"Mijn ouders zijn inderdaad allebei muzikanten. Ze speelden en zongen in Ierse bands. Mijn ma stopte met optreden toen wij geboren werden. Zij is een kunstenares en kledingontwerpster. Toen ik 9 was, stopte ze me een gitaar in de hand. Ze schetste wat akkoorden in een kladschrift en leerde me de basis. De rest leerde ik aan mezelf. Mijn oudere broer speelt traditionele muziek. Hij is een multi-instrumentalist en speelt zowel gitaar, bodhran, mandoline, fluit als bas. Hij is een full time sessiemuzikant. Ik had het niet zo begrepen op de traditionele muziek maar één van de bands waarin mijn broer speelt, is echt fantastisch. Ze zijn de Nirvana van de Ierse traditionele muziek. We deden (en doen) nog steeds veel singalongs maar dan vooral nummers van de Beatles, Leonard Cohen, Simon & Garfunkel of wat mijn ouders op dat moment graag horen. Ik heb nog 2 oudere broers die gitaar spelen. Mijn zussen zingen."
Met zo‘n rijke muzikale opvoeding is het natuurlijk niet verwonderlijk dat Stephen op zijn zestiende al in een bandje speelde. De muziek die hij toen produceerde, was een soort van grunge/punk die meer op de Amerikaans voorbeelden geënt was dan de Ierse versie die de meeste lokale bandjes uit hun instrumenten puurden. Ei zo na kreeg hij zelfs een heuse rockcarrière van de grond. Quinn‘s band trad enkele keren aan op de Ierse televisie. Die hoop werd in de kiem gesmoord toen de groep onverhoeds uiteenviel.
"Neen, we brachten niks uit. We namen een demo op die we tijdens een interview voor een kunstprogramma over de muziekscène in Monaghan aan een journalist van de RTE (Ierse nationale zender, pw) bezorgden. De demo was een paar keer te horen op de nationale radio en werd doorgegeven aan de legendarische Ierse dj Dave Fanning. Zijn producer belde me op om te vragen of we mee wilden werken aan één van zijn vermaarde 'Fanning Sessions'. We moesten een 6-tal tracks live spelen. De zanger moest een DAT-tape van de demo opsturen voor de sessie. Na drie maand lag de tape echter nog steeds in zijn huis. Op dat moment hield ik het voor bekeken. Ik schreef alle songs. Ik zorgde voor het geluid. Ik organiseerde de optredens. Ik deed alles. Ik was moe en ik had er genoeg van om voor alles in te staan. Ah, we waren jong en het was leuk zolang het duurde."
JAZZ
Stephen liet na het opbreken van zijn band het smaragdgroene eiland even achter zich en trok met een vriend door Duitsland en Engeland. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, deed hij hier en daar wat kleine jobs. Hij sleepte zijn instrumenten met zich mee en schreef in die turbulente periode heel wat akoestische, emotionele songs waarin hij zijn ziel kon blootleggen.
"Het was een catharsis. Ik moest de mislukking verteren en Ierland achterlaten om mijn zaken terug op orde krijgen. Toen ik terug in Dublin was, speelde ik met een bevriende bassist. Ik kreeg er terug zin in. Hij speelde met elektronicaproducer Alexis Neilson aka LXS. Alexis introduceerde me in de wereld van de computermuziek. Dat was rond 1995. Alexis maakte heel complexe door jazz beïnvloede instrumentals. Ik speelde gitaar met hem en nam wat dingen op op de computer. We vonden een jazzdrummer en we deden wat opnames. Moeilijk om de muziek te omschrijven. Ik weet zelfs niet of ik er echt van hield. Ik had niet echt een identiteit. Om een lang verhaal kort te maken: we repeteerden en namen gedurende enkele maanden wat dingen op om een goede demo te krijgen die we naar verschillende labels konden opsturen. Dan vertrok de drummer naar Italië. De bassist verhuisde naar Limerick om er in een bekende studio te werken. Goh, ik hield niet eens van die muziek. Maar het was wel spannend om in die groep te spelen en het was de eerste maal dat ik gebeten was door het computer/audio-virus…."
Maar, haast Stephen zich om hieraan toe te voegen, het was geen zaak van 'oh electronica, ik moet dat eens uitproberen'. Eén van zijn beste vrienden woonde in Londen en kwam in de kerstperiode telkens naar huis met een karrenvracht cd‘s en tapes.
"Ik maakte kennis met Renegade Soundwave, New Order, FSOL, Aphex Twin, Massive Attack, Acid House, techno en de hele rave-explosie. Terwijl ik gitaar leerde spelen, luisterde ik veel naar elektronica. Tussendoor experimenteerde ik met geluid. Van mijn 16de tot mijn 19de bracht ik mijn tijd door in een schuur die mijn ouders omgebouwd hadden tot een zit- en ontspanningskamer. Ik nam die schuur over en maakte er mijn studio van. Ik had een 2-track, een bandrecorder en heel wat opnamemateriaal uit mijn vaders tijd. Ik bracht mijn dagen door met het maken van tracks voor gitaar, bas en keyboards. Ik gebruikte samples van platen met geluidseffecten. Ik joeg een drummachine door mijn gitaarpedalen. Ik speelde een Frans radiostation in het gat van mijn akoestische gitaar. Ik prutste met filters, eq's en effecten. Maar dat was een nevenbezigheid terwijl ik gitaar speelde in verschillende rockbandjes. Pas veel later kwam ik echt in contact met multi-tracks en met computermuziek. Intussen ging ik gewoon door met het schrijven van akoestische songs. Toen die jazzfusion band uit elkaar ging, werkte ik nog wat voort met de bassist. Hij had ook een huisstudio. Hij was meer geïnteresseerd in elektronica en ik was nog volop bezig met die fusion. Ik kocht toen een computer, enkele monitors, synths, een sampler en wat software. Ik werkte in een studio maar gaf mijn job op en bracht 4 maand door opgesloten in mijn flat. Ik verplaatste het bed en alle meubels en maakte er een studio van. Ik had nog nooit een computer gebruikt. Het was een leerproces. Toen ik het procédé onder de knie had, begon ik opnieuw songs te schrijven. Iets tussen Radiohead en Massive Attack. Ik speelde alles zelf! Het was een revelatie om nummers te kunnen maken zonder rekening te moeten houden met anderen."
TO ROCOCO ROT
"Na een jaar of zo had ik al een pak nummers geschreven. Ik had een demo klaar die ik naar enkele labels wou sturen. Maar dan zat ik weer gedurende 6 maand te sleutelen aan die demo. Ik probeerde constant om hem te verbeteren. Ik herschreef de nummers, nam ze opnieuw op tot ik het kotsbeu was. Op een dag stopte ik met schrijven. Er volgde een half jaar waarin ik geen noot speelde en geen nummers schreef. Ik was totaal gedesillusioneerd. Ik had in lange tijd ook niks interessants gehoord. Toen botste ik toevallig op Donnacha. We belandden samen in een studio. Ik kende hem niet en hij wist niks van mij. We praatten wat met elkaar en hij vertelde me dat hij een producer en een dj was. Dus belegden we een ontmoeting. We praatten over alles en nog wat. Hij gaf me cd‘s om naar te luisteren. Ik had in geen 8 maanden een cd gekocht. Hij speelde me wat nummers voor waaraan hij aan het werken was. Intussen was ik opnieuw de studio ingedoken met met mijn broer en enkele tradiotionele Ierse muzikanten om een soundtrack te maken voor een film. Dat project ging echter niet door. Donnacha heeft een positieve invloed op me. Hij moedigde me aan om een meer elektronische en instrumentale sound te ontwikkelen. Gewoon rondhangen met Donnacha en luisteren naar verschillende soorten muziek was zeer inspirerend. Ik kreeg er weer zin in. The Amateur View van To Rococo Rot was de origineelste cd die ik in jaren gehoord had. Tijdens het maken van Seed luisterde ik ook naar Brad Mehldau, Vladislav Delay, Snd, Miles Davis, Tenspeedracer, David Kitt en Donnacha‘s muziek."
Na 10 jaar aanmodderen in de rand van het Ierse muzikegebeuren is het Quinn dan eindelijk toch gelukt om een eerste album uit te brengen. Door toedoen van Donnacha Costello kwam hij in contact met Riley Reinhold, de A&R-manager van het Duitse Traum. Dat Seed zo lang op zich liet wachten, wordt gecompenseerd door de meticuleuse en zorgzame kwaliteit van het album.
„Riley contacteerde Donnacha na het horen van diens eerste album. Ik had een paar nieuwe nummers geschreven en hij stelde me voor om ze naar Riley te sturen. De rest is geschiedenis… Momenteel werk ik aan een nieuw project met Donnacha. Uptown Racquet Club is zijn geesteskind. Het project staat nog in zijn kinderschoenen maar het is heel leuk werken met al die verschillende muzikanten en om terug gewoon gitaar te spelen. Uptown Racquet Club is een soort Ierse elektronische supergroep bestaande uit Donnacha, David Donohue, John Dermody en ikzelf. We maken een kruising tussen elektronische muziek en indie gitaarmuziek. Laptops en gitaren dus… Momenteel zijn we volop aan het schrijven en aan het repeteren. We hopen volgende maand met de opnames van een album te kunnen starten. Ik werk ook aan nieuwe iquinn-nummers en aan een liveset om in de zeer nabije toekomst wat optredens te kunnen doen.“
'Seed' van iquinn is uit op Traum, bezoek ook zijn homesite






