Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Iquinn, Hans Appleqvist, Main, Toss, Marumari, Nitrada, ...
SOUND FRICTION 05/02 (ELECTRONICS & BEYOND)
datum 15.05.2002
auteur Peter Wullen
rubriek Muziek
IQUINN, Seed (Traum)
HANS APPLEQVIST, Tonefilm (Komplott/Hausmusik)

Ierse muzikanten blinken niet uit door experimenteerdrift. Misschien komt dat door hun isolatie als eilandbewoners? Moeilijke albums, die op het continent gewoon te grabbel liggen in elke zichzelf respecterende platenzaak, komen Ierland trouwens maar moeilijk binnen. Buiten Fällt in het Noord- Ierse Belfast, dat hoofdzakelijk via internet en mp3's werkt, telt het eiland nauwelijks onafhankelijke platenlabels. Daar komt overigens maar zeer langzaam verandering in. Onder invloed van de Duitse experimentele school - en dan vooral een eenmalig optreden van To Rococo Rot in Dublin - slaat een klein groepje muzikanten in de Ierse hoofdstad resoluut het pad in van het experiment. Van een kruisbestuiving is hier vooralsnog nauwelijks sprake. Het zijn gewoon enkele individuen die elkaar leerden kennen in het clubleven in Dublin en die de handen in elkaar sloegen om hun muziek naar buiten te brengen. De opkomst van goedkope thuisstudio's en van internet heeft hier ook wel iets mee te maken. Koplopers van de nieuwe Ierse avantgarde zijn Decal (zie het recente 404 Not Found op Planet Mu) en Donnacha Costello die onlangs via het Duitse Mille Plateaux het geprezen Together Is The New Alone op de wereld losliet. In zijn kielzog volgt ene Stephen Quinn alias iquinn die een stek vond bij het Keulense Traum. Quinn's debuut liet lang op zich wachten. De schizofrene situatie van de Ierse muzikanten wordt duidelijk als blijkt dat hij al ruim 10 jaar muziek maakt en een verleden heeft als songwriter en een tijdje in Ierse rock- en folkbands speelde. Niet dat je daar veel van merkt op zijn eersteling Seed. Quinn maakt gloedvolle elektronica met af en toe een matige scheut experiment. Een melodisch nummer als 'Hope' bewijst dat de man wel degelijk een eigen gezicht heeft. De rest van het album wordt opgevuld met Eno-achtige sounscapes, we hoorden enkele distorted guitars en elders zowaar echte drums. 'Seed' is een hybried album dat iquinn zeker zal helpen om eindelijk een eigen stek in de muziekwereld te veroveren.
De Zweedse experimentalisten hebben het een stuk makkelijker dan hun Ierse collega's. Elke maand wordt ons wel een nieuwe naam onder de neus geschoven. Nog maar bekomen van het debuut van Folie op Stavostränd's Mitek label is hier ene Hans Appleqvist die net zijn eerste album uitbracht op dat andere kwaliteitslabel Komplott. En Tonefilm werd gemasterd door die andere onontkoombare Zweedse techneut Andreas Tilliander. Appleqvist is een componist uit het Zuid-Zweedse Malmö die een jaar door China rondzwierf en vervolgens de Xiao Fang-ep uitbracht op Mjäll. Appleqvist is gefascineerd door films uit de oude doos. Hij werkt voornamelijk met afgedankte platendraaiers, archaïsche filmapparatuur en tientallen samples uit de meest diverse rolprenten. Het gedempte ronken van een oude filmspoel leidt je doorheen het album. In het Zweeds gesproken stemfragmenten wisselen af met samples uit videoclips en films. Dat alles wordt muzikaal aan elkaar geregen tot een hecht en consequent album waar alle mogelijke muzikale invloeden in doorsijpelen. Tonefilm biedt een fris en genietbaar geluid van een Zweed waar we zeker nog een en ander van zullen horen.

MARTIN TETREAULT/DIANE LABROSSE, Parasites (Ambiances Magnétiques/Lowlands)
VAN BERGEN/PRINS/FENNESZ, Dawn (Grob/Lowlands)

De Canadese vinylmanipulator Martin Tétreault legde een lange weg af sedert hij in '98 voor het eerst op ruime schaal opgemerkt werd met het fantastische La nuit où j'ai dit non op het Belgische Audioview (sublabel van Lowlands). De cutup-experimenten en de primitieve samplekunst van La nuit… maakten in de loop der jaren plaats voor geavanceerder experiment en voor talloze samenwerkingen met gelijkgezinde artiesten, onder meer Otomo Yoshihide, Philip Jeck en Kevin Drumm. Deze maand schuimt Tétreault Engeland af als curator van het 'Turntable Hell'-festival met het avant octet van collega's turntablists Otomo Yoshihide, Janek Schaefer, Lepke B, Paul Hood, Steve Noble, Marina Rosenfeld en Martin Ng. Enkele jaren geleden bracht Tétreault het opgemerkte Île Bizarre uit met collega-bruitisten Diane Labrosse en avantgarde percussioniste Ikue Mori. De alchemie tussen Tétreault en Labrosse werd aangevuld met de disruptieve en inventieve percussieve noise van Mori. Île Bizarre verdiende als tijdloos en klassiek album terecht een plaats in de eindejaarslijsten als beste improplaat van '98. De eigengereide wisselwerking tussen Labrosse en Tétreault blijft ook zonder de inbreng van Mori grotendeels intact op het langverwachte vervolg Parasites. Tétreault prutst tegenwoordig liever met de stroomtoevoer van zijn pickups dan met de sound van vinylplaten. Labrosse plukt als vanouds de meest onmogelijke geluiden uit haar sampler. Parasites klinkt wonderbaarlijk microtonaal, parasitair en onaards met het tien minuten durende 'Colis Suspect' of 'A Coal Eye' als blikvanger. Alle titels worden in 2 talen weergegeven wat tot enkele leuke woordspelingen leidt.
Nog impro maar van een artiest van een ander kaliber. De Oostenrijkse laptopmuzikant Christian Fennesz blijft niet op zijn lauweren rusten na het succes van het vorig jaar verschenen Endless Summer. Het in een fout hoesje gestoken Dawn (het lijkt wel een nu-metal plaatje) is een lowbudget productie van het Duitse productiehuis Grob en een eenmalige samenwerking van Fennesz met de Nederlandse muzikanten Gert-Jan Prins en saxofonist Peter Van Bergen. Het album is vorig jaar live opgenomen in de Podewil-club in Berlijn en keert het begrip improvisatie op zijn kop. Je hoort immers niet wat je hoort op deze cd. Pure noise-uitbarstingen vechten met flarden piano en saxofoon van Van Bergen en de vervormde stemmen en fm-modulaties van Prins. Alle geluiden worden hier echter getapt uit de laptops van de drie heren. Dawn blijft 40 minuten lang buitengewoon spannend. Vooral de laatste 10 minuten groeit de noise uit tot een aberrante finale waaruit de powerbook van Fennesz als overwinnaar tevoorschijn komt. Niet zomaar een tussendoortje dus maar een bevestiging van de status van Christian Fennesz als inspirator en meest innoverende elektronica-artiest van het ogenblik.

MAIN, Tau
TOSS, Titles of the Greatness of Been
((K-RAA-K)3/Bang!)

Het moet hard zijn om na 20 jaar nog steeds niet de erkenning te krijgen die je verdient! Robert Hampson is sinds het begin van de jaren tachtig bezig met het maken van eigengereide experimentele muziek. Eerst was er de invloedrijke dark ambient van Loop. Met Main, Godflesh en Chasm bracht hij ook in de jaren negentig een volstrekt eigen geluid. Ondanks zijn onbetwistbare invloed op een rist muzikanten bleef Hampson zelf aanmodderen aan de zijlijn. Het project Main werd tijdelijk opgeborgen en Hampson belandde midden de jaren negentig in een diepe depressie. Na samenwerkingen met Janek Schaefer en Antenna Farm, een geslaagd optreden op het recentste (K-RAA-K)3-festival en door de groeiende interesse van een generatie jongere artiesten besliste hij om Main nieuw leven in te blazen. Tau is opgedeeld in twee delen die echter naadloos in elkaar overlopen. Op 'Heuristic' vermengen grillige insectachtige clicks zich met omgevingsgeluiden. Alleen in de derde beweging duikt een min of meer herkenbaar thema op. Dat procédé wordt verder uitgediept op 'Mirror'. Gaandeweg wordt de muziek echter meer en meer naar de achtergrond verwezen. Weerbarstige musique concrète krijgt een prominente plaats in het klankbeeld.
Het lenteoffensief van (K-RAA-K)3 wordt verdergezet met een nieuw album van Toss. Nu het Gentse productiehuis de importdistributie stopzette, kan men zich aldaar meer toeleggen op de eigen releases. Dat uit zich de laatste maanden in een stroom van eigen producties. Vier jaar liggen er tussen het debuut van Toss en deze Titles of the Greatness of Been. Laurent startte zijn eigen label Veglia, stortte zich op het zijproject R.O.T. en werkte naarstig verder aan dit nieuwe album dat een verzameling stukken bevat die het trio tussen '98 en '01 opnam. Het kan echter evengoed om een liveopname gaan voor een man en een paardenkop op een namiddag of een avond in de schuur van een of ander achterlijk boerengat in Vlaanderen. 'Titles…' klinkt met opzet onberedeneerd en chaotisch. Thema's of melodieën vallen er niet te bespeuren. Alles werd ogenschijnlijk in een take opgenomen. Je krijgt het gevoel dat iedereen hier alles kan doen. Toch vraagt het een dosis moed om wat aan te rommelen met instrumenten en er net die momenten uit te puren waarin het schijnt te klikken tussen de muzikanten. Maar zie, de chaos van het begin maakt na een tijdje plaats voor een subtielere aanpak. Favoriete tracks zijn 'Hissled', 'Alternate Remark & The Inseed' en 'Until the End of Soma'. De hoesillustratie toont een omgekeerde foto van een landelijke verkaveling met koeien op de voorgrond en nieuwerwetse architectuur op de achtergrond. Net die omdraaiing met alle eruit voortvloeiende ironische connotaties is zo typerend voor Toss. De wereld op zijn kop… Subliem bandje!

MARUMARI, Remixes
TAKAGI MASAKATSU, Opus Pia
OGURUSU NORIHIDE, Humour
(Carpark/Lowlands)

Van sommige artiesten vraag je je terecht af waar ze hun status aan verdienen. Neem nu het Amerikaanse poppy technoproject Marumari van Josh Presseisen en Sasha Ellms! We vielen niet bepaald steil achterover van hun drie recentste albums Ballad of the Round Ball, The Wolves Hollow of Supermogadon. En toch slaagt Carpark Records, zowat het huislabel van Ellms en Presseisen, erin om zowat de ganse kliek van de Amerikaanse underground voor de kar te spannen om in alle vrijheid hun ding te doen met de Marumari-sound. De enige vreemde eend in de bijt is Robert Lippok van To Rococo Rot want dat is toevallig een Duitser! Fijn is wel dat hier een stand van zaken aangeboden wordt van de interessantste elektronica-artiesten van over de plas. Niet alleen Electric Company (releases op Tigerbeat6) en L'Usine (releases op Isophlux en Hymen) halen Marumari uit elkaar. Ook van de zweverige herwerking van Casino vs. Japan (vooral werkzaam op Wobblyhead en City Centre Offices) en de dubachtige techno van Colongib valt best te genieten. Greg Davis keert de elektronicavuilbak om en herleidt een Marumari-nummer tot een heuse fanfarestamper. The Remixes is met voorsprong het beste Marumari-album tot nu toe. Wie er niet genoeg van krijgt, kan op het cdrom-gedeelte een paar video's bekijken of 11 geremixte mp3's van minder bekende underground-artiesten downloaden.
Dat Carpark in enkele jaren tijd een behoorlijke reputatie uitbouwde in het idm-genre wordt voor een stuk verkorven door een zwakke en onevenwichtige releasepolitiek. De fixatie met Japan begon enkele jaren geleden met So Takahashi die best te pruimen geschifte elektronica uitbracht op het label. Vorig jaar kwam daar dan Takagi Masakatsu bij met het bejubelde Pia album. Masakatsu heeft iets met bewegende beelden. Opus Pia, het obligate vervolg op Pia, komt samen met een dvd, die de reizen van Masakatsu documenteert. Muzikaal gezien stelt het allemaal vrij weinig voor. Masakatsu maakt sluimerende weinig opvallende ambient met computers, piano's en samplers. Als reisdagboek kan de track 'Harmony' wel tellen. Masakatsu vertoefde achtereenvolgens in Indonesië, Turkije, Griekenland, Zwitserland, Cuba, VS, Canada, Nepal, Thailand, Frankrijk en Duitsland en mixt geluidsfragmenten uit die landen in een grandioze finale van ruim 27 minuten.
Minder overtuigd waren we door de huisvlijt van ene Orugusu Norihide. Deze jap heeft overigens een interessant curriculum. Overdag studeert hij voor Shinto-priester in de keizerlijke stad Kyoto. In zijn vrije uurtjes maakt hij muziekjes op klassieke instrumenten én op de computer. Zijn eerste Carpark-release humour bundelt 2 in eigen beheer uitgegeven albums. Op 'study' experimenteert hij vooral op akoestische gitaar. Zijn muzikale vingeroefeningen klinken aandoenlijk naïef maar weinig origineel. Op het tweede gedeelte 'I' maakt hij vooruitgang. De akoestische instrumenten maken plaats voor digitale abstractie doorspekt met samples uit het schrijn waarin de brave ziel momenteel verblijft. Norihide schetst op humour een te vriendelijke wereld waar wij echter gauw op uitgekeken raakten.

NITRADA, 0 (2.nd Rec/Hausmusik)
TELEFORM, Cosine f (domizil)
MARCUS MAEDER, Quiconque (domizil)

Dat het de Europese experimentele elektronica momenteel best wel voor de wind gaat, bewijst deze reeks fijne albums van relatieve nieuwkomers op min of meer gevestigde undergroundlabels als 2.nd Rec uit Berlijn en het Zwitserse Domizil. 0 , het debuut van visueel artiest Nitrada alias Christophe Stoll is het meest toegankelijke van het trio albums dat we in handen kregen. In nauwelijks 25 minuten spiegelt hij ons een wereld voor waarin warme melodieën en inventief experiment elkaar ongedwongen aanvullen en waarin het zeer leuk toeven is. Denk bij het beluisteren van 'Just Close Your Eyes' en 'Love Me' aan het beste van Warp, Schematic en Skam overgoten met een forse scheut idm. Nitrada is een ontdekking en een cd die niet meer uit het laadkastje van onze cd-speler te branden is! Beelden bij de muziek vind je hier.
Een stuk abstracter maar niet minder interessant zijn de releases op het Zwitserse Domizil. Quiconque is de tweede release van ene Marcus Maeder. Maeder is een artiest die een evenwicht zoekt tussen extreme, digitale abstractie en meer toegankelijke organische sfeertjes. Maeder gooit op zijn debuut met onmogelijke titels als 'arkva', 'matto' en 'huffs'. Maar het is vooral 'prigorod' met zijn cutup-ritmes en zijn halve melodie dat onze aandacht vasthield. 'Au grand jamais' dompelt ons onder in een stoffige wereld van ronddwarrelende glitches. De stroomstoten van 'dob utca' en 'disjektion' horen thuis in je macaberste fantasieën. Quiconque is een duister maar zeer intrigerend album waar gelukkig af en toe een lichtstraal doorvalt.
Nog abstracter is het schurende Cosine f van Teleform alias Bernd Schurer. Het album is een verzameling van 35 korte tot ultrakorte tracks die in willekeurige volgorde kunnen afgespeeld worden. Denk aan de recentste experimenten van Farmers Manual of cd_slopper. Gebruikt dus best de shuffle-toets bij de beluistering van deze nonlineaire en compleet anonieme, auditieve waanzin. Cosine f is een cd van haastige sinustonen. Perfect antidotum voor deze van geluiden oververzadigde wereld. Info over de releases van domizil: www.domizil.ch/.

VARIOUS, Bip_Hop Generation [v. 5] (Bip_Hop/Lowlands)
Het in Marseille gevestigde label Bip_Hop werd een paar jaar geleden in het zog van de idm-rage opgestart door de Franse dj en radioproducer Phillipe Petit. Bip_Hop bracht in eerste instantie verzamelaars uit met onconventionele abstracte elektronica die enigszins haaks staat op de rest van het aanbod. Pimmon, Köhn, Marumari, Goem zijn maar enkele van de vele bekendere namen die opdoken op de volumes 1 tot 4. Maar Bip_Hop bood ook een platform voor obscure artiesten. De link naar grafische vormgeving werd gelegd door huisontwerper d'iberville oftewel Julien Bertthier die het opvallende Bip_Hop-figuurtje creëerde en daarnaast ook actief is als muzikant. Naast de obligate verzamelaars bracht het label de laatste paar jaar ook albums uit van Twine, Tennis, Bovine Life en Spaceheads. De vijfde verzamelaar bevat tracks van het Amerikaanse Accelera Deck, de Canadees Andrew Duke, de Zweed Mikael Stavostränd, het Britse project Tonne, het Duitse Rechenzentrum en d'iberville zelf. Chris Jeely van Accelera Deck bracht reeds albums uit op Morr, 555 Recordings en Neo Ouija. Jeely produceert op 'Bloom' een vrij monotoon geluid waar slechts af en toe wat stoorzenders in opduiken. Ook de Canadees Andrew Duke houdt het bescheiden met het meanderende maar weinig opvallende 'Alphabetic' dat na 8 minuten plots een verrassende andere richting uitgaat. Duke opereert vooral via zijn eigen label Cognition Audioworks en produceert muziek voor theater, film en radio. Echt spannend wordt het pas vanaf de derde track van de Zweedse producer Mikael Stavostränd. Hij staat mee aan de wieg van het Zweedse elektronicalabel Mitek en vormt de voorhoede van een schier oneindige resem nieuwe Skandinavische clicktechneuten. Op 'Spann' produceert hij clickdub die het van de superlage tonen moet hebben. Leuke kennismaking ook met de abstracte ambient van het Duitse Rechenzentrum oftewel het trio Christian Conrad, Lillevän en Marc Weiser. Ondanks hun bescheiden palmares brachten ze reeds een paar albums uit voor Kitty-Yo en leverden ze ep's en tracks voor Tigerbeat6, Shitkatapult/Kompakt en Klanggalerie. Op 'Le joujou du pauvre' mixen ze springerige ritmes met vervormde stemmen en schreeuwerige gesamplede koperblazers. Tonne is veruit de interessantste ontdekking op de vijfde 'Bip_Hop generation' verzamelaar. Deze Britten leverden tot nu toe vooral visuals voor Scanner, Pole, Monolake en anderen. Studio Tonne ontwikkelde de interactive sound interface 'Soundtoys' die muziek omzet in beelden. Op het cdrom-gedeelte kun je dat zelf even uitproberen mits je pc krachtig genoeg is natuurlijk want bij ons lukte het niet. Tonne werkt momenteel aan nieuwe audiovisuele projecten met Scanner, Tennis en anderen. Graficus D'iberville ten slotte krijgt de hoofdmoot van de cd toebedeeld met het hijgerige 'Le souffle c'est la vie' en de inventieve elektronica van 'Bruit venu d'ailleurs' en 'Gigue'.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie