HANS APPLEQVIST, Tonefilm (Komplott/Hausmusik)
Ierse muzikanten blinken niet uit door experimenteerdrift. Misschien komt dat door hun isolatie als eilandbewoners? Moeilijke albums, die op het continent gewoon te grabbel liggen in elke zichzelf respecterende platenzaak, komen Ierland trouwens maar moeilijk binnen. Buiten Fällt in het Noord- Ierse Belfast, dat hoofdzakelijk via internet en mp3's werkt, telt het eiland nauwelijks onafhankelijke platenlabels. Daar komt overigens maar zeer langzaam verandering in. Onder invloed van de Duitse experimentele school - en dan vooral een eenmalig optreden van To Rococo Rot in Dublin - slaat een klein groepje muzikanten in de Ierse hoofdstad resoluut het pad in van het experiment. Van een kruisbestuiving is hier vooralsnog nauwelijks sprake. Het zijn gewoon enkele individuen die elkaar leerden kennen in het clubleven in Dublin en die de handen in elkaar sloegen om hun muziek naar buiten te brengen. De opkomst van goedkope thuisstudio's en van internet heeft hier ook wel iets mee te maken. Koplopers van de nieuwe Ierse avantgarde zijn Decal (zie het recente 404 Not Found op Planet Mu) en Donnacha Costello die onlangs via het Duitse Mille Plateaux het geprezen Together Is The New Alone op de wereld losliet. In zijn kielzog volgt ene Stephen Quinn alias iquinn die een stek vond bij het Keulense Traum. Quinn's debuut liet lang op zich wachten. De schizofrene situatie van de Ierse muzikanten wordt duidelijk als blijkt dat hij al ruim 10 jaar muziek maakt en een verleden heeft als songwriter en een tijdje in Ierse rock- en folkbands speelde. Niet dat je daar veel van merkt op zijn eersteling Seed. Quinn maakt gloedvolle elektronica met af en toe een matige scheut experiment. Een melodisch nummer als 'Hope' bewijst dat de man wel degelijk een eigen gezicht heeft. De rest van het album wordt opgevuld met Eno-achtige sounscapes, we hoorden enkele distorted guitars en elders zowaar echte drums. 'Seed' is een hybried album dat iquinn zeker zal helpen om eindelijk een eigen stek in de muziekwereld te veroveren.

De Zweedse experimentalisten hebben het een stuk makkelijker dan hun Ierse collega's. Elke maand wordt ons wel een nieuwe naam onder de neus geschoven. Nog maar bekomen van het debuut van Folie op Stavostränd's Mitek label is hier ene Hans Appleqvist die net zijn eerste album uitbracht op dat andere kwaliteitslabel Komplott. En Tonefilm werd gemasterd door die andere onontkoombare Zweedse techneut Andreas Tilliander. Appleqvist is een componist uit het Zuid-Zweedse Malmö die een jaar door China rondzwierf en vervolgens de Xiao Fang-ep uitbracht op Mjäll. Appleqvist is gefascineerd door films uit de oude doos. Hij werkt voornamelijk met afgedankte platendraaiers, archaïsche filmapparatuur en tientallen samples uit de meest diverse rolprenten. Het gedempte ronken van een oude filmspoel leidt je doorheen het album. In het Zweeds gesproken stemfragmenten wisselen af met samples uit videoclips en films. Dat alles wordt muzikaal aan elkaar geregen tot een hecht en consequent album waar alle mogelijke muzikale invloeden in doorsijpelen. Tonefilm biedt een fris en genietbaar geluid van een Zweed waar we zeker nog een en ander van zullen horen.
MARTIN TETREAULT/DIANE LABROSSE, Parasites (Ambiances Magnétiques/Lowlands)
VAN BERGEN/PRINS/FENNESZ, Dawn (Grob/Lowlands)
De Canadese vinylmanipulator Martin Tétreault legde een lange weg af sedert hij in '98 voor het eerst op ruime schaal opgemerkt werd met het fantastische La nuit où j'ai dit non op het Belgische Audioview (sublabel van Lowlands). De cutup-experimenten en de primitieve samplekunst van La nuit… maakten in de loop der jaren plaats voor geavanceerder experiment en voor talloze samenwerkingen met gelijkgezinde artiesten, onder meer Otomo Yoshihide, Philip Jeck en Kevin Drumm. Deze maand schuimt Tétreault Engeland af als curator van het 'Turntable Hell'-festival met het avant octet van collega's turntablists Otomo Yoshihide, Janek Schaefer, Lepke B, Paul Hood, Steve Noble, Marina Rosenfeld en Martin Ng. Enkele jaren geleden bracht Tétreault het opgemerkte Île Bizarre uit met collega-bruitisten Diane Labrosse en avantgarde percussioniste Ikue Mori. De alchemie tussen Tétreault en Labrosse werd aangevuld met de disruptieve en inventieve percussieve noise van Mori. Île Bizarre verdiende als tijdloos en klassiek album terecht een plaats in de eindejaarslijsten als beste improplaat van '98. De eigengereide wisselwerking tussen Labrosse en Tétreault blijft ook zonder de inbreng van Mori grotendeels intact op het langverwachte vervolg Parasites. Tétreault prutst tegenwoordig liever met de stroomtoevoer van zijn pickups dan met de sound van vinylplaten. Labrosse plukt als vanouds de meest onmogelijke geluiden uit haar sampler. Parasites klinkt wonderbaarlijk microtonaal, parasitair en onaards met het tien minuten durende 'Colis Suspect' of 'A Coal Eye' als blikvanger. Alle titels worden in 2 talen weergegeven wat tot enkele leuke woordspelingen leidt.
Nog impro maar van een artiest van een ander
kaliber. De Oostenrijkse laptopmuzikant Christian Fennesz blijft niet op zijn lauweren rusten
na het succes van het vorig jaar verschenen Endless Summer. Het in een
fout hoesje gestoken Dawn (het lijkt wel een nu-metal plaatje) is een
lowbudget productie van het Duitse productiehuis Grob en een eenmalige
samenwerking van Fennesz met de Nederlandse muzikanten Gert-Jan Prins en
saxofonist Peter Van Bergen. Het album is vorig jaar live opgenomen in de
Podewil-club in Berlijn en keert het begrip improvisatie op zijn kop. Je hoort
immers niet wat je hoort op deze cd. Pure noise-uitbarstingen vechten met
flarden piano en saxofoon van Van Bergen en de vervormde stemmen en
fm-modulaties van Prins. Alle geluiden worden hier echter getapt uit de laptops
van de drie heren. Dawn blijft 40 minuten lang buitengewoon spannend.
Vooral de laatste 10 minuten groeit de noise uit tot een aberrante finale
waaruit de powerbook van Fennesz als overwinnaar tevoorschijn komt. Niet zomaar
een tussendoortje dus maar een bevestiging van de status van Christian Fennesz
als inspirator en meest innoverende elektronica-artiest van het ogenblik.
MAIN, Tau
TOSS, Titles of the Greatness of Been
((K-RAA-K)3/Bang!)
Het moet hard zijn om na 20 jaar nog steeds niet de erkenning te krijgen die je verdient! Robert Hampson is sinds het begin van de jaren tachtig bezig met het maken van eigengereide experimentele muziek. Eerst was er de invloedrijke dark ambient van Loop. Met Main, Godflesh en Chasm bracht hij ook in de jaren negentig een volstrekt eigen geluid. Ondanks zijn onbetwistbare invloed op een rist muzikanten bleef Hampson zelf aanmodderen aan de zijlijn. Het project Main werd tijdelijk opgeborgen en Hampson belandde midden de jaren negentig in een diepe depressie. Na samenwerkingen met Janek Schaefer en Antenna Farm, een geslaagd optreden op het recentste (K-RAA-K)3-festival en door de groeiende interesse van een generatie jongere artiesten besliste hij om Main nieuw leven in te blazen. Tau is opgedeeld in twee delen die echter naadloos in elkaar overlopen. Op 'Heuristic' vermengen grillige insectachtige clicks zich met omgevingsgeluiden. Alleen in de derde beweging duikt een min of meer herkenbaar thema op. Dat procédé wordt verder uitgediept op 'Mirror'. Gaandeweg wordt de muziek echter meer en meer naar de achtergrond verwezen. Weerbarstige musique concrète krijgt een prominente plaats in het klankbeeld.
MARUMARI, Remixes
TAKAGI MASAKATSU, Opus Pia
OGURUSU NORIHIDE, Humour
(Carpark/Lowlands)
Van sommige artiesten vraag je
je terecht af waar ze hun status aan verdienen. Neem nu het Amerikaanse poppy
technoproject Marumari van Josh Presseisen en Sasha Ellms!
We vielen niet bepaald steil achterover van hun drie recentste albums Ballad
of the Round Ball, The Wolves Hollow of Supermogadon. En toch
slaagt Carpark Records, zowat het huislabel van Ellms en Presseisen, erin
om zowat de ganse kliek van de Amerikaanse underground voor de kar te spannen om
in alle vrijheid hun ding te doen met de Marumari-sound. De enige vreemde eend
in de bijt is Robert Lippok van To Rococo Rot want dat is toevallig een
Duitser! Fijn is wel dat hier een stand van zaken aangeboden wordt van de
interessantste elektronica-artiesten van over de plas. Niet alleen Electric
Company (releases op Tigerbeat6) en L'Usine (releases op Isophlux en
Hymen) halen Marumari uit elkaar. Ook van de zweverige herwerking van Casino
vs. Japan (vooral werkzaam op Wobblyhead en City Centre Offices) en de
dubachtige techno van Colongib valt best te genieten. Greg Davis
keert de elektronicavuilbak om en herleidt een Marumari-nummer tot een heuse
fanfarestamper. The Remixes is met voorsprong het beste Marumari-album
tot nu toe. Wie er niet genoeg van krijgt, kan op het cdrom-gedeelte een paar
video's bekijken of 11 geremixte mp3's van minder bekende underground-artiesten
downloaden. Dat Carpark in enkele jaren tijd een behoorlijke reputatie uitbouwde in het idm-genre wordt voor een stuk verkorven door een zwakke en onevenwichtige releasepolitiek. De fixatie met Japan begon enkele jaren geleden met So Takahashi die best te pruimen geschifte elektronica uitbracht op het label. Vorig jaar kwam daar dan Takagi Masakatsu bij met het bejubelde Pia album. Masakatsu heeft iets met bewegende beelden. Opus Pia, het obligate vervolg op Pia, komt samen met een dvd, die de reizen van Masakatsu documenteert. Muzikaal gezien stelt het allemaal vrij weinig voor. Masakatsu maakt sluimerende weinig opvallende ambient met computers, piano's en samplers. Als reisdagboek kan de track 'Harmony' wel tellen. Masakatsu vertoefde achtereenvolgens in Indonesië, Turkije, Griekenland, Zwitserland, Cuba, VS, Canada, Nepal, Thailand, Frankrijk en Duitsland en mixt geluidsfragmenten uit die landen in een grandioze finale van ruim 27 minuten.
Minder overtuigd waren we door de huisvlijt van ene Orugusu Norihide. Deze jap heeft overigens een interessant curriculum. Overdag studeert hij voor Shinto-priester in de keizerlijke stad Kyoto. In zijn vrije uurtjes maakt hij muziekjes op klassieke instrumenten én op de computer. Zijn eerste Carpark-release humour bundelt 2 in eigen beheer uitgegeven albums. Op 'study' experimenteert hij vooral op akoestische gitaar. Zijn muzikale vingeroefeningen klinken aandoenlijk naïef maar weinig origineel. Op het tweede gedeelte 'I' maakt hij vooruitgang. De akoestische instrumenten maken plaats voor digitale abstractie doorspekt met samples uit het schrijn waarin de brave ziel momenteel verblijft. Norihide schetst op humour een te vriendelijke wereld waar wij echter gauw op uitgekeken raakten.
NITRADA, 0 (2.nd Rec/Hausmusik)
TELEFORM, Cosine f (domizil)
MARCUS MAEDER, Quiconque (domizil)
Dat het de Europese experimentele elektronica momenteel best wel voor de wind gaat, bewijst deze reeks fijne albums van relatieve nieuwkomers op min of meer gevestigde undergroundlabels als 2.nd Rec uit Berlijn en het Zwitserse Domizil. 0 , het debuut van visueel artiest Nitrada alias Christophe Stoll is het meest toegankelijke van het trio albums dat we in handen kregen. In nauwelijks 25 minuten spiegelt hij ons een wereld voor waarin warme melodieën en inventief experiment elkaar ongedwongen aanvullen en waarin het zeer leuk toeven is. Denk bij het beluisteren van 'Just Close Your Eyes' en 'Love Me' aan het beste van Warp, Schematic en Skam overgoten met een forse scheut idm. Nitrada is een ontdekking en een cd die niet meer uit het laadkastje van onze cd-speler te branden is! Beelden bij de muziek vind je hier.
Een stuk
abstracter maar niet minder interessant zijn de releases op het Zwitserse
Domizil. Quiconque is de tweede release van ene Marcus
Maeder. Maeder is een artiest die een evenwicht zoekt tussen extreme,
digitale abstractie en meer toegankelijke organische sfeertjes. Maeder gooit op
zijn debuut met onmogelijke titels als 'arkva', 'matto' en 'huffs'. Maar het is
vooral 'prigorod' met zijn cutup-ritmes en zijn halve melodie dat onze aandacht
vasthield. 'Au grand jamais' dompelt ons onder in een stoffige wereld van
ronddwarrelende glitches. De stroomstoten van 'dob utca' en 'disjektion' horen
thuis in je macaberste fantasieën. Quiconque is een duister maar zeer
intrigerend album waar gelukkig af en toe een lichtstraal doorvalt. Nog abstracter is het schurende Cosine f van Teleform alias Bernd Schurer. Het album is een verzameling van 35 korte tot ultrakorte tracks die in willekeurige volgorde kunnen afgespeeld worden. Denk aan de recentste experimenten van Farmers Manual of cd_slopper. Gebruikt dus best de shuffle-toets bij de beluistering van deze nonlineaire en compleet anonieme, auditieve waanzin. Cosine f is een cd van haastige sinustonen. Perfect antidotum voor deze van geluiden oververzadigde wereld. Info over de releases van domizil: www.domizil.ch/.
VARIOUS, Bip_Hop Generation [v. 5] (Bip_Hop/Lowlands)
Het in Marseille gevestigde label Bip_Hop werd een paar jaar geleden in het zog van de idm-rage opgestart door de Franse dj en radioproducer
Phillipe Petit. Bip_Hop bracht in eerste instantie verzamelaars uit met
onconventionele abstracte elektronica die enigszins haaks staat op de rest van
het aanbod. Pimmon, Köhn, Marumari, Goem zijn maar enkele van de vele bekendere
namen die opdoken op de volumes 1 tot 4. Maar Bip_Hop bood ook een platform voor
obscure artiesten. De link naar grafische vormgeving werd gelegd door
huisontwerper d'iberville oftewel Julien Bertthier die het opvallende
Bip_Hop-figuurtje creëerde en daarnaast ook actief is als muzikant. Naast de
obligate verzamelaars bracht het label de laatste paar jaar ook albums uit van
Twine, Tennis, Bovine Life en Spaceheads. De vijfde verzamelaar bevat tracks van
het Amerikaanse Accelera Deck, de Canadees Andrew Duke, de Zweed Mikael
Stavostränd, het Britse project Tonne, het Duitse Rechenzentrum en d'iberville
zelf. Chris Jeely van Accelera Deck bracht reeds albums uit op Morr, 555
Recordings en Neo Ouija. Jeely produceert op 'Bloom' een vrij monotoon geluid
waar slechts af en toe wat stoorzenders in opduiken. Ook de Canadees Andrew
Duke houdt het bescheiden met het meanderende maar weinig opvallende
'Alphabetic' dat na 8 minuten plots een verrassende andere richting uitgaat.
Duke opereert vooral via zijn eigen label Cognition Audioworks en produceert
muziek voor theater, film en radio. Echt spannend wordt het pas vanaf de derde
track van de Zweedse producer Mikael Stavostränd. Hij staat mee aan de
wieg van het Zweedse elektronicalabel Mitek en vormt de voorhoede van een schier
oneindige resem nieuwe Skandinavische clicktechneuten. Op 'Spann' produceert hij
clickdub die het van de superlage tonen moet hebben. Leuke kennismaking ook met
de abstracte ambient van het Duitse Rechenzentrum oftewel het trio
Christian Conrad, Lillevän en Marc Weiser. Ondanks hun bescheiden palmares
brachten ze reeds een paar albums uit voor Kitty-Yo en leverden ze ep's en
tracks voor Tigerbeat6, Shitkatapult/Kompakt en Klanggalerie. Op 'Le joujou du
pauvre' mixen ze springerige ritmes met vervormde stemmen en schreeuwerige
gesamplede koperblazers. Tonne is veruit de interessantste ontdekking op
de vijfde 'Bip_Hop generation' verzamelaar. Deze Britten leverden tot nu toe
vooral visuals voor Scanner, Pole, Monolake en anderen. Studio Tonne ontwikkelde
de interactive sound interface 'Soundtoys' die muziek omzet in beelden. Op het
cdrom-gedeelte kun je dat zelf even uitproberen mits je pc krachtig genoeg is
natuurlijk want bij ons lukte het niet. Tonne werkt momenteel aan nieuwe
audiovisuele projecten met Scanner, Tennis en anderen. Graficus
D'iberville ten slotte krijgt de hoofdmoot van de cd toebedeeld met
het hijgerige 'Le souffle c'est la vie' en de inventieve elektronica van 'Bruit venu d'ailleurs'
en 'Gigue'.





