Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
Of hoe filmliefhebbers hun holle levens vullen
BESTE FILMS ALLER TIJDEN LIJSTJES
datum 26.08.2002
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
Het is een cliché als een ander: iedereen die een interesse heeft die het gezonde overstijgd zal vroeg of laat beginnen met het maken van lijstjes. Dat geldt evenzoveel voor muziekfans als voor sport-, televisie-, motor- en filmfans. Die laatste categorie kan nu weer z’n cinefiele hart ophalen bij het septembernummer van het immer waardevolle magazine Sight & Sound.
Naar tienjaarlijkse gewoonte publiceert deze Britse mijlpaal op het vlak van filmkritiek haar top tien van beste films aller tijden, gekozen door critici en regisseurs afzonderlijk, en dat al sinds 1952. Gezien het internationale karakter van het stempubliek (de meest vooraanstaande critici uit alle windstreken) en haar historische reikwijdte kan deze lijst doorgaan als één van de meest betrouwbare ter wereld.
En toch hebben dergelijke ‘beste films aller tijden lijstjes’ altijd iets teleurstellend voorspelbaars. Filmmakers en critici mogen dan wel over het algemeen van elkaar verschillende voorkeuren hebben, de nummer 1 is in 40 jaar tijd nooit van z’n troon gestoten, de film die altijd naar voren geschoven wordt als de beste aller tijden is ook nu weer Orson Welles’ Citizen Kane uit 1941. Deze keuze legt meteen zo’n beetje het idee achter deze lijstjes bloot. Zowel critici als filmmakers laten zich leiden door historische criteria, met andere woorden, de rol die die film speelde in de filmgeschiedenis. In het geval van Citizen Kane kan je er inderdaad niet omheen dat Kane de film en zijn taal z’n definitieve vorm heeft gegeven, wat er ook voor zorgt dat je hem heden ten dage nog steeds kan bekijken zonder overvallen te worden door verveling. De vertel- en filmtechnieken die in Kane gebruikt werden vind je in zowat elke film die erna gedraaid werd opnieuw terug, hij was als het ware het prototype van de film na 1941 (niet dat regisseur Welles eigenhandig de filmtaal heeft uitgevonden, hij absorbeerde talloze ideeën uit andere films, zoals die van D.W Griffith en van het Duitse expressionisme, maar hij leverde er wel de meest perfecte symbiose van in één film, begrijpbaar voor elke filmliefhebber en zodus werd Citizen Kane de eerste filmcursus in bewegende beelden).
Maar het blijft een film uit de ‘jaren stillekes’, net zoals zowat alle andere films in de lijstjes: gaande van Eisenstein’s Pantserkruiser Potemkin uit 1925, over La Règle du Jeu van Renoir uit 1939, tot veruit de ‘jongste’ film in het lijstje, Scorsese’s Raging Bull uit 1980.

Deze voorkeur voor films uit het stenen tijdperk maakt dergelijke lijstjes natuurlijk wat ontoegankelijk voor de jongere, meer hedendaags georiënteerde filmliefhebbers, ja, het heeft zelfs iets elitairs. Ze wekken de indruk dat de filmgeschiedenis de laatste 20 jaar geen bal meer heeft opgebracht, wat uiteraard klinkklare onzin is. De filmmakers en critici mogen zich dan wel laten leiden door het historische belang van hun favoriete films, de niet-professionele filmliefhebbers zoals wij zullen dit meer doen op basis van emotionele criteria, de simpele vaststelling dat je een bepaald gevoel hebt na het zien van een film, wat volgens mij een veel betere manier is om een ‘best of’ te gaan opstellen. Film beschikt als geen ander medium over de gave om via techniek recht op de menselijke emoties in te tappen en net uit de mate waarin een film daarin slaagt zou zijn belang moeten voortkomen. Daarom lijkt de mening van de modale kijker, die niet geremd wordt door een overvloed aan technische en historische feitenkennis veel interessanter te zijn. Helaas worden wij niet-professionele filmliefhebbers maar al te zelden naar onze mening gevraagd en moeten we ons dan maar behelpen met de veelvuldige internet-enquêtes, zoals bijvoorbeeld bij dé filmencyclopedie bij uitstek op het web, the Internet Movie Database (imdb) die al sinds z’n ontstaan lezers laat stemmen op afzonderlijke films en daaruit haar continu veranderende top 250 aller tijden opsteld. Hun nummer 1 lijkt mij al veel logischer te zijn, de prent die door de jaren heen talloze mensen aan zich bond en hen de liefde voor film bijbracht, toegankelijk voor iedereen en een van de weinige films waar nooit één slecht woord over is gevallen, Francis Ford Coppola’s pijnlijk briljante The Godfather, het al even overrompelende tweede deel staat op de derde plaats. Dat vele bezoekers van IMDB hun klassiekers toch kennen blijkt uit andere top 10 films als, opnieuw, Citizen Kane (5), Casablanca uit ‘42 (7) en zelfs Kurosawa’s Aziatische western The Seven Samurai uit 1954 (8), onvervalste niet kapot te krijgen ouwe krakers, die hier broederlijk verenigd zijn in de top 10 met meer recentere prenten als The Shawshank Redemption uit ’94 (beetje verrassend op de tweede plaats) en het onvermijdelijke Star Wars op de negende plek. Een beetje vanalles dus, jong en oud verenigd in één gigantische lijst. Maar toch schort ook hier weer iets, de lijst van IMDB lijdt een beetje aan het korte termijn effect van bepaalde films, namelijk dat de eerste visie van een film veel indruk kan maken bij grote delen van het publiek, maar dat dat effect met de jaren al snel begint te slijten. De invloed van de hype van het moment zorgt er dan voor dat het eerste deel van The Lord of the Rings slechts enkele maanden na verschijnen al op de vijfde plaats beland in de top 250 aller tijden. Sterker nog was het voorbeeld van American Beauty, bij het verschijnen van deze intense gehypte film uit 1999 stootte ie meteen door naar de tweede plaats, nog voor hij in Europa verscheen, wat de hype alleen maar vergrootte. Maar nu, amper drie jaar later moeten we American Beauty al gaan zoeken op de 21ste plaats, maar dan wel met nog steeds dubbel zoveel stemmen als pakweg Hitchcock’s Vertigo en Coppola’s Apocalypse Now, maar dat ligt dan weer aan het feit dat de meeste mensen veeleer hedendaagse films zien dan dat ze al eens een ouwe klassieker in de videotheek zullen gaan opzoeken.

Damn! Opnieuw niet zo’n betrouwbaar lijstje dus. Maar welk lijstje is dat eigenlijk wel? Geen enkel denk ik, alleen de lijstjes die je zelf maakt zijn pas echt relevant, maar dan wel enkel voor jezelf, want zo heb je heb je alweer een half uur tot een uur van dat lange lange leven gevuld. Bij deze gooi ik er zelf ook nog eens een slag naar. Al wie het niet met me eens is, zowat iedereen dus, moet zelf ook maar eens een poging wagen.

DE TIEN BESTE FILMS EVER, IN WISSELENDE VOLGORDE



Apocalypse Now (Francis Ford Coppola, 1979)
De hardste trip ooit op pellicule vastgelegd, een Absolute Film. The Wizard of Oz on Acid, met Kurtz als de Wicked Witch (en Willard als Dorothy?). Er bestaat helaas geen geluidsinstallatie goed genoeg om de akelig quadrofonische geluidsband tot z’n recht te laten komen. Een film die bij elke visie nieuwe details blootgeeft, en zoveel verschillende lagen bevat dat je er een bibliotheek over vol zou kunnen schrijven.












Koyaanisqatsi (Godfrey Reggio, 1983)
De krachtigste Boodschap en filmmuziek ooit op pellicule vastgelegd. Mijn lijffilm. Geen verhaal, geen personages, maar toch te groots om als documentaire geklasseerd te worden. Een zeer wijze les in het opwekken van betekenis door middel van montage. Slechts één probleem: probeer maar eens een film aan te raden aan gelijk wie als niemand de titel kan uitspreken. Dus, voor de laatste keer: koo-jaa-nis-katsie.








Prospero’s Books (Peter Greenaway, 1991)
Het hoogste aantal betekenis- en beeldlagen ooit op pellicule vastgelegd. Na tien keer heb ik hem nog steeds niet helemaal door. Maar zoals bij zovele films van Greenaway: haal de muziek van Michael Nyman weg en wat rest is intellectueel geouwehoer.











La cité des enfants perdus (Jeunet en Caro, 1995)
De mooiste beelden tout court, ooit op pellicule vastgelegd. Het verhaal is als een sprookje van de gebroeders Grimm, maar dan nog grimmiger. Een moderne klassieker die al te vaak over het hoofd gezien wordt. En je mag er gerust een traantje bij plegen zonder jezelf plots melig te vinden.










Eraserhead (David Lynch, 1978)
Vreemdste, meest ongrijpbare film ooit, zelfs David Lynch beweert er maar een kwart van te snappen. Ook al is het onmogelijk het surrealistische karakter van je nachtmerries in echte beelden te vatten, deze film slaagt er toch bijna in. Bovendien is dit het beste voorbehoudsmiddel op de markt, en de oplossing voor de overbevolking, geen vrouw wil nog bevallen na deze film gezien te hebben.








Psycho (Alfred Hitchcock, 1960)
Gewoon, de beste horrorfilm ooit punt. Alle trukjes uit het genre werden na 1960 uit deze film geroofd. Zonder Psycho zou nooit iemand van John Carpenter, Brian De Palma of Wes Craven gehoord hebben. En, niet te vergeten, het was de eerste film waarin een WC in close up getoond werd!










2001 : A Space Odyssee (Stanley ‘GOD’ Kubrick, 1968)
Een van de meest unieke Hollywoodfilms ooit: supertraag, nauwelijks dialogen, holle personages, diep filosofisch en een einde waar je je tanden op stuk bijt, en toch, mits inname van enkele geestverruimende middelen één van de meest intens filmische ervaringen die je maar kan krijgen.








Barry Lyndon (Stanley Kubrick, 1975)
Opnieuw Kubrick. Er moet er een de beste zijn. Van deze drie uur durende, opnieuw bijzonder trage kostuumfilm wordt vaak gezegd dat het de ultieme test is voor mensen die beweren van film te houden: als ze hem slecht vinden dan begrijpen ze geen bal van film. Elitair maar waar. Wat Kubrick hier doet met licht en muziek gaat het bevattingsvermogen te boven.









Barton Fink (Joel en Ethan Coen, 1991)
Nog een moderne klassieker uit de jaren ’90. Men verwijt de Coens vaak dat ze niets anders doen dan de filmgeschiedenis te recycleren, wat misschien waar is, maar ze doen dat dan wel beter dan al de rest. Barton Fink is één brok zinderende paranoïa, zelfs het beeld van behangpapier dat zachtjes van de muur loskomt is spannender dan de gemiddelde thriller. John Torturro verdient een stambeeld voor z’n hoofdrol.











Raging Bull (Martin Scorsese, 1980)
Robert De Niro levert hier een van de meest doorleefde acteersprestaties af die ik ooit gezien heb, en dan wel als een van de meest onsympathieke en ergerniswekkende personages die ik ooit gezien heb. Ook Scorsese’s perfectionistische zwart-wit fotografie doet je naar adem happen. De boksscènes zijn wat mij betreft van het beste dat de filmgeschiedenis al heeft voortgebracht.






Met pijn in het hart niet bij de eerste tien: Orson Welles’ Touch of Evil (die ik met stip verkies boven Citizen Kane), Once upon a time in the West van Sergio Leone (omdat een mens niet kan leven zonder af en toe een goeie western), Le charme discret de la bourgeoisie van Luis Buñuel (de meest geslaagde surrealistische film ooit), Ordet van het meest onbekende genie die er ooit was, Carl Theodor Dreyer, en voorts The Godfather (I en II), Blue Velvet, Dawn of Dead, Rear Window en nog een honderdtal andere.

Soit, weer wat tijd kunnen doden. Vraag mij binnen tien jaar nog eens om zo’n lijstje op te stellen en er zal waarschijnlijk iets helemaal anders uitkomen. Selah…

De film top tien van Sight& Sound
De beste films aller tijden volgens internetgebruikers
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie