Couleur Café (Brussel, 28/06), La Grande Strument (La Rôche, 29/06) en Art is Teatime (Gent, 30/06)
Het festivalseizoen is begonnen, wees daar maar zeker van. Ik heb een week lang niets geschreven en nu valt hij mij al zwaar om de chronologie der dingen terug onder ogen te zien. Nu goed, ik sla er een slag naar. Het weekend begon eigenlijk donderdag al, met die drum&bass fuif op de Beestenmarkt, of eigenlijk woensdag al, toen ik na de film ‘nog een pintje ging drinken voor het slapen gaan’ in het café van de studio skoop en daar uiteraard bekend volk tegenkwam en uiteindelijk in een wagen richting Charlatan belandde en pas rond zes uur in m’n bed.
Maar eigenlijk was het vorige weekend nooit echt geëindigd, met die pré-Gentse Feesten avond op vrijdag, tot 10 uur ‘s morgens op en rond de Vlasmarkt gehangen met Flippe, Pitrak, Stoffer en Johan Kraak, en ook nog een tijdje met Synthemes , die naast ons inelkaargezakt zat op een vuilbak. Zaterdag opgestaan en naar Brussel vertrokken, daar als een losgeslagen gek met een epilepsieaanval staan pogoën op een knalharde set van Bogdan Raczynski, daarna veel te zatte afterparty…en maandag tot en met woensdag voortdurend op terrasjes gezeten en dan donderdag tot ‘s morgens staan dansen op drum&bass in den Bardot, met Karper en Yoost, vliegend op pure Ricard en pure whiskey en net niet pure vodka.
Ok, dit weekend dus. Vrijdag met Flippe, Rukke en Freaky vertrokken naar het swingende Couleur Café, een nachtje open lucht wereldmuziek, gezelligheid troef, heerlijk exotisch eten en in het beste geval nog een optredentje meepikken. Uiteindelijk op die zes uur daar effectief maar één optreden gezien, het laatste, van US3, maar toen stond ik net heel hard te flippen op die paddestoelstengel van een uur ervoor, en moest ik me even heroriënteren ten aanzien van de wereld, en vaststellen dat paddestoelen na een lange reeks zware Ricards een bijzonder geschift effect geeft, maar gelukkig nog net handelbaar in een enorme massa mensen, nét. Soit, het was heel gezellig daar. Op het terrein al heel snel Pitrak tegen het lijf gelopen, die de laatste tijd al wel eens vaker mee doorzakt, een zeer geschikte kerel, met een eveneens imposant groot feestinstinct. Nu is hij wel heel lang mee doorgezakt, zonder veel gepland te hebben, en met niets anders van materiaal dan de kleren die hij aanhad, wiet en wat geld is hij mee met ons op stap geweest tot zondagavond. Toen we buitengeduwd werden van de terreinen van Couleur Café zijn we met een hele meute nog serieus op café gaan zitten, in de Kafka, waar we als bij wonder niet buitengegooid werden, Flippe en ik zaten vaak te roepen, te gieren en ik gooide verschillende glazen van tafel, zotgeslagen van de ricard en de paddestoelen en toen nog eens een paar Duvels erbij, Flippe die over de tafel wou kruipen om naar de wc te gaan maar wij die hem natuurlijk met geweld tegen de grond kwakten, en er was ook nog een gast bij op LSD die af en toe onaangekondigd begon te schreeuwen en hele luide dierengeluiden uitkraamde, maar voor de rest viel er nog wel mee te praten. Daarna op straat en op het kot van Freaky werd de zwijnerij nog duchtig voortgezet, maar helaas zijn die herinneringen weggevaagd door teveel misbruik voor een avond. Nog een geluk dat er goed geslapen werd die nacht, met vier op Freaky’s kleine kamer, en dat tot rond 16 uur. Toen was het eigenlijk de bedoeling dat we meteen de auto in zouden springen richting La Rôche, diep in de Ardennen, alwaar een vriend een groot feest gaf in het midden van een vallei, ver weg van de lastige buren en waar dus doorgefeest zou worden tot ‘s middags. Eigenlijk was het festivalletje al begonnen rond 12 uur ‘s middags, en Flippe had daar toen al moeten staan om tussen elk optreden door een sketchje te spelen op het podium, maar hij zat dus nog bij ons in Brussel, en dat tot goed acht uur, vier uur hadden we uiteindelijk nodig om het materiaal en elkaar bijelkaar te krijgen om naar daar af te zakken. Nu ja, uiteindelijk hadden we ook niet zoveel mee: een iglotent voor 3 personen, drie slaapzakken en twee matjes, en we waren met zes mensen, het zou krap worden. Soit, na nog wat vertraging hier en daar arriveerden we rond 11 uur op het festival, en toch was J-M, die organiserende vriend van ons, nog heel blij om ons te zien, maar Flippe ietsje minder, die zou uiteindelijk nooit een sketchje spelen, aangezien zijn partner voor de sketchjes teveel paddestoelen had gegeten. De eerste aanblik van het feest daar viel wat tegen: amper een 150-tal aanwezigen, slechte gitaarmuziek en vooral de temperatuur viel daar serieus tegen, veel kouder dan berekend. Maar ja, na al die jaren weten we al wel dat een feest hetgeen is wat je er zelf van maakt, en dat elk feest nog wel kan losbarsten, wat ook gebeurde, en hoe! Na snel wat gegeten te hebben begonnen we te zoeken naar pillen, die hadden we op nog geen half uur, sneller dan drankbonnetjes, die enkel verkocht werden door een rondlopende griet met een cowboyhoed op, die overigens zelden te vinden was. Niet veel later begon de eigenlijk fuif, meteen van wal gestoken met eenvoudige drum&bass, die hoedanook zeer van pas kwam als middeltje tegen de kou, gevolgd door lekker oude aciiiiiiid, en dan nog eens gevolgd door een nooit eerder meegemaakt optreden van Arkenoid, die gespecialiseerd waren in het soort gabberbeats en aphex-dreunen die tegenwoordig als Hard Tek worden bestempeld. Toen ging die pil van mij (of het eerste halfje van m’n Dollar) al een serieus eind, ik stond echt te stuiteren op die muziek. Dat duurde zo’n paar uur, steeds meer mensen haakten af wegens de kou en lanceerden dan maar het goeie initiatief om een groots kampvuur te maken en daar met z’n allen rond te gaan zitten, wachtend op de slaap.
Uren later begonnen ze daar plots mensen van rond het slinkende kampvuur te plukken om mee te helpen opruimen, de laatste dj was gaan slapen zonder te draaien, een paar anderen hadden afgebeld en dus was het feest al rond zeven uur gedaan. We hebben ons dan maar snel uit de voeten gemaakt, niets is zo’n bummer na een goed feest dan de handen uit de mouwen te moeten steken. We slenterden weer naar de camping, wat best wel mooie plaatjes opleverde van benevelde en met goddelijk straaltjes zon overgoten Ardense vlakten en een ontwakend dorpje, waar we de allereerste koffiekoeken kochten van de dag, het licht in de bakkerij was nog niet eens aan, nog een geluk misschien, met al die scheve en bleke bekken van ons. Op het laatste stuk naar de camping sprong Sativo, ondanks onze smeekbedes, op een antieke riksha (zo’n Indische taxi-fiets) die zomaar los naast een huis stond en fietste er zeer moeizaam mee door de straat, hij kantelde bijna omver, het kostte verdomd veel moeite om hem te overhalen om niet met dat ding tot aan de tent te fietsen, niet alleen omdat het een voor ons doen uitermate brave camping betrof in plaats van een ruige festivalcamping, maar vooral omdat we dan wel eens problemen zouden kunnen krijgen met de locals, wegens diefstal, vandalisme en watweetiknogallemaal. Gelukkig parkeerde hij het rotding om een hoekje en bleef er geen bezwarend bewijsmateriaal over, behalve vingerafdrukken dan.
Rukke en Freaky waren al een heel eind voor ons uitgewandeld en toen we eindelijk bij de tent stonden lag Rukke al in de iglo en Freaky lag in zijn auto te maffen. We gingen nog langs de kant van de idyllische beek, vlak naast ons tent, een dikke joint smoren, en ik ben toen wijselijk vroeger vertrokken om snel in de kofferbak van Sativo’s auto te kruipen met m’n mini-matje en slaapzak. De rest moest noodgedwongen in de iglo kruipen, met vier in zo’n rot-tentje dus, met 1 matras en 2 slaapzakken. Niet dat de auto veel beter lag, nauwelijks een oog toe gedaan, nog lichtjes drijvend op de pillenenergie en vooral wanhopig proberend een niet pijnlijke lighouding te vinden, zonder succes. Tegen de tijd dat de finale van het WK begon opgestaan en wat met m’n voeten in de beek gaan zitten, tot de rest op was en we meteen naar La Rôche karden om daar in een Irish Pub de laatste tien minuten van de match te zien, zonder echt te kunnen volgen. In La Rôche zelf was een braderie aan de gang, het jaarlijks weerkerende sociale hoogtepunt van dit op toerisme levende gat vol door langdurige incest misgroeide freaks. Het was echt akelig om tussen al die marginale figuren rond te lopen, in tegenstelling tot al die margi’s in Gent die we na een paar jaar Vlasmarkt toch al goed beginnen kennen, maar dat zijn de uitzonderingen, de excentrieke nachtraven, daar in La Rôche zag iedereen er lelijk en triest uit, zowel jong als oud. Enfin, we hebben daar wat tussen de kraampjes gelopen, er liep ook heel de tijd een soort MC door de straat, iemand met een micro die lukraak mensen aanklampt en ze gênant ongeïnspireerde vragen stelt en ongeïnteresseerde antwoorden terugkrijgt, terwijl de hele straat kan meeluisteren (de eerste keren hoorde ik costant iemand "bonjour monsieur…" zeggen, en nog half aan het flippen dacht ik dat er boven mij iemand hing, maar het kwam uit de kleine boxjes die in heel de straat hingen), ik liep eventjes voorop toen ik die saaie mc weer iemand hoorde vragen "bonjour monsieur, d’où viens tu ? " en al vanaf die eerste lome, doorrookte en kapotgefeeste "Eueuhm…moi? Deuh…Gand" wist ik dat Pitrak dat wel zag zitten, op de vraag wat hij hier kwam doen antwoordde hij niet al te vlot "euh…écoles…vacances…tu sais?", toen lagen we allemaal al in een slappe lach, hij kreeg nog een kwisvraag die hij goed beantwoordde en hij won een mini ‘vier op een rij’ spel. Spijtig dat hij niet verder gegaan was, echte obsceniteiten beginnen roepen, of die vent uitschelden terwijl heel de straat het kan horen, heel spijtig.
Enfin, na een uur of wat daar begon dat volk echt wel onder ons vel te kruipen, al die griezels die ons vaak ook bijzonder gemeen zaten aan te staren, vooral toen Flippe aanstalte maakte om in het midden van het terras een joint te rollen, we moesten weg, en snel, maar niet voor we een bierglas braken door te proberen er vanop afstand een 2 euro muntstuk mee op te vangen. Flippe bolde met Sativo terug naar Gent, Pitrak, Rukke en ik reden mee met Freaky, en wijs besluit, gezien Freaky’s poepchique, met leder beklede auto van het werk en zijn vette boxen. Pitrak en ik werden als koningen in zetels in no time naar Brussel gerold, waar we stoned als een ei van twee veel te zware jointen aankwamen, en Freaky nog de show stal door eveneens heel stoned wild door Brussel te beginnen racen, alle regels aan z’n laars lappend, voortdurend hilarische, gortdroge dooddoeners uitkramend zoals "Ja Hoeiendag zeg!" en honderd keer "Oei!", we konden echt niet meer van het lachen, zeker toen een politiewagen net iets te lang voor ons bleef staan en Freaky z’n claxon een paar keer indrukte om ze weg te jagen, roepend van "hey zwijnen! Uit mijne weg godverdoemeu!". Vervolgens reed Rukke ons naar Gent, waar we meteen afzakten naar de loungy drink van Starbot, waar we Sativo en Flippe weer troffen, en good old Carlos, en waar al na een paar uur gratis witte wijn uit het vatje werd uitgedeeld, maar toch m’n best gedaan om tegen twee uur de plaat te poetsen en eindelijk eens in m’n eigen bed een respectabele nachtrust te scoren, wat ook lukte, vandaar misschien dat ik me vandaag nog verrassend normaal voel, afgezien van enkele plotse humeurstoringen, zoals toen ik net niet m’n tv-antenne inelkaar mepte omdat ik maar geen goed beeld kon krijgen voor het nieuws. Misschien dat morgen nog slecht kan beginnen, maar ik zou niet weten waarom. De laatste weken voelde ik me inderdaad in de week vaak erg slecht, zware somberte, bijgestaan door hormonale storingen, daarom dat ik vorige week zoveel mogelijk weg geweest ben, constant op stap, elke avond zat in bed, deze week probeer ik min of meer hetzelfde te doen, bezig blijven, de gedachten niet teveel laten gaan naar de dark side. Straks terrasje, morgen koken voor Elly en Flippe en donderdag filmpje gaan zien, en dan…is het weer weekend. Jaja, het leven, het is ne cirkel nondedoeme!
Polé Polé (5-6/07) en Starbot (5/07)
Afwachten…zometeen "all aboard the Dourmobiel!" . Het zal me weer wat worden daar. Dour is altijd gaan tot je niet meer kan staan, we hebben meer drugs bij elkaar gespaard dan ooit, op dat vlak kan het al niet mislukken. En gezien onze goeie feestvorm van de laatste weken ook al niet. Vorig zot weekend zit nog vers in het geheugen, twee avondjes Polé Polé, twee keer met gratis kaarten van m’n broer, en de tweede nacht met meer gratis cocktails dan ik ooit in m’n leven bij elkaar gezien heb. De gevolgen daarvan waren navenant: een lichaam vol blauwe plekken en stijve benen en kop voor twee dagen, we hebben daar als een bende kinderen elkaar omver zitten sleuren en trekken, vechtend over de grond rollen, of zomaar voorover vallen van totale zattigheid, op een gegeven moment, in een vanop voorhand gedoemde gedoemde poging tot salsadansen ging ik in het midden van de dansvloer tegen de grond, maar niet zonder eerst een halfvolle mojito’s over Flippe heen te kappen, waardoor die een uur lang met een kop vol muntblaadjes heeft rondgelopen. Jaja, het was me daar een ongelofelijk zatte bende, en dat gold niet alleen voor ons. Tegen 7 uur afgezakt naar de Charlatan, waar ik niets meer van weet, en dan nog een uur of twee op het terras van den Afsnis gezeten, bij de rommelmarkt, alwaar we ons bezig hielden met het volgende spelletje: naar elk koppel op leeftijd dat passeerde roepen "hey meneer, hedde gij uw vrouw al bedrogen?" , en dan letten op de meestal zeer gegeneerde reactie van de vrouw, drie mannen antwoordden effectief "ja zenneu!", waarschijnlijk voor het lachen, maar ongetwijfeld gevolgd door een lastig vragenuurtje van moeder de vrouw. Hoogst amusant spelletje, een wonder dat we nooit op onzen bek gekregen hebben. Enfin, zo hielden we het die nacht vol tot halftwaalf, een paar uur later zat ik met m’n broer alweer op een familiefeest, met mini-oogjes en eigenlijk nog flink zat van al die mojito’s die daar manu militare in m’n poten geramd werden. Weer een mislukte familiefoto, het zal nooit goedkomen.
De nacht ervoor was al niet minder volwassen te noemen. Na Polé Polé, waar we ons nog relatief gedragen hadden, trokken we met Rukke’s auto naar een party van het hippe Starbot, iets verder, in een loods langs het kanaal. Daar ontspoorden we helemaal. Er lagen van die gigantische bergen zout in die loods, rondom de dansende mensen, en vlak voor al dat bekende volk uit Gent greep Flippe me bij m’n benen en gooide me ondersteboven in het zout, waarna ik een fikse hand vol zout zijn richting uitsmeet, wat natuurlijk meer op de omstaanders terecht kwam dan op hem. Daarna kwam iemand zeggen dat dat zout redelijk kon bijten in de kleren enzo, we hoorden hem niet zo goed en dus lieten we het maar zo, maar de volgende dag bleek m’n broek wel behoorlijk naar de kloten te zijn, de onderkant helemaal verkleurd, en m’n goeie schoenen hadden plots ook hun beste tijd gehad. Maar ja, dat zijn de risico’s van het vak. Vast staat dat na die stunt onze naam en reputatie wel degelijk zal gevestigd zijn, als wilde fuifbeesten van Gent, maar volgens mij kennen ze ons al een hele tijd. Ach ja, ‘imago’, wie houdt zich daar mee bezig?






