Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Sam Steverlynck:
Ruben Kindermans: De Johnny Knoxville van de Vlaamse kunst
Watou 2007: in de ban van de stilte
Anima 2007 - Onedotzero Spectrum #1 en #2
BEELDENSTORM IN TIELT
datum 26.07.2002
De achtste openluchttentoonstelling van Beelden Buiten in Tielt kreeg de naam “Fractals” mee en als ondertitel “Een tentoonstellingsproject over hedendaagse kunst, muziek, tekst en (wetenschappelijk) onderzoek”. De tentoonstelling presenteert zichzelf als een multidisciplinair project dat de intersecties tussen kunst, wetenschap en natuur onderzoekt. Als metafoor of denkkader heeft men daarbij voor de fractaal gekozen hetgeen een boeiende tentoonstelling oplevert in een tuin als experimenteerruimte.

Van de vorige editie in 1998 met Kurt Vanbelleghem als curator herinner ik me nog een aantal in het oog springende sculpturen en installaties. Zo bleef me het chocolade wandelpad en het uit vogelzaad opgebouwde Maria beeld ten zeerste bij. Voor deze editie koos men resoluut voor meer efemere en immateriële werken. Het gaat vaak om minimale ingrepen in de tuin. Zelfs met het begeleidende plannetje is het niet altijd even evident om de werken in kwestie terug te vinden. Liefhebbers van de door Duchamp verguisde “netvliesschilderkunst” zullen hier hun gading niet vinden. De werken hebben een hoog conceptueel gehalte en verwijzen dan ook vaak naar concepten en theorieën uit de (natuur)wetenschappen. Zonder het kaartje en de uitleg bij een aantal werken in de tentoonstellingsgids loopt men dan ook radeloos verloren. Dit is kunst met een bijsluiter.

Het eerste werk dat we tegenkomen op onze tocht druist al onmiddellijk in tegen onze verwachtingen. De neonsculptuur van Franco Angeloni is niet echt het eerste wat men zich voorstelt bij een qua oorsprong in Land Art georiënteerde tentoonstelling als Beelden Buiten. De sculptuur, die men eerder in een grootstedelijke context verwacht dan in een tuin, licht op wanneer men een speciale plant voorbijloopt die door de kunstenaar verborgen is.
Dit werk illustreert onze vervreemding van de natuur en kan beschouwd worden als een aanmaning om de plant te gaan zoeken temidden van de rest van de flora en zodoende meer oog te hebben voor de ons omringende natuur.

Het multidisciplinaire cachet van deze tentoonstelling uit zich vooral door de confrontatie met de wetenschap. Maar ook de Watouaanse kruisbestuiving van poëzie en beeldende kunst komt aan bod, getuige daarvan het overigens zwakke werk van Engelen & Engelen.
Net zoals in de vorige editie schuwt men de band met muziek niet. Vorige keer werd David Claerbout met een naar zijn maatstaven redelijk zwak werk uitgenodigd. Dit jaar koos men voor een sublieme compositie die Jürgen Deblonde speciaal voor deze tentoonstelling geschreven heeft. Hij vertrok daarbij vanuit het butterfly effect, ook wel chaos theorie genaamd. Volgens deze theorie kan het vleugelgeklap van een vlinder in China een storm veroorzaken in New York. Dit gegeven wordt auditief vertaald in een compositie van kikkergeluiden, wind en een gitaar die geleidelijk aanzwellen naar een climax.

Terwijl men in de vorige editie vertrok vanuit de metafoor van de kringloop van de natuur (groei, bloei en verval), koos men nu voor het wetenschappelijk paradigma van de fractaal. Bij een fractaal kunnen we ons het volgende voorstellen: “De basis is een wiskundige formule waarmee in theorie een ruimtelijkheid beschreven kan worden in aanvulling op de traditionele manier om een fysieke grootheid te bepalen.”
Men gaat op zoek naar structuren binnen de natuur en ontdekt gaandeweg dat er meer orde zit in de chaotische regelloosheid van natuurlijke groeiprocessen dan voorzien. Eén van de thema’s van de tentoonstelling is dan ook het spanningsveld tussen willekeur en orde, tussen irrationaliteit en rationaliteit.
Een interessante theorie in deze problematiek is de Mandelbrood theorie, een wiskundige figuur die de groei van vertakkingen op bomen verklaart. Een Arte Povera kunstenaar wiens gedachtegoed dan ook uitermate vruchtbaar zou zijn voor deze tentoonstelling is Mario Merz, die jammer genoeg op het appel ontbreekt. Anderzijds zouden zijn werken schril afsteken tegenover de sobere ingrepen die de tentoonstelling zo subtiel maken. Merz werkt vaak met het principe van de Fibonacci- reeks. Aanvankelijk was deze formule bedoeld om de snelheid te berekenen waarbij konijnen zich voortplanten. Het gaat om een reeks getallen waarbij men telkens de twee vorige moet optellen om tot de volgende te komen (1, 2, 3, 5, 8, …) Deze getallenreeks verklaart de groei in de natuur zowel bij bladeren als slakkenhuizen en werd later ook toegepast op architectuur. Het meest bekend zijn Merz’ iglo’s die opgetrokken zijn volgens dit principe.

Een schitterend werk dat ook op zoek is naar systematiek in de natuur is Deborah Aschheim’s “Arborization”. In dit werk trekt de Amerikaanse kunstenaar de parallel met de vertakkingen van een boom en het zenuwstelsel bij de mens.

De curator Andrea Wiarda gaat er van uit dat tal van wetenschappelijke of technische ontdekkingen geleid hebben tot een andere kijk op de werkelijkheid, een ont-tovering van de realiteit indien men met Max Weber wil spreken. Daar lijkt Isabelle Cornaro’s werk “Through the Looking Glass” naar te refereren. Ze heeft verschillende lenzen met uiteenlopende diktes geïnstalleerd waardoor de bezoeker de natuur van dichterbij kan bekijken, hetgeen door de verschillende schalen een bevreemdend gevoel moet veroorzaken.

Ook het werk van Meindert Koelink heeft het belang van het kijken en het perspectief tot thematiek. Op vier verschillende plaatsen in de tuin heeft hij vitrines geïnstalleerd met daarin film stills van de lucht in Verdun. Daarbij is het landschap telkens gezien vanuit een andere windrichting. Dit werk illustreert de relativiteit van ons perspectief maar kon mij niet echt overtuigen.

In Minoru Sato’s werk wordt een natuurlijk proces door een technische ingreep bijgestuurd. Via convergentielenzen volgt hij de baan van de zon. De lenzen vangen het zonlicht op en projecteren dit via kabels naar een klein plantje, dat zich naar de lichtbundels gaat richten.
Terwijl Sato het zonlicht manipuleert, gebruikt Maria Blondeel de windturbulenties door de bomen in haar klankinstallatie.

De schoonheid van deze tentoonstelling zit hem in de bescheidenheid. Men heeft geopteerd voor slechts negen werken in de vorm van minimale ingrepen uitgevoerd door vrij onbekende kunstenaars. Deze onpretentieuze tentoonstelling bewijst dat men met een beperkt budget maar met een originele visie tot zeer boeiende resultaten kan komen.

“Beelden Buiten 2002/ Fractals” loopt nog tot 8 september, dagelijks van 14 tot 18 uur behalve op maandag.
Wie meer werken wil zien van de kunstenaars die deelnamen aan deze tentoonstelling kan terecht in Galerie CD, Kortrijkstraat 44 te Tielt. Info op 0475/28.89.29
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie