Ze zit er ontspannen bij, klaar om te babbelen over knuffels en knuffelen, vertelt ze. Het knuffelidee verbaasde haar enigszins. Want ze is absoluut geen knuffelmens, maar zou het wel willen zijn. Toch zal zij het nooit worden, bedenkt ze. Enkel haar zoontje knuffelt ze graag. Want kinderen zijn onbevooroordeeld, vertelt Platel, ze zijn zoals ze zijn, laten het moment zijn zoals het is. Die grote, warme familie Platel is niet echt een knuffelfamilie. Spijtig. Zelf staat ze er soms dan ook wat ongemakkelijk bij als mensen haar beetgrijpen of als ze anderen ziet knuffelen. Als ze bij andere mensen een zelfde angst, zelfs afkeer herkent, begint haar fantasie onmiddellijk op volle kracht te draaien.
Voor haar is knuffelen een figuurlijk hunkeren naar liefde, aandacht en vooral (h)erkenning. Die hunker bevredigt Platel door op de planken te staan. Geschminkt en gekostumeerd geniet ze van al die blikken. Theater is als gestreeld worden, geknuffeld worden door de ogen van het publiek. Die streling bezorgt haar vaak troost. Ze kan volledig opgaan in dat niemandsland op scène, alles vergeten. Maar tegelijkertijd wil ze met haar theater het publiek troosten, het publiek een knuffel geven. Een knuffel én een kaakslag, voegt ze er snel aan toe. Ze houdt het graag luchtig. Onder die luchtigheid zit er vaak een ernstiger ondertoon. Een toon die meestal het uitgangspunt, de drijfveer van een voorstelling raakt.
Als ze een schrijfopdracht krijgt, start ze steeds vanuit een vraag, soms banaal soms diepmenselijk, waar ze op dat ogenblik mee worstelt. Ola Pola Potloodgat begint waar verliefdheid tussen twee mensen wegglijdt. Hoe behoed je er een relatie voor om saai te worden? Elke voorstelling vormt voor haar een zoektocht. Of beter, een zoeken. Een voorstelling bezorgt haar niet direct een antwoord maar wel een zekere rust, of berusting. Het is zoeken zonder wat te vinden. Net zoals het leven. Het leven is een blijvend zoeken.
Een blijvend zoeken naar perfectie, fluistert ze. Platel is een heuse controlefreak. Ze is gefascineerd door macht, door mythische cultfiguren, hun dood. Is theater dan een middel om die macht te voelen die je als speler op het publiek hebt? Zo sterk wil ze het niet stellen. Theater is eerder een zaak van aantrekken en afstoten. En dat zij veelal alleen op scène staat, komt omdat Platel een echte spons is. Ze dreigt zichzelf helemaal weg te cijferen in een productie met meerdere spelers. Met Randi De Vlieghe kan ze prima samenwerken omdat hij een goede vriend is, haar door en door kent.
Ze houdt niet van knuffelen maar knuffels duiken steeds in haar voorstellingen op. En het meest eigenaardige is dat ze evenmin van knuffelbeesten houdt. Levende beesten fascineren haar wel. Olifanten maar vooral dolfijnen zijn haar lievelingsdieren. Ze zijn de liefste, de verstandigste en de meest heldhaftige dieren. Dat er olifanten in Ola Pola Potloodgat liggen, zitten en dansen (Randi De Vlieghe) heeft met haar verbijstering over de leefomstandigheden van die dieren in dierentuinen te maken. Ze boog die ontroering om tot een aangrijpend, triest personage binnen haar stuk in.
Maar Pascale Platel leeft hoegenaamd niet tussen de knuffelbeesten. Geef haar maar een knusse knuffelhoek, vol kussens en een gordijn waar ze achter kan verdwijnen, opgaan in stilte en in zichzelf. Aan zichzelf, haar fantasie heeft ze vaak genoeg om troost, rust te vinden. Ze maakt haar knuffels liever zelf. Een antieke metalen koekendoos een gezichtje geven of fantaseren bij een antieke gymbok of plint, betekenen veel meer voor haar.
Misschien vertellen sommigen aan een knuffel wat andere mensen in een dagboek schrijven? Ze knikt enthousiast. Ze heeft al altijd dagboeken volgeschreven en getekend. Van elke voorstelling houdt ze tevens een soort persoonlijk “logboek” bij. En elke creatie vertelt een stukje over haar leven, haar bekommernissen. Wat ze in een theatertekst schrijft, is verankerd met iets diepers, iets bruters dat ze op de scène enkel in een tintelende verpakking kwijt kan. De macht die ze over het publiek heeft, wil ze inzetten om hen in meer onderhuidse lagen te voeren waar die emotionele kwetsbaarheid niet meer onder grapjes en vrolijke liedjes verborgen wordt. Dat is haar toekomstige zoektocht.
Maar eerst is er de tournee van Ola Pola Potloodgat. Ik wil nog weten waarom ze dan voor zo’n pluizig, “knuffelig” decor heeft gekozen. Een huiselijke keuze, eigen aan haar kreeftteken, zo blijkt. Als onvervalste kreeft heeft ze wat van een moederkloek, een huismus in zich. Wanneer ze op tournee is met haar voorstellingen of in de kille ochtenden jonge leeuwen moet zien te boeien dan is het van wezenlijk belang dat haar decor als een thuis aanvoelt. De zetel van De Koning van de paprikachips was ook zo’n heerlijke relaxplek. Na de voorstelling werd het decor haar huis. En dat wilde Platel in Ola Pola Potloodgat opnieuw, nog beter, verkrijgen. Een gezellige plek op de planken waar ze zich veilig voelt, kan rollebollen, indommelt en samen met de kinderen op reis trekt. Samen met kinderen, ja. Het is niet alleen een eer om voor hen te spelen maar jeugdtheater is ook de vorm waarin ze zich als theatermaakster goed voelt, waar ze haar ding kan doen.
En laten we hopen dat ze dat nog lang mag doen.
(Deze tekst werd geschreven na een gesprek met Pascale Platel op donderdagavond 28 augustus 2002.)






