Op culturele saunatrip met Oscar Gonzo
URBAN’S PAGE 3REE² DOET MINARD UIT VOEGEN BARSTEN
datum 21.03.2002
Die vrijdagavond zat ik zo’n beetje naar een barst in mijn plafond te staren en na te denken over de staat der dingen, om te besluiten dat het er niet goed voor staat. Daarna dacht ik nog wat na over de klassiek begroetingsvraag "Hoe is’t", en wat je nu eigenlijk verondersteld wordt daarop te antwoorden, "Goe en met jou?" waarschijnlijk, maar ja, welke informatie haal je dan uit dat antwoord ? Nougabollen. Anyway, ik besloot er het gespreksthema van de avond van te maken, en het zou nodig zijn. Na de vorige editie van Page3, ergens in oktober, heb ik een volle week met overspannen stembanden in bed gelegen, als gevolg van overmatig gelul en eindeloos gesocialize. Wel, het werd deze keer nog erger, zo erg zelfs dat ik nu gedwongen ben een snelcursus gebarentaal te leren om een brood te kunnen bestellen.
Het jammerlijke is nu wel dat al die sociale contacten ervoor gezorgd hebben dat ik eigenlijk nauwelijks iets gezien heb daar in de Minard, afgezien van een flard van een optreden hier en daar, een halve kortfilm en een glimp van een performance, in de grote theaterzaal ben ik niet eens geweest. Rondgelopen heb ik daarentegen genoeg gedaan, in tegenstelling tot vorige keer barstten de vijf verdiepen van het labyrint Minard genaamd van de kunstwerken, en kon je dus een hele tijd onderweg zijn. Lang staan turen naar die cymbalen waar druppels water op vielen, wat dan versterkt werd en mooie chill out noise opleverde. Ook leuk was die scheefhangende pick-up waarop een plaat lag die constant in dezelfde groef bleef hangen, wat een verrassend dansbare crazy loop opleverde. Hedendaagse kunst moet wat mij betreft niet mooi zijn, of omkaderd met een of andere vergezochte theorie, zolang het idee maar even grappig is als het resultaat, wat niet gezegd kon worden van die rommelconstructie ergens in een zijgang, bestaande uit dozen, touwen en textiel, waarbij ik onmogelijk kon vaststellen of dit werk nu wel of niet af was, of dat het gewoon al kapot was. Meer dan een berg junk zag ik er echt niet in.
Afijn, al dat gekunst maakt een mens dorstig, dus trok ik naar de foyer op het gelijkvloers, om er nooit echt meer weg te geraken. Toen pas viel het mij op hoe eivol de Minard wel niet zat. Nu heb ik nog nooit een ongebroken ei vanuit de binnenkant bekeken, maar de Minard wel, dus de vergelijking gaat toch wel een beetje op. Het was werkelijk over koppen lopen, volgens mensen die het konden weten was er toen al 1100 man binnengesukkeld, alle zalen en gangen zaten ramvol, de hitte op sommige verdiepingen was bij momenten verpletterend, vooral in de kleinere wijnbar, waar de mensen steeds meer een aapachtige houding begonnen aan te nemen, witte en rode wijn eisten hun tol, helemaal bovenaan zat een arme medewerker-bewaker in elkaar gezakt op een stoeltje, lamgeslagen door de hitte en omsingeld door een imposant aantal lege bierflesjes.
Dankzij het betere trap- en ellebogenwerk kon ik mezelf toch nog tot beneden murwen. Daar trof ik zowat iedereen die ik ken in Gent en omstreken, er werden drankbonnetjes en pinten in mijn handen geduwd en de charmante barvrouw moest mijn geld niet hebben, de max, socialize paradise. Zo gebeurdde het dat ik de drie acts die ik absoluut wou zien zo goed als volledig gemist heb. Eerst stond ik op mijn gemak te kijken naar die boomlange Köhn in de Foyer, toen er plots bericht kwam dat de 12-koppige fanfare van Galatasaray al een tijdje bezig was in de zaal ernaast. Gewapend met bier en wiet stormde ik naar daar, klaar om er een kolkende zaal aan te treffen, vol uit hun dak gaande cultuurliefhebbers. Helaas, op enkele heupwiegers en een schreeuwende en springende Flippe na stond iedereen stil. Even dacht ik dat het wederom aan de hitte lag, dat iedereen al volledig lamgeslagen was, aan de muziek kon het alleszins niet gelegen hebben, die swingde als de beesten, het was duidelijk dat de heerlijke Thaïse kip die backstage werd geserveerd zijn werk deed, de groep stond heet! Nee, daar lag het niet aan, het was iets anders. Pas na een poosje viel het mij plots op dat iedereen, en dan vooral het mansvolk, als in trance naar het middelste groepslid stond te staren, dat pittige blondje met het legendarische rode topje aan. Naast de waarlijk fantastische muziek moet dat zo’n beetje mijn Grote Cultuurbeleving van de avond geweest zijn. Nog volledig verblind en in een rode waas drijvend spoedde ik mij terug richting bar om een glas water in m’n smoel te gooien, toen ik me véél te laat herinnerde dat ik koste wat kost het optreden van Kapotski wou zien. Een paar uur daarvoor had ik al met mateloze bewondering staan staren naar al die aftandse, net niet volledig kapotte apparatuur die in de inkomhal stond opgesteld, een fascinerende collectie stokoude platendraaiers, prehistorische mengpanelen, golven van melancholie opwekkende mikado’s en een defecte ajuinversnipperaar. Een muzikale storthoop dus. Hoe dat allemaal samen zou moeten klinken zal ik voorlopig niet te weten komen, toen ik er eindelijk geraakte waren ze de hele handel alweer aan het inpakken. Toen gaf ik het volledig op om ook nog maar iets te zien en liet me samen met de voltallige Urbancrew en mijn trouwe partyhandlangers volledig gaan op de overigens bijzonder slappe fuif. De hele zaak begon te ontsporen, werkelijk iedereen stond zich daar in een noodvaart naar de Vergeteligheid te zuipen. Er doken plots nog meer drankbonnetjes op, Stoffer Organisator stond pinten uit te delen alsof het flyers waren, mijn ouwe maat Jokke begon na tien Duvel’s toch wel heel erg rare taal uit te kramen, genre "kben trapladderzat jong", Flippe was overal en nergens tegelijk en good old Carlos, die wist het helemaal niet meer. Uren vlogen voorbij, geen idee hoe ik die gevuld heb.
En plots zat ik achterin Stoffer’s geweldig rammelende Stassano-camionet, hij en Flippe zaten als een echt Mic & Mac duo vooraan de show te stelen. Zo bolden we, na de langste omweg aller tijden te hebben genomen, naar de Charlaten. En hier eindigt zoals steeds mijn verslag, want al wie daar arriveert na 6 uur ‘s morgens wordt vriendelijk verzocht om zijn of haar verstand in een grote pot aan de ingang te steken, om al te gênante herinneringen te vermijden.
Wat rest is de vaststelling dat een uniek, grensoverschrijdend evenement als Page3 wel degelijk massa’s volk kan lokken om hen een hele avond van de ene verbazing in de andere te doen vallen, en dat allemaal voor nul komma nada Euro inkom. Hoe ze het doen, ik weet het niet, ik weet alleen dat als er op het volgende event nog meer volk komt er eens iemand naar Flanders Expo zal moeten bellen, want binnen dit en een paar jaar mogen we ons verwachten aan het I Love Page 3ree event, alwaar 10.000 ravende cultuurfreaks tot ‘s morgensvroeg staan flippen op Kunst, tegen de democratische inkomprijs van 25 Euro, en de old skool page3ree-ers zullen mijmerend terugdenken aan die eerste twee edities, toen het nog echt underground was. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.