Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Hermann & Kleine - Ambiances Magnétiques - Sutekh - AGF - Venetian Snares - Köhn/Pimmon - ...
SOUND FRICTION 03/02 (ELECTRONICS & BEYOND)
datum 05.03.2002
auteur Peter Wullen
rubriek Muziek
HERMANN & KLEINE, Our Noise (Morr Music/Lowlands)
De heren Duitsers Thaddeus Herrmann en Christian Kleine hebben een reputatie hoog te houden. Er werd reikhalzend uitgekeken naar hun albumdebuut na enkele best te pruimen soloreleases en een tweetal uitstekende ep's op het Amerikaanse City Centre Offices en het Duitse Morr Music. Op hetzelfde Morr verscheen zonet het eerste gezamenlijke huisstudio-exploot van het tweetal. Our Noise is een hybride album dat zowel instrumentale als gezongen tracks bevat. Als neerslag van een tweetal jaar hard werken aan een eigen sound valt het album ergens te situeren tussen hiphop, eightiespop en klassieke indierock. De cd begint overigens uitstekend met de inventieve op Boards of Canada en Black Dog geënte ritmische elektronica van 'Drop', de subtiele baslijn van 'Her Tune' en het fijne 'Kissing you at 120bpm'. De prijsstukken op Our Noise zijn het in mootjes gehakte gezongen 'Shuttle' en de onverwachte Slapp Happy-cover 'Blue Flower' die door Ariane Hensel mooi van vocalen voorzien wordt. Het oorspronkelijke nummer werd in de jaren zeventig opgenomen door Peter Blegvad en Anthony Moore en onsterfelijk gemaakt door de legendarische zangeres Dagmar Krause. Ook de jaren tachtig groepjes Pale Saints en Mazzy Star waagden zich al aan een versie van het nummer. Hier wordt het nummer nog maar eens van de vergetelheid gered en ingebed in een sluimerende laag dromerige elektronica. 'Headlights' kon ons nog even doen opveren van verrassing. Daarna zakt het tempo echter drastisch. De mellow electronics van 'Wonder', 'Catch A Snowflake' en 'Don't Look Back' bevatten goede ideeën maar missen spankracht om te blijven boeien. Our Noise zit in een goudkleurige verpakking die ons eerder deed denken aan de herfst en de winter dan aan de nakende lente. Net niet het debuut waarvan we droomden maar wie weg is van de melancholische plinkerpop van The Notwist en aanverwante groepen zal hier toch een stevige kluif aan hebben.

ANDRE DUCHESNE, Polaroïde (Ambiances Magnétiques/Lowlands)
JEAN DEROME, Le Magasin de Tissu (Ambiances Magnétiques/Lowlands)
INTERFERENCE SARDINES, Zucchini (Ambiances Magnétiques/Lowlands)
L'HOTEL DU BOUT DE LA TERRE, Chants des adieux, Chant de la solitude(MFMV/Lowlands)
ROUGE CIEL, Rouge Ciel (MFMV/Lowlands)

Het in Montréal gevestigde Canadese muzikale huis van vertrouwen Ambiances Magnétiques brengt binnenkort zijn honderdste release uit en bestaat al tien jaar. AM verengen tot 'moderne Canadese folk' lijkt ons een veel te enge zienswijze. Experiment en virtuositeit gaan hand in hand en kwamen de laatste jaren ruimschoots aan bod. Het label kreeg vooral naam en faam in het buitenland door releases van de Canadese gitaarvirtuozen van het Fred Frith Quartet en door de draaitafelexperimenten van Martin Tétreault. Dat AM nauw verkleefd blijft met thuisland Quebec blijkt uit de stroom van nieuwe releases die de verjaardag moeten inkleuren. Gitarist André Duchesne is één van de oudgedienden van AM. Op zijn nieuwe zeer toepasselijk getitelde album Polaroïde wordt hij bijgestaan door Jean René op altviool en Pierre Tanguay op percussie. Polaroïde bevat veertien zachtaardige, sfeervolle snapshots waar de virtuositeit gewoon van afstraalt.
Jean Derome is één van de oprichters van AM en bracht solo en in verschillende samenstellingen al ontelbare albums uit op het label. Le Magasin de Tissu is een verzameling van 69 korte geïmproviseerde stukken op de meest mogelijke onmogelijke gebruiksvoorwerpen en instrumenten. De korte stukjes werden door verschillende cd-spelers afgespeeld en zo lukraak door en naast elkaar opgenomen en dan opnieuw bijeengevoegd. Het resultaat is een rijk en gevarieerd album dat aaneenhangt als een lapjesdeken van geluiden.
Interférence Sardines is één van de minder bekende namen op AM. Die zotte bende uit Montréal ontstond rond voorman en componist Philippe Venne die alle nummers voor zijn rekening nam. Zucchini bevat tien instrumentale stukken en twee gezongen nummers die balanceren tussen compleet losgeslagen gekte en komische sérieux.
De verjaardag van AM werd passend gevierd met de oprichting van een nieuw sublabel waar een nieuwe generatie jonge snaken een stek vonden. Het label kreeg de enigmatische naam Monsieur Fauteux, M'entendez Vous? of kortweg MFMV? Het kersverse label bracht intussen al een drietal albums uit. L'hôtel du bout de la terre is een groep jonge muzikanten rond Pierre St-Jak en de zangeressen Lou Babin en Marie-Hélène Montpetit. Het trio grossiert in impressionistische songs en melancholische, instrumentele muziekjes met als voornaamste thema's afscheid en eenzaamheid.
Voor de derde release op het sublabel zorgt het viertal Rouge Ciel dat een titelloos debuutalbum uitbracht op MFMV. Guido Del Fabbro, Simon Lapointe, Antonin Provost en trompettist Nemo Venba brengen een soort chaotische fanfaremuziek die laveert tussen dronkemanschaos en meer intimistische instrumentale sfeerplaatjes met als dominante factor de viool van Del Fabbro. Zoals steeds komen de releases van AM en MFMV tot ons als ware juweeltjes in smetteloze en zeer mooi verzorgde kunstzinnige hoesjes.
www.actuellecd.com

SUTEKH, Fell (Orthlorng Musork)
AGF, Head Slash Bauch (Orthlorng Musork)

Techno en elektronica al lang dood verklaard? Nou, wij menen dat er toch nog genoeg labels bestaan die zoeken naar een uitweg uit de chronische impasse. Neem het Orthlorng Musork artistiek platform van de alomgeprezen Joshua Kit Clayton. De twee laatste releases op dit label uit San Francisco zijn van de hand van de Amerikaanse Sutekh en van de Duitse Antye Greie-Fuchs. Twee albums die duidelijk niet bestemd zijn voor de dansende massa's maar die een zoektocht inleiden naar de diepere lagen en structuren van de elektronische muziek. Clayton's goede vriend Seth Horvitz of Sutekh leidt het label Context dat zich eveneens richt op de kwalitatief betere techno en elektronica (zie bespreking van Murcof op deze pagina's). Zijn nieuwste album op Orthlorng heet Fell en staat bol van de auditieve verrassingen. Dit is een eind verwijderd van wat we tot nu toe van de man gewend waren. Sutekh staat duidelijk zwaar onder de invloed van leermeester Clayton. Of dit een goede zaak is, zal de tijd moeten uitwijzen. Op de negen tracks horen we veel experimenteel gestoei ('Anatomy of a Splinter'), een sterke hang naar musique concrète ('Privacy', 'Wings Over Kansas') en één ronduit fantastische track ('Fire Weather') die op een diepe beat gestoeld is. Erg verleidelijk om dat dan als je favoriete track aan te duiden. Maar Sutekh's doorgedreven hermetisme maakt het ons niet makkelijk. Fell is bovendien een erg persoonlijke ontdekkingstocht doorspekt met akoestische geluidsbronnen uit Horvith's archieven. Een mix van gestolen en gecomponeerde melodieën, vrije improvisatie en noise. Soms verglijdt hij op Fell in de spielereien van een oververwend joch ('Slow Toy Medley', 'Coma Waiting'). Als je echter diep genoeg graaft, ontdek je wat meer. De broze en subtiele klankendans van de speelgoedtreintjes van 'Gospel Train' en het donderende 'Recession Clouds' behoren tot de beste elektronica die we dit jaar al hoorden.
Nog minder voor de hand liggend maar een stuk eerlijker is Head Slash Bauch van AGF, het eerste soloproject van Antye Greie-Fuchs, zangeres bij de Duitse band Laub (van het befaamde Kitty-Yo label). Zappend met stem en elektronica samplet Greie-Fuchs in het Duits ingesproken tekstfragmenten en mixt die met knisperende en bizarre elektronica. Uiterst subtiele en korzelige ultrakorte collages glijden over je heen als een warm en dicht woud van elektronicaklanken waar Fuchs haar hijgende en vervormde stem in- en uitweeft. Head Slash Bauch nodigt je uit tot luisteren en herbeluisteren. Geen album dat je zomaar tot je neemt maar een detaillistisch werkstuk waar je al even zorgvuldig naar moet luisteren.
www.musork.com.

VENETIAN SNARES, Doll Doll Doll (Hymen/Lowlands)
De Noord-Amerikaanse elektronica-scène lijdt onder de crisis in de muziekindustrie. Intussen wordt de alsmaar onkritischer consument opnieuw bestookt met het 'terug naar de straat' gevoel van nieuwe gehypete gitaarbandjes die ouwe wijn in nieuwe zakken brengen. Nu de techno- en elektronicasien zichzelf de das omgedaan heeft, is het een uiterst slimme zet van de platenmaatschappijen om terug te grijpen naar wat ouderwets gitaargeweld. Eén die de echte punksound met nieuwe technologische middelen heruitvindt en tegen de tijdstroom in lustig blijft voortboeren, is de uiterst productieve Aaron Funk aka Venetian Snares, wildebras uit Winnipeg Canada, die op zijn nieuwste schijf - de derde in nauwelijks een jaar tijd - nog maar eens acht mokerharde breakbeat tracks uitdeelt vol vreemde bliepjes, samples en kinderstemmetjes. Het van de pot gerukte Doll Doll Doll klinkt zo over the top dat we een grimlachje nauwelijks konden onderdrukken. Nadat hij zich op zijn vorige Songs About My Cats inspireerde op het wrede leven van zijn huiskatten bouwt hij dit keer een doll's house waar onschuldige popjes wreed mishandeld worden in kille kelders en vochtige folterkamers. Titels als 'Befriend A Childkiller', 'Pressure Torture' en 'All The Children Are Dead' liegen er niet om. Chucky is nooit ver weg. Funk haalde de inspiratie voor zijn nieuwste worp bij de bedrieglijk naïeve kunstwerken en de zieke kindjes van ene Trevor Brown. Hard en compromisloos? We keken eerder verveeld de andere kant op het beluisteren van de gebetoneerde hard-tek van Doll Doll Doll. De tijden veranderen snel. Wie kijkt nog op van een bpm meer of minder? DHR ligt op zijn gat. Wie nog met breakbeats stoeit, is blijven hangen in het jaar '98. Enkel in de zeldzame rustige tussenstukken onwaarden we het echte talent van mister Venetian Snares. Beïnvloed door jazz uit de oude doos en allerlei krakende plaatjes, die hij vond in de enige platenzaak die Winnipeg rijk is, heeft de man toch ontegensprekelijk enorm veel talent in huis. Waar hij overigens behoorijk onzacht mee omspringt! Zonder de minste moeite breit hij de meest onmogelijke invloeden aan elkaar. Doll Doll Doll is niet de berensterke plaat die we van Snares verwachtten maar krijgt van ons het voordeel van de twijfel. Samen met die andere gozer Cex vertegenwoordigt Venetian Snares in elk geval de hoop op beterschap in een aan bloedarmoede lijdend Amerikaans elektronicalandschap.

KÖHN/PIMMON, Zesde Mixer (Mixer)
Elke release van de onnavolgbare Pimmon krijgt van ons speciale aandacht. Nauwelijks bekomen van het schitterende Secret Sleeping Birds, op het Portugese Sirr ligt hier al nieuw materiaal van de Australiër klaar ter beluistering. Dit keer betreft het de helft van een vinylplaat in de reeks split releases van de Nederlandse Stichting Mixer. Pimmon deelt het album met niemand minder dan onze eigenste Vlaamse Köhn alias Jürgen De Blonde. Uit zijn hoge hoed tovert die een viertal typische laptopinstrumentaaltjes met grappige titels als 'Köhnflikt' en 'Böhnhahs'. Van de vier nummers bleef ons vooral het wervelende en pakkende 'Swöhr L' bij. Van de Pimmon-kant onthouden we dat zijn klankenspectrum nog een stukje organischer en onbewerkter klinkt dan op het warme en uiterst genietbare Secret Sleeping Birds. In 'Ardott' hoorden we heel duidelijk de vrolijke vogels van het voorjaar tsjilpen en vechten. 'Dull light rays emit' en 'Narooma' daarentegen klinken behoorlijk donker en omfloerst. Op de langgerekte vierde track toont Pimmon zich weer eens van zijn sterkste kant. Het donkere en zwoele 'The black we crave' klinkt als wachten op een onweer in een tent op de zomerse heide.
www.stichtingmixer.nl.

ANGELIKA KÖHLERMANN, Care (Tomlab/Lowlands)
VARIOUS, Pro Bono Publico (Vertical Form/Lowlands)

Het Keulense Tomlab grossiert al enkele jaren met succes in aanstekelijke lo-fi elektronische pop. Onder meer onze landgenoot Jürgen De Blonde aka Köhn vond een stek op het label voor zijn laatste soloexploot. Angelika Köhlermann is een ander verhaal. Zij speelt voortdurend met identiteit en persoonsverwisselingen. Köhlermann’s pseudoniem is ook de naam van het label van de Weense technomuzikant Gerhard Potuznik. Dat maakt het geheel nog onoverzichtelijker. Uiteindelijk blijkt het om ene Michiko Kusaki te gaan. Jappenpop dus? Maar Kusaki is het pseudoniem waarachter een bekende Franse artiest of artieste schuilgaat. Zo raken we er natuurlijk niet uit. Het debuut van Köhlermann is een auditieve roadmovie en een onaf verslag van een fictieve reis van Parijs naar Keulen. In Duitsland ontmoet ze een muziekproducer die haar aanspoort om muziek te maken en die een album van haar wil uitbrengen. ‘Care’ is niet zozeer een samenhangend album maar een collectie naïeve muzikale schetsen doorspekt met aandoenlijke gesproken fragmenten van haar Keulense ontmoetingen. Het is allemaal zo luchthartig en lichtvoetig dat het niet echt beklijft. Alleen bij ‘Sad’ spitsten we even de oren omdat een Holger Czukay-achtig motiefje onze aandacht trok. De lo-fi sound is weer volledig in zoals ook de verzamelaar Pro Bono Publico van het Britse kwaliteitslabel Vertical Form aantoont. Vier artiesten van verschillend allooi verdeelden het schijfje onder elkaar. Het demoachtige ’Settling Dust’ van Pan American is niet meer dan een afgekloofde gitaarmelodie met wat rudimentaire elektronica waar je straatgeluiden in hoort. Sonore naaktheid ook op het manisch depressieve ‘Sleep & Fall’ waar Mark Nelson’s stem zich zeven minuten lang zeurderig en drammerig doorheen sleept. Ook op ‘2 Streams’ oefent hij zich verder in de zo langzamerhand tot op het bot uitgeteerde Pan American sound. De Noor Kim Hiorthøy debuteerde vorig jaar overtuigend op Smalltown Supersound. Met ‘Hei’ voegde Hiorthøy zich bij het indrukwekkend rijtje Zweden, Finnen en Noren dat zo langzamerhand een onuitwisbare stempel drukt op de hedendaagse techno. ‘Möblera Rum’ en ‘Evil House, Evil Day’ zijn springerige elektronicatracks met bijna kinderlijke melodielijnen. ‘In Real Life I Am Useless’ is nog zo’n niemendalletje dat zich ontspint via een aanstekelijke pianoriedel. Florian Zimmer (Lali Puna, Fred Is Dead) en Thomas Goebel (of Leboeg) scheren met Iso68, mede door de integratie van piano, drums en de double bass van Peter Thiessen, langs de raakvlakken van een elektronisch en een jazzy akoestisch geluid. Met het druppelende door Eva Baierlipp gefluisterde ‘Here/There’ leveren ze veruit het interessantste nummer van de compilatie. Minder overtuigd waren we door de bijdragen van het Britse duo Adrian Corker en Paul Conboy. ‘Kite’, ‘Akka’ en ‘And Five’ weifelen tussen een akoestische en een elektronische sound die altijd onderhoudend klinkt maar nergens echt memorabel wordt. ‘Pro Bono Publico’ is een gevarieerd album dat vier elektronische acts bundelt die op het eerste zicht weinig met elkaar gemeen hebben. Ze naast en door elkaar plaatsen op één schijf biedt een interessant perspectief op enkele van de meest geciteerde elektronische artiesten van dit moment.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie