Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
Een curieuze komedie van Terry ‘Crumb’ Zwigoff
GHOST WORLD
datum 04.06.2002
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
Het is nu al een week geleden sinds ik Ghost World zag, en nog steeds weet ik niet of het nu een goeie film is of niet, laat staan dat ik een idee heb wat er over te schrijven valt.

Eén ding is zeker: de verfilming van Daniel Clowes cultcomic is geen volslagen succes, de film is te rommelig, verhaallijnen worden niet uitgewerkt, en de stijl zal velen op de zenuwen werken, vooral de zo goed als onbestaande regie, de humor waar in het best geval lichtjes mee kan gegrinnikt worden, en de twee hoofdrolspeelsters die halfdood, mopperend en mompelend door de film sukkelen. En toch…ik weet het niet, Ghost World hééft iets, maar sla me dood als ik zou weten wat.

Het verhaal is zo flinterdun dat je het op de zijkant van een vel wc-papier zou kunnen schrijven. Ghost World speelt zich af in een naam- en kleurloze Amerikaanse buitenwijk, in een jaren vijftig-versie van het heden. Boezemvriendinnen en collega slackers Enid en Rebecca hebben net de middelbare school afgerond en hebben voor het overige bitter weinig toekomstplannen. Ze proberen de lange dagen te slijten door wat rond te hangen in bars, op straat, ‘mensjes kijken’, ‘mensjes pesten’ en voortdurend uitzoeken wat wel of niet ‘cool’ is. Op een dag besluiten ze een anonieme man op te bellen uit een contactadvertentie, een afspraakje met hem te regelen en hem dan gewoon vanop veilige afstand te bekijken, kijken hoe de moed steeds dieper in de schoenen van die arme zieligaard zakt (wie anders dan mijn favoriete loser Steve Buscemi). Niet veel later komen ze hem weer tegen, als verkoper van tweedehands 78-toerenplaten. Hij blijkt Seymour te heten en eigenlijk vindt Enid hem zo oncool dat hij op slag cool wordt. Ze besluit hem te helpen om een liefje aan de haak te slaan, of zoals ze het zelf zegt "by the end of the summer you’re going to be up to your neck in pussy !". Maar, als dat eenmaal gelukt is begint Enid toch wel niet jaloers te worden zekers, en blijkt bovendien die ooit zo hechte vriendschap met Rebecca serieus te verwateren, omdat die laatste stilaan begint in te zien dat al dat rondhangen eigenlijk niet zoveel opbrengt. Kortom, het verhaal van het hopeloos dwalende tienermeisje die de verantwoordelijkheden van de Grote Wereld niet aankan en dan maar vlucht.

Slechts weinigen zullen na het lezen van deze samenvatting als gekken naar de bioscoop beginnen rennen. Het verhaal is dan ook niet hetgeen van Ghost World een te genieten film maakt. Meer lol valt er te beleven met de prachtig getypeerde randpersonages. Er is de blootborstige macho die constant rondhangt in een superette, iedereen op de zenuwen werkt, tot de Pakistaanse baas het niet meer aankan en roept "No shirt, no service! Get out!". Bob Balaban vertolkt Enid’s heerlijk sukkelende vader, die af en toe een ontroerend mislukte poging doet om de groeipijnen van zijn dochter enigszins te begrijpen, waarop ze droogjes antwoordt, "it’s just a hormonal crisis, dad". Als we even later de door Enid gehate nieuwe vriendin van haar pa te zien krijgen hebben we na aan één beeld genoeg om ook een hekel te hebben aan dat mens, ook al verschijnt ze maar twee seconden in beeld.
Het leukste personage is toch wel Buscemi’s Seymour, een schriel mannetje die in alles het tegengestelde is van zijn tijdsgenoten. Seymour zou een afspiegeling zijn van regisseur Terry Zwigoff zelf, en ook wel een beetje van zijn vriend en legendarisch cartoonist Robert Crumb, trouwens ook het onderwerp van Zwigoff’s documentaire Crumb (1994), in mijn ogen de beste documentaire ooit gemaakt. Zowel Seymour, Zwigoff als Crumb zijn mensen die op z’n minst een eeuw te laat geboren werden. Hoe hard ze ook proberen, ze passen er gewoon niet bij, en op een gegeven moment geven ze het gewoon op. Ze dragen kleren die niemand anders meer wil dragen en kunnen alleen maar luisteren naar blues- en ragtimemuziek die op z’n minst 70 jaar oud is, sociale contacten onderhouden met mensen die niet full time ouwe platen verzamelen is voor hen onbegonnen werk. De link tussen Seymour, Zwigoff en Crumb wordt schitterend maar heel subtiel getoond in de scène waarin Enid een oude plaat van Seymour wil kopen. Ze haalt er eentje uit, toont hem en vraagt of ie goed is. De plaat is er een met een hoesontwerp van R. Crumb zelve, Seymour antwoordt droogjes dat ie eigenlijk niet zo bijster is en raadt dan maar een andere aan, namelijk Zwigoff’s all time favorite, het inderdaad erg beklijvende ‘Devil got my woman’ van Skip James.
Toegegeven, het is zo’n typisch grappig detail waar eigenlijk niemand een boodschap aan heeft, maar goed, de pagina dient gevuld te worden newaar. Nu dit bij deze gebeurd is, heb ik denk ik zowat alles gezegd wat er over Ghost World te vertellen valt.

Voor alle mensen die, net zoals ik overigens, enkel de laatste alinea van een bespreking lezen, in de hoop op een zo kort mogelijk tijd te weten of die film nu wel of niet de moeite is: awel, ik heb er zelf middelmatig van genoten, maar ik zal hem niet snel aanraden aan m’n vrienden.
En wie sowieso niet van plan was om te gaan kijken, maar wel z’n muzikaal spectrum wil verbreden, die kan ik toch wel heel sterk de soundtrack aanraden, net als de soundtrack van Crumb een prachtige introductie in het totaal vergeten maar niettemin erg rijke ragtime genre, om eens op een verloren zondagnamiddag met de vingers te knippen.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie