Gough haalde het idee voor de titel van het album bij de semilegendarische Australische band The Makers of the Dead Travel Fast. Secret Sleeping Birds is een nummer van een album van zijn favoriete band uit Sydney. “Het is een nummer dat erg mysterieus klinkt. Na een voor mij op persoonlijk vlak ellendig jaar, dacht ik dat het voorgoed gedaan was met ‘Pimmon’. Maar muziek vormt een te groot deel van mijn persoonlijkheid. Na een langdurige pause, waarin ik bijna niks deed, begon ik te werken aan deze release. Als een vogel die sluimerde en dacht nooit meer te kunnen zingen, werd ik langzaam wakker en kon ik weer creatief zijn. Het klinkt misschien sentimenteel maar ik denk dat het iets zeer persoonlijks is. Secret Sleeping Birds betekende voor mij een nieuwe start.”
FENNESZ
Een groeiende groep van experimentele muzikanten maakt het mooie weer bij onze Australische tegenvoeters. Pimmon, Oren Ambarchi en Martin Ng zijn maar enkele van de vele artiesten die schijnbaar niks met elkaar gemeen hebben maar toch regelmatig samenwerken. Ze opereren vanop het Oceanische subcontinent ver van de Europese en Amerikaanse muziekcentra. Deze sound designers hebben een voorliefde voor audioexperimenten. Ze bezitten een volstrekt unieke en eigenzinnige sound. Maar er is duidelijk veel meer aan de hand… “Ik denk dat men eindelijk beseft dat in Australië ook een en ander gebeurt. Er is hier veel creativiteit! Door onze isolatie van de rest van de wereld en omdat het zo lang duurt om naar Europa te reizen om op te treden, lijkt het alsof hier niks is! Ik denk dat internet helpt om mensen met dezelfde interesses dichterbij te brengen. Het interessante aan de ‘scene’ hier is dat alles zo divers is. Het ‘What is Music’ festival (het bekendste experimentele Australische festival, pw) biedt een eclectische mix van muziek: improv, performance art, elektronica, noise en spazz rock. Ik concentreer me niet op Sydney/Australië als spingplank voor mijn releases. Ik bracht nog geen enkel belangrijk muzikaal werk uit op een lokaal label. Misschien komt daar binnenkort verandering in. Aan de andere kant van de oceaan bestaat meer interesse voor het soort klanken dat ik produceer. Omdat mijn werk daar uitgebracht wordt, is het meteen ook verkrijgbaar in Australië. Da’s meteen mooi meegenomen.”
Gough werkt nauw samen en is zeer goed bevriend met die andere experimentele artiest uit Sydney, Oren Ambarchi. Ze beluisteren, beoordelen en becommentariëren elkaars werk voor het uitgebracht wordt. Andere artiesten die hij bewondert, zijn Minit/D. Haines, Martin Ng, Scott Horscroft, Vicky Brown, Loop Orchestra, Size en Dworzec… “Een gemeenschappelijke noemer voor die mensen? Ze proberen allemaal om interessante en gevarieerde werken uit te brengen met de nadruk op de creatie van interessante geluiden. Ze proberen zich niet in te passen in een genre of een toevallige trend. Sydney is een toffe stad om in te wonen. Maar er zijn zeer weinig podia voor experimentele muziek. Er zijn wel enkele goede platenzaken. Red Eye Records krijgt de interessantste releases maar import is hier nogal duur. Oren werkt daar en hij slaagt erin om de beste releases te pakken te krijgen. Ik denk niet dat ik hier erg bekend ben als muzikant maar dat stoort me niet. Ik ben wel een beetje bekend in experimentele kringen. Ik werkte met Oren en met Fennesz, Pita en Keith Rowe toen ze naar Australië kwamen. We speelden een paar keer live en zaten een ganse namiddag bij elkaar om een album te maken dat uitkwam op Ritornell. De schijf werd zeer toepasselijk Afternoon Tea gedoopt. We zaten letterlijk uren aan een stuk thee te drinken. Fennesz steunt me volop en ik bewonder zijn werk enorm. Er is niet echt sprake van wederzijdse invloed maar ik vind zijn werk zeer inspirerend en zeer spiritueel.”
RADIO
Gough was al ruim vijftien jaar bezig met het maken van muziek voor hij zich durfde te ‘outen’ als muzikant. Vooral zijn werk als radiotechnicus liet hem toe om ongestoord en onbeperkt te knoeien en te prutsen met sounds. Het duurde nog tot ‘98 voor hij de moed bijeen raapte om een eerste album uit te brengen. Vanaf dat scharnierjaar bracht hij een indrukwekkende stroom releases uit op labels als Meme, Tigerbeat6, Staalplaat, (K-RAA-K)3, Fällt en Sirr. In 2002 levert hem dat een plaats op bij het topkransje van experimentele, elektronische artiesten… “Begin jaren tachtig werd ik geïnspireerd door lokale artiesten zoals Severed Heads en de bands van het M² collectief. Ik kocht een 4 track machine, een Korg MS en maakte in het begin een vreselijk kakofonisch lawaai met wat slijmerige pop ertussendoor. Het was niet echt goed en ik hield het daar dan ook bij! Ik vroeg me af of ik ooit iets zou uitbrengen dat de moeite van het beluisteren waard zou zijn. Mijn loopbaan als geluidsingenieur bij de radio hielp me om te leren hoe ik geluiden boven, op en naast elkaar kon stapelen. Op een dag realiseerde ik me dat het nu of nooit was. Als ik niks deed dan zou ik waarschijnlijk nooit meer iets voor elkaar krijgen. Ik contacteerde het Japanse Meme. Ik mis vertrouwen in mijn eigen kunnen. Ik heb trouwens nog altijd twijfels over wat ik doe! Maar Meme hielp me om die angst te overwinnen.”
Wave and Particles kwam in ’98 uit op het Japanse Meme. Het was de eerste belangrijke internationale release voor Pimmon. Tot zijn eigen grote verrassing was labelbaas Atsushi Sasaki meteen enthousiast en wilde hij het album onmiddellijk uitbrengen. Gough reageerde met een schok op de plotse erkenning van een door hem gerespecteerd label! “Ik was vooral verrast omdat de meeste releases op Meme erg minimalistisch zijn. Er stonden nogal wat hardere tracks op de demo die ik naar Meme zond. Ik dacht dat ik niet in de esthetische visie van het label zou passen. Wave and Particles vind ik nu een naïef album. Ik had een overweldigende drang om alles ineens naar buiten te brengen. Voordien had ik alleen een gelimiteerde 7” uitgebracht ter gelegenheid van de opening van een kunstgalerie. Ik had ook een cdr samengesteld die als introductiealbum voor Pimmon diende en die ik naar verschillende labels tegelijk stuurde.”
Enige tijd later kwam hij bijna per toeval in contact met Kid606 die hem voorstelde om een album uit te brengen op zijn Amerikaanse Tigerbeat 6 label. “Da’s een raar verhaal. Een kerel in Slovenië deed een realaudio show van 2 uur. Kid had de show gehoord. Hij vroeg me om een mix te doen voor zijn Attitude 3” release. Ik zei hem dat ik 36 was en alleen een pc gebruikte. Hij zei ‘goed, dat is precies waarom we je willen…’ Sindsdien hield ik contact met hem. Tigerbeat6 brengt binnenkort een nieuw album uit dat mijn versie bevat van ‘pop’-muziek… Er zitten meer melodieën en ritmes in dan in mijn vroeger werk. De interesse voor dergelijke muziek is in de VS en Europa duidelijk groter. Ik heb niks tegen het Australische publiek. Ik heb geen bezwaar tegen het lokaal uitbrengen van mijn albums. Maar ik vond het interessanter om me te richten waar de meeste interesse lag.”
GENT
Die interesse kwam in de loop van ’99 weer uit een volledig onverwachte hoek. Dit keer was het Gent dat een baken uitwierp voor de groeiende internationale faam van Pimmon. Het bescheiden meesterwerkje Kinetica werd immers uitgebracht op het Gentse (K-RAA-K)3. De titel was bijzonder goed gekozen. Kinetica was één van de meest hyperkinetische en intrigerende plaatjes die we in lange tijd hoorden. Het album deden denken aan wuivende, oneindige grasvelden en zonsondergangen in alle mogelijke en onmogelijke kleuren. Vreemde titels als ‘emanapar : redactar’ en ‘indigo_upper’ verhoogden het mysterie. Gough nam contact op met (K-RAA-K)3 na het horen van de eerste Köhn-cd. “Hij is een fantastische kerel! Misschien doen we ooit nog eens iets samen. Nadat ik de cd van Köhn hoorde, nam ik eveneens contact op met de jongens van (K-RAA-K)3. Ze waren zeer geïnteresseerd in mijn recente werk. Ze hadden een stock van mijn 12” op ERS. Ik werkte graag met hen samen. De hoes was ook erg mooi verzorgd. Ik hoop ooit nog eens iets met hen te mogen doen.”Pimmon is één van de weinige elektronische muzikanten die erin slaagt om met succes experiment en warmte te combineren. Dat komt omdat zijn creatieve en artistieke proces nauw gelinkt is met zijn gevoeligheden en met zijn persoonlijkheid. De combinatie van doorgedreven experiment en organische warmte plaatst hem op dezelfde eenzame hoogte als een Fennesz of een Oren Ambarchi. Gedurende een bepaalde tijdsspanne verzamelt hij analoge geluidsfragmenten. Meestal gebruikt hij originele geluidsbronnen (veldopnames en synths). Soms duikt hij in zijn uitgebreide vinyl/tape en cd-audiotheek. Hij samplet niet op een traditionele manier maar maakt de originele geluidsbronnen onherkenbaar. “Ik word gedreven door gevoelens. Dat bepaalt mijn output. De meest creatieve periode beleefde ik vlak na de release op Meme. Nu is dat wat minder geworden. Vorig jaar was een vrij inactieve periode. Wanneer gevoelens mij sturen, raak ik zo bedwelmd door het creatieve proces dat ik me helemaal niet meer bewust ben van hoe het allemaal tot stand komt. Ik improviseer op gevoelsmatige wijze met lagen geluid tot ik er een structuur in vind. Vaak denk ik erg lang na over het werkproces. Ik voeg constant nieuwe lagen geluid toe tot ik volledig tevreden ben met het resultaat. Ik hou van mantra-achtige repetitieve structuren die in elkaar golven en vloeien. Ik werk graag met geluiden die geen verband meer houden met hun bron. En ik luister daarbij naar alles. Van Polvo tot John Adams, van lieflijke pop tot filmsoundtracks uit de jaren zestig. Titels zijn als een spelletje voor mij. Ik denk dat het zeer moeilijk is voor muziek van die aard om benoemd te worden. Maar ik heb altijd een titel nodig voor mijn werk als ankerpunt voor mijn geheugen. Het geeft de track een identiteit. Ik weet niet zeker of mensen die naar de muziek luisteren ‘die track als DIE track’ herinneren. Ik denk dat ze eerder naar de geluiden luisteren. Sommige muzikanten benoemen hun tracks met cijfers of laten ze onbetiteld. Ik heb dat proces van naamgeving nodig. Wanneer ik naar geluiden luister, associeer ik die vaak met woorden. Vervolgens begin ik te spelen met die begrippen. ‘Hexham Scent’ komt van een weg die ten noorden van Sydney ligt. Het was een prachtige lentedag en je kon de wattle (Australische inheemse boom) ruiken wanneer je door Hexham reed. Ik bracht de twee woorden samen en vond dat het best goed klonk. Het is een grappige, interessante combinatie van woorden. Ik hou van het effect van die onverwachte samenstellingen. ze doen de luisteraars even de wenkbrauwen fronsen.”
Secret Sleeping Birds van Pimmon is uit op Sirr.ecords. Het ‘pop’-album van Pimmon wordt later dit jaar uitgebracht op Tigerbeat6. Een tournee door Europa is gepland in september en oktober. Een nieuwe Pimmon-cd wordt binnenkort gereleast op een nieuw Australisch label. Een nieuw album op Sirr is voorzien voor het begin van 2003.






