WANG INC., Risotto In 4/4 (Bip_Hop BLEEP/Import)
De compilaties van het vanuit Marseille opererende Bip_Hop bieden een staalkaart van de beste elektronica aan weerszijden van de grote plas. Bip_Hop Generation is ondertussen aan zijn vijfde uitgave toe. Labelbaas Philippe Petit bouwde de reeks in korte tijd uit tot een gegeerd platform voor minder of meer bekende elektronica-artiesten. Naast de obligate verzamel-cd’s stampte Petit ook een label voor eigengereide elektronica uit de grond. Die releases zijn tot nu toe heel wat minder overtuigend dan de befaamde compilaties met het opvallende Bip_Hop mannetje. [bleep 12] oftewel Sprung is de eersteling van de Canadese muzikant Andrew Duke. Duke maakt sinds ’87 soundtracks voor theater, film en radio. Hij runt een eigen label Cognition Audioworks, dat voornamelijk dient als uitlaatklep voor zijn huisvlijt. Duke heeft in de nabije toekomst onder meer albums op stapel staan voor Phthalo, Dial en Staalplaat. Na een track op de vijfde Bip_Hop Generation mag hij op Sprung gedurende een uur zijn ding doen. Dat is geen onverdeeld succes. Het album begint aardig met het spannende ‘Hell Yeah!’ dat sterk refereert naar de duistere elektro van Skinny Puppy, Coil, Lustmord en SPK. Na deze initiële splinterbom haalt de rest van het album hetzelfde niveau echter niet meer. Alleen ‘Chromosome 20’, dat voortmarcheert als een militaire parade zonder toeters of fanfare, en ‘Knot Rocket’, dat kan dienen als soundtrack van een of andere donkere Franse film, ontsnappen even aan de middelmaat. De kille aanpak en de geforceerd aandoende verwijzingen naar de industrial techno van het begin van de jaren tachtig leiden tot een bloedeloos album dat op den duur verveelt en irriteert. 
[bleep 15] of Risotto in 4/4 is het debuut van ene Wang Inc. Weinig biografische informatie over deze artiest maar blijkbaar een Italiaan met een voorliefde voor gastronomie. Hij is in hetzelfde bedje ziek als zijn labelgenoot Duke. Risotto in 4/4 is een vrolijker en lichtvoetiger album, volgestouwd met flauwe, auditieve moppen, maar de gezichtsloze elektronica van Wang Inc. deed ons meermaals in een opwelling naar de buik grijpen. Risotto in 4/4 klinkt slap en futloos als te zacht gekookte rijst. Nadat het album nagenoeg onopgemerkt aan ons voorbijgegleden was, spitsten we wel even de oren bij het niemendalletje ‘Say, Do, Kiss’, een weemoedige sleper met een leuk vocoderstemmetje.
DEGIERE, Diffusion Chamber 10” (Emanate/Import)
NICK RAPACCIOLI, Compare/Skima 12” (Vertical Form/Import)
Twee twelve inches van illustere onbekenden die wel eens de toekomst van de elektronische muziek zouden kunnen bepalen. Het Californische platenlabel Emanate is het project van ene Deno Vichas die naast eigen werk als if.then.else (zie het uitstekende Pause van vorig jaar) ook een uitlaatklep biedt voor bevriende artiesten als OST, Lilienthal en Solenoid. De uitgaves van Emanate worden meestal in een kleine oplage en in een speciale verpakking verspreid. Diffusion Chamber van software-ingenieur en elektronicamuzikant Chris DeGiere werd geperst op blauw vinyl. DeGiere haalde men vorig jaar na enkele geslaagde liveconcerten op het oude continent al binnen als één van de grote beloftes van de Amerikaanse experimentele techno. Door de juridische problemen van labelbaas Deno Vichas werd de release van zijn debuutplaat op diens Emanate echter alsmaar uitgesteld. Diffusion Chamber telt vier tracks waarop DeGiere weifelt tussen gestoorde en abstracte beats en overstuurde minimal techno. De hoesillustraties en de titels verraden een fascinatie voor de subatomaire wereld van elementaire deeltjes.
Aan de andere kant van de oceaan vinden we het razend interessante Vertical Form dat op korte tijd met een stroom aan uitstekende releases een onverwoestbare reputatie uitbouwde. Het label beperkt zich daarbij niet tot min of meer bekende namen maar durft ook eens te graaien in de grabbelton van de nieuwe elektronica. Nick Rapaccioli is zo’n nobele onbekende. Voor de kenners behoeft hij geen introductie. De man zat onder meer achter de knoppen bij het maken van het nieuwe Leftfield-album Rhythm & Stealth en werkte samen met al wat naam en faam heeft in de experimentele techno-scčne. Na een relatieve windstilte keert Rapaccioli even terug naar Vertical Form met de uitstekende 12” Compare/Skima. Het typische Rapaccioli-geluid bestaat uit stuiterende grooves die gedragen worden door gestoorde melodielijnen en knetterende diepe bassen met een licht experimentele toets.
LOW RES, Blue Ramen (Plug Research/Aim Records)
De Amerikaan Danny Zelonky is in al zijn gedaantes een even onvoorspelbaar als compromisloos muzikant die alle vooroordelen overboord gooit en graag met nieuwe dingen uitpakt. Als Low Res bracht hij in ’98 Approximate Love Boat uit, een poging om alle gangbare muzikale conventies opzij te schuiven. Een stel aliens had wat muziek gepikt van de mensheid maar verloor de bandjes onderweg. Ze probeerden de ritmes en melodieën uit het hoofd terug samen te stellen. Als denkoefening kon het album tellen. Maar ook als muzikale uitdaging! Uren besteedden we om alle referenties eruit te halen. De geniale Zelonky schiep een mijlpaal maar de wereld haalde de neus op voor zoveel vernuft. Low Res ging een tijd terug naar af. Zelonky bleef ondertussen actief als Crank en bracht onder die naam twee albums uit op het Duitse Mille Plateaux. Wanton Phenomena sloeg wild om zich heen met duistere elektronica en knettergekke beats. Zelonky schudde zijn muzikale vuilnisbak nog maar eens leeg op Heftibag. Hier zocht hij wat rustiger wateren op met meer ruimte voor de ritmes en de jazzinvloeden, die reeds te vinden waren op zijn vroegere werk. Heftibag was opnieuw een miskend meesterwerk dat het beste van de experimentele elektronica combineerde met een duik in alle mogelijke muziekstijlen. In de jaren die volgden, bleef Zelonky actief met zijn projecten Joey Mook vs. Lester Pride (op het Brugse Aim) en met MVFS (project met Dimitri Fergadis van Phthalo, ook op Aim). Voor zijn nieuwe cd Blue Ramen sloegen Aim Records en het Amerikaanse Plug Research de handen in elkaar. Aim verzorgt de vinylversie. Plug Research brengt de cd-versie uit. Als eigenlijke opvolger van Approximate Love Boat ligt het album toch veel meer in de lijn van Heftibag. De aliens leerden hooguit om hun instrumenten te stemmen en om ze ‘correct’ te bespelen. Natuurlijk is er nog steeds die vertrouwde en onmiskenbare Low Res-sound. Maar het in oorsprong extreme en experimentele geluid is zorgvuldig afgevijld en maakte plaats voor een soort synthetische jazz- en lounge-sound. ‘Shaftasia’ lijkt een uit de hand gelopen soundtrack voor een Bollywood-film. ‘Baila Mami’ drijft zowaar op een zwoel Cuba-ritme. ‘Blue Ramen #3’ en ‘Blue Ramen #2’ zijn gesofistikeerde jazzdeunen waar de geest van John Coltrane even van achter een dikke wolk sigarenrook piept. Het is allemaal zeer tongue-in-cheek en niet echt ernstig te nemen. De ingehouden ironie en humor druipen er zo van af. Op ‘Chalky’ zweven ijle synths boven cheesy orgeltjes die in de clinch gaan met complexe jazz- en hiphopritmes. Op ‘Dirty Serenade’ en ‘Inverse Shift’ waan je je zo in een stripbar met slecht gestemde piano’s en een fout orkestje. Op ‘Heliotropic 5’ lijkt het alsof er een echte contrabassist aan het werk was. Zelonky muteert in een krasse, oude jazzknar die schijnbaar naar hartelust improviseert. Paradoxaal genoeg is deze ‘Blue Ramen’, los van wat vooraf geschiedde en wat Zelonky nog zal uitvreten, een zeer geslaagd en genietbaar album. Er schijnen plannen te bestaan om met een echte band op pad te gaan om de muziek live uit te voeren. Benieuwd naar het resultaat.
PHILIP JECK/JACOB KIRKEGAARD, Soaked
JÓHANN JÓHANNSSON, Englabörn
HAZARD, Land
(Touch/Import)
Na enkele mooie Touch-releases in het voorjaar is hier opnieuw een triootje albums om uw nazomerdagen goed te maken. Zowel Philip Jeck, Jóhann Jóhannsson als Hazard hebben albums uit van een uitzonderlijke kwaliteit. De experimentele turntable dj Philip Jeck heeft een reputatie hoog te houden. Na het schitterende Stoke, dat enkele maanden geleden uitkwam, is hier alweer een nieuw album van zijn hand. Soaked is een eenmalige samenwerking met b>Jacob Kirkegaard van het Deense mixed media combo Aerter. Het album is opgenomen tijdens het Duitse Moers Jazz Festival in mei. Jeck is zoals gewoonlijk druk in de weer met het manipuleren van draaitafels en vinylplaten. Gospelstemmen faden in en uit. Gebroken en haperende vinylschijven vormen stotterende en hikkende ritmeblokken. Kirkegaard voegt er samples en elektronica aan toe. Door de symbiose tussen de twee artiesten kun je moeilijk uitmaken wie wat doet. Soaked begint als zacht knetterende ambient maar ontaardt naar het einde toe in een luidruchtig crescendo met een grandioze en furieuze finale van kletterend vinyl dat opbokst tegen een inferno van elektronische klanken. Componist Jóhann Jóhannsson is op korte tijde de te volgen man geworden in zijn thuisland Ijsland. Samen met Kristin Bjork is hij oprichter van het befaamde label en actieplatform Kitchen Motors. Hij maakt tevens deel uit van het Apparat Organ Quartet, een ensemble dat hemelse muziek puurt uit afgedankte orgels. Jóhansson werkte onder meer samen met Marc Almond, Barry Adamson, Pan Sonic en The Hafler Trio. Zijn eerste soloalbum op Touch is een soundtrack bij het extreem gewelddadige theaterstuk Englabörn (‘Engelenkinderen’) van zijn landgenoot Hávar Sigurjónsson. Om het contrast met wat op scčne gebeurt te bekrachtigen, componeerde Jóhannsson de mooiste muziek die hij zich kon en. Met behulp van een strijkkwartet, piano, orgel, glockenspiel en percussie wordt hier een idyllische wereld geschapen die fel in tegenstelling staat tot de brutale inhoud van Englabörn. Smaakmaker is de opera-achtige voordracht door een computerstem van het gedicht ‘Odi et Amor’ van de Romeinse dichter Catullus.

Hazard is de jonge Zweed Benny Jonas Nilsen die in het begin van de jaren negentig deel uitmaakte van het industriële gezelschap Morthond. Als Hazard bracht hij een viertal albums uit op Touch en op de nevenpoot Ash International. Nilsen werkt vooral met omgevingsgeluiden. Vorig jaar verscheen op Touch het merkwaardige Wind, waarop hij samen met Chris Watson elektroakoestische opnames verzamelde van extreme weersomstandigheden. Op Land staan zeven korte tot langere stukken die variëren van de evocatie van de groezelige sfeer van een onderaardse metrotunnel (‘Substation’) tot het bijna idyllische ‘Windmill’. De meeste nummers worden voorzien van subtiele elektronica zodat je dit album naar believen kan beluisteren met de volumeknop volledig open of louter als omgevingsmuziek.
POLWECHSEL/FENNESZ, Wrapped Islands (Erstwhile Records )
De kruisbestuiving tussen de verschillende geledingen van de Weense hedendaagse muziekwereld levert dit schitterende plaatje op. Het psychodelische (sic!) hoesje en de belettering verwijzen openlijk naar de ‘fusion’-platen van de jaren zeventig. En wat voor een ‘fusion’! Het viertal Werner Dafeldecker, John Butcher, Michael Moser en Burkhard Stangl van Polwechsel en de laptopcomponist Christian Fennesz
kennen elkaar sinds jaar en dag en werkten al enkele keren samen. Ze stammen uit een volledig andere muzikale hoek maar beďnvloedden elkaar wederzijds. Het overwegend akoestische en minimale Polwechsel maakte op de derde cd, die eind vorig jaar uitkwam, plots op een heel inventieve wijze gebruik van computers. De lange Fennesz-achtige compositie ‘Government’ doorbrak even de geluidsmuur voor een ensemble dat eerder de grenzen van de stilte opzoekt. Jon Abbey van het Amerikaanse Erstwhile Records – die al wat ervaring heeft met boeiende combinaties - had het briljante idee om Polwechsel begin januari van dit jaar gedurende drie dagen met Fennesz in een Weense studio op te sluiten. Wrapped Islands is één van de bevreemdendste albums die je dit jaar te horen zult krijgen. Er werd gedurende de sessies, die opgedeeld werden in acht ‘framings’, overwegend geďmproviseerd op akoestische instrumenten. De inbreng van computers is minimaal. Hooguit wordt hier en daar een subtiele toets aangebracht. In ‘Framing 1’ schurkt een akoestische gitaar zich aan tegen percussieachtige geluiden en tegen de schrapende cello van Michael Moser. De tegenstelling met het soms erg hermetische Polwechsel-geluid van weleer is erg groot. Het klankbeeld wordt hier immers quasi volledig opengegooid. De contrabas van Dafeldecker is bijna voortdurend prominent aanwezig met een sterke hoofdrol op ‘Framing 4’ waar hij geschraagd wordt door ultraminimale clicks’n’glitches. Ook op ‘Framing 2’ leidt dat tot een soort hoogst aangename, boeiende maar volstrekt onaardse improvisatiejazz. De microtonale sopraan- en tenorsaxuitspanningen van John Butcher houden het geheel behoorlijk spannend op ‘Framing 3’ met zijn spaarzame gitaarakkoorden en zijn climaxachtige opbouw. Fennesz cijfert zich hier bijna volledig weg in dienst van het improviserende viertal. Zijn plaats in het geheel is op het eerste zicht niet helemaal duidelijk. Hier en daar levert hij wat sobere interventies op akoestische gitaar. Op ‘Framing 8’ duikt hij heel herkenbaar op. Een tegendraadse gitaarmelodie – Dafeldecker? – gaat in de clinch met een laptop. ‘Wrapped Islands’ is het beste Polwechsel-album tot nu toe met een Christian Fennesz in een zeer ongewone rol. Aanbevolen luistervoer.
VARIOUS, 42 More Things To Do In Zero Gravity/Part One (Uni:form/Import)
Als het waar is dat Ijsland bijna evenveel muzikanten telt als bewoners dan is deze dubbele compilatie daar het ultieme bewijs van. Op 42 More Things To Do In Zero Gravity/Part One van het Ijslandse elektronicaplatform Uni:Form staan een twintigtal artiesten die onder de noemer ambient opereren. Niet ambient als ‘ambient muzak’ maar ambient op zijn Ijslands. De twee cd’s bevatten genoeg variatie en weerhaken voor een boeiende tocht langs Ijslands muzikale wegen. De meeste van die projecten klinken ons voorlopig nog volledig onbekend in de oren. Groepen met raadselachtige namen als Krilli (‘52cd 4kg’), Rhythm Of Snow (‘Getting Closer To An Unknown Goal’), Worm Is Green (‘Sour Muzik’) en Ruxpin (‘First Contact’) beloven in elk geval veel goeds voor de toekomst. Het duo Bjarni Thor Gunnarson en Steindór Kristinsson bracht onder het alias Einóma zopas de schitterende langspeler Undir Feilnótum uit op het Britse Vertical Form. ‘Krome’ werd geplukt van hun debuut-ep op Uni:Form Floating Point By Zero. De compilatie bevat eveneens enkele projecten die reeds doorgebroken zijn aan deze kant van de Noordzee. Múm
figureert op de eerste cd met het door Trabant geremixte ‘Smell Memory’. Ook het min of meer bekende Biogen is prominent aanwezig op de tweede langspeler. De muziek varieert van op beats gestoelde harde techno tot speelse elektronica en weerbarstige ambient. Uitschieter van de dubbelaar is het allerlaatste nummer op de tweede cd. Op ‘Superman’ debiteren Vidar Hákon Gislason en Thorvaldur H. Gröndal van Trabant hun silly lyrics op een remix van Worm Is Green.





