
Naast de zusjes behoren ook twee jonge mannen tot de groep, Gunnar en Örvar. Voor de aanvang van hun concert in een uitverkochte AB-club op 2 juni 2002 mochten we vraagjes stellen aan Gyôa. Men had ons gewaarschuwd dat ze heel verlegen is en het bleek inderdaad niet direct een spraakwaterval te zijn. Maar we wisten gaandeweg haar vertrouwen te winnen en toch een leuk gesprek met haar te hebben.
URBANMAG: De eerste keer dat we jullie zagen, een dik jaar geleden, in deze AB-club, waren jullie nobele onbekenden die het voorprogramma verzorgden van Mice Parade. Er waren zo'n veertigtal toeschouwers. Nu hebben jullie op jullie eentje gezorgd voor een uitverkochte club en vandaag alleen al moeten jullie vijf interviews geven. Hoe voelt dat, al die aandacht?
Gyôa: "Werkelijk, is het concert uitverkocht? (Ze stelt de vraag op een toon die een onzeker hartje verraadt). Eigenlijk voel ik die aandacht niet zo sterk. Nu wel, omdat we aan het toeren zijn en er komen inderdaad veel mensen opdagen. Maar thuis ga ik nog steeds naar school en ik zie mezelf gewoon als een studente. Ik lees ook niet veel kranten en zo, dus voel ik er daar weinig van. Na een ganse winter opgesloten te zitten in school was het wel enigszins verassend."
URBANMAG: Wat studeer je precies? Muziek veronderstellen we.
"Ja, ik zit aan Ijslandse Kunstacademie en studeer er cello, maar je kunt er van alles doen, zelfs elektronische muziek. Maar ik ben vooral bezig met klassieke muziek."
URBANMAG: Waar komt de titel van de nieuwe plaat Finally we are no one vandaan?
"Wel, het is eigenlijk de vertaling van de Ijslandse titel die we voor de plaat verzonnen. Maar je hoeft er niet echt een betekenis achter te zoeken. Ik kan jullie vraag eigenlijk niet echt beantwoorden. Geef het zelf maar de betekenis die er voor jullie gevoel best bij past."
URBANMAG: De titels van jullie liedjes vinden we vaak ook heel intrigerend. Bijvoorbeeld 'there is a number of small things'. Zit er daar een verhaal achter?
(Fluisterend): "Ik schreef dat niet, ik weet het dus niet. Het spijt me. Maar de titels komen vanuit verschillende hoeken. Soms van gebeurtenissen die zich voordoen terwijl we het nummer aan het schrijven zijn. Bijvoorbeeld 'the ballad of the broken birdie records': de vader van Örvar had zo van die plaatjes met vogelgeluidjes, je weet wel, piepiep, en tijdens het schrijven van dat nummer hebben we ze per ongeluk stuk gemaakt, en we waren daar heel verdrietig om. Zo kreeg het nummer dus zijn titel."
(Achteraf vernamen we van een van de jongens dat de oorspronkelijke titel van 'there is a number of small things' veel langer was. Iets in de aard van 'there is a number of small things on a boat like .... '. Voor die titel haalde hij zijn inspiratie in het werk van Thomas Moore, cc)
URBANMAG: Op het internet lazen we dat sommigen van jullie speelden in een Pixies-coverband. Klopt dat?
"Het verhaal is gewoon opgeblazen. Toen we de jongens voor het eerst ontmoetten speelden Ôrvar en Gunni in een indie-rockband een concert in onze school. Kristin en ik waren toen vijftien en traden er ook op, voor de eerste keer. We deden een of twee nummers van The Pixies. En het bleef bij die ene keer. Maar ik hou nog steeds veel van die band, en toen zeker, omdat het nogal gemakkelijk was om het na te spelen, want we wisten toen nog niet zo goed hoe we een gitaar moesten vasthouden."
URBANMAG: Misschien hebben jullie daardoor de geheimzinnige album- en songtitels met hen gemeen?
"Neen, ik denk dat het eerder komt doordat we eerst al onze titels in het Ijslands verzinnen en die daarna vertalen. Het probleem ligt vast vooral bij de vertaling (we vinden het allemaal heel grappig). Maar het is ok, zo blijft er veel open voor de verbeelding van de luisteraar. Iedereen mag voor zichzelf verzinnen wat 'smell memory' zou kunnen betekenen."
URBANMAG: Jullie brengen de plaat in Ijsland ook uit in jullie eigen taal (Loksins erum við engin, cc) . Is er daar een speciale reden voor? "Ja. We vinden het gewoon leuk dat de Ijslanders ook de originele versie van de teksten kunnen horen alsook de oorspronkelijke titels van de nummers. Bij de vorige plaat deden we het niet omdat er toen toch nog niet veel belangstelling was in Ijsland voor elektronische muziek. Nu is dat aan het veranderen. En we brengen de nummers daar ook live in hun Ijslandse versie. Dus het lijkt ons correct om het zo te doen."
URBANMAG: Wordt die versie ook in de rest van Europa uitgebracht?
"Ik weet het niet. Maar je kunt ze vast wel vinden op internet (sic)."
URBANMAG: Ik zag recent een interview met Björk en daarin stelde ze dat voor The Sugarcubes en haarzelf alle Ijslandse bands zich beperkten tot het imiteren van Europese en Amerikaanse bands. Maar na Björk lijken de Ijslandse bands het zelfvertrouwen gevonden te hebben om te spreken met hun eigen stem, bijvoorbeeld jullie en Sigur Ros. Was Björk werkelijk zo belangrijk op dat gebied?
"Wel, ik weet het eigenlijk niet. Het is een goede stelling, maar ik was nog heel jong toen The Sugarcubes en Björk succesvol werden. Ik denk eerder dat de reden waarom Ijslandse bands geen andere bands imiteren de volgende is: de scenes in Ijsland zijn gewoonweg te klein om een echte scene te worden. Bijvoorbeeld, een elektronica-scene: er is gewoonweg geen. Er is enkel een muziek-scene en alle bands horen daarbij. Ik denk dat als je je aansluit bij een bepaalde scene, zoals hardcore of elektronica, je daarin vast komt te zitten en je naar niks anders meer luistert en dan komt er geen input meer van nieuwe ideeën. Maar in ons geval ..."
URBANMAG:..Blijf je open-minded?
"Ja, dat is het, dan blijf je open. Je kunt iets nemen van de andere bands, maar tegelijkertijd iets volledig anders doen en de genres vervagen. Dat is momenteel het positieve in Ijsland, dat we niet al die geïsoleerde scenes kennen."
URBANMAG: Naar welke muziek luister je zelf vooral?"Wel, mijn favoriete muzikant is Sjostakovitch, de Russische componist. Ik luister vooral veel naar klassieke muziek. Ik ben wel de enige van de band die dat doet."
URBANMAG: Weinig popmuziek?
"Heel weinig. Naar To Rococo Rot en dergelijke heb ik wel een tijdje geluisterd. Maar ik vind veel meer mijn gading en inspiratie in de klassieke muziek."
URBANMAG: In welke mate beschouwen jonge mensen en muzikanten in Ijsland zichzelf als Europeanen?
"In het algemeen weet ik dat niet zo goed. Ik kan wel voor mezelf spreken, en ik voel me daar zeker niet geïsoleerd. Maar velen beginnen zich daar inderdaad wel te vervelen en dan verhuizen ze een paar jaar naar ergens anders, maar ze komen altijd terug. "
URBANMAG: Hoe zou je múm willen zien evolueren in de toekomst?
"Ik heb alleszins al veel ideeën, maar ik ben er niet zeker van of we allen denken in dezelfde richting. Maar dat kan misschien net goed zijn."
URBANMAG: Is het belangrijk voor jullie dat mum bekend wordt?
"Neen, helemaal niet. Ik ben er zelfs nogal bang voor. Je krijgt het gevoel dat alle ogen op je gericht zijn. Het is belangrijker dat we ons ontwikkelen als muzikanten. Dat maakt mij gelukkiger dan meer naambekendheid."
URBANMAG: Maar jullie maken tegelijkertijd ook veel mensen gelukkig met jullie doorbraak. Iedereen aan wie ik de plaat tot nu toe heb aangeraden, is me achteraf heel dankbaar.
"Oh, maar ik bedoelde zeker niet dat ik dat niet belangrijk vind. Hou je dus vooral niet in. Maar het is gewoon, ..., je weet wel."
URBANMAG: Ik liep afgelopen zomer verloren in een woud in Montenegro. Toen het donker werd en we nog steeds in dat woud ronddwaalden, begon ik aan The Blairwitch Project te denken. We hadden ook geen proviand meer, dus ik kreeg het echt benauwd. Op dat moment had ik jullie debuutplaat in mijn walkman en jullie troostrijke muziek hielp me het eerder mooi en spannend te vinden dan beangstigend. Achteraf gezien bleek het voor mij de ideale omstandigheid om jullie muziek vanuit een gans nieuwe invalshoek te beluisteren.
"Fantastisch."
URBANMAG: Wat zijn volgens jou de ideale omstandigheden om te luisteren naar mum? Wat zou je de luisteraars aanraden?
"Mmm, ...(lange stilte) ik weet het niet. Ik hou er alleszins veel van om te luisteren naar muziek met de hoofdtelefoon, in mijn bed, enz. Sommige muziek zet ik gewoon op terwijl ik zit te converseren of zo, maar de meeste van mijn lievelingsmuziek heeft je nodig. Je weet wel, van die muziek, die als je ze opzet, je niet zomaar erdoor kunt gaan babbelen. Die zet ik dan meestal ook uitsluitend op als ik alleen ben. Maar ik denk dat je op onze plaat kunt converseren, niet?"
URBANMAG: Misschien, maar het werkt het best in omstandigheden waarin je je erop kunt concentreren.
"Ja, ... natuurlijk."
URBANMAG: Ik vind dat de muziek bijvoorbeeld best een open haard vermag. Een open haard en de koptelefoon.
"Ja, dat klinkt heel ok. Sommige houden van zonneschijn bij de plaat. Het blijkt nogal sterk te variëren."
URBANMAG: Maar je hebt dus geen speciale suggesties?
"Ja, toch. Probeer het in een zwembad."
URBANMAG: Euh, ... sorry?
"Wel, gewoon in een zwembad. We deden werkelijk een paar zwembadconcerten in Ijsland! Er waren daar meisjes die een concert organiseerden en ze hadden ontdekt dat het leger over onderwaterluidsprekers beschikt. Ze konden de stad overtuigen om die te kopen en zo hadden we die concerten in een zwembad. Men zette de boxen in bad en je kon de muziek enkel horen in het water. Het was er helemaal donker en men gaf er een geweldige lichtshow. De mensen legden allerlei zaken onder zichzelf om te blijven drijven en hielden dan hun oren onder water - Ze dreven daar dus maar wat rond. Het was echt fantastisch. Nu staan er twee nummers op het nieuwe album die gemaakt zijn voor die concerten. "Swimmingpool" komt voor in hun titels. We zouden het meer moeten doen. Probeer het nu niet thuis door uw stereo onder te dompelen in bad. Het zal niet werken!"
URBANMAG:Bedankt voor de tip. In wat voor omstandigheden was de plaat opgenomen? Gebruikten jullie een speciale plaats?
"Wel, eigenlijk op heel veel verschillende plaatsen. We begonnen er twee jaar geleden aan te werken. Twee zomers geleden gingen we naar Denemarken, maar daar gebeurde er niet echt veel. Vorige zomer trokken we naar een vuurtoren in het noordwesten van Ijsland. Daar heb je heel grote bergen en veel fjorden. We moesten er naar toe met een boot en het materiaal brachten ze met een helikopter. We deden er een paar opnames, maar we werkten er vooral aan ideeën. We verbleven er een vijftal weken. Daarna trokken we naar een gewone studio om de plaat af te werken. Daar kregen we ook nog de assistentie van een drummer. Hij komt uit Finland en is nu ook mee op onze toernee."
URBANMAG: Hoe worden de nummers geschreven?
"Op heel verschillende wijzes. Soms zitten we een beetje te spelen en groeit er spontaan iets uit. Soms heb ik gewoon een ideetje in mijn hoofd en vraag ik aan Gunni om mij te helpen. Als iemand een idee heeft, dan gaat een ander daar mee aan de slag."
URBANMAG: Ben jij het die zingt op broken birdie?
"Ja."
URBANMAG: Dan ben ik al vaak met u naar bed geweest, ... euh ... ik bedoel met uw stem.
Officiële Múm-website
Recente live-opnames van BBC Radio 1 vind je hier
Finally We Are No one is uit op Fat Cat en wordt verdeeld door PIAS.
Voor de freaks: De Ijslandse versie is uit op Bad Taste
m.m.v. Steven Raeman
Foto's: Tine Debuysere






