UIT HET NIETS
Allereerst wil ik weten waar ze zo plots vandaan komt. Uit het niets, is het abrupte antwoord. Dat “niets” blijkt toch meer om het lijf te hebben. Fischer doorploegde in Utrecht de richting Theaterwetenschappen om zich vervolgens in alle hevigheid op dramaturgische levenstaken te storten. Ze schreef en bewerkte teksten voor volwassenen- en jeugdtheater. Sindsdien huist een energiek (jeugd)theatervirus in haar bloed. Ondertussen ontmoette ze de beeldende kunstenares Marianne Burgers die met La Dolce Vita zomerprojecten op stapel zette die het midden hielden tussen beeldende kunst en (straat)theater. Burgers beeldende taal blijkt naadloos op Fischers fantasie aan te sluiten.
FANTASTISCHE BEELDEN
Want fantasie heeft ze, Noël Fischer. De wereld is al reëel genoeg, is haar visie, dus laten we dan maar de fantasie, de verbeelding inzetten, de geheimzinnige werelden opzoeken. Niet om te vluchten maar net om deel te hebben aan dat leven en uiteindelijk te moeten vaststellen dat je vanuit die fantasie een hardere, gruwelijker werkelijkheid ervaart. Dus toch een vlucht? Het blijkt een “kauwenwaardige” maar onbeantwoordbare tegenvraag.
Haar rijke verbeelding maakt de letters soms overbodig, dan grijpt ze naar beelden, naar beeldend theater waarin, samen met Burgers, objecten en lichamen haast tot aanwezige woorden maakt. Hoewel. Die lichamen, de acteurs, hanteert ze allerminst als marionetten. Ze waakt over een vurig spelplezier. Die spelenergie levert eerlijke personages op zonder dat hieraan psychologisch gesleutel te pas komt. Creëren is voor haar, samen met de acteurs, op zoek gaan naar het oerbepalende ritme, de adem die bij een voorstelling hoort, die bij de emotie van die voorstelling past.
FILMHOOFD
Ziet ze dan een film in haar hoofd die ze door de acteurs verwerkelijkt wil zien? Nee, zo werkt het ook weer niet. Ze bezit wel beelden, die ze tot een bondig filmscenario neerpent. Een thema, een onderwerp dient zich altijd in het gezelschap van beelden aan. Samen met die beelden weet ze ook meteen welk soort voorstelling eruit kan kiemen. Een kleuter-, jongeren- of volwassenenproductie bijvoorbeeld. Peer zou overduidelijk een creatie voor vierplussers worden. De haast woordeloze scherpe beelden, de vinnige ritmiek die ze erbij voelde, stemmen volgens haar perfect overeen met het levenstempo, de directheid, de bekommernissen van een vierjarige mens. Niet alleen de levenswandel van die kleuters maar eveneens de humor weet ze in Peer te benaderen. De ritmiek onderbouwt die humor: situatiehumor, deurentoestanden, piep- en kiekeboegillers, kastennummers, draaitoneel, … Zelf houdt ze enorm van die humor en stelt bij kinderen dezelfde voorkeur vast.
NIET KIND OF VOLWASSEN, GEWOON MENS
Maakt ze dan theater voor een kind in zichzelf? Daar gaat haar blik weer. Telkens een vraag niet direct een antwoord oproept, kijkt ze me met grote ogen aan, bekijkt haar handen en bedenkt wat vertwijfeld dat ze eigenlijk helemaal niet wil interpreteren. Ze maakt haar eigen theater. Het is een manier van leven, een middel waarin je emoties kwijt kan. Ze maakt theater met mooie beelden en dan ziet ze wel hoe die beelden elkaar opvolgen, in confrontatie gaan met elkaar.
Toch is er een zekere chronologie in de verhaallijn te vinden. Maar dit heeft eerder met haar passie voor gedreven ritme dan met een aanspreken van kinderen, laat staan een kind in zichzelf, te maken. Het is wel zo dat ze haar humor, haar onbevangenheid, haar directheid, haar gebrek aan cynisme meer in kinderen dan in volwassenen ontdekt. Dus misschien blijft er wat meer “kinderlijkheid” over bij haar? Misschien…
KERMISMISSELIJK
Die paardenmolen zal dan ongetwijfeld een mooie jeugdherinnering verbeelden, en de acteurs zijn dan waarschijnlijk de poppetjes waar ze vroeger mee rond zeulde. Helemaal mis. Ze haat(te) kermissen, werd misselijk van alle schreeuwerige indrukken die op haar afkwamen en hield zich liever zoet met papieren theaterminiaturen in elkaar knutselen. Ook van poppen hield ze niet echt. Ze had wel een beer, die haar tot op vandaag nauw aan het hart ligt. Veeleer hecht ze belang aan objecten, speeldingen die kunnen transformeren, een persoonlijkheid krijgen door degene aan wie ze toebehoren, zoals Peer dit doet met zijn blatend schapentapijt en de aftandse pop Toby. Hij is er niet afhankelijk van, heeft er geen innige knuffelband mee maar ze zijn er, hij brengt ze tot leven wanneer hij nood heeft aan wat gezelschap in zijn eenzame, geordende leventje. Want daar draaide het voor Fischer om, het tonen van eenzaamheid, melancholie en het even doorbreken van die eenzaamheid door de plotse, vreemde wervelwind die Rosa is, zonder het stuk te verzoeten met een happy end. Want het komt niet goed, waarom zou het goed komen?
OMDAT HET JEUGDTHEATER IS?
Nee. Zij maakt “jeugdtheater” omdat dit theater de taal bevat waarin ze een bepaald verhaal wil vertellen, niet andersom. Ze houdt wel steeds rekening met het perceptievermogen en de humor van de leeftijdsgroep, zonder zich echter in te kapselen in zoete verhalen. Want sprookjes wil ze hoegenaamd niet vertellen (net nu Oscar Van Woensel in zijn State of the Union zo overtuigd bepleitte dat sprookjes voor kinderen zijn …). Ze wil met theater vooral zichzelf en toch ook het publiek even uit de realiteit halen, een alternatief aanreiken om die werkelijkheid anders te bekijken. Geen antwoorden geven, die komen misschien achteraf, of misschien ook niet. Het gaat om de ervaring op dat eigenste moment in de theaterzaal, het samen beleven van die gevoelens, die ritmiek, die kracht en die humor.
MUSIC MAESTRO
En daar speelde de live-muziek gaandeweg een ongelooflijke lijmende werking in, vraag ik nog. Absoluut. Die muziek werd van een onwezenlijk groot belang voor de voorstelling en bepaalt, als een kloppend hart, het hele ritme. De creatie drijft als het ware op die muziek, die aanvankelijk slechts op band aanwezig was. Bovendien onderstreept die accordeonmuziek ook het ronde, stuwende ritme, het volkse karakter zonder te expliciteren.
Leverde het gesprek een antwoord op onze waaromvraag? Nee. Het leverde een waaier aan kreten op waarom "Peer" een theatervoorstelling is die uit een persoonlijke passie stamt en in zijn eigenheid vooral jongere mensen zal aanspreken zonder die oudere mensen af te schrikken. Maar het is vooral een voorstelling die de jongste snaken zal bekoren, met een bittere ondertoon die vooral in volwassen oren vretende vooroordelen en weggemoffelde “kleinmenselijkheden” bovenhaalt.
Peer doet de allerkleinsten gniffelen en de iets ouderen pijnlijk grijnzen, geconfronteerd met de eigen engheid en menselijkheid. En dat allemaal met een brede lach. Scheuren die lachspieren, na de voorstelling zullen ze toch eventjes niet geactiveerd willen worden.
Tip: Een muzikaal zondagsmaal om vingers, duimen en oren bij af te likken ... : Laika bezet deze dagen ook Les Halles de Schaerbeek met Patatboem een muzikale compositie door (o.m.) Peter Vermeersch en Peter De Bie die eerst de oren ongehoord verwend, nadien de inwendige mens doet tuiten van geluk. (Info: 02/218 21 07, de voorstelling van zaterdag 31 augustus 2002 om 19.00 u is uitverkocht, voor zondag 1 september 2002 om 13.00 u is iedereen nog hartelijk welkom.)






