Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Stoffel Debuysere:
interview met Phill Nilock, 'The Forgotten Minimalist'
Christian Fennesz op zoek naar de perfecte popsong.
Kleine geheimpjes, grote dromen.
MON CHERRIES: FLIM, THE BOOKS, AKI ONDA, KIM HIORTHOY, HANS APPELQVIST, MÚM.
datum 24.06.2002
rubriek Muziek
Alhoewel je met behulp van electronica zowat alle bestaande en theoretische klanken kan opwekken, mis je de directheid, de tastzin en de unieke warmte van een akoestisch muziekinstrument. Steeds meer hedendaagse componisten grijpen in hun zoektocht naar nieuwe geluidsvormen terug naar de organische klanken van blazers, strijkers, snaarinstrumenten, ‘found noises’ en de stem. Zo is er op korte tijd wereldwijd een nieuwe elektro-akoestische beweging hoorbaar geworden, die al die klanken een plaatsje geeft in elektronisch gevormde structuren. Een compositum van het abstracte en het vertrouwde.

Bij het overlopen van de catalogus van Het Duitse label Tomlab voelen we ons een beetje als kleine dreumels in een snoepwinkel. Het ziet er allemaal even heerlijk uit en alhoewel we denken alle ingrediënten te kennen, blijken de recepten altijd vers en verrassend. Tom Steinle, de bescheiden man achter het label, heeft een goeie smaak die vooral uitgaat naar muziekjes die ergens schipperen tussen pop, ambient en elektronica. De eerste release, Visor, was de perfecte smaakmaker van wat ging volgen: Jörg Follert (o.a. Wunder), Jens Massel (Genf, Kandis, Senking) en Steinle zelf bricolleerden op deze plaat elektronische en akoestische klanken tot melancholische composities, die uitgesproken hulde brachten aan het visionaire Laughing Stock van Talk Talk. Ook andere artiesten op het label, zoals Kristian Peters (Novisad, Adlib) Harald "Sack" Ziegler, Frank Schültge "Blumm”, Rafael Toral, Jurgen Deblonde en Angelica Köhlerman produceren kleine brokjes magie, fris en hartverwarmend.
Een nieuwe naam in deze lijst is Enrico Wuttke, een slaapkamercomponist uit Dresden die nu onder de naam Flim zijn eerste werk prijsgeeft. Op Given You Nothing staan een tiental instrumentale miniatuurjes die zowel ontroeren als verleiden. Sobere pianomotiefjes à la Michael nyman worden doorweven met haast naïeve melodietjes en subtiele elektronica. Bij het beluisteren van stukken als ‘Plural’ en ‘Paspell Unten’ zie je als het ware een kleine ballerina opduiken uit een muziekdoosje, gracieus en levendig mooi. Het zijn filmische composities, waarbij je je zo fictieve scenes kan inbeelden, met kleine gebaren en grote gevoelens. Het broze ‘Hell’ en ‘April’ zouden bijvoorbeeld perfect passen in een of andere post-generatie x film: melancholisch, onzeker tastend naar genegenheid. In ‘Linker2’ duiken minimalistische beats op, die zich spinnen rond repetieve piano- en orgeltonen en vormloze stemmen: een klankavontuur in een grimmig landschap, bestemming onbekend. Net als pakweg Susumu Yokota of Fourtet slaagt Flim er in om organische en geprogrammeerde klanken te verzoenen tot pakkende, spitsvondige en gevarieerde muziek. Voor fijnproevers.

Ook met The Books zorgt Tomlab voor een versbakken verrassing. Dit project draait rond een bizar Amerikaans duo, de klassiek geschoolde multi-instrumtalist Paul de Jong en Zammuto, een jonge autodidact die reeds een aantal vreemde platen uitbracht op labels als Infraction en Apartment B. Ondanks hun uiteenlopende muzikale achtergrond, hebben beiden zich gevonden in een gemeenschappelijke obsessie voor autobiografische stem- en klankfragmenten. Thought For Food is de neerslag van maandenlang gesnuffel in hun respectievelijk sample-databases: gesproken stukjes uit TV-shows, nieuwsberichten en intieme dialogen worden versmolten met allerlei delicate muziekjes. Nu worden wel eens vaker te pas en te onpas stemsamples gebruikt –bon ton in de zogenaamde postrock- om wat sfeer te scheppen, maar hier vormen ze een inherent en belangrijk onderdeel van de composities, net als op het legendarische My Life in The Bush of Ghosts van Brian Eno en David Byrne (1981) of de vorig jaar verschenen EP van Hans Appelqvist (zie ook verder). De tekstflarden zijn vaak confronterend, soms onthutsend maar evengoed grappig, zoals in ‘Contempt’ waar je een hilarisch gesprek tussen twee mannen kunt volgen: “What about my ankles, do you like my ankles?” - “Yes, enourmously” - ” Do you like my face too?” -“Yes, I love your knees”… weerklinkt doorheen een krakkemikkig walsje. De muziek is vooral opgebouwd uit traditionele instrumentaties, in ‘Motherless Bastard’ hoor je sierlijke violen drijven op een ragtime bluesriff en ook ‘Getting the Job Done’ klinkt vaagweg als een redneck wijsje, maar dan volledig verknipt. Je hoort voortdurend echos uit allerlei Noord-Amerikaanse rootsmuziek voorbijwaaien, geïntegreerd in een ongehoorde mixtuur van woord en klank. In ‘Enjoy Your Worries, you may never have them again’ waan je je bijwijlen in de film Deliverance, inclusief banjosolo, net voor je onverhoeds bedolven wordt onder een fijne laag noise en stuiterende beats. Het halfgezongen ‘All Are Base Are Belong to Them’ kan bijna doorgaan als een popsong; bijna, want de cut-up van teksten en melodieën maken dit allesbehalve easy-listening, hektisch maar wel boeiend – en dat geldt voor het grootste deel van de plaat. In deze muziek zijn alle elementen aanwezig die de elektronische ‘glitch’ muziek zo boeiend maakt: decontextualisering, deconstructie en fragmentatie, maar dan in de compleet onverwachte context van spoken word en akoestische traditionale muziek. Een interessant procédé, dat een tijdje geleden ook al gebruikt werd op The West van Matmos (1999) en ons ook nu goedkeurend geknor ontlokt.

Tom Steinle heeft vorig jaar ook een nieuw labeltje opgestart, Softl Music, dat zich focust op het grensgebied tussen veldopnames, elektronische en akoestische muziek. Van de twee reeds verschenen platen, van Yoshio Machida en Oki Onda is vooral deze laatste een juweeltje. Onda heeft in het wereldje van de Avant-garde een goeie reputatie opgebouwd, als fotograaf maar ook als autodidactische muzikant en producer. In de jaren negentig vormde hij samen Eye Yamatsuka (the Boredoms ) en Nobukazu Takemura het gezelschap Audio Sports, die binnen de Japanse scene nogal wat ophef maakten met hun radicale assimilatie van jazz, hip hop, techno en ambient. Later maakte hij enkele (jammer genoeg quasi onvindbare) solo-albums, waarop hij samenwerkte met klinkende namen als Noël Akchoté, Simon Fisher Turner en Blixa Bargeld. Voor Onda gaat compositie niet zozeer over het schrijven van songs maar vooral over het creëren van ‘ruimte’ voor muziek, een werkwijze die heel wat aan de verbeelding van de luisteraar overlaat: je moet immers een beetje tussen de noten durven luisteren. Rob Young schreef in the Wire over Onda’s vorige plaat Beautiful Contradiction: "If the content of so much electronica refers back only to the tools that constructed it, Onda's poetic sensibility suggests a new expressive range”. Op zijn nieuwe plaat, Precious Moments, is dit nog intensiever hoorbaar. Onda componeert op basis van samples, found noises en minieme elektronische geluidjes, maar laat zich ook bijstaan door een reeks muzikanten, die allerlei akoestische kanken uit hun instrument toveren. Het resultaat is betoverend, ongrijpbaar en aangrijpend in zijn soberheid. In Opener ‘Towards a Place in the Sun’ weerklinken warme houtblazers en een klarinet over subtiele beats en een lichte stroom feedback, occasioneel verbroken door geroezemoes. Melancholische, trage klankstromen drijven voorbij, haast onopvallend maar eenmaal ervan doordrenkt, uitermate beklemmend. ‘Caress’ en ‘Someplace’ dobberen op een droeve akoestische gitaarmelodie, etherische klanken maken de tussenliggende stiltes voelbaar, duistere noise duikt op uit de onderlaag en laat een diepe indruk na. Ook op de andere stukken hoor je exotische en vertrouwelijke klanken minzaam samenvloeien. De muziek op Precious Moments reflecteert een aparte klankwereld, waar je als luisteraar je eigen weg moet aftasten in een waas van mysterie en bevreemding. Sprookjesmuziek.
homesite.

Een groot deel van die zogenaamde ‘electro-akoestische’ beweging situeert zich in Scandinavië. Ankervrouw is zonder twijfel Björk en die doet dat uitstekend, maar er houden zich nog heel wat artiesten schuil die minstens even interessante muziek afleveren. Hun werk heeft een warme klankkleur gemeen, straalt melancholie uit en heeft een eclectische muzikale basis, die bestaat uit flarden pop, klassiek, jazz en electronica. Zo lieten we ons vorig jaar nogal euforisch uit over Xiao Fang, de debuut EP van de Zweedse Hans Appleqvist, sinds kort ligt zijn eerste full-album in de winkelrekken. Tonefilm is het residu van een live-project waar Appelqvist al enkele jaren aan gewerkt heeft: met behulp van antiek projectiemateriaal, een krakkemikkige grammofoon en enkele akoestische instrumenten maakt hij zijn eigen cinema, waarbij hij gefragmenteerde videoclips en filmfragmenten voorziet van instrumentale muziekjes. De plaat laat zich beluisteren als een imaginaire soundtrack bij een caleidoscoop-figurenspel: naïef en kleurig maar ook een beetje magisch. Akoestische gitaarriedels, klassieke piano en fluitsamples worden doorspekt met fijne elektronische klanken en allerlei Zweedsgesproken voicesamples, die de muziek een exotisch tintje geven. Andreas Tilliander produceerde de plaat en zorgde voor wat extra variatie: ‘Bortom Haven’ zorgt met zijn latin-ritme voor een uitbundige lounge-sfeer, terwijl iemand ergens op de achtergrond wegmijmert bij een jazzy pianodeuntje uit lang vervlogen tijden. In ‘De Förgyller Varandras Slut’ is het feestgedruis weggeëbt, ergens weerklinkt nog een dronken pianoballad en intiem gefluister, net voor de woelige thuisreis begint: enkele tragische pianoakkoorden gaan verloren in een wirwar van donkere drum ‘n’ bass beats en schizofrene blazers, het einde van de rit brengt verlossing. ‘Bakfylleord’ en ‘Grammofonnummer’ sluimeren op sierlijke bossa-nova akkoorden, waaronder de liefdesperikelen van een koppel weergalmen. Zo vertelt ieder song een eigen verhaal, alleen de beelden ontbreken. Tonefilm is misschien niet zo verrassend als de Xiao Fang EP, maar is wel een aangenaam kleinnood voor wie ‘ns wil wegdromen naar verre en verborgen streken.

Ook in het nabijgelegen Noorwegen bestaat er een rijke elektronica scene, waar onder andere Alog, Biosphere en Martin Horntveth een prominente plaats innemen. Opvallend figuur is Kim Hiorthoy: filmmaker, fotograaf en designer (vooral de covers van het label Rune Grammofon), maar ook muziekknutselaar. Zijn volwaardig debuut Hei werd ruim een jaar geleden uitgebracht op Smalltown Supersound, maar krijgt nu ook een Vinyl-uitgave op het Londense Vertical Form en dat is meer dan verdiend. Hei is een impulsief en organisch werkje waarop allerlei frisse klanken en echos uit het alledaagse leven floreren tussen elektronische ritmes. De technische finesse is onderhevig aan de spontaniteit en speelsheid waarmee Hiorthoy zijn muziekjes samenstelt. Opener ‘Politiska Ditken Atervänder’ maakt dat al duidelijk: een simpel marimba-deuntje wordt opgedreven door knetterende breakbeats tot een verslavend flipperspel van klank en dynamiek. Miniatuurtjes zoals ‘Torture Happiness’ en ‘Jag Finns’ doen denken aan de ambienttracks van Aphex Twin: frivool maar niet gratuit. Gammele percussie en akoestische tonen worden gestreeld door zachte beats en broze synthlagen in ‘Juli’. In ‘Fjorskellige Gode Ting’ spelen een oude viool en piano een lange serenade in een bui van weemoed en heimwee naar dingen verloren en beneveld. ‘Giving and Taking’ is een tien minuten durende saga van voortdurend afwisselende bluesy gitaarriffs, technoritmes, stem- en klanksamples. Het is muziek die onder een rimpelende oppervlak talloze kleine geheimpjes herbergt die opduiken zonder dat je er erg in hebt, tot uiteindelijk het ganse boeket duidelijk wordt. Binnenkort verschijnen enkele compilaties en nieuw werk van Hiorthoy, bij ons begint het alvast te kriebelen.

Hét succesverhaal van de laatste maanden: het Ijslands gezelschap Múm is op korte tijd, met slechts twee platen op hun conto de hartendief van het jonge Europese muziekpubliek geworden. Uitverkochte concerten, uitstekende verkoopcijfers en lofbetuigingen alom in de media en op het Internet: het heeft hen geen windeieren gelegd. Charmant zijn ze in ieder geval: Gunnar öm Tynes en Örvar Smárason en de fotogenieke tweelingzusjes Gyoa en Kristin Valtýsdóttir werkten voor het eerst samen aan een theaterstuk voor kinderen en lieten zich enkele jaren geleden opmerken met hun debuut Yesterday was Dramatic-Today is OK, waarop aanstekelijke melodietjes vermengd werden met warme elektronische bleeps en beats. Best een leuke plaat die elektronische muziek toen alvast een delicaat aanschijn gaf, maar inhoudelijk vaak te leeg en te lang van stof om te blijven boeien. Hetzelfde geldt in zekere mate voor zijn opvolger Finally We are no-one: we worden er op onze meest kwetsbare momenten wel even week van, maar echt nazinderen doet deze plaat niet, daarvoor zijn de helft van de tracks iets te zwak. Het begint anders wel goed: de single ‘Green Grass of Tunnel’ en ‘We Have a Map of the Piano’ zijn liefelijke popsongs, waarin de broze stemmetjes van de zusjes versmelten met elektronische ritmes en vleugjes accordeon, gitaar en melodica. Op momenten als deze lijkt de muziek van Múm wel een pastorale milleniumversie van de droompop van de Cocteau Twins of The Cranes, of alweer een nieuwe telg uit het lange rijtje Scandinavische etherische kamermuzikanten: Stina Nordenstam, Bel Canto (met chanteuse Anneli Marian Drecker), Anja Garbarek, Sigur Ros en noem maar op. Ook ‘K/Half Noise’ is een mooi stukje, dat voorzichtig openbloeit tot een veelkeurig spel van klankjes en strijkers en ‘Now there’s that Fear Again’ en het titelnummer voelen als warme lichtstraaltjes waarin het heerlijk soezen is. Maar anderzijds zijn tracks als ‘Don’t be Afraid..’ of ‘Behind the Hill’ niet meer dan holle niemendalletjes en afsluiter ‘The Land Between Solar Systems’ heeft dan weer een tergend hoog Enya en Julee Cruise gehalte. Nogal saai en voorspelbaar dus, maar het gaat er wel in als zoete koek. Voor al die romantici die hun kalverliefde nog eens willen overdoen met hun teddybeer: Finally We are no-one is het ideale luistervoer voor die intieme momenten. Wij kunnen het weten.
homesite.

Flim, Given You Nothing, Tomlab.
The Books, Food for Thought, Tomlab.
Aki Onda, Precious Moments,Softl Music.
Hans Appelqvist, Tonefilm, Komplott..
Kim Hiorthoy, Hei, Smalltown Supersound & Vertical Form.
Múm, Finally We are no-one,Fat Cat/PIAS.


Ook genoten van brokjes en beetjes van:
DJ Shadow (The Private Press, bij momenten briljant, maar bijlange niet het niveau van zijn befaamd debuut)
Sonic Youth (Murray Street, degelijk, as usual)
Akufen (My Way, het geluid van de tweede jeugd van housemuziek)
Rechenzentrum (Nelson, voor mij een ontdekking)
Leerzaam: An Anthology of Noise & Electronic Music (op het Brusselse Sub Rosa)
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie