Regisseur Luk Perceval bewerkt Karin Jäckel’s tekst over kindermisbruik tot een informeel praatje tussen buren op een toon alsof ze het over het weer hadden. Daarbij wordt geen plat taalgebruik geschuwd. Gelukkig redden de Franse boventitels ons in moeilijke momenten. Het moet nochtans de bedoeling van de makers zijn om een inhoudelijke klaarheid te scheppen, want de acteurs doen met een griezelig klinische helderheid hun ervaringen uit de doeken. De tegenstelling tussen de schijnbaar emotieloze verhalen en de vreselijke werkelijkheid erachter is daarbij bevreemdend.
Gaandeweg wordt ons dan de complexiteit van de verschillende gevoelens tussen de familieleden duidelijk. Zo beargumenteert de dokteres de onschuld van de vrouw: “Hoe kunnen vrouwen nu dader zijn als zij alleen maar “zacht” zijn?” Opa vraagt zich dan weer af of kleine meisjes, die van hun vader houden, geen geboren verleidsters zijn. “Ik heb hem graag, mijn vader” zegt Petra (Inge Paulussen), nadat ze over haar zoveelste vluchtpoging vertelt. De liefdesband van kinderen met hun ouders is blijkbaar onvoorwaardelijk. De vernedering, pijn en angst buigen haar hoogstens om tot een liefde/haatverhouding…De ouders van deze kinderen weten daar handig gebruik van te maken en zien in hun gebrek aan protest een stilzwijgende toestemming. Zo kunnen ze met een gerustgesteld geweten, “Ik zag het kiekenvel van plezier op zijn billekes”, de absurde situatie een schijn van normaliteit geven. Toch zijn deze ouders niet alleen daders, ze worden slachtoffers van hun eigen hypocrisie, bang om hun kind ooit te verliezen. Perceval houdt de schijn van alledaagsheid hoog door ons een typisch Vlaams huisgezin te tonen: een grasmaaiende vader, twee buurvrouwen die over het tuinmuurtje heen roddelen. De opzichtige kostuums doen het tafereel in een fifties-sfeertje baden, waarvan de reden onopgehelderd blijft. Misschien verdient een tijdloos onderwerp een wat meer tijdloze omkadering? Een duidelijkere tijdsreferentie, naar de dutroux-affaire, wordt uiteraard gemaakt door de witte ballonnen, of zijn het opgeblazen condooms… Aan de reacties van het publiek was in ieder geval te merken dat ze hun plaats in het collectief bewustzijn reeds gevonden hebben.
Asem laat ons wat verdwaasd achter door de soberheid van het decor en de naakte, droge eerlijkheid van de misbruikte kinderen. Perceval veroordeelt niet, maar laat het sarcastische karakter van de tekst voor zich spreken. We delen in het schuldgevoel dat de volwassenen hardnekkig van zich af proberen te schudden. Mooi kan je deze voorstelling moeilijk noemen, ontspannend al evenmin. Het is niet het soort voorstelling waarvoor je enthousiast applaudisseert, maar juist deze schroom, dit bevreemdende gevoel achteraf maakt er een geslaagde en beklijvende voorstelling van.
Annelies De Smedt is deelnemer aan de workshop Theaterkritieken. De workshop wordt georganiseerd door het VTi en staat onder leiding van Anna Tilroe.






