Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Tony Allen over 'Afrobeat' en zijn nieuw album 'Homecooking'
TONY ALLEN: GLOBAL DRUMMER
datum 10.09.2002
auteur Johan Vreys
rubriek Muziek
Op een zomerdag in augustus rookt Tony Allen tussen twee interviewbeurten een sigaret buiten aan de deur van het Brusselse café L’Archiduc. Hij draagt een petje van Radio Multicultural en een jeansvest met stiksels in fluokleurtjes. Niemand kijkt van zijn verschijning op of niemand herkent hem. Urbanmag had het geluk even aan het interviewtafeltje te mogen aanschuiven voor het volgende gesprek.

Het verhaal van zijn eerste stappen in de muziekindustrie is zeer gelijkend aan de verhalen die pakweg Mauro Pawlowski over zijn jeugdjaren kan vertellen. Hoe hij in allerlei balorkesten en clubs verschillende muzikale genres moest spelen, omdat hij zelf geen instrument kon betalen. In Tony Allen’s verhaal zijn alleen de opgesomde muzikale genres wat exotischer, zoals de rumba, tango, juju, yoruba en vooral highlife.

Als percussionist ontwikkelde Tony Allen ondertussen een geheel eigen stijl, die hij samen met Fela Kuti, beiden geïnspireerd door jazz, perfectioneerde tot de Afrobeat. Hij vertelt dan ook fier dat er vier verschillende drummers nodig zijn om hem live te vervangen, bijvoorbeeld toen hij uit Fela’s begeleidingsband stapte om zijn eigen ding te doen.

In het vervolg van het gesprek valt regelmatig op hoe zeer Tony Allen een drummer is, al hoeft hij er naar eigen zeggen zelfs geen instrument meer voor aan te raken. Hij oefent in zijn hoofd. Ik begon zelfs te geloven dat de cliché’s over drummers echt kloppen, dat ze wat wereldvreemd zijn alsof alles in de wereld om drummen gaat.

Al snel stelde ik de prangende vraag die ons hier bij Urbanmag al een tijdje bezighoudt: Wat vindt Tony Allen als grondlegger van de Afrobeat van de huidige revival? Is vandaag het moment aangebroken dat Fela Kuti voorspelde met de woorden “The gods do not want the music to break into the international scene as a fashion ….(but) as a serious cultural episode”?

"Als iedereen weet waarover hij praat, vind ik alles in orde, maar ik wil geen verwarring.Een aantal Amerikaanse bands beweren Afrobeat te spelen, maar ze begrijpen het principe van het genre niet. Ze zitten vanaf de eerste maat in de knoei. Het is een puzzel voor mij, ik begin tussen de maten in te spelen. Technisch spelen die Amerikanen helemaal anders dan mij, maar Afrobeat is mijn eigen stijl, zoals ik de drums bespeel. Ook al is Afrobeat een mengvorm van allerlei verschillende genres, het is mijn stijl. Als iemand wil leren spelen zoals mij, moeten ze maar naar mijn school komen.Ze komen dan aan, ik speel iets voor en laat het hen na doen. Waarna zij dan eerst zeggen dat het onmogelijk is. Het draait om de techniek, weet je. Toen ik in Amerika de jazzdrummers bezig zag, was ook ik onder de indruk. Thuis ben ik op hun stijl beginnen oefenen. Je moet weten, ik praat hier natuurlijk zo gepassioneerd over omdat ik een drummer ben."

URBANMAG: Als je het technische aspect zo belangrijk vindt, hoe staat je dan tegenover samplers en elektronische drummachines?
"Dat is de concurrentie, hun ritmes zijn zo perfect. Als ik speel wil ik nog beter zijn en het ritme verrijken met een menselijk element. Op mijn platen zijn alle drumpartijen dan ook altijd helemaal live gespeeld. Ik laat die machines mijn job niet overnemen."

URBANMAG: Toch klinkt je nieuwe plaat Homecooking zeer clean en gepolijst, misschien zelfs iets te gladjes?
"Dat heb je met opnames en compact discs, die klinken altijd steriel, netjes bijgeschaafd en wat fletser. Te proper, te perfect,... machinaal. Wanneer ik de nieuwe nummers live speel heb je een andere ervaring, veel vetter en ruwer. CD’s en platen behoren tot een andere wereld, een wereld van elektronische snufjes en overdubs, maar man, overdubs zijn als spoken. Het is drummen met schimmen, mensen die je niet ziet.
Je kan een opname en een liveshow echt niet vergelijken, man. Live zie je de andere muzikanten en is er interactie. Ik heb het zelf ook liever ruw en rauw. Er komt bij mijn shows dan ook nooit een drumcomputer op het podium. Je kan het niet vergelijken, een plaat is een plaat, en ja: live is live."

URBANMAG:Je noemt je nieuwste werk radicaal, maar tegelijk klinkt het alsof Amerika toch een ijkpunt was. Was het gladde, organische gevoel van de plaat een bewuste keuze?
"Dat is de productie, de producers willen ook hun boterham verdienen. Dat is de business. Een plaat moet zo klinken, anders zegt iedereen dat ze slecht gemaakt is en wil niemand ze kopen. Platen hebben natuurlijk ook hun eigen kracht.
Afrobeat begint nu pas echt door te breken, dankzij de opnames en platen. Hoewel het al jaren bestond, en er niets gebeurde. En toen plots, boem, gebeurde het wel, toen Fela Kuti stierf. Ik vraag me nog altijd af hoe en waarom...ik vraag me het nog altijd af en ik betreur nog steeds dat Fela’s platen pas vlot over de toonbank begonnen te gaan na zijn dood.
Het succes begon eigenlijk pas toen gereputeerde deejays de platen in hun sets begonnen te draaien, en er met hun elektronische apparatuur aan begonnen te prutsen, met de remixen enzo. Gelukkig worden de mensen dankzij die remixen nieuwsgierig naar het origineel. Die oude platen worden nu hier heruitgebracht, anders waren ze hier nooit uitgekomen.
Succes in de muziekwereld is zo onvoorspelbaar en onberekenbaar dat de muzikanten er onder lijden. Ik zou mijn kinderen steeds afraden muzikant te worden, zeker als je Fela’s leven bekijkt."

URBANMAG: Het lot van Fela zal wel erg bepaald zijn door zijn Afrikaanse afkomst en identiteit. De commerciële netwerken van platendistributie en radio’s zijner niet zo een uitgebreide en geoliede machine, zoals in het Westen. In Amerika zou zijn carrière er wellicht helemaal anders hebben uitgezien. Wat vind jij trouwens van de verhouding en relatie van het Westen tot Afrikaanse muziek?
"Jullie beeld van Afrika is helemaal bepaald door het hardnekkige cliché van de ‘African drummer’. Jullie denken meteen aan de ritmes van een jembe of een tamtam, maar dat is natuurlijk een totaal vertekend beeld. Wat hier Afrikaanse muziek wordt genoemd, is een zeer eng en specifiek genre. Het zijn de ‘primitieve’ ritmes die de kinderen op straat spelen, al roffelend en kloppend op alles wat ze kunnen vinden. Alsof er in Afrika alleen infantiele kinderritmes worden gespeeld, dan hebben ze nog nooit aandachtig naar een plaat van mij of een andere Afrikaanse artiest geluisterd. Ik noem mezelf geen Afrikaanse drummer, ik ben een drummer. Gewoon een drummer, of noem het hoe je het wilt noemen. Als het te moeilijk wordt, noemen ze het hier al snel Afrikaans en exotisch. Westers drummen is voor mij geen drummen, dat is een peutertuinversie voor mij. Ga naar Afrika, en stel je eigen ritmes samen. Dat heb ik ook gedaan met Afrikaanse tot Amerikaanse (jazz) invloeden, ik ben een ‘global world drummer’.
Flexibiliteit in je spel is belangrijk, zonder flexibiliteit ben je niets. Je moet al je spieren erbij gebruiken en goed je huiswerk maken, net zoals mij. Er is op deze wereld geen enkele muziek die ik niet kan spelen. Ik kan de drums spelen op allerlei muziek, noem maar op: Arabische Chinese, Japanse, Vietnamese... mijn ritmes worden afgeleid vanuit de muziek zelf, en dan gaat het vanzelf."

URBANMAG: (Ondertussen kreeg ik het behoorlijk op mijn zenuwen, alsof muziek enkel drums waren.) Op de plaat en tijdens concerten voeg je aan de drumpatronen van alles toe, zoals bijvoorbeeld zang en spoken word. Hoe bepaal jij met wie je werkt?
"Ik kijk gewoon wat ik wil, voor de nieuwe plaat wou ik r’n’b, rap en hiphop. We hebben eerst gesproken met enkele Amerikaanse artiesten, maar ze deden te moeilijk. Ze haakten één voor één op het laatste moment af. They chickened out... Hun managers vertelden dan dat zij het te druk hadden. Ofwel stelden ze veel te hoge eisen en voorwaarden.
Ondertussen had ik wel een zeer duidelijk doel voor ogen, ik wou hiphop. Zo kwam ik terecht bij de Unsung Heroes, die de plaat produceten, en zij hadden al die connecties met Damon Albarn (van Blur, red.), Merry Lee, Ty, en zo verder. Daarna gebeurde alles spontaan en ongepland.
Damon bijvoorbeeld is een fan van mij. Hij draait mijn platen en hij zingt over mij op zijn eigen platen. De Heroes vertelden mij dat hij met mij wilde werken, dus spraken we eens af.
Ik ben bij niemand aan de deur gaan kloppen, ik ben er zelfs van overtuigd dat er ongekend talent is dat veel beter is dan die zelfingenomen Amerikaanse sterren. Ik ben daar dan ook naar op zoek gaan, behalve Damon en Ty zal je niet veel vocalisten van mijn plaat kennen. Ik heb dan ook twee jaar aan deze plaat gewerkt. Ik wil je iets nieuws leren kennen, je nieuwsgierig maken naar de eigen muziek van die zangeressen.

URBANMAG: Zang is nauw verbonden met teksten, de teksten op jouw platen zijn wel erg verschillend dan de militante teksten van Fela of Antibalas. Jij bent minder expliciet politiek geëngageerd, jouw bekommernis lijkt meer te gaan naar rechtvaardigheid en sociaal bewustzijn.
"Wat Fela deed, was goed en noodzakelijk, maar dat hebben we nu wel genoeg gedaan. Hij was confronterend en beschuldigend. Ik denk dat je een ideologie niet moet of kunt opdringen. Het is beter mensen aan te spreken en te inspireren: “to appeal”. De mensen zijn dan ook veel meer open voor de boodschap die je hen wil vertellen, zoals dat er zoveel mensen honger en pijn lijden en dat daar beter geld wordt in gestopt, dan in bommen en wapens. Het is beter geld uit te geven voor het leven, dan voor destructie. Muziek kan zo ook een wapen zijn. De machtshebbers zullen niet luisteren als je hen persoonlijk beschuldigt, maar je kan ze met je muziek wel aanspreken."

Toen zat onze interviewtijd er op, maar achteraf zat ik toch nog met de vraag waarom Tony Allen absoluut een “hiphop” album wou maken. Homecooking is inderdaad een plaatje dat vrij naar Tom D. Brown: “gewillig zijn neus richt naar remixers, samples en tussen de billen jonge miekes die minimaal gekleed hun gat shaken”. De kritiek die Tom heeft op de zwaar gepushte releases van Femi Kuti, zal ook wel eens in verband met Homecooking worden geuit: “helaas té Amerikaans & té r'n'b”.
Een mogelijke verklaring: Vanuit de hiphop-wereld was er al een tijdje interesse voor Afro-beat. Wanneer je dan opmerkt dat hiphop eerst tot een bijna exclusief expressiemiddel en identiteitskenmerk van de “zwarte” medemens is uitgegroeid, om vervolgens samen met ‘arrenbie’ uitgeroepen tot worden tot de nieuwe “popmuziek”; dan is de grote aantrekkingskracht van hiphop op Afrikaanse artiesten misschien sneller te begrijpen. Die ‘novelty miekes’ stonden enkele maanden geleden toch nog met hun kont te draaien op arrenbie-feestjes zoals ‘City Queens’...
De ‘mainstream’ hiphop heeft voor de Westerse muzikale fijnproever, die (dwangmatig(?)) op zoek gaat naar steeds (ver)nieuwe(nde) geluiden, misschien al een tijdje een te platte smaak, onze Afrikaanse vrienden kunnen er blijkbaar nog even opwinding en inspiratie uit putten.
Totnogtoe werden Tony Allen’s ritmes reeds al break beats in hiphopnummers gebruikt, op zijn recentste plaat probeert hij zijn Afrikaanse muziek een volwaardig plaats te geven binnen een hiphopcontext, om zo twee stijlen met elkaar te versmelten. De missie van een ‘global drummer’.

Homepage

Homecooking is uit op Comet en wordt in de Benelux verdeeld door Bang!
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie