Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Els Van Steenberghe:
“Balmoral”, coördinatie: de Kopergietery, regie: de Kinderrechtenorganisatie…
Over uitgeslapen multimediale theatervoorstellingen
Pascale Platel verovert de grote Theaterfestivalprijs
Zeilend tussen Cultuur en Onderwijs. Een verslag.
THEATERFESTIVAL 2002 - SLIK?!
datum 07.09.2002
rubriek Podium
Soms kan je je aan een debat laven. Kietelt de geur van pittige, gebrande antwoorden en vragen je reukorgaan, terwijl je gretig de bevlogenheid van de verhitte gezichten afleest. Het pillendebat bracht een ode aan de kunst, was vaak onderwijzend maar allerminst heet. In plaats van de gensters de lucht in te zwieren, kreeg je het gevoel naar een slapjes, ineengeploft souffléetje te zitten staren. De moedeloosheid van dit beeld, illustreert het gevoel waarmee voor sommigen het gesprek (tijdelijk?) werd afgesloten.
Een verslag vanuit het slagveld.

Tal van titelideeën passeren de revue. Zoals: “Koeieloeren”, “Koekeloeren in de transitzone”, “Bodemloos gekwebbel”, “Onderwijs onbekend”, enzovoort. Samen drukken ze de allerminst vinnige en vrolijke sfeer uit die het debat kenmerkte. Het had nochtans een mooie ontmoeting kunnen worden. Een theatraal gynaecologisch onderzoek waar nu eindelijk eens ging ontdekt worden wie welke pil moest slikken om zich met vers geld te bevruchten. Niemand werd bevrucht, misschien overwegen sommigen wel om een spiraaltje te plaatsen…

Alles begon in kalme vruchtwateren. De sprekers, Jan Staes (Canon Cultuurcel), Klaas Tindemans (adviesgroep “Professionele tijd”, RITS-docent en dramaturg bij De Roovers), Kiki Vervloessem (educatieve dienst van Het Toneelhuis), Gerard Verfaille (Limelight) en Mieja Hollevoet (educatief medewerkster én theatermaakster bij Bronks) hadden hun passie eventjes op stal gezet en lieten vooral hun ervaring en verstandelijke capaciteiten spreken. Het leverde stuk voor stuk heldere en bevlogen persoonlijke statements op die volronde kiemen in zich droegen om tot een prikkelend debat te bewegen maar zelf niet al te kritisch waren om onmiddellijk in discussie met elkaar te treden. Het eerste deel kon beschouwd worden als het duidelijk formuleren van grieven, wensen, tekortkomingen en ervaringen. Jan Staes fungeerde eerder als de verdienstelijke sprekende samenvatting van het ondertekende protocol tussen Cultuur en Onderwijs. Na zijn heldere uiteenzetting wist iedereen dat het protocol aan een slakkentempo afstevent op een, eerst voorzichtige en decennia later innige, omhelzing tussen Onderwijs en Cultuur. Wat een toekomst belooft dat te worden! Maar eerst het heden, zwanger van klaagzangen en kritiek.

In de presentatieronde werd vooral een helder beeld geschetst van het in de praktijk werken met jongeren. In dit werken met jongeren blijkt de werkwijze van cultuur- en onderwijsmensen fundamenteel verschillend. Men spreekt een andere taal, theatermensen hechten meer belang aan het individu en de individuele, intieme beleving dan dat onderwijzers dit willen en kunnen doen. De onderwijssector is bovendien aan handen en voeten door verstikkende structuren gebonden, verduidelijkte Hollevoet. Samenwerking wordt hierdoor, zacht uitgedrukt, bemoeilijkt. Hiér moet het protocol wat aan doen, klonk het dringend. Een eerste stap had tijdens het debat kunnen gezet worden maar de onderwijzende partner was waarschijnlijk boeken aan het kaften (of nog snel voorraden kaftpapier en potloden aan het inkopen). Goede start! Tindemans’ betoog voor het in het leven roepen van een “Master of Education of Arts” kon op geïnteresseerde maar onzekere blikken rekenen. Een rijk idee, maar nog te embryonaal om reeds naar waarde te oordelen.

Na de cakewalk tijdens de wandelgangsessie kwam het veelbelovende debat eraan.

Het woord debat is misschien wat hoog gegrepen. Het vergleed tot een geanimeerd gesprek waarbij Jan Staes een ferme veeg uit de pan te verwerken kreeg van Barbara Wyckmans omdat Canon Cultuurcel, aldus Wyckmans, niet zozeer zelf initiatieven moet ontwikkelen maar vooral een beleidscentrum en voorwaardenscheppend orgaan moet zijn. De mensen van onderwijs en cultuur, in het bijzonder jeugdtheater, zijn geestesgenoten, aldus Wyckmans, die bekommerd zijn om hun budgettering. Momenteel gaan artistieke lonen op aan (noodzakelijke) educatieve medewerkers. Voila, het grote woord was eruit. Ann Olaerts beaamde, enigszins overbodig, dat dit net het doel van het toekomstige steunpunt Cultuur en Onderwijs was om een dergelijke functie uit te oefenen en de subsidieregelingen in betere banen te leiden. Maar ondertussen moet men dus wel voort roeien met de (ingekorte) riemen die men heeft. Wie schudt er een tussenoplossing uit de mouw, vroeg Mieke Versyp (dramaturge Kopergietery) zich af?

Goede vraag. Het antwoord zou als volgt kunnen verwoord worden: komt tot u zelve in rust en kalmte, en ploegt zoals de boer voort ploegt. De adviesgroepen doen hetzelfde. Zo blijft iedereen in eerste instantie (ogenschijnlijk) naast elkaar werken (zwoegen?) om misschien binnen een kwarteeuw elkaar in een steunpunt te vinden. Nathalie Roymans (regisseuse bij Het Gevolg) stelde voor om ondertussen met veel goesting en passie voort te werken en veel in beweging te brengen. En de pers bestoken, voegde Leen Thielemans (Kunst-in-Zicht en adviesgroep “Schooltijd”) er enthousiast aan toe.

Flink jeugdig idealisme dat echter iets te onbezorgd aan de door financiën gedirigeerde realiteit voorbij lijkt te gaan. Er werd een debat georganiseerd om te weten waar de adviesgroepen staan. De jeugdtheatergezelschappen kwamen erop af om hun ongerustheid te uiten, het onderwijs stuurde vooral zijn kat. De bereikte antwoorden doen eer aan het traditionele flopdebat: de adviesgroepen staan nog nergens, meer geld komt er voorlopig niet en een open debatcultuur kan blijkbaar alleen op een virtueel niveau. En de onderwijssector lijkt nog altijd meer op een verre suikertante dan een boezemvriendin. Zolang de zwangerschap, bevalling én geboorte van het steunpunt niet achter de rug is, zullen bemiddelende organisaties als Kunst-in-Zicht, culturele centra, ... moeten helpen om de rust te bewaren, het ongeduld te stillen en vooral de pil te zwelgen. Dus, waarde schooldirecties, smeer uw portieren zodat ze open kunnen zwieren voor al het theater- en kunstgeweld dat deze organisaties tot bij de leerlingen aandragen.

“Kunst veredelt” volgens de Theaterzaal van Vooruit. Serieus overdreven, ongetwijfeld, maar laat kinderen en jongeren alstublieft uitvinden wat kunst wel of niet kan doen. Kunstig platgelopen schoolpoorten kunnen hierbij een uitgelezen drive-in vormen. Ten aanval!!
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie