De debuutplaat van Boards of Canada, Music Has The Right to Children, dateert van ruim drie jaar geleden, maar heeft inmiddels een forse cultstatus verworven, ondermeer dankzij de tomeloze lofbetuigingen van Radiohead ('the kings of namedropping' ). Deze plaat borduurde duidelijk voort op de grensverleggende experimenten van Autechre, Aphex Twin en co., maar slaagde erin om met dezelfde ingrediënten een organisch gevoel van warmte en welbehagen te scheppen: referenties naar hip-hop en electro werden naadloos versmolten met vloeiende synthpatronen, zoetklinkende baslijnen en ontheemde stemfragmenten, resulterend in een van de mooiste elektronische platen van de jaren negentig. De verwachtingen voor de opvolger waren dus heel hooggespannen, nog enigszins getemperd door de release van de al even mooie EP In a Beautiful Place in the Country. Wel, de fans van het eerste uur zullen niet teleurgesteld zijn: Geogaddi voelt, smaakt, klinkt bijna net hetzelfde als zijn voorganger. Deze keer, zo luidt het marketingpraatje, werd de plaat beïnvloed door de kinderjaren van zijn makers, het Schotse duo Michael Sandison en Marcus Eoin, maar hun muziek ademde altijd al een gevoel van nostalgie en onschuld. Niks nieuws onder de zon, dus, maar dat kan de pret niet derven: de meeste tracks op Geogaddi zijn opnieuw heerlijk oorstrelend. Net als op Music... worden minutenlange tracks afgewisseld met schetsmatige interludia, korte klankfragmentjes die ons gidsen van het ene avontuur naar het andere. Tracks als 'Julie and Candy' en 'Dawn Chorus' zijn bruisende klankspelen die heen en weer deinen op synthgolven en downtempo beats, vergezeld van geestdriftige kinderstemmetjes. Er wordt trouwens intensief gegoocheld met stemsamples, zo heeft het naïef stemmetje ("It's a beautiful Place") in 'Sunshine Recorder' een bezwerende uitwerking. In het extatische '1969' duiken zelfs vocodervocals op (naar het schijnt van een David Koresh aanhanger), wat het caleidoscopisch effect alleen maar vergroot. 'Alpha and Omega' hadden we al een tijdje geleden gehoord op het internet, vreemd genoeg in een veel tragere versie die echter ook al leek te werken: een wervelende mixtuur van een Jean-Michel Jarre groove met oriëntaalse fluitsamples, percussie en beats. De muziek van Boards of Canada drijft vaak op gebroken melodieën, scheluwe klanken en akkoorden die toch harmonisch in het plaatje passen, bevreemdend en intrigerend zoals in 'Gyroscope' met zijn achterwaarts afgespeelde drum- en synthsamples de meest abstracte track op de plaat. Dit is wellicht hun grote troef: zij slagen erin (met heel veel werk, laat daar geen twijfel over bestaan) om met een amalgaam aan niet-zo-evidente elektronisch gemanipuleerde samples en klanken een puur organische flow te creëren, die beelden van lang vergeten en naderende tijden en plaatsen evoceert.
Eerlijk: in eerste instantie waren we, met onze ontembare en koppige honger naar 'vernieuwing' en 'verrassing' wat ontgoocheld over deze plaat, maar na talloze draaibeurten konden we het niet meer ontkennen: dit is hoogst fascinerende muziek die een eeuwigheid blijft boeien. Voor eens kunnen we het credo 'never change a winning team' wel pruimen. Nou goed?
Do Make Say Think is een Canadees gezelschap die de laatste jaren -onterecht- wat in de schaduw van labelgenoot Godspeed You Black Emperor is blijven schipperen. Hun titelloze debuut uit 1998 was een boeiende, wat gezichtsloze oefening in instrumentale space-rock, het geluid van uitgestrekte gitaarvelden aangevuld met wat analoge synths en blazers. Op opvolger Goodbye Enemy Airship the Landlord is Dead stoeiden ze wat meer met onorthodoxe opnametechnieken en klankjes, maar vergaten daar jammer genoeg meer dan eens goeie songs bij te bedenken. Op hun nieuwe plaat, & Yet & Yet lijkt alles dan toch goed te komen: dit is een consistent en subtiel werkje dat ook over een onverwachte dosis popsensibiliteit beschikt. Opener 'Classic Noodlanding' klinkt nog behoorlijk traditioneel: repetitieve gitaarmotiefjes, een opvullend fragmentje keyboard en blazers hier en daar, you know the drill... Ook 'End of Music' is niet echt verrassend: gelaagde synthpartijen, een bruuske tempowijziging ergens in het midden, allemaal volgens de regeltjes maar het wérkt op de een of andere manier wel. Deze plaat zit volgestouwd met kleine, detailleuze motiefjes en patronen die op een sierlijke manier aan elkaar gerijgd worden tot warme muziek, wat duidelijker wordt in 'White Light of': alle noten en klanken lijken impulsief hun plaatsje te vinden binnen een ingenieus raamwerk. Het spanningsveld tussen de felle drumpartijen en de tedere melodieën worden tot een climax gedreven door aanzwellende blazers, om direct daarna een coda te krijgen in een fijnzinnig spel van gitaarlijntjes en elektronische klanken. Ook 'Reitschule' wordt gedragen door verbeeldingrijk gitaarspel, in het gezelschap van mooie streepjes dub en jazz. De meeste tracks op dit album klinken vol bezieling en hoop, zo ook 'Soul and Onward', een pastoraal wijsje dat doet denken aan het vrolijkste werk van Dirty Three. Een mooie, speelse melodie krijgt het gezelschap van de mijmerende stem van Tamara Williamson, jazzy blazers en een verrukkelijk keyboardmotief: de soundtrack bij het onluikend lentegevoel. Afsluiter 'Anything For Now' is een vat vol verrassingen, drijvend op een lieflijke melodie, waaruit een na een lichtende klankelementen opborrelen: een Elysisch spel van klank en dynamiek.
Do Make Say Think doet op deze plaat hun best om de 'post-rock' clichés te ontwijken en slaagt daar grotendeels ook wonderwel in. Het omineuze, prikkelbaar geluid dat zo eigen is aan dit genre heeft hier plaats gemaakt voor een warme, sfeervolle gloed. De zomer mag er nu snel aankomen.
Boards of Canada, Geogaddi, Warp.
Do Make Say Think, & Yet & Yet, Constellation.
Ook genoten van brokjes en beetjes van:
Req (Sketchbook, bizarre mix van Old Skool Beats en minimale akoestische klanken, op Warp)
Moxie (Broken Fantasy, charmante Brusselse gitaarpop)
Hermann & Kleine (Our Noise)
Jada (10", mooie impro van Jan van den Dobbelsteen & co.)
The Herbaliser (Something Wicked This Way Comes, Funky as hell!, op Ninja Tune) ...






