Ooit, zo vertelt men mij, was Gent doordrongen van de jazz. In verschillende kroegen en op festivals kon je de meest beklijvende en vernieuwende jazzklanken horen en bewonderen, internationaal befaamde artiesten als Mal Waldron of Charlie Haden kwamen er, al dan niet aangekondigd, gezwind over de vloer. De sfeer was meer ongedwongen en ontspannen, toen, net voor de jazzmuziek in een krapper keurslijf terecht kwam. Het zou nooit meer hetzelfde worden…
Toch lijkt de Gentse jazzscène opnieuw wat uit de marge te komen, onder meer dankzij de inspanningen van het JAS records label, dat later dit jaar trouwens een Blue Note festival organiseert. Binnen die scène is onlangs een nieuwe organisatie gesignaliseerd: vzw Klimop, die zowel nationale als internationale jazzartiesten in de spotlights wil plaatsen en dat in een locatie om U tegen te zeggen: een eeuwenoude kapel met authentieke decors en een uitstekende akoestiek. Ik zou er normaal gezien niet al te veel aandacht aan besteden, ware het niet dat er enkele ware jazz legenden moesten aantreden: Evan Parker en Steve Lacy.
Beide muzikanten hebben binnen de wereld van de jazz en 'nieuwe' muziek een benijdenswaardige reputatie opgebouwd. Parker behoort tot het crème de la crème van de Britse ‘free jazz’ beweging (samen met o.a. Lol Coxhill en Derek Bailey) en is wellicht een van de meest innoverende en intrigerende jazzartiesten van de laatste helft van de twintigste eeuw. Hij beheerst een uitgebreid palet van complexe blaas- en vingertechnieken en heeft die in de loop van zijn carrière tot een eigen persoonlijk geluid omgekneed: met zijn tenorsax genereert hij de meest abstracte geluiden die binnen de tijdspanne van een –geïmproviseerde- compositie vaak een overweldigende golf van emotie opwekken. Hij maakt veelvuldig gebruik van valse vingerzettingen en vooral circulaire ademhaling, wat hem in staat stelt ononderbroken te blazen, wat in zijn geval tot enorm energieke en hypnotische resultaten leidt. Een solostuk van Evan Parker is, zoals we konden meemaken in het eerste deel van het concert, een energiek spel van tonen en klanken, onvatbaar, veelgelaagd maar in zijn geheel indringend en meeslepend. Het is moeilijk te geloven dat dergelijke krachtige muziek het product is van een enkele geest, één lichaam, één instrument. Spirale frases worden constant gevarieerd en doorvoed met verrassende uithalen, huilende en krabbende klanken. De muziek bevraagt en beantwoord tezelfdertijd, maakt techniek ondergeschikt aan emotie en laat een overweldigende indruk na. Parker heeft inmiddels een groot aantal platen opgenomen, een groot deel daarvan registraties van geïmproviseerde solo-sessies (als je er een enkele wilt kopen: Monceros uit 1978), maar ook ontelbare collaboraties en allerhande projecten. Hij speelde o.a. samen met uiteenlopende muzikanten als Derek Bailey, Jah Wobble, Thurston Moore en Peter Brötzmann en experimenteerde ook met strijkers (Strings With Evan Parker, 1998) en electro-akoestische muziek (met ‘Evan Parker's Electro-Acoustic Ensemble’). Een van de meest geslaagde samenwerkingsverbanden is wellicht die met Steve Lacy, wat o.a. te horen is op het schitterende Chirps (1985).
Lacy is een van de muzikanten die zowaar verafgood wordt door de redactie van het Britse muziektijdschrift The Wire, dat zijn naam trouwens ontleende aan een van zijn composities. Hij wordt wel eens een van de beste saxofonisten aller tijden genoemd, in een adem met John Coltrane en Sidney Bechet. Waar of niet, hij was in ieder geval een van de eerste muzikanten die uitgebreid experimenteerde met de tenorsax en daarmee het geluid van de ‘avant-garde’ jazz gevoelig verruimde. De muziek van Lacy (°1934) is minder gespierd dan die van Parker (°1944) en klinkt lyrischer en warmer; terwijl Parker qua intensiteit vaagweg late Coltrane in herinnering brengt, beroept Lacy zich in grote mate op het werk van Thelonius Monk als inspiratiebron. Hij improviseert vol passie en bouwt gaandeweg complexe structuren op rond een waaier van kleine melodielijnen, evenwel niet zonder dissonanties en erupties. Zijn solo-stuk in Gent getuigde van een virtuoze souplesse maar klonk uiteindelijk niet zo geslaagd, misschien vanwege zijn hardnekkige verkoudheid: het leek wel alsof zijn constructie maar niet afraakte en enkel bestond uit opbouwen en afbreken, zonder afdoend eindresultaat. Maar het wachten was natuurlijk op het sluitstuk van het concert, het duet en dat was gewoon grandioos. Het werd geen titanengevecht tussen twee jazzmeesters, maar eerder een verzoening: de twee verschillende stijlen werden verenigd tot een elegant mozaïek, gespeeld met een zeldzame subtiliteit en kracht. Lacy en Parker creëerden impulsieve patronen die net genoeg ruimte overlieten voor de ander en weefden hun complexe texturen door elkaar met een ongelooflijk gevoel voor timing. Hun muziek reikte talrijke en uiteenlopende citaten uit jazz- en klassieke muziek aan die werden samengesteld tot een nieuwe vorm, terzelfdertijd melodieus en abstract. Je hóórde de composities tot leven komen, hun weg zoeken in labyrint van klanksferen en emoties om zich er gaandeweg uit te bevrijden en finaal -maar nooit voorgoed- te vervagen. Pure magie.
Instinctief had ik al zo’n vermoeden, maar het nooit daadwerkelijk meegemaakt: vrije jazzimprovisaties kunnen, gespeeld met de juiste instelling en kunde, uitgroeien tot unieke ervaringen, onvergetelijke momenten met eigen bijzondere verrassingen, twijfels en keuzes, vragen en antwoorden, … en muziek die, gewoon, voor zichzelf spreekt.
We don't determine music,
The music determines us;
We only follow it
To the end of our life:
Then it goes on without us.
It begs to be born and,
Wants to go its own way,
We just make it up and,
Then we let it out.
Music speaks for itself,
And needs no explanation
Or justification:
Either it is alive,or it is not.
Steve Lacy
European Free Improvisation Site,






