Binnen de hedendaagse dansgeschiedenis vervult Disfigure Study een sleutelrol. "Wat Café Müller (in september te zien op het Klapstukfestival, kv) was voor de jaren zeventig en Ottone Ottone voor de jaren tachtig, zo wordt Disfigure Study bepalend voor de jaren negentig. Komt dat zien." Dit schreef Platel begin jaren negentig in het programmaboekje van het Nieuwpoorttheater en hij anticipeerde aldus het effect dat het werk van deze jonge Amerikaanse op de nieuwe Vlaamse garde zou hebben. Merkwaardig genoeg kreeg Stuart geen weerklank in de Verenigde Staten, maar stond zij versteld van de schok die ze destijds in Europa veroorzaakte. Niet lang na dit eerste succes besloot ze in 1994 zich met haar compagnie Damaged Goods in Brussel te vestigen. Terwijl Stuart in New York aan Disfigure Study aan het sleutelen was, grepen dood en verval steeds wilder om zich heen. AIDS maakte in deze periode voor het eerst heel wat slachtoffers en ook de directe omgeving van de choreografe bleef niet ongespaard. Met haar eerste avondvullende voorstelling probeerde de choreografe greep te krijgen op de dood en de vervreemding die haar in New York omringden.
Disfigure Study is een rechttoe-rechtaan choreografie die ook nu nog geen enkele toeschouwer onberoerd kan laten. Op een naakte scène vervormen en isoleren de drie dansers bewegingen uit het leven van alledag. Zij ontdoen deze herkenbare beelden van hun alledaagsheid, van hun anekdotische waarde en presenteren ze als een soort geïsoleerde ready mades aan het publiek. Net zoals in Alibi fungeert ook hier het lichaam als een soort machine waarop de geest alle greep verloren heeft, een machine ontdaan van alle identiteit. Het lichaam is niet langer een organisch geheel, maar is net zoals het monster van Frankenstein een aaneenrijging van geïsoleerde delen die niet meer op elkaar afgestemd zijn. Het hoofd werkt de handen tegen, de voeten zijn niet langer afgestemd op de rest van het lichaam,... De voorstelling zelf is al even gefragmenteerd. Scènes lijken elkaar op te volgen zonder duidelijk verband en slechts zelden komen de dansers tot een daadwerkelijke samenspel in de klassieke zin van het woord. Met de herprogrammatie van deze voorstelling toonde Platel aan hoe beklijvend en baanbrekend Disfigure Study destijds was en vooral nog steeds is.
Met Alibi keert Meg Stuart, thans een gevestigde waarde en artist-in-residence bij het Schauspielhaus in Zürich, terug naar de theaterzaal. Niettemin blijft de relatie toeschouwer-performer, die zij met haar locatieproject Highway 101 tot op het bot analyseerde, ook hier een centraal gegeven. De scène lijkt een soort atoomschuilkelder te zijn, een ondefinieerbare ruimte in een postapocalyptisch universum. Lichamen eigenen zich deze ruimte toe en lijken elkaar hierbij naar het leven te staan. Vanuit de regiekamer worden de performers bekeken en onderworpen aan vragen en proeven, aan een eindeloos herhalen van dezelfde reeks bewegingen. Zoals het in de hedendaagse dans hoort, wordt dans ook hier opgevat als een wetenschap en de scène als een laboratorium. De choreograaf bestudeert het lichaam in al zijn details op de dissectietafel en de regisseur kijkt met nauwelijks verborgen leedvermaak vanuit de regiekamer naar de onmenselijke inspanningen waaraan zijn proefkonijnen onderworpen worden.Niets is echter wat het lijkt en de grens tussen bevelhebbers en uitvoerders is allerminst te trekken. Men kijkt om vervolgens bekeken te worden. Terwijl bij Highway 101 de toeschouwer ook daadwerkelijk bij dit proces betrokken werd en deel ging uitmaken van de performance, blijft het publiek hier op een veilige afstand. Alibi is een schrijnende reality show waarbij het publiek in de rol van voyeur geduwd wordt. Niettemin kan -mede door de overdonderende, maar zeer effectieve muziek van klankentapper Paul Lemp- niet anders dan de toeschouwer begeesteren.
Net als het décor bevinden ook de personages zich in lamentabele toestand. Zij dwingen het publiek tot voyeurisme en geven zichzelf bloot om vervolgens bedroefd af te druipen. Een danseres simuleert een beestachtige zelfmoord, een ander deelt grijnzend dollarbiljetten uit aan het publiek en nog een ander probeert zich te verkopen aan het publiek. "I am very romantic", roept zij vertwijfeld om er onmiddellijk aan toe te voegen: "but I like a good, hard fuck too." Niets is wat het lijkt en elke vorm van intimiteit wordt in de kiem gesmoord. Zelfs de vijf minuten durende pauze in het midden van de voorstelling kunnen niet verhinderen dat de toeschouwer verweesd achterblijft.
Alibi is geen hapklare brok, maar wie bereid is de stap te zetten, raakt in een soort trance die hoogst zelden te beleven valt in een theaterzaal. De toeschouwer vergeet zijn eigen omgeving en wordt ondergedompeld in een universum dat er niet erg rooskleurig uitziet. De titel verwijst dan ook naar een verlangen om het verleden uit te wissen, om te verdwijnen zonder sporen achter te laten.
Meg Stuart / Damaged Goods O.L.V. Van Vaakstraat 83, 1000 Brussel, tel: 32-2-513-25-40, fax: 32-2-513-22-48, damaged.goods@village.uunet.be
www.damagedgoods.be






