Ha, de lente van 1934! Zelden zo’n schoon zonneke gezien als toen. Wie smelt er nu niet bij het zien van de eerste ontblote enkels op de straten, een ware lust voor het oog, dat kan ik u verzekeren. Tegenwoordig lopen die jonge meiskes allemaal over’t straat met een paar veters over hun lijf gespannen, wat is daar nu nog opwindend aan vraag ik U? Het is als ’t verhaal van de blinde man die trouwde met de vrouw van zijn dromen, tot op een dag, door schier goddelijke interventie, zijn ogen weer marcheerden, en hij prompt een echtscheiding aanvroeg. Soit. Terwijl uw alwetende verteller zijn dagen sleet op de vele terraskes van de stad, voltrok zich een waar drama in studio ‘t Karreveld.
Archibald ijsbeert nerveus over de set, bij het begin van de eerste opnamedag, met een verfrommeld sensatieblad in zijn handen, als een stressbal zeg maar. Den Achterklap kopt ‘Archibald De Naaier Naait van Achter’. Hij kan zich wel betere PR voorstellen voor zijn eerste film. Hij pijnigt zijn hersenen om een manier te vinden om aan de wereld duidelijk te maken dat dit allemaal uit de lucht is gegrepen. Hij besluit een bevriend fotograaf uit te nodigen om met hem naar de hoerenkast te gaan en daar zogezegd compromiterende foto’s te laten trekken, Archibald in een Kamasutraanse kronkeling gewikkeld met drie wellustige dames van plezier, en die foto’s dan te verkopen aan hetzelfde sensatieblad. Dat zal ze leren.
Overal op de set staan de zenuwen hoog gespannen. De acteurs worden nerveus van al die kabels en vreemde technici, die op hun beurt nerveus worden omdat er 1001 dingen mis kunnen lopen. Hypoliet is nerveus omdat hij er helemaal niets van snapt; de cameraman omdat hij wekenlang in een piepkleine sauna moet zitten en vreest voor een verstikkingsdood en Archibald is nerveus omwille van al het voorgaande, plus het feit dat hij nu voor miljoenen in de schulden zit bij de Nationale Bank. Maar het is zijn taak als producent om die wereldse zaken van zich af te zetten en ervoor te zorgen dat alles vlotjes verloopt.
Tijd voor de eerste opname: Nora, het personage van Gwendoline, zit op haar tochtig appartementje en snijdt een aardappel in fijne plakjes terwijl zij zichzelf tot een onzichtbare God richt en haar miserie uitschreeuwt.
Gwendoline zit opvallend rustig in haar klapstoeltje, een laatste blik werpend op haar tekst.
"O God! Waarom treft gij mij elke keer met uw banbliksems ende tornt gij mij zo?". Zo zou het moeten klinken.
Alvorens te beginnen roept Archibald alle medewerkers rond zich voor het traditionele startritueel, om alle boze pechgeesten van de set te verjagen.
"Neem allen de hand van de persoon naast je vast, zodat we allemaal één hechte cirkel vormen, de cirkel van het slagen en van het succes, en dan roepen we allemaal tezamen HOEGATCHAKKA-HOEGATCHAKKA-HEY-HEY-HEY!". De meeste medewerkers mompelen een beetje gegeneerd mee, Hypoliet brult uit volle borst "NOUGABOLLEN-NOUGABOLLEN-NEE-NEE-NEE!"
En dan gaan ze allemaal aan de slag.
Zoete Tranen (Z.T.) – Scène I – Opname 1. Iedereen staat in de startblokken. Gespannen sfeer. Gwendoline zit aan tafel met haar aardappelzakjurkje aan. Gaston zit in de camera-zweethut. De geluidstechnici steken de Tobis Klangfilm-geluidsinstallatie in gang. Alles rolt. Hypoliet brult "ACTIE!".
Nora: "Oe God! Woaroem traf gi...euh...kut."
Hypoliet: "Eeeen...KUT! Fantastisch!"
Z.T. – Scène 1 – opname 2. "O God! Waarom treft gij...TUUUUUUUUT! (Een agressieve automobilist heeft zonet de ‘externe geluidsdekker’ omver gereden).
Z.T. – Scène 1 – Opname 3. "O God! Waarom trapt gij mij zo’n...Kut!"
Vijf mislukte opnames later besluit Archibald een korte pauze in te lassen (twee opnames werden verknalt omdat Gwendoline zich weer versprak, één omdat Hypoliet plots een boer liet, een andere omdat er een frigo begon te brommen, en nog een laatste omdat scenarist Paul Gazon net met zijn zatte botten de studio kwam binnengestormd).
Archibald wacht de zware taak om het al meteen zwaar gekelderde moreel van zijn troepen terug op te krikken.
"Gwendoline? Die uitspraak kan nog een tikkeltje beter, werk er nog wat aan. Gaston, neem een koude douche! Gazon? Jij ook, en blijf voor de rest zo ver mogelijk van mijn set! Hypoliet, je ziet er niet al te best uit, drink anders eens een koffietje voor de afwisseling...Désiré De Schaepeleer? Wat doet U in godsnaam hier op mijn set?"
Jawel, zonder dat iemand het gemerkt had was er net een eng mannetje de studio binnengeglipt, D. De Schaepeleer, Dienst Leningen en Kasbons van de Nationale Bank van België. Archibald voelt zich alsof de Duivel hemzelve net zijn gat heeft geperforeerd met zijn drietand.
"Ik dacht dat we afgeproken hadden dat U zich hier nooit zou vertonen? U vertelde toch dat verhaal van de leningen voor een huis en niet komen kijken of er wel een dak op staat? U hebt gewoon een smerig potje zitten liegen!"
Désiré lacht ermee. "Ach welnee, meneer De Naaier, ik was gewoon stomtoevallig in de buurt, en ik dacht ‘ach, ik zal eens een vriendschappelijk bezoekje gaan brengen aan die aardige meneer De Naaier.’" Nonchalant, maar o zo duidelijk, haalt Désiré een exemplaar van Den Achterklap uit zijn jaszak. Hij vervolgt, "gaat U rustig uw gang, naar mij moet U niet omkijken."
Archibald, wiens vuisten ondertussen wit beginnen uit te slaan, besluit om het over zich heen te laten gaan en de opnames gewoon verder te zetten, nou goed, om het nog eens te proberen.
Iedereen staat weer paraat. Alles rolt. Hypoliet zit te beven in zijn regisseursstoel en kreunt "A-a-ak-k-ktie!"
Z.T. – Scène 1 – Opname 9. "O God! Waarom treft gij mij iedere keer met uwe banbliksems ende tornt gij mij zo?". Archibald moet naar adem happen, Gwendoline zet bijna een wereldperformance neer, maar waar wacht Hypoliet op om de scène af te ronden? Iedereen kijkt naar de regisseur. Hypoliet zit inelkaargezakt in zijn stoeltje, zijn tong hangt uit zijn mond, zijn armen maken nog twee stuiptrekkingen, waarna Hypoliet een hele diepe zucht slaakt, alvorens de pijp uit te gaan. Zijn laatste woord: "aktie!". Niemand merkt dat Karel Raeymaeckers, de van zijn eer en centen beroofde echtgenoot van Gwendoline, via een achterdeurtje naar buiten glipt. Hypoliet wordt in een witte zak afgevoerd. De opnames worden voor drie dagen opgeschort. Hypoliet wordt samen met zijn megafoon begraven. Op de begrafenis besluit Archibald De Naaier dat hij Zoete Tranen zelf zal regisseren, want zo zou Hypoliet het zelf gewild hebben, of dat denkt hij toch. Officieel stierf Hypoliet een natuurlijke dood. Voor mensen van zijn leeftijd doet niemand nog de moeite om er een andere oorzaak op te plakken. En Italië wordt in eigen land wereldkampioen voetbal.
Eind juni 1934. Tegen alle verwachtingen in wordt er vooruitgang geboekt. Archibald ontpopt zich als een geboren regisseur-producent-en-nu-ook-co-scenarist, aangezien Gazon’s dialogen zo goed als onbruik- en onuitspreekbaar blijken te zijn. Dat heeft als bijkomend voordeel dat Gwendoline’s uitspraak er met rasse schreden op vooruitgaat, op dat extreem nasale, door een grof Brabants/Antwerps accent doorspekte geluid na.
Op enkele dagen tijd worden maar liefst vijf lange scènes ingeblikt, waaronder Nora’s ontmoeting met de prins (volgens insiders het romantische hoogtepunt van de Vlaamse film) en een voor die tijd erg gewaagde scène waarin wordt gesuggereerd dat de geliefden het bed delen met elkaar, wat toen nog de hele conservatieve gemeenschap des landes (iedereen dus) aan het schuimbekken kon brengen.
Na een week van opnames is het grote moment daar: de eerste ontwikkelde stukken film worden door de man van het labo afgeleverd. De hele crew blaast verzamelen om voor het eerst hun prestaties met eigen ogen geprojecteerd te kunnen zien op het zilveren scherm. Amai, valt dat even tegen. De beelden zien er nog niet zo slecht uit, enkele schone cadrages, daar niet van, maar dat geluid laat toch wel heel erg te wensen over, zeker als Gwendoline haar fameuze keeltje opentrekt. De moed zakt in tientallen schoenen. Hier is iets fundamenteel mis. Gwendoline zelf is uiteraard niet aanwezig, omdat zij naar eigen zeggen "geen bewijzen hoeft te zien van haar onbetwistbaar kunnen, topactrice zijnde". Net voor de lichten weer aangaan glipt een onbekend figuur snel naar buiten, Désiré De Schaepeleer’s schoothondje, zoals zou blijken, een spion van de Nationale Bank van België. De gevolgen laten niet lang op zich wachten.
Dag tien van de opnames. Archibald besluit de geluidsproblemen nog even op de lange baan te schuiven, meest en vooreerst moeten de opnames afgerond worden, daarna zien we wel weer. Hij kan zich niet veel vertragingen meer veroorloven. Eind juni kwamen er twee zeer verontrustende berichten uit Duitsland overgewaaid: de meeste mensen schrokken van het nieuws dat Kleine Snorremans de hele SA-top liet afslachten tijdens de zogenaamde Nacht van de Lange Messen, Archibald daarentegen schrok zich pas een hoedje toen hij vernam dat aartsrivaal Vanderheyden net de opnames had afgerond van De Witte, de première is voorzien voor binnen een dikke twee maanden. Elke ochtend ontwaakt Archibald met het gevoel dat er een maagzweer ter grootte van een babyhoofdje aan het broeden is in zijn getormenteerde ingewanden. Wie had ooit kunnen denken dat het nog erger kon worden.
<
Lijkbleek, met bevende stem en koud zweet op zijn voorhoofd, probeert Archibald nog steeds hardnekkig de erg slabakkende opnames van Zoete Tranen op het goede spoor te krijgen. "Kop op mensen, er is nog niets verloren, Rome werd ook niet op één dag gebouwd!". Deze peppraat wordt meteen gecounterd door uitgedroogde Gaston, "Nee, maar het werd wel op twee dagen in de as gelegd, net als wij!". Voor Archibald is dit net één sarcastische opmerking teveel. Er knapt iets in zijn kop. De waanzin spat uit zijn ogen als hij zich met al zijn macht op Gaston stort. Verschillende medewerkers springen de arme cameraman ter hulp maar worden zelf mee in het gevecht gesleurd. Algauw vliegen de decorstukken in het rond en lijkt studio ‘t Karreveld meer op studio ‘t Slagveld. De chaos is compleet, tot er plots een akelig geluid door de studio galmt.
"SCHWEIGEN, JOELIE SCHWEINEN! STEET AUF UND TOON EIN BISSCHEN DISCIPLINE, VERDAMT!"
In het deurgat van de studio staat een beer van een Duitser, met een lange lere jas en een motorrijdersbrilletje, geflankeerd door Désiré De Schaepeleer van de Nationale Bank. Het massagevecht valt op slag stil, iedereen staart vol ongeloof naar de deur. Acteur Gandalf de Grote gaat door het lint, "Godverdoeme! Den Duits is binnegevalle! " en zet het op een lopen, om niet meer naar de set weder te keren (Gandalf dook jarenlang onder in Nederland en keerde pas terug naar zijn thuisland in 1940, wat getuigt van een wel heel slechte timing).
Désiré doet een stapje naar voren. "Heren filmmakers, nadat ik een rapport ontving van een anonieme medewerker over de rampzalige kwaliteit van de opnames heb ik niet langer getalmd met het nemen van maatregelen."
"JIJ VUILE HOND, ik zal je castreee... ", schreeuwt een uitzinnige Archibald terwijl hij door vijf man in bedwang wordt gehouden. De Schaepeleer zet zijn relaas rustig verder.
"Naast mij staat de zeer gewaardeerde heer Kramp, Carl Friedrich Kramp, één van dé specialisten van de Tobis-Klangfilmmachine, ex-medewerker van Ufa (de gereputeerde Duitse filmstudio, n.v.d.r.) en de redder van Zoete Tranen. U hebt geen keuze, U doet wat deze man zegt, of de bank vraagt nu meteen alle fondsen terug."
Gwendoline, die al heel de tijd op een veilige afstand was gebleven, komt op de twee indringers toegestapt. Dit is waar zij al lang op hoopte, het einde van de dictatuur van Archibald de Eerste, eindelijk een kenner die haar stemgeluid naar waarde zal kunnen schatten en haar naar een perfecte opname zal coachen.
"Ach, waarde heer Kramp, ik heb al zoveel over U gehoord, en ik denk dat ik namens heel de ploeg mag zeggen dat wij zeer vereerd zijn met uw hulp. Dank, heer Kramp, vielen dank, bitte."
Kramp zet zijn brommerbrilletje af. Met zijn Arisch blauwe ogen staart hij Gwendoline aan alsof hij net een Judenjung heeft geroken.
"Aha, du bist Frau Gwendoline zekers, nein? Ik habe die aufnamen gezeen von du, und ich moes zeggen, du hast die stem von ein geschlachtes Schwein. Gans unbrauchbar, madam."
"W-wat?". Al het vuur van de hel stapelt zich op in Gwendoline’s ogen.
"Jaja. Aber, du hast ein schönes wesen, dus, ich schtel voor das wir dein kopf und lichaam gebrauchen und das wir eine besser sprechende frau zoechen für die dialogen, alles klar?".
Oei-oei-oei, dat had Herr Kramp niet mogen zeggen.
Anonieme getuigenis opgetekend door






