JELLO, Voile(Peacefrog/Lowlands)
Weinig albums die het gezicht van de elektronische muziek zo ingrijpend veranderden als Bola’s Soup van een paar jaar terug. De reputatie van de mysterieuze Bolaman aka Darryl Fitton groeide omgekeerd evenredig met zijn output. Niettegenstaande hij de laatste paar jaar slechts één debuutalbum en een ep op zijn actief heeft, werd zijn technoproject om de haverklap geciteerd met gelijkaardige acts en op een lijn geplaatst naast grote voorbeelden als Autechre, Boards of Canada of Aphex Twin. Na een betrekkelijke windstilte van een paar jaar maakt Fitton nu zijn langverwachte comeback met zomaar eventjes twee schitterende albums: één als Bola op het Britse Skam en een ander onder het pseudoniem Jello op het Amerikaanse Peacefrog. Vanaf de eerste tonen van Fyuti weet je dat je goed zit voor een reis van meer dan een uur doorheen de donkerste regionen van Fitton’s brein. De spookachtige, holle synths van ‘Vertiphon’ en ‘Shoobl,e’ doen eerst nog sterk denken aan Soup. Maar dan verandert er iets in de toon van het album. De effecten en beats van het bijzonder sterke ‘Pae Paoe’ groeien naar een climax met de gemuteerde hiphopvocalen van Dennis Bourne . ‘Tibular Vader’, ‘Veronex Cypher’ en het meesterwerkje ‘Magnasushi’ bouwen verder op dat procédé met robotachtige stemfragmenten, ijzersterke en complexe melodieën en overdonderende beats. ‘Horizophon’ en het wonderlijke ‘Soleiele’ sluiten dan weer meer aan bij de ambient IDM van ‘Soup’. ‘VM8’ sluit het album bijzonder mooi af met nevelige percussie en een hemelse harmonie. Fyuti is een briljant album dat de status van de Bolaman als vernieuwer van de elektronische muziek nog maar eens bevestigt en zelfs nog versterkt. Fitton laat alle epigonen ver achter zich en heeft met Fyuti één van de albums van het jaar te pakken. Niet te missen! En dat is nog niet alles. Onder het pseudoniem Jello bracht Bolaman zonet als toetje het album Voile uit. De soep wordt hier wat minder heet opgediend dan op Fyuti. Voile laat vooral de rustige en onvermoede kanten zien van Fitton’s bijzondere talent. Het album begint met het meeslepende ‘Vibe-a-Rola’ dat zo op Fyuti had kunnen staan met zijn rollende percussie, zijn vreemde bliepjes en zijn cutup stemmen. Het tempo zakt drastisch op de rest van het album. ‘Ephemex’, ‘Vamillaglade’ en het stuiterende ‘Chamchimzee’ zijn experimentele ambient electronics met occasioneel toegevoegde vocalen. Op ‘Lungbone’ en ‘Conokut’ herpakt Fitton zich andermaal met stuiterende beats en subtiele melodieën à la Bola. Hoogtepunten van Voile zijn het met klokachtige percussie en de hemelse stem van Tegwen Roberts ingeleide ‘O’Verb’ en het door de onnavolgbare Dennis Bourne gerapte ‘Chinoque’.EINÓMA, Undir Feilnótum
RECHENZENTRUM, Nelson 12"
KIM HIORTHOY, Hei
(vertical form/Lowlands)
ACHTSTE MIXER, Wrikken
NEGENDE MIXER - Rechenzentrum, Schulterblatt
TIENDE MIXER - Boca Raton, Bratra
(STichting Mixer/Staalplaat)
CHARLOTTEFIELD, Picture Diary 7" (Fat Cat /Lowlands)
Staalplater Martijn Tellinga doet flink zijn best met zijn offshoot Mixer-reeks. Zijn Stichting Mixer is immers in korte tijd een zeer gewaardeerd platform geworden voor minimale, experimentele en elektroakoestische muziek. Het label staat eveneens garant voor opvallende samenwerkingen. Zo deelde Pimmon op de Zesde Mixer een vinylplaat met Köhn. De Achtste Mixer is een samenwerking tussen de Nederlanders Joris van Perlo en Ivo Bol. Beiden hebben een verleden in Nederlandse punk en new age-bands maar gooien het met hun project Wrikken over een elektronische boeg. In de drie nummers op Achtste Mixer combineren ze geavanceerde elektronica met akoestische instrumenten. Het eerste nummer bevat pure techno die net iets te veel naar de grote voorbeelden lonkt. Eenmaal dat epigonisme afgelegd, kiest het duo in de twee overige nummers resoluut voor een abstracter klankbeeld waaruit de ritmes grotendeels verdwenen zijn om plaats te maken voor musique concrète. Wrikken sluit bijna naadloos aan bij de schurende en knetterende soundscapes van het Duitse Rechenzentrum. De groeiende reputatie van dit trio staat buiten kijf. Na de fel opgemerkte John Peel Session- cd en de bijdrage aan de vijfde Bip_Hop compilatie leverden Christian Conrad, Lillevän en Marc Weiser een bijdrage voor de Negende Mixer met de 12" Schulterblatt. Ritmische elementen en veldopnames worden in de drie korte tot zeer korte nummers gemixt tot een bizar en bubbelend maar intrigerend geluidsspectrum. Wat ons betreft is de echte ontdekking deze keer de Tiende Mixer! Bratra is de debuutrelease van het mysterieuze project Boca Raton. Bratra is een fijne en veellagige mix van veldopnames, drones en lo-fi ritmes.
Ook het Engelse label Fat Cat steunt ondanks de gestaag groeiende reputatie van het label nog steeds nieuw talent met speciale cd- en vinylreeksen. De prestigieuze split 12"'s mogen zeker gehoord worden maar ook de prestigieuze 7"-reeks loopt al een tijdje. De derde in de reeks na Xinlisupreme - dat intussen een fel gesmaakt debuut uitbracht op Fat Cat - en Drowsy is de debuutsingle van het viertal Charlottefield uit het Britse Brighton. Ashley Marlowe, Thomas House, Adam Hansford en James Dennett zijn ogenschijnlijk sterk beïnvloed door de gitaarmuziek van het eind van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig. Television, Throwing Muses en Dischord worden als invloeden geciteerd. Geen elektronica hier maar een oertraditionele en primitieve basisopstelling van drums, bas, gitaar en vocals. De troef van de band is de stem van Ashley Marlowe. In het door haar gezongen 'Picture Diary' lijkt het overigens of de tijd heeft stilgestaan. Het plaatje had evengoed van het begin van de jaren tachtig kunnen zijn en lonkt gretig naar de vroege Cure, Dead Can Dance, Cocteau Twins en Pixies. Anachronistisch maar mooi!
DAVID SYLVIAN, Camphor (Virgin)
David Sylvian werd vorig jaar onverhoeds gedropt door zijn
platenlabel Virgin. Een tegenvallende platenverkoop lag wellicht aan de basis
van die beslissing. Waarschijnlijk ook een ontstellend gebrek aan
productiviteit. De man had er immers tien jaar over gedaan om een nieuwe
soloplaat bijeen te sprokkelen. Dead Bees On A Cake kwam uit 2000. Sindsdien
is er weinig van de man gehoord. Een bescheiden tournee bracht hem vorig jaar
even terug naar het oude continent. Voor de rest slijt hij zijn dagen op het
Californische platteland. Vorig jaar verscheen dan een compilatiealbum dat de
volledige periode overspande van late Japan tot late Sylvian. Everything and
Nothing was een vreemde en niet te missen verzameling van gezongen juweeltjes
waar we zelfs enige rariteiten op bespeurden. In het overzicht viel vooral 'Some
Kind Of Fool' op dat we meteen tot het beste nummer uitriepen dat Japan totaal
onverdiend nooit heeft uitgebracht. Het koele 'Ghosts' werd voorzien van verse,
warme vokalen en het hyperkinetische, onverwoestbare 'Bamboo Houses' (met
Ryuichi Sakamoto) kreeg een verdiende opfrissing. Met gemengde gevoelens keken
we uit naar een tweede carrière-overzicht zonder dat er intussen wat nieuws van
Sylvian op de wereld losgelaten werd. Camphor is een verzameling instrumentals
waar hier en daar de stem van de Japan-crooner toch onverhoeds opduikt. En dan
te bedenken dat we ons de stijlvolle digipack vooral eigen maakten omwille van
de bonus-cd waarop de samenwerkingen uit de late jaren tachtig met de
legendarische Holger Czukay (zie Can) verzameld staan. 'Plight (the spiralling
of winter ghosts)', een fragment 'Mutability (a new beginning is in the offing)'
en 'Premonition (giant empty iron vessel)' hebben na al die jaren nog niks van
hun glans en betovering verloren. Sylvian schildert hier zeer geïnspireerd met
klanken. Czukay voegt er wat vreemde samples aan toe. Sylvian improviseert een
riedeltje 'When the saints…'. Czukay gooit er wat fragmenten Radio Österreich
tegenaan. Prettig gestoord en een leuke herontdekking. En de eigenlijke cd dan?
Daar kunnen we kort over zijn. De muzikale schetsen van Sylvian worden
geschraagd door talentvolle gitaristen zoals Bill Nelson, Robert Fripp, David
Torn en Marc Ribot. De overtrokken Japan-reünie Rain Tree Crow krijgt overdreven
veel aandacht met niet minder dan drie nummers. Alles is perfect en piekfijn
opgenomen. Details die we vroeger over het hoofd zagen, worden hier nog eens
extra in de verf gezet. Alleen het tenenkrullende 'The Song Which Gives The Key
to Perfection', waarop Sylvian een tekst zingt in het Sanskriet, valt uit de
toon. Een mogelijke aanduiding voor de nabije toekomst - en dat was wat we
zochten op deze verzameling - vonden we in de instrumentale versie van 'Mother
and Child' waarop Sylvian samenwerkt met de jonge Noorse jazzgod OHNE, 1 (Mego)
PXP, While(p){print"."," "x$p }( Wavetrap)/Lowlands)
Tom
Smith? Nou, die kennen we al een tijdje als de levende boomzaag met de superlage
grom van het extravagante rockcombo To Live And Shave In LA (zie Giardia). Wat
doet die dan tegenwoordig op het elegante Mego met zijn nieuwe project Ohne?
Wel, het kan verkeren. Dichter, brulboei en performancekunstenaar Smith oftwel
Om Myth – zoals hij zich hier noemt - nam een bocht van 180 graden en smeedde
een verbond met de drievuldigheid Dave Phillips, Daniel Loewebruck en Reto
Maeder! Frank Tovey lijkt wel geïncarneerd in de grafstem van Smith. Trager en
experimenteler graaft hij zich een weg door de Weense ondergrond. De
experimenten rond stem en elektronica van Smith en companen lonken immers
occasioneel naar de dark wave van de jaren tachtig. De inbreng van Maeder is
echter essentieel. Door zijn inbreng en zijn mix wordt dit wel degelijk een
Mego-schijf. Onder zijn hoede vloeien alle invloeden samen tot één grote
digitale schroothoop met Smith’s vocalen als blikvanger. Alles ruikt hier naar
het Weense label: zowel de inhoud als het artwork verraden de stempel en de
inbreng van Pita en companen. Smith hijgt zijn scabreuze teksten op tegen de
gefragmenteerde en bevreemdende noise als een soort kruising tussen Pan Sonic en
een kwaaie Pitbull. In het titelloze 18de nummer klotst een wassende zee tegen
een eenzame accordeon om vervolgens brutaal middendoor gekliefd te worden door
de schroeven van een speedboot. Ook uit de Mego-stal komt het mysterieuze PXP of Department for Penetration and Perversion. Naar we uit de karige informatie konden opmaken, is dit één van de vele zijprojecten van het geschifte collectief Farmersmanual. De extreme computer music van PXP op Wavetrap lijkt ons wat meer gestructureerd dan gelijkaardige projecten als cd_slopper of Farmersmanual. Computers worden op de pijnbank gelegd. Digitale klanken slaan op drift. Track 14 en 15 hijsen zich uit de anonieme chaos als meest toegankelijke nummers. Toch is While(p){print"."," "x$p } niet bepaald voor gevoelige oortjes weggelegd.
KIM CASCONE, Dust Theories
WILLIAM KLEINSASSER, Available Instruments
(cycling74 /Import)
De
ontwikkelingen in de muzieksoftware houden gelijke tred met de technologische
evolutie. Het muziekprogramma Max/MSP is sinds een paar jaar het nieuwste
speeltje van vooruitziende elektronische muzikanten. Het mooie aan Max/MSP is
dat je er zowat alles mee kan doen en dat je er zelf in alle vrijheid je muziek
mee kunt componeren en programmeren en je eigen sound mee kunt bepalen. Dat
verklaart waarschijnlijk ten dele de ongemene populariteit die het
softwareprogramma op korte tijd verworven heeft. Die vrijheid zorgt er
anderzijds wel voor dat niet iedereen zomaar het programma kan gebruiken maar
dat een zekere expertise en inventiviteit noodzakelijk is om de software op een
creatieve manier aan te wenden. Het bedrijf Cycling74 uit San Francisco is de
producent van deze software. Het bedrijf fungeert tevens als platenhuis dat
albums uitbrengt van artiesten die gebruik maken van Max/MSP. Dat kan gaan van
puur elektroakoestische muzikanten tot meer klassiek getinte projecten of zelfs
experimentele techno. C74 bracht tot nu toe een zestal albums van gerenommeerde
hedendaagse artiesten uit als daar zijn het Freight Elevator Quartet, interface,
Amnon Wolman en Kim Cascone. De meest in het oog springende release tot nu toe
was de sprankelende samenwerking tussen ambientpioniers Carl Stone en Tetsu
Inoue die op het sublieme pict.soul de grenzen van de ambient nog maar eens
verlegden. Nog een pionier op het label is microsound componist, theoreticus en
performance artiest Kim Cascone die onder meer aan de wieg stond van het
befaamde Silent label en aan de zijde stond van David Lynch als assistant music
editor van 'Twin Peaks' en 'Wild At Heart' en momenteel zijn eigen label
Anechoic runt. Dust Theories verzamelt enkele recentere werken van Cascone en
bevat tevens een paar remixen door Ben Nevile en DJ4'33". Op 'Dust Theories 1'
en 'Dust Theories 2' verbinden microscopische geluiden zich schijnbaar
ongeordend in toevallige en willekeurige formaties. Nanosounds trekken voorbij
aan je verbaasde oren. Ongewoon maar subliem! Aan het andere eind van het spectrum vinden we William Kleinsasser die net Available Instruments uitbracht op C74. Kleinsasser is een klassiek componist die de computer in zijn werk integreert als volwaardig instrument. Hoe rijm je de virtuositeit van de verschillende spelers in een orkest met de ogenschijnlijke ongevoeligheid van een laptop? Hoe relateer je de twee aan elkaar?'Available Instruments biedt een antwoord op die vraag door middel van twee langere composities. Het titelnummer is een duo voor piano en computer. De componist en de vertolker spelen voortdurend met de notie van een liveconcert en de 'herinneringen aan een liveconcert'. De piano gaat via de computer in dialoog met zichzelf in een nooit eindigende reflectie op… zichzelf. In het tweede werk 'Double Concerto' wordt de computer geïntegreerd in een klassiek ensemble. In vergelijking met de actieve rol van de laptop in het pianoconcerto speelt hij hier als instrument onder de instrumenten een meer ondergeschikte rol. De beste momenten zijn die waarop de grofkorrelige ruis van de computer een speciaal timbre verleent aan de klanken van het 20-koppig orkest onder leiding van dirigent Paul Rardin. Puristen zullen het hier niet mee eens zijn maar Kleinsasser toont aan dat hedendaags klassiek en geavanceerde elektronica wel degelijk te verzoenen zijn.
THE CARETAKER, A Stairway To The Stars
V/VM, Sometimes, Good Things Happen i & ii
(Test Records/Lowlands)

Hoed je voor Andy McGregor en Jim Kirby, de varkenskop en de geschifte kerstman die zich achter de naam V/Vm verschuilen. Ze staan voor niks en ze nemen je zo in de maling. Onder het pseudoniem The Caretaker namen ze een paar jaar geleden het fameuze The Haunted Ballroom op. Dat album bevatte versies van vergeten ballroom-klassiekers uit de jaren '30 en '40 maar niet voor ze eerst met alle mogelijke digitale computereffecten geplet en versneden werden. A Stairway To The Stars is het obligate vervolg op dat album. Ook hier galmen half vergeten liederen en spookachtige stemmen in een bad van delay en echo. Deze plaat heeft een onbestemde akelige en droevige kwaliteit alsof je het voorbijgaan van de tijd kunt meten aan de cheesy instrumentatie en de ziekelijke grafstemmen. A Stairway To The Stars beluister je het best in een ruk met die andere nieuwe V/Vm- release als verschillende stadia van verval en desintegratie.
Met Sometimes, good things happen is trouwens iets heel merkwaardigs aan de hand. Het album komt in twee delen. Op de eerste cd prijkt een goudkleurig graanveld. Op de tweede cd zien we datzelfde graanveld maar dan in omgekeerd fotonegatief. Beide cd's dragen dezelfde naam en dezelfde titels. De muzikale inhoud verschilt echter als dag bij nacht. Het eerste album - het goudkleurige dus - ligt eerder in de lijn van The Caretaker en V/Vm's The Stranger op Phthalo en bevat de beste ambient muzak die we in lange tijd hoorden. De onheilspellende, onbestemde dreiging, die al in de lucht ging op A Stairway To The Stars, wordt hier nog versterkt. De stemmen uit het verleden zijn echter verdwenen en de liederen zijn ontaard in een kolkende zee van computernoise. Sometimes… klinkt alsof er op elk moment een stel ufo's uit de onweerswolken kan nederdalen. Dan - op de tweede cd - breekt waarachtig de hel los. In plaats van hapklare en sfeervolle dark ambient krijg je een uur lang piepende en schrapende noise op je bord. Tot je oren erbij van je kop vallen. Sometimes, good things happen i & ii beluisteren zich het best als de twee delen van een trilogie samen met die andere V/Vm -reïncarnatie The Caretaker. Dan pas heb je door tot wat deze enfants terribles van de Britse experimentele sien echt in staat zijn.






