Het congres begon met een heldere lezing van Johan Thielemans met een bijzonder ambitieuze doelstelling: een twintigjarige evolutie van de Nederlandstalige theaterschrijfkunst in pakweg dertig minuten prangen. Het lukte Thielemans wonderwel. Niet omdat de Nederlandstalige theatertekstproductie aan bloedarmoede lijdt. Het was gewoon Thielemans redenaarstalent die voor deze topprestatie zorgde. Via o.a. het Werktheater, Actie Tomaat, Hugo Claus, Mimicry, Rijnders en Strijaards belandde hij uiteindelijk bij de slotconclusie waarin hij de huidige theatertekst typeerde als een zeer transparante tekst, met een belangrijke rol voor de vertellers en zeer korte replieken (als exponent van de chaotische zapcultuur). Alles is nu als theatertekst bruikbaar, bedenkt Thielemans. Maar de Nederlandse theaterpraktijk hanteert bij voorkeur een bourgeois perspectief. Wanneer komt er aandacht voor alles wat er zich onder en boven deze bourgeois gordel afspeelt, klonk het uitdagend?
De vraag werd netjes onder het tapijt geveegd. De intrigerende lezing van Paul Pourveur waarin ons (als “weeskinderen van de werkelijkheid”) beeld van een gefragmenteerde werkelijkheid en de eigenheid, de drijfveer van het schrijven bevraagd werd, prikkelde nog even de kritische gemoederen maar ook dit bleef bij een korte, intense prik. Op dit congres moest men vooral luisteren naar de overtuigende succesverhalen en de talrijke tips noteren.
Kritische kanttekeningen werden voor de receptie en misschien voor een volgend congres gereserveerd. Na Pourveur werden de twee radicaal tegenovergestelde maar even bevlogen theaterschrijfcursussen van respectievelijk Thomas Verborgt (docent ’t Colofon) en Christophe Nirav (hoofd schrijfopleiding HKU) voorgesteld. Terwijl Thomas Verborgt de nadruk legde op het verkennen van en vertrekken vanuit een personage in een realistische context, beklemtoonde Nirav te vertrekken vanuit de kleinst mogelijke eenheid, vanuit de taal. Nirav concludeerde dat Verborgt vanuit het grote naar het kleine werkt terwijl hij vanuit het kleine naar het grote toe werkt. Het personage is er geweest in deze postmoderne tijd, aldus Nirav.
Terwijl deze vurige pleidooien het gehoor verschroeiden, werd De Brakke Grond druk omgewoeld door tal van schrijvende groepjes onder het leiderschap van toneelauteurs als Peter Van Lint, Suzanne Van Lohuizen, Koos Terpstra, Christophe Vekeman, Heleen Verburg of Peer Wittenbols. In de loop van de namiddag sijpelden brokjes tekstdiamanten de grote zaal binnen, nog groen achter de oren maar ontwapenend oprecht.
Het namiddagprogramma was uiterst verstandig ingevuld. Na de ietwat academisch aandoende lezingen van de voormiddag was de namiddag vooral opgevuld met ronduit sterke en ontroerende tekstlezingen. Een broze Katrin Verlende (Victoria) vertolkte twee sterke monologen van Pam Emmerik: “I love you in de bosjes” en “Kunst is een vreugde voor altijd”. In combinatie met de sobere maar eigenzinnige diaportretten en videofilm werden beide monologen tot krachtige minivoorstellingen die het alledaagse tot het sobere, tragikomische verhieven. De krachtige agressief aandoende voorstelling van Guido Pollemans sloeg evenzeer gensters. Zo intiem als Victoria uitpakte, zo keihard nam Pollemans de koe bij de horens: keiharde techno, rammen van preistaven, … De heftige vertelling ontplooide zich tot een intrigerend portret van een onzekere en kwetsbare jonge knaap. Als derde in de rij werd het congrespubliek vergast op de tekstlezing “Koorts” van Paulette Smith. Een levendige lezing door Cosmic Theater van een niet onaardig stuk dat duidelijk een multiculturele boodschap wilde uitdragen. Drijvend op de nodige humor werd het stuk net niet drammerig of voorspelbaar.
Er werd stijlvol afgesloten met een waaier aan teksten uit de workshops. Het gaat goed in Nederland, goed met de (toneel)schrijfopleidingen, goed met de afgestudeerde producten, goed met de tekstproducten van die afgestudeerde producten. Dat leek de boodschap wel. Het gaat zo goed dat men blijkbaar op zoek moet naar schrijfinspiratie in opleidingen. De vorm wordt uit een lessenpakket en niet uit noodzaak op de vloer of een andere omgeving geboren. Emotie wordt eerder opgeroepen dan het startpunt van het eerste woord te vormen. Is dat ook goed? Zweeft hier geen verdonkeremanend luchtje voorbij?
Publicatie: Theater en Educatie. Toneel Schrijven – Kunst of Kunde, VAN BAKELEN, M. P. (hoofdred.), Voorhout, jaargang 8, nr. 2, 2002, ISBN 90-806400-4-2.






