Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Vael:
Headliner op Eurorock 2002!
Patrick Stevens; maak kennis met een eigenzinnige doorduwer
Diverse artiesten: Mao's audio files (Labels)
(Grote Kaai, Lokeren, 10 augustus 2001)
Secrets (Papillon/Roadrunner)
En - bij uitbreiding - ook voor alle andere kunstenaars
VOLWAARDIG STATUUT VOOR MUZIKANTEN IN DE MAAK
datum 03.04.2002
auteur Jan Vael
rubriek Muziek
Belgische muzikanten mogen (eindelijk!) een zucht van opluchting slaken. Het nieuwe kunstenaarsstatuut, dat het federale kernkabinet op woensdag 20 maart goedkeurde, waarborgt hen immers een volwaardige sociale bescherming én een aanzienlijke loonlastenverlaging.

Reeds in een KB van 1969 wordt elke (podium)kunstenaar principieel als werknemer beschouwd, en dus kan hij of zij aanspraak maken op dezelfde rechten als een gewone arbeider of bediende. In de praktijk blijkt deze regeling echter onuitvoerbaar en worden heel wat muzikanten noodgedwongen zelfstandige; vele artiesten worden immers (kortstondig) tewerkgesteld door mensen - bv. organisators van een optreden - die hun werkgeversverplichtingen niet kunnen of willen opnemen. Zij kunnen de hoge sociale lasten vaak niet betalen, terwijl de bijdragevermindering afgestemd is op een continue tewerkstelling. Zwartwerk is dan ook meer regel dan uitzondering in de sector…

Na jaren van ideologisch-communautaire discussies (waarbij vooral Wallonië het werknemersstatuut verkoos boven dat van zelfstandige) en voorbereidend werk van onder meer de liberale cultuurminister Patrick Dewael in het begin van de jaren ’90, is er nu dan toch een duidelijke beslissing in dit ingewikkelde dossier. En dat op basis van een nota van minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke en diens collega’s Onkelinx, Daems en Picqué. Twee jaar lang werd daarover in politieke werkgroepen onderhandeld, waarbij de muzieksector vertegenwoordigd werd door Zamu (de belangenvereniging van zangers en muzikanten).

Uitgangspunt van het nagelnieuwe statuut is het weerlegbare vermoeden dat kunstenaars onderworpen zijn aan het sociale zekerheidsstelsel van werknemers. In de wet op de arbeidsovereenkomsten zal vanaf nu ingeschreven worden dat kunstenaars die “tegen een vooraf vastgestelde vergoeding en binnen een vooraf vastgestelde tijdsspanne in opdracht van een natuurlijke- of rechtspersoon artistieke prestaties leveren, geacht worden verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst, tot bewijs van het tegendeel”. Onder ‘artistieke prestaties’ wordt verstaan: “creatie en interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en plastische sector, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie”. Door die omschrijving kunnen voortaan ook scheppende kunstenaars, wanneer ze in opdracht werken, onder het werknemersstatuut vallen. Het (grotendeels) artificiële onderscheid tussen uitvoerende en scheppende kunstenaars wordt met andere woorden opgeheven. Ook muzikanten moeten dus handelen en behandeld worden als werknemers, tenzij ze zich vrijwillig inschrijven bij een zelfstandigenkas en op die manier voor het zelfstandigenstatuut kiezen. De socio-economische realiteit waarin de kunstenaar opereert zal wellicht, aldus de regering, bepalen voor welk stelsel van sociale bescherming hij opteert. Er komt een speciale cel RSZ/RSVZ ‘kunstenaars’, die informatie moet verschaffen over de respectievelijke stelsels en tevens randgevallen zal beoordelen.

Om occasionele optredens mogelijk te maken, zullen bovendien (door de gewesten te erkennen) agentschappen en uitzendkantoren kunnen fungeren als werkgever. Als organisatoren dan ‘freelance artiesten’ engageren via zo’n agentschap, dan kunnen die artiesten terugvallen op het gewone werknemersstatuut. Ideaal dus voor startende en matig verdienende groepen (terwijl succesvolle artiesten - desgewenst - van de voordelen van het zelfstandigenstatuut kunnen genieten)! Een ander belangrijk punt betreft de vrijstelling van sociale bijdragen, gekoppeld aan het nieuwe statuut. Momenteel kunnen veel kunstenaars daar niet van genieten omdat ze niet voldoende (minstens 33% van een voltijdse job) betaald werken, of omdat de verloning per geleverde prestatie te hoog ligt (ook de voorbereiding wordt immers vergoed). Voortaan kunnen alle kunstenaars-werknemers rekenen op een forfaitaire loonlastenverlaging van 35 euro (1.400 frank) per dag of 4,5 euro (182 frank) per uur. Op dit bedrag zullen geen sociale bijdragen verschuldigd zijn. Via omrekening kan het ook toegepast worden op artiesten die niet tegen een uurloon werken. Deze bijdragevermindering betekent een belangrijke stimulans voor al wie in deze sector aan de slag wil. Het forfait zal immers vooral ten goede komen aan jonge, beginnende artiesten die nog geen hoge vergoedingen (kunnen) eisen. Inkomsten uit auteurs- en naburige rechten blijven (zoals voorheen) niet onderworpen aan sociale bijdragen.

Een ambtelijke commissie moet in de geest van dit akkoord verdere bepalingen uitwerken, wellicht ook wat de verschillende interpretaties van de werkloosheidsregeling betreft. In het zuiden van het land wordt vandaag immers aanvaard dat iemand zich meldt als werkloos kunstenaar en recht blijft hebben op uitkeringen, terwijl in het noorden eerder een ruime traditie van kunstenaars-in-nevenberoep bestaat. Verder zullen de administraties van Sociale Zaken en Arbeid moeten uitklaren wie toegelaten kan worden tot het statuut en wie niet. Blijkbaar wil de overheid het toepassingsgebied niet te strikt maken; zo zouden geluidsmensen die in dienst zijn bij een zanger of een muzikant, ook als ‘kunstenaar’ kunnen worden beschouwd.

Minister Vandenbroucke, die zijn administratie meteen de opdracht gaf het bereikte akkoord om te zetten in wetteksten, maakte zich alvast sterk dat de bevoegde adviesorganen de beslissing zullen goedkeuren, zodat het parlement na het politieke zomerreces het nieuwe statuut kan bekrachtigen. We wachten in spanning…
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie