De Palma is nog steeds die goeie ouwe meester in het genre van de psychologische thriller, die zijn films altijd al graag rijkelijk overgoot met een dikke Hitchcock-saus en een stevige portie in you face geweld. Zijn carrière werd gelanceerd met de stevige wraakfilm Carrie (1976), waarin een creepy Sissy Spacek alle duivelse banbliksems loslaat op haar pestende medescholieren. Al van in het begin speelt De Palma zeer geamusseerd met de voeten van de kijkers, zet ze keer op keer op het verkeerde been en laat hen graag om het half uur ofzo eens uit hun zetel springen van het schrikken. In Dressed To Kill (1980), een van m’n favorieten, graaft De Palma dieper en laat de film 2 uur lang onder het vel van de kijker kruipen, niet door middel van een spannend verhaal ofzo, verrevan, het zit hem allemaal in de techniek, onder meer door enkele ijzingwekkende, perfect in elkaar geknutselde stalkingscènes. De film is één brok rauwe emotie, iets wat hij een paar jaar eerder al deed met het surrealistische Fury (1978), een film die geen moment geloofwaardig overkomt, de vorm primeert totaal over de inhoud, het eerste half uur denk je, zoals steeds bij een De Palma-film, "naar wat voor een platte rommel zit ik nu weer te zien?", tot er plots zo’n onwaarschijnlijke plotwendig komt die alles meteen een luguber en intrigerend tintje geeft, en als de film gedaan is blijf je achter met een vermoeid en dubbel gevoel, "was dit nu briljant of pure trash?", met De Palma ben je nooit zeker, alleen films als Blow Out (1981), The Untouchables (1987) en misschien ook Carlito’s Way (1993) worden algemeen aanzien als kleine klassiekers in het genre. Maar de laatste jaren bakte Palmke er naar mijn immer bescheiden mening bijzonder weinig van, dat ging van slap entertainment als Mission Impossible (1996), via een zelfparodie als Snake Eyes (1998) tot De Saaiste Film die gemaakt werd sinds de dood van Andrei Tarkovski, Mission to Mars (2000).
En nu is er dus Femme Fatale, een prent die door vele vooraanstaande filmcritici lovend wordt onthaald als nog eens een echte ouderwetse psychologische thriller. Maar, kijkers weest opgelet! Die mensen, nu ja, ‘mensen’, die critici dus, zijn vaak net als ik De Palma-fans, om de eenvoudige reden dat hij net zo’n regisseur is die films maakt voor mensen die liever de vorm, de techniek, het mechanisme van het gegeven Film bestuderen dan dat ze het verhaal willen volgen, laat staan dat ze ook maar in het minst geïnteresseerd zijn in de acteerkwaliteit van bijvoorbeeld hoofdrolspeelster Rebecca Romijn-Stamos, een geluk, want toen ik er wel even op lette viel mij plots op dat ze voor geen meter kan acteren en er overigens bijzonder voos uitziet om als femme fatale door het leven te gaan (nu heb ik in wezen niets tegen een blonde schone, maar bij haar had ik de helft van de tijd het gevoel dat ze een ventenkop op een niettemin killer lijf hadden geplakt en - dit even volledig terzijde - ik moest de hele tijd denken aan het verhaal dat de hoofdrol oorspronkelijk bedoeld was voor Uma ‘habba-habba’ Thurman, "kreun"). En nog een veel groter geluk dat ik me van het verhaal ook weinig heb aangetrokken, want het rammelt weer langs alle kanten, voor een film die zichzelf als een ‘puzzel’ verkoopt ontbreken er toch verdomd veel stukken, en dan passen ze nog niet eens allemaal in elkaar. De film barst ook van onlogische handelingen en onwaarschijnlijkheden. Nu ken ik ook wel het begrip ‘suspension of disbelief’, dat men de fantasie moet laten gaan bij het zien van een film (anders zou een film als Spiderman bv. ook niet echt aanslaan, "Huh? Een vent die spinnewebben kan maken met z’n poten en zomaar over buildings vliegen? Ga wèèèg!"), maar toch, na de zoveelste compleet toevallige plotwending denk je van "komaan jong, niet met mij zenne". Maar goed, het verhaal doet dus niet echt terzake, en het bijzonder frustrerende einde kan je maar beter ook meteen vergeten (een tip om het einde te voorspellen: kijk telkens als er een klok in beeld komt hoe laat het is, en na een tijdje weet je wel hoe laat het is).
Wat maakt Femme Fatale dan wel de moeite waard? Wel, dat het opnieuw een soort Best Of is van alle trucjes die De Palma doorheen zijn carrière gebruikte. De regie is als vanouds in your face, over the top bombastisch en soms hilarisch gekunsteld, maar soms levert dit toch nog wel eens knap staaltje pure cinema op, zoals de hele, twintig minuten durende openingssequentie, waarin we een knap verfilmde en gewaagde diamantroof tijdens een openingsgala van het filmfestival van Cannes te zien krijgen, zonder meer een der meest sexy diefstallen uit de filmgeschiedenis, maar voor de rest opnieuw totaal ongeloofwaardig. Ook komt De Palma opnieuw aandraven met zijn stokpaardje, het gebruik van split screen, waarbij het scherm in twee gedeeld wordt om normaal gezien twee simultaan verlopende gebeurtenissen tegelijk te tonen, maar hier krijgen we meestal twee keer hetzelfde te zien, maar vanuit een ander standpunt, ziet er leuk uit, maar het nut ervan ontgaat mij wel compleet. Ook het zeer veelvuldig gebruik van slow motion is er weer bij, maar dan telkens op een zeer gepaste manier, aangezien het voor de kijker informatie accentueert die bruikbaar is voor later in de film. Allemaal filmstudieboek-materiaal dus, interessant voor mensen met een meer dan gezonde interesse voor de werking van het medium, maar veel minder interessant voor de leken, en dat lijkt me wel te volstaan qua conclusie.
Officiële website






