Friedrich Nietzsches (literair genie) accurate beschrijving is meer kernachtig
- Aangenomen dat de waarheid een vrouw is - ,wel? is de verdenking dan niet gegrond dat de filosofen, voorzover zij dogmatici waren, geen van allen veel verstand van vrouwen hadden? Dat de akelige ernst, de lompe opdringerigheid waarmee zij tot dusverre de waarheid benaderd hebben, onhandige en ongepaste middelen waren om uitgerekend een vrouwspersoon voor zich te winnen? Zeker is dat zij zich niet heeft laten winnen: - en alle dogmatiek staat er vandaag bedroefd en moedeloos bij. Als zij tenminste nog staat! -
Uit: Voorbij Goed en Kwaad
Nietzsche gaat blijkbaar nog verder in zijn betoog. Hij vereenzelvigt de waarheid met het wezen van de vrouw en laat de filosoof in zijn hopeloze flirt met haar verstrikken. Nietzsche veronderstelt zelfs dat in zijn finaliteit deze relatie uiteindelijk tot niets heeft gediend en verworden is tot een karikatuur, zijn oorspronkelijke uitgangspunt. Het is echter opvallend hoe hij de masculiniteit van de filosoof en diens dogmatische houding expliciet laat contrasteren met het schijnbaar contemplatieve karakter van het vrouwspersoon. De filosoof interesseert blijkbaar veeleer het uitgesproken overwinnen van het perifere vrouwelijke karakter en dit in zijn mannelijke geaardheid: zonder een vleugje fantasie en in een zo kort mogelijke tijdsbestek. Een beschrijving die ons niet volledig vreemd is, zo zal menig vrouwpersoon verklaren en moeten we eerlijkheidshalve (en gemakshalve) toegeven. Daarentegen blijkt uit de rol die Nietzsche de vrouw in deze relatie toedeelt enigszins de onderschatting die ook hij placht te maken. Alsof men enkel streeft naar haar goedkeuren en hierin afhankelijk is van de middelen, in welke hoedanigheid ook, die men meent te moeten aanwenden. Alsof men de waarheid als een wild dier tijdens de jacht naar de klemmen kan lokken of welgemikt (aan flarden)schiet. Een spel dat telkenmale een zelfde verloop kende en daarom stelt Niezsche een nieuwe methode in het vooruitzicht. Meer dan een eeuw later worden we echter telkenmale met een zelfde probleem geconfronteerd, de filosofie daarentegen ging er wel op vooruit.
De antwoorden blijven ons dus ontbreken, sterker nog, het is ten zeerste twijfelachtig of enige verheldering hiertoe al bestaat. We kunnen het probleem daarom enkel beschrijven en vanuit die observatie pogen te redeneren. Maar we moeten ons hierbij van elke fixatie weerhouden en daarom moet de betrokkenheid met het subject van minimale aard zijn. Het beest zal ons immers slechts naar zijn nest leiden wanneer het onze aanwezigheid niet vermoedt. Slechts in de moederschoot zijn immers de antwoorden voorhanden, zij het kortstondig aanschouwelijk vooraleer onze nabijheid kenbaar wordt. Op dat moment zal zij ontegensprekelijk haar nest met haar gift omsluiten of deze vernietigen. Wat ons in dat geval rest zijn vage sporen en een hernieuwde leegte.
Weinigen hebben deze houding gehandhaafd, nog minder wisten zich hierbij van alle fixatie te bevrijden. Het is de Franse romancier Gustave Flaubert die in hoogste uitzondering zijn ervaren ook duidelijk heeft verwoord in een literair oeuvre dat de vrouw quasi thematisch het verloop van het verhaal doet bepalen. Zijn vrouwen hebben - althans wat Madame Bovary en L’Education Sentimentale betreft – ook een opvallende gemeenschappelijkheid: het zijn fatale vrouwen, femmes fatales! Die fataliteit wordt echter in zijn verschillende verschijningen beschreven, maar is immer daar.
Het is geen conclusie, maar veeleer een gevoel dat je na het lezen in een korte tijdstonde doet beslissen: FLAUBERT IS JUIST, EEN WAARHEID ALS EEN KOE. De fataliteit van de vrouw is een creatie, net als de roman. Een vreugdevuur dat we met onze verlangens trachten te voeden tot hoge vlammen die ons het zicht rondom weten te ontnemen. Het is onze droom die niet mag onderbroken. Al zijn de motieven van Flaubert hiertoe onbekend (zijn werk is doorspekt met autobiografische gegevens), de vrouwelijke personages uit beide romans doen een vergaande beschouwing vermoeden en verkennen de polariteit tussen twee karakteriseringen van onze fantasie: heerlijk en begeerlijk.
Heerlijk is Madame Bovary, de energieke vrouw die zich in een saaie provinciestad stilaan laat overmeesteren door een romantisch verlangen naar de grootstad. Haar ambitie overheerst dra haar daagse leven, alsook het leven van haar man, die in een blinde naďviteit leeft. Zijn leven verwordt niet meer dan een uitholling, een schampschot van de liefde die hij voor haar voelt. Zij daarentegen wil zich echter steeds heftiger van zijn toenemende aandacht ontdoen en valt tenslotte aan haar eigen fataliteit ten prooi. Je kan evenwel niet nalaten in hoofdzaak Monsieur Bovary te beklagen. Na haar dood dreigt voor hem alleen de leegte, die hij nooit heeft gewenst.
Begeerlijk is Mevrouw Arnoux, de onbereikbare moeder die haar liefde vanuit een wezenlijk schuldgevoel ontzegt en daarom de jongeman Moreau steeds sterker versmacht. Zij is trouw en een liefdevolle moeder, en laat ondanks diens wispelturigheid haar man nooit achter; ook niet wanneer een andere man haar zijn volmaakte toewijding belooft. Zij is in haar verschijning daarom de ongelijke van Madame Bovary, die enkel door een eigen gevoel verscheurd raakt, zichzelf slachtoffert voor haar onbereikte idealen. Mevrouw Arnoux kwetst buiten elke intentie: ook Moreau wordt immers in een dreigende leegte verzwolgen.
Aan Flaubert wordt niet toevallig een vernieuwend vertelstandpunt in de negentiende eeuw toegekend. Zijn impassibilité, of de afzijdige, gevoelloze verteller, was zijn enige mogelijke buffer als antwoord op de dreigende fixatie die de man het heldere zicht ontneemt. Het laat hem toe een duidelijk contrast te beschrijven van twee vrouwen die in hun wezen aan een mannelijke vereiste voldoen: ze zijn fataal. En daarom zijn ze zo heerlijk, of begeerlijk en dansen ze tussen de dood en het zijn. In zijn finaliteit heeft de relatie immers steeds een constante: iemand moet buigen en in een roman betekent dat meestal sterven. Eén van de vele contrasten in Flauberts boeken. Dat had hij goed begrepen.
Niet overtuigd? Geen probleem, dit is immers een tierelantijntje, een aanfluiting van de werkelijkheid. Maar probeer toch eens een glimp te ontdekken en moeilijker nog, beschrijf eens wat je zag. Of lees gewoon eens een keertje Flaubert. Daar was het me in de eerste plaats om te doen.
Toen ze weg was, deed Frédéric zijn raam open. Mevrouw Arnoux, op het trottoir, gaf een fiacre die voorbijkwam een teken om voor te rijden. Ze stapte in. Het rijtuig reed weg.
En dat was alles.
Uit: "L’Education Sentimentale"






