En met verve. Briesend komt een blonde vamp haar mening kotsen over de “kitkunderen” van vandaag. Haar tirade wordt met de nodige bravoure muzikaal ondersteund en met driftige stamppassen kracht bijgezet. Het publiek zal het geweten hebben. Kind zijn is erg dus maak je er maar meteen het slechtste van, zodat je voorbereid bent op het al even bezopen volwassen zooitje. Daarom, op aanraden van de spelers, pesten, liegen, roken en schelden maar. Vergeet vooral niet te vloeken en stoere taal uit te rammen. Kick op choquerende oneliners en alstublieft pleeg zoveel mogelijk onzinnig geweld. Dan ben je al een flink eind op weg naar die hemelse volwassenenwereld.
Koos Terpstra, de auteur van deze theatrale scheldpartij, zat blijkbaar met een groot ei (of “kiekenprot” om het festivaljargon even te hanteren …). In plaats van de zoeterige toer op te trekken, koos hij er in zijn tekst voor om de ganse pedagogische heisa ondersteboven te keren en een ranzig, zure kotslucht in woorden te vatten. Een op hol geslagen ode aan de losgeslagen rebel.
Maar daar liet men het niet bij. De ode verkocht de makers blijkbaar zo’n dreun dat ze eerst een fles rode wijn soldaat moesten maken alvorens de scène op te stormen (deze vlucht in de drank verwerd sindsdien tot ritueel binnen de voorstelling). Daarnaast sleurden ze er een halfzachte cowboypantoffelheld aan zijn rode halssjaaltje bij, persten een warme, ellenlange “tongdraaisessie” in de voorstelling en besluiten met een onwezenlijk happy end (namelijk een “levenslustige” monoloog van de uitzinnige, stomdronken fee).
Voeg daar nog de plastic kabouterstoeltjes, de vrolijk geschifte kostuums en het pijnlijk witglanzende grond- en achterdoek aan toe en je bekomt een hoogste bizarre, zichzelf onderuithalende voorstelling.
Net dit contradictoire trekje zou de voorstelling tot een statement kunnen opheffen. Een extreem statement over de betutteling van kinderen, de didactische okselgeur van theatervoorstellingen en seksistische vooroordelen. Het had gekund. Maar niet in de keuken van Artemis. Want precies door het opvoeren van een bedronken fee (belichaming van heimwee naar de idealistische kindertijd), het laten open bloeien van de verliefdheid tussen de twee meest boertige figuren en de gezwinde regie, waardoor de vierde wand er “gepierced” bij hangt, wordt het theatrale, gemaakte karakter van de voorstelling, van het verhaal benadrukt. Ook de vrij automatisch klinkende tekstzegging van de acteurs versterkte deze indruk. Hierdoor bekomt men een compleet verzakte voorstelling die venijnig en bikkelhard uit de hoek wilde komen maar zo schrok van zichzelf dat de vorm waarin ze gegoten werd de inhoud verzoette, karikaturiseerde en misschien wel neutraliseerde en tot “iets” ongeloofwaardigs maakte.
Toch maakt het spelen met de theatrale en maatschappelijke conventies de voorstelling wel tot een pruttelmotortje die het debat over kinderen, theater, enzovoort enigszins kan aanzwengelen. Het feit dat zo een tekst geschreven en (mits zelfcensuur) geënsceneerd kan worden, verklapt misschien iets over een mogelijk aankomende El Niño binnen het Nederlandse jeugdtheater. En hoe afgrijselijk het resultaat ook moge zijn, om zo’n gebeurtenis kon de Theaterfestivaljury blijkbaar niet heen. Deze voorstelling zoekt de polemiek op. Dat is haar toegangskaartje tot de selectie.
Deze anti-pedagogische “njetvoorstelling” bevestigt in haar vorm de pedagogische bekommernis van de makers. Door deze versplitste doelstelling verkrijgt men een voorstelling die als een ontploffende razernij oogt: eerst flink uitrazen om vervolgens de scherven bij elkaar te vegen en vast te stellen dat men niets bereikt heeft. Een moedig experiment, lekker postmodern maar ontzettend ambivalent en hierdoor zwak in zijn gespeelde eigenzinnigheid. Of kinderen hier iets aan hebben, is me volstrekt onduidelijk. Misschien is dat niet de bedoeling van deze (jeugd)theatervoorstelling? Gewoon even proberen doorflikkeren tegenover om het even welk publiek om dan weer netjes (en gelouterd?) in de theaterrangen te marcheren, moet kunnen zeker?
De Artemiskeuken laat zich in ieder geval opmerken. Nu nog wat gerechten die meer dan alleen maar “pittig” zijn.






