honderd deelnemers konden ‘gratis’ naar Blush, de nieuwste voorstelling van Wim Vandekeybus.
De nacht zelf leed een beetje onder haar eigen succes. Er was een te grote toeloop geïnteresseerden voor de vele meestal kleinschalige initiatieven en zaaltjes met beperkte capaciteit. Het was dan ook overal aanschuiven en drummen om binnen te geraken, en vaak werd de planning niet gerespecteerd. Het frustreerde wellicht een aantal deelnemers die met hoge verwachtingen hadden uitgekeken naar de nacht waarop er vanalles te beleven zou zijn. De musea zouden tot twaalf uur openblijven bijvoorbeeld, maar het waren er maar twee: het Muziek Instrumenten Museum en het Atomium. Er was natuurlijk ook de tentoonstelling ‘Geheime relaties’ in het Station Centraal, over de Brusselse ondergrondse Noord-Zuid verbinding, of een klank- en lichtspektakel op de Grote Markt.
De lange wachtrijen bij publiekstrekkers als Aka Moon en Alaskan Dog Shop zette aan om avontuurlijker te kiezen in het uitgebreid en divers aanbod. De theatercreatie van Hamadi voor Théâtre Varia in metrostation De Brouckère of het Klein Kasteeltje bijvoorbeeld. Of de Bollywood-avond in Studio Pagol. Er was immers gratis openbaar vervoer, al werd ook hierover slecht gecommuniceerd.
Praktisch liep er dus regelmatig wat mis, maar het effect en de dynamiek van de nachtelijke stad was er wel. Op straat zag je groepjes vrienden optrekken van het ene onbekende zaaltje naar het andere doorheen verloederde buurten met het etiket “Quartier Pourri”. Wanneer je alleen op stap was, vroeg je je af of je nu bang moest zijn van de uitgelaten mensen die je tegenkwam, dan wel of je ‘onveiligheidsgevoel’ niet gecultiveerd en gemediatiseerd is.
Dit is dan ook de sterkte van dit uiterst politiek project, een alternatief bieden voor de politionele aanpak en avondklokken, een ontmaskeren voor de nutteloze roep om meer blauw op straat. “Het is een toekomstproject gebaseerd op ontmoeting, toenadering, mobiliteit, creativiteit en burgerzin.” Het ambitieuze project wil een utopische visie op de stad realiseren voor één nacht, wanneer ze daar zoals op vijf oktober 2002 slechts half in slagen is dat op zich al fantastisch. De open(bare) ruimte werd niet ontvlucht, maar opgevuld. De kleine, vaak te gesloten culturele cocons zaten afgeladen vol en ze puilden zelfs uit, de straat op, de nacht in. Op de straten en in de stad hing ook echt een uitgelaten en gemoedelijke sfeer, waarbij de typisch Belgische druilregen de pret niet kon bederven. Nuit Blanche is dan ook een nacht met een eigen manifest met specifieke doelen, zoals ik citeer: “De barrières tussen (publieks)groepen en disciplines over boord gooien om jonge talenten beter tot hun recht te laten komen, om positieve energie van de stad los te laten.”
Wanneer je rond vier uur ’s nachts dan nipt aan “ une blanche”( “een witteke”) in een Afrikaans café in de Matongé – wijk, moet je gewoon toegeven dat het project op zich best geslaagd is.






