In de schijnwerpers staan zes personages. Ze houden angstvallig een glazen
wand vast. Tijdens de hele voorstelling zijn ze noodgedwongen aan elkaar
verbonden opdat de wand niet aan diggelen zou gaan. Alsof het een gewone
straatbabbel is vertellen ze achter de wand over hun aberraties, over wat
in hen omgaat wanneer ze hun slachtoffertjes aanraken. De broze wand staat
in de weg, het beneemt hen de speelruimte, maakt hen tot onbeweeglijke
marionetten
van de situatie waarin ze leven. De wand is de transparante folie waarmee
ze het gedeelde geheim van de incest van verrotting willen vrijwaren. Dat
lukt hen niet. Ondanks maniakale pogingen van de enige ' onschuldige '
volwassene
om de scène schoon te houden, wordt duidelijk hoe vingerafdrukken de wand
doorheen de voorstelling besmeuren. Net zoals de zieltjes van de twee
slachtoffertjes,
Paul en Petra besmeurd worden.
Paul en Petra worden krachtig neergezet door Pepijn Caudron en Inge
Paulussen.
Ze spelen achter dezelfde wand in hun ondergoed, wat hen hulpeloos en
kwetsbaar
maakt. De vuilheid van hun taal en anekdotes contrasteren met de smetvrees
die er op het podium heerst. Kut en vagina zijn schering en inslag. Op een
jolige manier vertellen ze wat vader en moeder zoal met hen doen en wat ze
hebben geprobeerd om eraan te ontsnappen. De argumenten zijn bekend, de
beelden
zijn wreedaardig en snijden recht in de wonde.
Vader, moeder wilt gij eren. De kinderen ontsnappen niet aan de liefde die
ze voor hun bezoedelaars voelen. Ze zien hen graag. Als enige oplossing
vinden
ze de vlucht in de zelfmoord, maar ze geraken niet voorbij het absurde
idee.
Het stuk laat de stem van de kinderen horen, maar ook die van de daders en
die van de getuigen. Ze vertellen over de liefde die ze voor hun kind
voelen,
over het genot dat ze hen proberen te verschaffen. Een jaloerse moeder
laat
haar dochter in de steek, ze heeft het over de angst voor schandalen, voor
eenzaamheid. De getuigenissen vertonen vaak een hoog biechtgehalte, maar
tot echt berouw komt het nooit. De uiteindelijke rekening wordt betaald
door
de kinderen. Als ze al tegen hun ouders gaan getuigen, dan kunnen ze
onmogelijk
alle feiten en data precies onthouden. Het maakt hen tot leugenaars voor
het gerechtsapparaat, het geeft de ouders de bewegingsruimte van de
twijfel.
De stemmen verstommen alleen voor absurde interventies. En net die redden
het stuk van de sociale documentaire. Vader komt overlopen met een
grasmaaier
als het prototype van de brave, onschuldige huisvader. Een elfje dartelt
voorbij. Een acteur loopt als een wolf in schaapsvel over de scène en
wordt
aangemaand om als een normale mens rechtop te lopen. Want normaal zijn ze
toch wel. Miljoenen mensen vergrijpen zich immers aan hun eigen kinderen.
Die kunnen zich allemaal toch niet vergissen.
Als je dat hoort, giert een ijskoude wind door de zaal. Alles bevriest,
behalve
de tijd. Het klokkende geluid dat de hele voorstelling begeleidt, laat
zich
nog steeds horen. Het tikt het leven ongenadig weg.
br>
An Mertens is deelnemer aan de workshop Theaterkritieken. De workshop wordt georganiseerd door het VTi en staat onder leiding van Anna Tilroe.






