Gentse Bieste
OSCAR FESTIVALT, PART III
datum 07.08.2002
De feesten liggen al weer een week achter mij en nu al valt het mij zwaar om er me nog een concreet beeld van te vormen. Wat heb ik daar nu weer tien dagen lang staan doen? Hoe heb ik die ontelbare uren daar gesleten? Waar is in godsnaam die 20.000 frank naartoe die vroeger nog op m’n rekening stond? Kortom, where was my mind? Verzopen op de Vlasmarkt, zoveel is zeker.
Nu nog een min of meer chronologisch relaas schrijven van die opnieuw meer dan geslaagde maar oerend slopende Feesten is uitgesloten, ik vang slechts flarden van die talloze gevoerde gesprekken op, ter plaatse gesmeden vriendschapsbanden beginnen alweer te slijten en de straffe stoten die we beleefden lijken achterafgezien ook al lang niet meer zo straf. Wat te schrijven? Ik kan enkel nog pogen om at random herinneringen op te rakelen, netjes gegroepeerd onder enkele thema’s. Alléhop, vooruit met de geit.
De eerste nacht
En al meteen liep het ongelofelijk mis. Dat viel eigenlijk wel te raden, ik denk zelfs dat ik een half jaar op voorhand al eens de vrees geuit had dat die eerste nacht van de Feesten wel eens zou kunnen uit de hand lopen: je wil meteen alles en iedereen al eens gezien hebben, elke bekende die je tegenkomt is in supervorm en wil er meteen van de eerste keer 110% voor GAAN. En zo geschiedde, teveel collectieve waanzin voor één stad en één nacht.
Het breekpunt van die eerste nacht kwam rond 4 uur, toen ik samen met m’n broer, Roggo Gonzo, en zijn maat Pjotr, een der meest heerlijk wacko gasten op deze feestbol, aan de cocktailbar van Starbot hing en er de ene na de andere Tequilashot in m’n poten geduwd kreeg, goed wetende dat Oscar en Tequila een explosieve cocktail vormen, waarna alle zekerheden vergaan als stof in de wind. En zo bleek nog maar eens.
Zondagavond werd ik wakker en dacht "wow, wat een geschifte avond, en er is nauwelijks iets misgelopen!". Maar toen zag ik dat bloed aan m’n hand, die grote blauwe plekken op m’n benen en die aanzienlijke schaafwond op m’n elleboog en ik dacht "Shit. Hoe wat waar waarom?", ik wist het echt niet meer, de laatste vier à vijf uur van de nacht waren volledig uit m’n geheugen verdwenen, en dan kan je maar best het ergste verwachten. De volgende dagen zouden steeds meer bekende en vooral onbekende getuigen opduiken met straffe stoten die ik zou hebben uitgestoken in m’n onbewuste Tequilarush. "Wat? Ik vallen en mensen omver sleuren op de Flashmarkt? Kom nu!", of "Wie ik? Politieagenten in hun gezicht uitschelden voor "VUILE KUTFLIK! Is uw moeder fier op u?" en net niet door een van hen inelkaar getimmerd worden? Neen, dat kan ik niet geweest zijn". Tijdens het verdere verloop van de feesten zou af en toe een wildvreemde mij nog eens aanklampen en me met zo’n blik aanstaren van "wow, loopte gij hier nog rond ofwa?". Uiterst gênant, ik kan het niemand aanraden. Een troost: ze kunnen ten minste niet zeggen dat ik er niet helemaal voor gegaan ben tijdens die eerste nacht. En het feit dat ik niet met een of andere beenbreuk en een verbreizeld kaakbeen in de gevangenis ben wakker geworden spreekt ook al in mijn voordeel. Zo kun je dus aan alles een positieve draai geven.
De terugweg
Terugkeren van de feesten is altijd een heikele onderneming, zeker als je al een viertal Irishkes, sloten bier en nog wat vodka achter de kiezen hebt en het verstand op het nulpunt is beland. Er kan vanalles mislopen of gebeuren op de lange terugweg naar huis. Tijdens de eerste nacht smeet ik door een onhandige beweging m’n peperduur fietsslot in de vaart. Twee dagen later scheelde het een halve meter of ik was in de Leie gedonderd, de helpende handen van broertjes Karper en Yo kwam net op tijd, vijf meter verder maakte ik alweer een atletische duik over een paar struiken, met hetzelfde resultaat; samen met de broertjes hielden we ons ook ‘s morgens bezig met elke ochtendmens op z’n Antwerps uit te schelden voor "Weirke Jos!" en ik riep er vaak nog achter "ja, ga maar rap mijnen dop verdienen, hij is bijna opgezopen!". Niet echt sportief, ik weet het, maar als ik later, op een duistere dag, naar m’n werk wandel mogen andere feesters mij gerust ook voor ‘Weirke Jos’ uitschelden, eerlijk is eerlijk. Maar eigenlijk is die kans toch wel relatief klein te noemen.
De meest ludieke stunt die we uithaalden op de terugweg spaarden we voor de laatste dag. Ik vond dat er tijdens die laatste dag niet genoeg gebeurd was, iedereen stond daar op de Vlasmarkt te smelten bij die subtropische temperatuur, totaal geen initiatief meer, en ik verlangde naar een soort symbolisch orgelpunt voor deze meer dan geslaagde feesten. We passeerden die snikhete dinsdagmiddag langs een klein pleintje achter de Kouter. Ik zag een terras bomvol ouwe wijven en daarnaast een fonteintje en wist meteen wat ons te doen stond. Ik zei tegen Karper: "Karper maat, ik zeg dit in relatief heldere toestand: wij gaan, neen, wij MOETEN, voor de ogen van die bomma’s, onze hoofden onderdompelen in die fontein en dan onze haren onder luid gebrul gelijk honden uitschudden", wat we dan ook minutenlang deden, met twee op een rij onze heetgebakken hoofden afkoelen in het niet al te fris ruikende water van de fontein, terwijl een bomvol terras ons verbouwereerd zat aan te staren. Dat vond ik nu eens een mooi slotakkoord.
Thuisgeraken is niet altijd even makkelijk, en zelfs als het lukt zijn de gevaren nog niet achter de rug, want eenmaal thuis kan de zwijnerij evenzogoed voortgaan, zo werd mijn kot tot vier keer toe volledig met de grond gelijk gemaakt en slaagde ik erin m’n boxen helemaal naar de zak te spelen door rond het middaguur tegen een oorverdovend volume feestplaten te staan draaien voor de uitzinnige bezoekers, terwijl stoelen, flessen, blikjes en peuken in het rond vlogen. Dan is het misschien toch nog beter om helemaal niet thuis te geraken, wat dit jaar slechts één keer het geval was, na die zatte woensdagnacht toen ik volslagen toevallig in het gezellige zog was beland van twee heerlijk geschifte grieten, wiens drinktempo mij zelfs soms naar adem deed happen, later kwamen daar nog een bevriend barmeisje en good old Pitrak bij, stonden we plots allemaal gelijk zotten te dansen tussen de Chiromeisjes in café De Witte Leeuw, op de allerplatst denkbare muziek, roepend van "Joplahey!", daarna op de Flashmarkt tegen iedereen aan staan lullen, diepe gesprekken voerend over haarbehandeling en het verwijderen van dreadlocks (een voordeel van af en toe eens met vrouwen op stap gaan, het moet niet altijd over muziek, film of de wijven gaan newaar), en dan tegen zes à zeven uur volslagen dwaasgezopen in Pitrak’s veel te kleine zetel in een diepe slaap gevallen.
10 Days off
Slechts één keer mezelf verlaagd tot diene platte commerce, en eigenlijk serieus uit m’n dak gegaan, een van de meer waanzinnige drum&bass feesten van het afgelopen jaar, een hele zaal uitzinnig gemaakt door de extreme hitte en veel te straffe bollen, en ook wel de muziek, ondanks de eigenlijk wel te voorspellen afwezigheid van Roni Spice. Ik hield het wel nooit langer dan een kwartier vol in die sauna, de lucht was er zo heet dat je ze in plakjes kon snijden, de mensen zagen eruit alsof ze al tien uur ergens in een pot lagen te marineren, en nogmaals, de bol was wat aan de straffe kant. Mede door dat laatste heb ik me aan de gouden bollenregel gehouden: totale drooglegging. Het gevolg was enigzins uitzondelijk te noemen: tegen zeven uur ‘s morgens belandde ik op een alweer knotsgekke Vlasmarkt, bloednuchter, en geloof me, dat kan je dus echt wel een afknapper noemen. Ik vroeg me plots af wat al die zotten daar nog stonden te doen, zo ‘s morgens, bij vol daglicht, allemaal samen op een plein waar tegen dan al geen muziek meer gespeeld werd. Ik begreep er geen snars meer van en geraakte zelfs een beetje gedegouteerd door al die geconcentreerde marginaliteit, goed wetende dat ik slechts de dag ervoor een van de grootste marginalen was die er tussenliep, ook al herinner ik me er niets meer van. Maar, zoals immer, terwijl ik daar zo uitgebreid naar het nut van de Feesten stond te zoeken schoot de tijd voorbij en was het tot mijn eigen grote verbazing alweer tien uur ‘s morgens toen ik met de hele bende thuiskwam en aan een stevige self made reggea- en drum & bass fuif begon op m’n kot, met de bekende gevolgen.
Volkscultuur op de Flashmarkt
Dit jaar werd door een lange slungel met een superbelachelijke ‘Nonkel Jos’ snor het initiatief gelanceerd om meer volkscultuur op de Vlasmarkt te introduceren, om de plek die door De Morgen treffend bestempeld werd als "de vuilbak van de Gentse Feesten" wat meer cachet te geven. Nu vraagt een mens zich af of dit wel nodig is. Is in groep staan zuipen dat het geen naam heeft en met je zatte botten de grootste onzin uit je bek slagen tegen wildvreemden niet onze grote Vlaamse trots op het vlak van volkscultuur ? Meer moet dat niet zijn nondedoeme! De initiatieven die werden genomen gingen dan ook allemaal aan mij voorbij, zoals het Belgisch Kampioenschap pijproken, het naakt koordballet en helaas ook de gratis ‘botrammen me huuflakke’ die zaterdagochtend werden uitgedeeld, ik ben er nog wel samen met een vriendin luidkeels een botram gaan opeisen maar de lange slungel met de neanderthalersnor deelde net de laatste droge worst gerold in een schèle koas uit en dat was dat.
Een initiatief waarvan ik niet zeker weet of het er bij hoorde maar dat mij hoe dan ook enorm kon bekoren was het optreden van de onovertroffen Antwerpse feestfanfare Think of one, bovenop hun camionet op de Vlasmarkt, wat zelden geziene uitbundige spring- en schreeuwtaferelen opleverde en mij deed afvragen waarmee ze die schitterende gasten niet alle dagen op de Flasmarkt zetten, zo rond 8 uur ‘s morgens ofzo, als de DJ er het bijltje bij neerlegt.
Toch nog een paar volksculturele voorstellen voor volgend jaar: een initiatie polonaise- en vogelkesdansen, het Belgisch kampioenschap Dwergslingeren (ow sorry, Lilliputterslingeren is de politiek correcte term zeker?), en natuurlijk ook het onovertroffen Bierbuikschuiven, een specialiteit van de randdebielen uit m’n geboortedorp.
Starbot
Net zoals de vorige jaren was het plein van Starbot ook dit jaar weer hét sociale trefpunt van de feesten voor mij. Telkens ik me begon af te vragen waar iedereen zat wandelde ik even het schoolplein van het Sint-Bavo op en trof er meteen een handvol feestgrage bekenden. Bovendien kan je der af en toe nog een verrassend optreden (Plastic Buddha!) en een gezellige party meepikken, en helaas dus ook Tequilashots. En op het einde van de avond daar word je ook nog eens verwend met een optreden van Kapotski, het afvalbergensemble dat freaked op als wat oud en net niet kapot is, zowat de enige groep waar ik met plezier in zou meespelen, lekker hervallen tot een niveau van kinderlijk enthousiasme ten aanzien van dingen die geluid maken.
Het belang van Starbot werd pijnlijk duidelijk gemaakt op donderdagnacht, toen ik in shock voor een gesloten deur stond en las dat de stad het pand voor een dag had gesloten wegens geluidsoverlast. Even was ik volledig de kluts kwijt. Wat nu gedaan? Om 12 uur al op de Vlasmarkt gaan staan was uitgesloten, daar valt op dat uur geen bal te beleven. Een uur lang liep ik doelloos en verdwaasd door de feesten, om uiteindelijk weer aan de bar van Polé Polé aan de Graslei te belanden waar altijd wel een rustige babbel en een afgeprijsde cocktail te scoren viel. Het was ook daar dat de avond een andere wending nam, wat het volgende item illustreert.
Space cake op de Flashmarkt
Die donderdag waren Rukke Doemp en ik namelijk effe op en af gevlamd naar het nederlandelijke Terneuzen om terug te keren met een tiental fijne space muffins, om de eenvoudige reden dat we na een kleine week de zuivere bierroes stilletjesaan beu werden, het was tijd voor een andere aanpak. Het probleem met space cake is dat je nooit op voorhand weet hoeveel wiet er in zo’n ding zit, smaken doet het altijd, maar het resultaat is zeer onvoorspelbaar. Zo deelde ik die eerste nacht een cake met een vriendin en veranderden we allebei in dolende apen, ik stond met opengesperde bek een uur lang te staren naar die enorme discobol boven de nu wel heel toepasselijk benoemde Flashmarkt, zij kon niet echt meer spreken en sukkelde dan maar in rondjes door de Vlasmarkt en blies vroegtijdig de aftocht. Ik bleef daar zo nog een paar uur in trance staan, deelde cake uit aan iedereen die ik tegenkwam, of ik ze nu kende of niet, en at telkens nog een stuk mee, tot ik echt een totaal nutteloos wezen werd, ik kwam alleen een beetje terug naar beneden als iemand tegen me begon te babbelen maar kon dan wel niets verstaanbaars terugzeggen, wat mijn gesprekspartners terecht nogal snel begon te vervelen. Uiteindelijk ben ik op een redelijk respectabel uur naar huis gegaan, ik had daar toch niets meer te zoeken, en leerde op de terugweg dat de uitdrukking "dat verleer je nooit, het is gelijk fietsen" toch niet helemaal correct is.
Maar, de dag erop gooide ik nog een cake naar binnen, en het resultaat was compleet het tegenovergestelde, ik stond berescherp en werd overvallen door de onbedwingbare neiging om met iedereen die ik zag grote wereldproblemen aan te gaan kaarten, ik was echt een onstopbare discusieermachine die avond, alleen jammer dat iedereen zo bezopen was dat er van een echte tweerichtingsdiscussie nooit sprake was. Uiteindelijk ben ik dan maar glashelder naar huis gewandeld omdat niemand mij nog kon volgen. Het is eens iets anders.
De elfde dag van de Gentse Fieste
En dan is het gedaan. En dan zit je daar op kot, dinsdag, klaarwakker om 2 uur ‘s nachts, bioritme volledig naar de kloten en geen bal meer te beleven. Gelukkig die dinsdag meteen na het ontwaken, zo rond acht uur ‘s avonds, bij m’n broer wat kunnen gaan chillen en vooral goed eten, altijd beter om die aanstormende superkater en emotionele instorting samen te beleven met mensen bij wie hetzelfde er zit aan te komen. Leuk ook om daar met zessen rond een tafel te zitten, niemand slaagt er in één correcte zin te formuleren maar ze lachen zich allemaal een ongeluk, op een zwaar doorrookte en oersimpele wijze dan wel. Rond 10 uur ‘s avonds kwam Pjotr daar nog binnengesukkeld, meneer was nog altijd op, en dat al sinds maandagochtend, en hij kwam blijkbaar van de officiële afterparty van de Gentse Feesten en hij kon niet meer spreken en zijn ogen keken uitermate scheel.
Ongelofelijk, tien dagen non stop feest, 24 uur per dag als je dat wil, en dan heeft dat volk nog een afterparty nodig nadat de Vlasmarkt op dinsdagmiddag door Ivago met ruwe hand werd schoongespoten. Wat er daar allemaal niet moet rondlopen qua zotte figuren, ik wil het zelfs niet weten.
Enfin, tegen 2 uur ‘s nachts zat ik met Karper en Yo dus op m’n kot, zonder een flauw benul wat er nu moest gebeuren. Karper was er heilig van overtuigd dat er ergens in de stad nog wel een feest moest te vinden zijn, voor mensen als ons die het afkicken graag nog een dagje uitstellen. Soit, ik geloofde hem voor geen fluit, toch maar eens in de stad gaan wandelen, na alweer een aanzienlijk stuk space cake achterover geslagen te hebben.
Gent tijdens de eerste nacht na de feesten is een hallucinant zicht. Je zou denken dat er een epidemie is uitgebroken terwijl we lagen te slapen, geen kat op straat, nergens geen tentjes meer, de meest doodse aanblik die ik ooit al in een stad heb mogen aanschouwen, nog doodser dan Brugge op een doordeweekse nacht. Akelig. De enige persoon die we op straat zagen lopen was een supermarginaal die ik elke dag heb zien stuiken op de Flashmarkt en die ons een enorme brok heroïne wou verkopen. Na heel lang zoeken dan toch een café gevonden dat zo goed was z’n deuren te openen voor de Verlorenen van de Nacht, waar anders dan ‘t Krochtje, alwaar we in de Duvels vlogen en die cake plots zwaar inhakte en we alledrie een half uur in een breuk lagen omdat iemand mij verkeerd verstaan had, ik zei "het kan meliger", en hij hoorde "wat? Kameeliger?".
Toegegeven, achteruitblikkend, geen goeie grap, maar ja, je moest erbij geweest zijn, en dat geldt dus eigenlijk ook voor al het voorgaande, het is alleen echt zo intens grappig als je er bij was, proberen aan een buitenstaander de enorme lol van de Feesten uit te leggen is als aan een die hard kuthelieker uitleggen dat God en de Bijbel eigenlijk een uit de hand gelopen practical joke was. Onmogelijk.
Enige oplossing: ga zelf, en laat me weten wat je er van vond, en hou immer Oscar Gonzo’s levensspreuk in het achterhoofd: HET IS WAT JE ER ZELF VAN MAAKT! En achteraf zeg je dan op dooddoende wijze: "awel, dat pakken ze mij toch niet meer af zenne!"
En tot slot: Big Up & Respect aan iedereen die erbij was en zich nu nog tot de levenden mag rekenen, you know who you are! We hebben allemaal een paar jaar van ons leven verloren in die tien dagen, maar we zullen alleszins meer beleefd en gelachen hebben dan al die mensen die om gezondheidsredenen thuis zijn gebleven. En zo hoort het.
En nu is het tijd voor een welverdiende winterslaap…Tabee!