Tot op het allerlaatste moment bleef het spannend. Zou den Bogdan afkomen? De reputatie van deze Poolse Amerikaan met Japanse roots uit Engeland deed het ergste vermoeden: 7 op 10 keer stuurt hij zijn kat, 2 keer op tien is hij er maar ligt hij uitgeteld op de grond met een lege fles Vodka, maar die ene keer op 10 dat hij relatief nuchter optreedt kan je maar beter je hart vasthouden. We hadden geluk.
Voor Flippe en mij was het een eerste kennismaking met die legendarische Catacombes, een onwerkelijke plek middenin een gure industriebuurt. De muziek die er gedraaid werd leek aanvankelijk wel wat aan de harde kant. In het kleine achterzaaltje stond al een tiental personen wild te hakken op hyperkinetische gabber en in de grotere zaal kletterden de aphex- en squarepusher-beats alle kanten uit. We zouden een stevig drinkoffensief moeten inzetten om dat waanzinnige tempo te kunnen volgen. Aanvankelijk waren er pillen voorzien, maar de Man met de Bollen was zijn gerief op de trein vergeten. We kunnen nu alleen nog hopen dat een of ander triest omaatje ze vindt, denkt dat het pepermuntjes zijn en de kick van haar leven beleeft.
Maar het drinken, dat bleek geen probleem, dankzij een connectie achter de bar kostte het ons alle moeite van de wereld om van onze bonnetjes af te geraken. De ideale opwarming voor een nacht zwaar stampen bleek een leuk setje te zijn van ons aller Synthemes , die als vanouds lekkere jungle mixte met dromerige melodietjes, om naar het einde toe alle remmen los te gooien. Met nieuwjaar had ik hem al eens een waanzinnige set zien spelen, om 10 uur ‘s morgens op een schitterende afterparty, en hij was toen – net als iedereen daar, en mezelf inbegrepen – zo wég als een huis. Het leek wel alsof ie z’n computer in de prak ging slaan.
Na
Synthemes begonnen ze weer met de gabber in het kleine zaaltje, daarnaast was
die andere Rephlex-artiest Maddog Wallace zowat iedereen op de zenuwen
aan het werken met het draaien van compleet foute platen. Maar…wie stond daar
naast hem? Den Bogdan! Rechtop! Het B-uur naderde, ik spoedde mij naar de
cocktailbar voor een gigantisch glas Whiskey puur en smeet mezelf op de
dansvloer net als Bogdan aan zijn optreden begon. Wat er toen met mij gebeurde
is mij nog steeds niet volledig duidelijk. Volgens Flippe, die op veilige
afstand bleef, werd ik gek, samen met nog een hoop andere mensen die niet konden
geloven wat ze hoorden: techno-jungle-acid-gabber en dat allemaal tegelijk,
zooooooo hard! Ik stond de hele tijd met de armen ten hemel gericht tegen
iedereen in te beuken, voortdurend "BOGDAN!" schreeuwend, mijn whiskey over
iedereen uit te strooien, en als in trance starend naar die malle figuur daar
achter de draaitafels, het ene moment stond hij stokstijf stil om dan plots weer
een mitraillettebeat los te laten en een soort rechtopstaande epilepsie-aanval
te krijgen. Het ging er bij momenten zo wild aan toe dat ik begon te geloven dat
de pogo terug in de mode komt. En toen, na amper drie kwartier, gebeurde het
onvermijdelijke: Bogdan’s laptop crashte, een optreden dat eindigde in echte
punkstijl, het moet niet altijd een gitaar zijn die eraan gaat. Eigenlijk vond
ik dat helemaal niet erg, nog eens drie kwartier en ze hadden mij mogen afvoeren
in een dwangbuis. Niet dat ons veel rust gegund werd. Landgenoot
X&trick smeet er meteen een paar serieuze lappen acid tegenaan, van
stilstaan was geen sprake meer, deze klasse-dj deed al snel die noodlottige
computercrash vergeten, talloze mensen met ogen als bowlingballen stonden overal
manisch te huppelen. In het kleinere zaaltje achteraan hadden de gabberplaten
ondertussen al zo’n hoog aantal beats per minuut bereikt dat ik er niet eens
meer iets in kon herkennen wat op muziek zou moeten lijken, anders dan een
continue maalstroom van dreunen. Probeer maar eens een joint te rollen voor een
van de boxen zonder dat alles van tussen je vingers geblazen wordt,
on-fuckin’-mogelijk. Rond zes uur viel mij plots op dat mijn jas niet meer lag waar ik ze gelegd had. Het kon me geen ene fuck schelen. Ik liep nog steeds rond in een Bogdan-euforie en had niet eens zin om nog te zoeken naar mijn kleren. Dan maar in een zeiknatte t-shirt naar huis, maar dan wel liefst met de auto. Flippe en ik trokken elk op zoektocht naar een lift. Binnen een kwartier ofzo konden we al met twee wagens meerijden, maar toen we wat later op straat in de vrieskou stonden te bibberen was er niemand meer te bespeuren. Plots stopte er een witte camionet met drie maffe gasten voorin. We vroegen of ze naar Gent gingen, ze dachten van wel dus kropen we er gewoon bij. Zo lagen we dan op een grote matras in die camionet, met nog drie andere, uitgetelde feesters, rustig jointen smoren, en ondertussen werd die kar over de autostrade gekatapulteerd. Het trio vooraan was een hilarisch zicht: de niet geheel nuchtere chauffeur hing zo ongeveer over zijn stuur heen en zei geen woord, de gast naast hem ook niet, die zat voortdurend jointen te draaien, maar de derde gast moet wel heel zwaar op de bollen gezeten hebben want die heeft gedurende de hele rit op een ongelofelijk tempo zitten zeveren, hij hield geen seconde op. Nadat we zo toch al een dik halfuur in een rotvaart over het middelste baanvak aan het scheuren waren, vroeg iemand of we er al bijna waren. "Shit!", zei de chauffeur, "afslag vergeten, we zijn op weg naar Parijs!", wat iedereen best wel grappig vond, en we vlamden rustig verder. Nog een half uur later werden we gedropt aan het station van Gent, het leek een zonnige dag te worden, maar koud was het alleszins nog wel. Daverend van de kou naar mijn kot gespurd, zogezegd om eventjes op te warmen alvorens naar de Charlaten te verkassen, maar na een kwartier lag Flippe al te maffen in de zetel en ben ik zelf ook maar mijn bed ingekropen tot zes uur ‘s avonds. Toen ik weer opstond zette ik meteen een Bogdan-tape op en stond ik weer te hakken en te jumpen, het ritme zat nog stevig in mijn bloed genesteld. Meer van dat, en snel!
Bogdan Raczynski






