Dat de selectie eclectisch was, daar kon noch de brave noch de achterdochtige of mondige toeschouwer omheen. Van knappe choreografische kunstwerkjes tot puur koloniaal broussegevoel, van taalorgiën tot een reusachtig bedompte glasplaat, van politieke monoloog tot technologische hoogstandjes of bejaarde zwanen, … je kon het allemaal terugvinden in de selectie. Daar bovenop kon je je nog te goed doen aan quasi-scheldende acteurs, spelers die fecaliën uit de wc-pot met smaak opsmikkelden, een knus paardenmolenhuis of een pluizig, dansante vertelvoorstelling.
Hoe moet je als jury uit een dergelijk bont allegaartje nu de meest belangwekkende voorstelling selecteren? De erejury koos voor de avontuurlijke oplossing: niet louter kiezen op basis van perceptie en observatie maar op basis van reflectie en onderzoek.
Wat zouden ze ontdekt hebben? Of beter, wat zouden ze gemist hebben? Nu ga ik puur het eigen interpretatieve en subjectieve pad op. Wat de meeste voorstellingen (van beide selecties dus) zo verschillend en tegelijk gelijkend maakte, denk ik, was het uitzonderlijke talent om niet te verrassen maar te verwar(m)(r)en of wél te verrassen maar met één verrassende vondst de hele voorstelling te laven. En dit leverde machtig mooie parels maar geen veelzijdige diamanten op.
Behalve…Op dit vlak stak La Platel met kop en schouders ferm boven haar collega’s uit, niet alleen omdat ze op een pluchen olifantenpaleis resideerde. Zonder schroom walste, danste en schommelde Platel doodleuk van het ene inhoudelijke item naar het andere, van een liedje naar een stukje voordracht, naar een filmpje, naar een dansje, … Zowel vormelijk als inhoudelijke bleef Platel verrassen zonder haar publiek echter de volledige wildernis in te sturen, integendeel. Wonderlijk genoeg laat Platel door haar gedans en gestommel, haar getetter en gekwebbel heen een bijzonder heldere en allerminst oppervlakkige kwetsbare rode draad horen. Een vraag naar liefde, naar zekerheid in die liefde. Herkenbaar voor klein en groot.
En dat is de andere troef van deze pretentieloze voorstelling, die vrolijk een loopje neemt met alle theatergenres aan één satéstokje geregen. Platel amuseert de jongste kijkers met haar vinnige blikken, beeldende taal, warme scènebeelden en muzikale injectie. Ze vermaakt zich ongeremd op haar manier wars van regels of gedragscodes. Maar niet alleen kinderen gniffelen hier smakelijk om. Volwassen kijkers genieten evenzeer van haar ongegeneerde walspas maar beseffen tegelijk waar Platels personage mee worstelt. Geen klein bier. Juist het aanbrengen van dit besef binnen een geheel ludieke omkadering dwingt meer dan respect af, het dwingt prijzige erkenning af.
Is dit nu een “eerbetuiging” aan “het” jeugdtheater. Goddank nee. Dat maakt zowel de bekroonde voorstelling als de bekroning zelf zo belangwekkend. De jury beaamt met deze keuze de selectie als één geheel te overzien waaruit ze de volgens haar meest belangwekkende productie viste, zo leert de verklaring. Geen ode aan het jeugdtheater of het volwassenentheater, gewoon een lofzang aan het theater. En zo voelt deze tintelende productie ook aan. Platel doet gewoon haar goesting. Het eigenaardige is dat ze dit al meerdere jaren doet en eigenlijk al drie producties maakte die diezelfde drive bezitten. Ola Pola Potloodgat is bijgevolg allerminst vernieuwend en eerder een volgeling van Platels “belangwekkende” manier van theater maken. De manier waarop ze iets wil vertellen, de vorm waarin ze dit doet, vindt het best en meest aansluiting bij het vormelijk en inhoudelijk idioom waardoor jeugdtheatervoorstellingen vaak gekenmerkt worden. Dit heeft weinig te maken met een doelgroepgerichtheid, alles met een doorgedreven artisticiteit die door zijn eigenheid zich sterker en meer uitgesproken tot een jong publiek kan en wil richten. Die eigen vormtaal straalde duidelijk af van de geselecteerde jeugdvoorstellingen. De meeste jeugdtheatercreaties bezaten een soort speelse onbezonnenheid waarmee gevoelens en levens/identiteitsproblemen oprecht werden aangekaart. De creaties konden elk om een verschillende reden belangwekkend genoemd worden. Soms verloor men zich in al te lollige speelstijlen of te afgelikte, verantwoorde creaties. Veel toeschouwers haakten dan terecht af. Voorstellingen vergen een openheid, meegaandheid, meebeleven van het publiek maar blokkeren dit wanneer ze het publiek te zeer een “mierzoet bepotelgevoel” bezorgen.
Niet zo ten huize Potloodgat. En voor die uitnodigende deurmat maakte de erejury (eindelijk) een knieval. Een belangwekkende voorstelling om haar verrassend gehalte, haar frisheid, haar integere ondertoon en haar kracht om écht elke toeschouwer te boeien. Een belangwekkende keuze omdat hiermee duidelijk nogmaals tegen de schottenvisie wordt ingegaan zonder dat dit pure tegendraadsheid is. Het is een duidelijke beargumenteerde keuze die ook als een statement kan gelezen worden. Een statement dat niet het opheffen van beide genres verkondigt maar het “kruishinkstapspringen” binnen het gehele theaterlandschap flink aanmoedigt om zo op zoek te gaan naar frisheid, vernieuwing, eigenzinnigheid, persoonlijkheid, oprechtheid en warmte (aanvullen met eigen voorkeuren …). Een statement dat dus ook (on)rechtstreeks het reproduceren van de eigen artistieke visie in plaats van het vernieuwend verruimen van de eigen artisticiteit aanstipt. Ola Pola Potloodgat is raar genoeg ook een typische Pascale Platelcreatie maar steekt in zijn lentefrisheid wél af tegen de andere geselecteerde voorstellingen. Bovendien beseft Platel zélf dat ze in haar theatertaal verder moet en wil evolueren. Gezegend zij Pascale Platel.
Ter info: Gezegend zij is een (sublieme) Kopergieteryproductie waar de theatermaakster dit seizoen mee rondtoert (info: www.dekopergietery.be of tel.: 09 233 70 00)







