"New means change the method; new methods change the experience, and new experiences change man. Whenever we hear sounds we are changed. We are no longer the same after hearing certain sounds, and this is the more the case when we hear organized sounds, sounds organized by another human being: music."
Karlheinz Stockhausen
Dat het festival dit jaar opnieuw in zaal België plaatsvond, leek ons behoorlijk evident: de locatie beschikt met zijn drie grote zalen over voldoende ruimte en sfeer om de muziek én films tot zijn volle recht te laten komen. Een van de zalen was immers volledig gewijd aan buitengewoon film en videowerk. Zowel Impakt, Resfest als One Dot Zero, internationaal prestigieuze instituten binnen de wereld van niet-traditionele film, hadden een selectie opgemaakt voor het festival en dat viel bij het publiek in goeie smaak. De mensen van (K-raa-k)3 hebben al jaren geleden opgemerkt dat de experimenten in zowel beeld en als muziek in toenemende mate aan elkaar gekoppeld worden en elkaar wederzijds beïnvloeden, een idee dat tegenwoordig wel 'bon ton' is bij 'officiële' kunstencentra. De vertoonde filmpjes waren inderdaad vaak op gelijkaardige principes gestoeld waar nu ook binnen de muziekwereld mee gestoeid wordt: doorgedreven fragmentatie en abstractie, cut & paste, distortion, …, wat vaak resulteerde in mooie en bevreemdende beeldstromen . Bij gebrek aan een professioneel Belgisch festival voor experimentele film kan het (K-raa-k)3 evenement perfect dienen als een waardige smaakmaker voor een o zo boeiende wereld.
Het muzikale programma van het (K-raa-k)3 festival is perfect afgestemd op de meerwaarde-zoeker: een gebalanceerde mix van electronica, lo-fi, noise, post-rock en alle mogelijke combinaties en verbasteringen. Dat de traditionele media het festival grotendeels negeert, zal deze 'meerwaarde-zoeker' overigens worst wezen, zo bleek uit de ruime opkomst. Reeds om 14u was al heel wat volk komen opdagen om de noise-exploten van Toss te ondergaan. Dit Belgisch drietal laat zich gul inspireren door de Nieuw-zeelands noise-scene rond Bruce Russell en co., maar hebben intussen toch een eigen geluid ontwikkeld, gebaseerd op improvisatie en klankexperiment. Een concert van Toss is altijd een dubbeltje op zijn kant: hun irritante sets zijn quasi legendarisch maar ze kunnen evengoed uitgroeien tot een meeslepende ervaring. Ditmaal hadden we geluk, ondanks of juist dankzij het vroege uur: hun klanken werden met veel geduld opgebouwd, gemanipuleerd en verweven tot boeiende composities, met afwisselend brutale en uiterst fragiel stukken. Binnenkort komt de tweede cd van Toss uit op het (K-raa-K)3 label: een mooi startpunt voor wie een minder bekende zijde van de Belgische gitaarscène wil leren kennen.
videofragment
Robert Hampson alias Main heeft reeds een mooi parcours achter de rug. Eind jaren tachtig maakte hij deel uit van Loop, een gezelschap dat de Britse shoegazer-beweging een stevige space-rock injectie gaf. Zijn soloproject Main klinkt steeds meer abstracter: 'drony' soundscapes die het vooral moeten hebben van minimale, maar indringende texturen. Het laatste wapenfeit dateert reeds van 3 jaar terug, maar na collaboraties met o.a. Jim O'Rourke en Janek Schaefer wordt eerstdaags nieuw werk uitgegeven, ook al op het (K-raa-k)3 label. Het concert in Hasselt stond volledig in het teken van dit werk, dat zo mogelijks nog minimaler klonk dan voorheen: donkere, monotone klanken werden haast onmerkbaar gewisseld en gelaagd, zoals een klankvijver waar onder het oppervlak heel af en toe een kleine deining merkbaar is. Het publiek werd er zowaar muisstil van.
Ekkehard Ehlers heeft ons vorig jaar sterk kunnen bekoren
met zijn 'plays…' 12inches, waarop hij prachtige symbioses tussen
labtopelectronics en klassieke muziek vastlegde. Voor zijn Belgisch podiumdebuut
werd hij vergezeld door gitarist Joseph Suchy, die de muziek van Ehlers een
extra dimensie had moeten geven. Hàd, want ondanks de goeie bedoelingen
beschikte de combinatie over te weinig spanningskracht om te boeien. Ehlers -
die trouwens een behoorlijk arrogante indruk maakte- speelde wat met zijn
labtopfiles terwijl Suchy allerlei mooie franjes uit zijn klassieke gitaar
toverde, maar het geheel kabbelde voort zonder ook maar een greintje emotie op
te wekken. Wat op papier een veelbelovend concert leek te worden, bleek niets
meer dan frisgeurende gebakken lucht. Jammer. videofragment
Dean Roberts, die de afwezige John David verving, was op dit festival de
vertegenwoo
rdiger van de Nieuw-Zeelandse scène, die binnen (K-raa-K)3
kringen fel bewierookt wordt. Terecht, want het werk van muzikanten als Alastair
Galbraith, Peter Jefferies en de reeds vermelde Bruce Russell getuigt van een
unieke durf en spontaniteit. Ook Dean Roberts heeft enkele mooie platen
afgeleverd, eerst met de band Thela, later als White Winged Moth en onder eigen
naam. Hij is een van die artiesten die het 'less is more' adagium ook degelijk
tot maximaal resultaat kan drijven: zijn onorthodox maar simpel gebruik van
gitaar en stem resulteert meer dan eens tot ontroerende muziek. Zijn werkwijze
weifelt voortdurend tussen improvisatie en klassieke songwriting, wat live
echter niet altijd tot even sterke resultaten leidt, zo bleek. Roberts beroerde
zijn gitaar alsof het een gekwetst jong was: heel zachtjes, wat onhandig. Zijn
stem, die bij momenten Nick Drake in herinnering bracht, klonk al even onzeker.
Roberts zat die avond dus helemaal niet goed in zijn vel en haastte zich na
iedere song om zijn excuses aan te beiden voor de blijkbaar zovele fouten die
hij maakte, iets wat in het begin wat aandoenlijk overkwam maar al snel op de
heupen werkte. Ondanks de continue aanmoedigingen van het sympathieke publiek
('consider them as happy accidents', weerklonk het), gaf hij er al gauw de brui
aan. Wij waren er niet echt rouwig om…
Het Amerikaans tweetal van Twine
was voor het eerst in Europa en dat was duidelijk te merken. Met haast
kinderlijk enthousiasme maakten ze gedurende de hele dag foto's van alles wat
enigszins bewoog en ze stonden bij haast ieder concert met pretlichtjes in de
ogen mee te knikken. Zelf moeten ze in muzikaal opzicht in ieder geval niet
onderdoen voor hun collega's: het vorig jaar verschenen Circulation (op
Komplott) is een meesterlijke exploratie van geluiden en structuren, dat zowel
geïnspireerd is door de experimentele elektronica lichting als door de
elektro-akoestische composities van Stockhausen en co., een doordacht en
organisch spel van akoestische en elektronische klanken, ongrijpbare
stemgeluiden en ambientsferen. Dit jaar verschijnt er nieuw werk op labels als
Bip-Hop en Hefty en we konden er alvast een voorsmaakje van proeven. Eerste
vaststelling: beats! Terwijl die op Circulation bijna consequent vermeden
werden, was hun live-set doordrongen van gemuteerde en abstracte beats, die het
geheel weliswaar wat meer punch bezorgden maar tegelijkertijd de subtiliteiten
inperkten. Wat resteerde was een sterke set glitch, die echter de innovatieve
architectuur, die hun plaat zo overrompelend maakte, ontbeerde. Maar toch:
krachtig en veelbelovend. Te ontdekken!
Tijd voor enkele Belgische
helden. Van Brusselaar Benjamin Franklin hebben we al enkele legendarische
concerten meegemaakt die ontaardden in een collectieve wals. Gewapend met enkel
een oude casiosynth en minieme elektronica brouwt hij aanstekelijke deuntjes,
die haast niemand onberoerd laten. De sfeer mag dan wel eerder dat van een
Vaudeville zijn, de muziek is intelligent opgebouwd en laat ook invloeden horen
uit hedendaagse klassieke en elektronische muziek (Philip Glass, Mouse on Mars,
.. ). Deze keer was er vooral aandacht voor nieuw werk, dat wat abstracter klonk
dan dat we gewoon zijn: een mooi amalgaam van gemanipuleerde casio-riedels en
repetitieve klanktexturen. Een leuk concert, dat als het wat langer had geduurd,
wellicht één groot feest was geworden. Voor zijn laatste nummer kreeg Benjamin
assistentie van die ander held, Wio: twee sympathieke en ontwapenende muzikanten
zij aan zij, we werden er zowaar week van.
videofragment
Even later werd het duo voor
een song herenigd tijdens het concert van Wio zelve. De 'King of Pop' kreeg
verder assistentie van enkele leden van de ongenaakbare Portables, een groep waar hij trouwens deel van uit maakt.
Niemand in de zaal, zelfs de meest koppige elektronicafanaten, bleef onberoerd
bij de songs van Wio, die het soort tederheid uitstralen die ook bijvoorbeeld
een film als 'Amélie Poulain' zo ontroerend maakt: onbedorven liedjes over de
liefde en de kleine dingen des levens. In tegenstelling tot verwante songwriters
als Smog en Lou Barlow laat zijn muziek ook op het podium een zinderende indruk
na. De eenvoudige uitvoeringen van songs als 'Milkman', 'What if you will fail?'
en het van de Portables ontleende 'Here I Stand' zorgden voor kippenvel. Op
andere momenten klonk de muziek voller en speelser, maar altijd twijfelend
tussen een lach en een traan. Wio is een grote mijnheer, men zegge het voort.
videofragment
Daarna werden wij meegesleurd in de
sonische maalstroom van Oren Ambarchi. Deze 32-jarige Australiër heeft reeds een
respectvolle status opgebouwd, als organisator van het 'What is Music' festival,
maar vooral als muzikant. Na korte exploraties in de gitaarnoise, liet hij op
schitterende platen als Insulation en het vorig jaar verschenen Suspension een
kalmer en meditatief geluid horen, volledig opgebouwd uit geïmproviseerde en
elektronisch gemanipuleerde gitaarklanken. Ambarchi heeft het talent om zijn
geluiden te gieten in dynamische structuren, die vaak uitgroeien tot hypnotische
luisterervaringen. Zijn concert in Hasselt was onvergetelijk. Een uur lang
werden wij ondergedompeld in een aparte wereld, waar de klanken haast tastbaar
werden: een muzikale universum die gevormd werd door flarden melodie,
ongrijpbare schrille tonen en donkere subbassen die leken rond te zweven en
voortdurend van gedaante wisselden. De tijd werd vergeten en toen we
uiteindelijk toch naar deze wereld teruggeroepen werden, bleek die nooit meer
detzelfde te zullen zijn…
videofragment
Het concert van Vibracathedral Orchestra
moesten wij, wegens interview met David Grubbs (zie verder) grotendeels
ontberen, maar aandachtige luisteraars spraken van een "fysiek pijnlijke" ervaring -
en dat was positief bedoeld. Dit zestal rond underground-helden Neil Campbell en
Phil Todd grossiert in lange drones, die de luisteraar langzaam maar zeker in
een staat van trance dwingen. Elementen uit het werk van Tony Conrad en Lamonte
Young, de free-jazz van Sun Ra en Albert Ayler maar ook traditionele folk en pop
worden met behulp van gitaren, viool, percussie en orgel geconstrueerd tot
repetitieve composities die tezelfdertijd fragiel en ongelooflijk intens
aandoen. We hebben wat gemist…
Het Noorse duo Alog heeft net een nieuwe
plaat uit, Duck-Rabbit. Op de hoes staat een figuur die afhankelijk van
de invalshoek nu eens een eend, dan weer een konijn lijkt af te beelden. Dit is
ook een geldige metafoor voor hun muziek, die zoveel invloeden, referenties en
subtiele wendingen bevat, dat de eerste beluisteringen voor heel wat verwarring
zorgen. Ook op het podium was het niet altijd duidelijk welk instrument nu voor welk
geluid zorgt: de gitaren, keyboards en computers creëerden fascinerende maar
vaak ongrijpbare geluiden, die nog in een structuur leken te passen ook.
Flarden jazz en klassiek, vervormde stemmetjes, breakbeats en speelse
belgeluidjes waaiden voorbij in een waas van geheimzinnigheid, zonder ooit echt
doel te raken. Verrassend en leuk, dat wel, maar vlug vergeten, vrezen we.
videofragment
It & My Computer stond vooral op de
affiche als 'rustpunt', tussen al dat 'moeilijk' muziekgeweld. De popelektro van
dit Franse koppel boeide wel eventjes, maar na 10 minuten hadden we het wel
gehoord: zo zijn er wel duizenden.
De hoofdvogel van de avond was David
Grubbs, een man die al een riante solocarrière opgebouwd heeft, die
jammer genoeg overschaduwd wordt door de illustere reputatie van Gastr Del Sol.
Dit los-vast project, waar naast Grubbs ook Jim O' Rourke deel van uitmaakte, maakte in de loop van de
jaren negentig enkele visionaire platen die de grenzen van popmuziek aftasten én
uitbreiden. Grubbs maakte ook deel uit van groepen als Codeïne, Slint, Squirrel
Bait en Bastro die allemaal een blauwdruk leverden voor de indie-beweging van
het laatste decennium. Een legendarische figuur dus, die zowel op het vlak van
improvisatie als songwriting zijn mannetje staat. In Hasselt speelde hij vooral
songs uit The Spectrum Between en het te verschijnen Rickets &
Scurvy, mooie ballads als 'Show Me Who to Love' en 'Seagull and Eagull'
die ook in hun naakte versie overeind bleven, al werden ze ietwat oneerbiedig
gestoord door een geluidsinstallatie iets verderop. Zijn fijne, mijmerende
gitaarspel werd geregeld aangevuld met op labtop gestockeerde geluiden, zoals
bij een ingekorte versie van de instrumentale compositie 'Act Five Scene One'.
Grubbs was verder goed bij stem, maar kon vreemd genoeg het publiek niet stil
krijgen, iets wat Wio eerder die avond wel gelukt was. Tsja, vakmanschap is niet alles...
videofragment
Het vierde (K-raa-K)3 festival beschikte alweer
over een benijdenswaardige en gevarieerde affiche, met getalenteerde artiesten uit alle
windstreken. Het was voor circa 500 nieuwsgierige bezoekers een dag vol gevoelens van
verwondering en bevreemding, ontzag en zielsverwantschap. En misschien, heel misschien zijn we niet meer dezelfde...
www.kraak.net
interview met de mensen achter (K-raa-K)3
Foto's: Frederic Lagast






