Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
Het Soderbergh-parcours : van independent naar Hollywood naar independent en terug naar Hollywood
OCEAN’S ELEVEN
datum 13.02.2002
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
Regisseur Steven Soderbergh brengt films uit alsof het zijn laatste levensjaren zijn: Erin Brokovich en Traffic in 2001 en nu Ocean’s Eleven, stuk voor stuk vakkundig gemaakte succesfilms met grote sterren en bulkend van het Oscarpotentieel. En het kan niet op, in 2002 is Soderbergh er weer met twee films: Full Frontal en een remake van Tarkovsky’s metaforisch beladen science fiction film Solaris. De nog relatief jonge regisseur lijkt wel de nieuwe troetel van Hollywood. Het is ooit anders geweest.


Weinig regisseurs kunnen zeggen dat hun debuutfilm meteen een Gouden Palm kreeg in Cannes, 110.000.000 dollar opbracht en dat ze op slag de hottest thing in Hollywood werden, dat allemaal dankzij een film die vooral door z’n titel volle zalen trok, namelijk Sex, Lies, and Videotape (1989), voor geen geld gemaakt, volledig onafhankelijk van de grote industrie. Nadeel van zo’n blitzkrieg is dat de verwachtingen nogal eens hoog gespannen kunnen staan, dat het jonge talent te hard van stapel loopt en dan een wat vage maar peperdure film maakt als Kafka (1991), waar geen hond naar gaat kijken. Het was een paranoïde, visueel verbluffende maar bij momenten bijzonder verwarrende poging om in het hoofd van Franz Kafka door te dringen. Vervolgens trok Soderbergh opnieuw een totaal andere kaart, met King of the Hill (1993), een ontroerende film over een 12-jarig jongetje dat helemaal alleen de depressie van de jaren dertig moet doorstaan en daar nog wonderwel in slaagt ook. Maar helaas, weer geen succes, Soderbergh’s Hollywood-krediet begon op te geraken, zeker nadat hij The Underneath (1994) maakte, een broeierige en zeer gestileerde film-noir, vol met flashbacks en -forwards, wat het er allemaal niet gemakkelijker op maakte voor de kijker, die dan ook en masse thuis bleef. Soderbergh kon het dus schudden met andere woorden. He was een has been, all washed up. Soderbergh keerde terug naar zijn thuisstad Baton Rouge en begon opnieuw helemaal van waar hij begonnen is: het eigenhandig maken van ultra-goedkope, vaak erg absurde films, met de hulp van een vaste kring vrienden. De eerste is Gray’s Anatomy(1996), een uiterst sober gefilmde monoloog van schrijver-performer Spalding Gray, een bescheiden aanloop naar Soderberh’s meest geflipte prent, de absolute video-aanrader Schizopolis (1997), een gitzwarte, surrealistische en met Monty Python-humor doorspekte film, met Soderbergh zelf in zowat alle hoofdrollen. De film kent nauwelijks zoiets als een verhaal, het lijkt meer een hilarische aaneenschakeling van bizarre sketches die vooral Amerika’s kleinburgerlijke milieu te kakken zet.
Een fragment, een gesprek tussen twee saaie buurmannen:
-Is your wife coming over for diner tonight, ‘cause her big ass always leaves me satisfied?
-Nice of you to mention her, she enjoys sex much more with you than she does with me.
-Oh, I guess she says that to all the men in the neighbourhood!
Deze dialoog wordt dan plots gevolgd door een nieuwsbericht: de Amerikaanse regering heeft besloten om New Jersey te verkopen aan private investeerders, die er een gigantische, overdekte supermarkt van willen maken. Reactie van een woordvoerder van het Witte Huis: "well, at least we didn’t sell it to the fuckin’ Japanese". Dat soort humor dus. Schizopolis is een totaal unieke film die je maar niet genoeg kan bekijken, en tevens een wijze les in de discipline ‘hoe haal ik het meeste uit mijn zeer beperkte middelen?’.

Dat Soderberh’s underground-inspanningen moeten zijn opgevallen blijkt uit de nieuwe en voorlopig laatste verrassende wending in zijn carrière. Hollywood biedt hem een nieuwe kans, met de remake van Out of Sight in 1998, met George Clooney en Jennifer Lopez in de hoofdrollen. Opnieuw is het kassa kassa en Soderbergh kan weer rustig zijn gang gaan, wat resulteert in een nauwelijks te stoppen stroom van films: eerst nog het lekker complexe maar door critici toch erg gesmaakte The Limey (1999), en dan resoluut commercieel met het Julia Roberts vehikel Erin Brokovich en het geniale drugsepos Traffic (2001).
En nu is er dus zijn commerciële hoogtepunt, een peperdure remake van Ocean’s Eleven uit 1960, waarvoor destijds de legendarische bende zuipschuiten en fuifbeesten rond Frank Sinatra werden opgetrommeld. De ratpack van de 21° eeuw bestaat in deze film onder meer uit George Clooney, Brad Pitt, Andy Garcia en Julia Roberts, supersterren die gerust hun salaris wilden halveren om met wonderboy Soderbergh te kunnen werken. Over de versie van 1960 werd al luid geroddeld dat de acteurs zich naast de set dermate hard amuseerden dat er van acteren niet veel meer in huis kwam. Nu willen de marketingjongens (u weet wel, de "suckers of Satan’s cock") ons doen geloven dat Clooney en co één groot feest bouwden tijdens de opnames en dat je de hechte band kan aflezen uit de geweldige acteersprestaties. Laat je niets wijsmaken, er mag dan wel goed geacteerd worden in deze film, ik durf betwijfelen dat de mannen na de opnames doorzakten tot ‘s morgens en de tequila van elkaars rug likten tot de zon opkwam. De professionele acteur van nu, wiens loonbriefje minstens 7 nullen moet tellen, zal misschien wel een pintje drinken na een dag op de set, maar dan wel snel in bed duiken om ‘s morgens om 6 uur na een half uurtje yoga en een kilo bio-fruit stipt op tijd in de schminck-kamer te staan. Het is een promopraatje als een ander (zoals beweren dat Cruise met Cruz het bed indook om hun film Vanilla Sky te promoten).

En de film zelf? Wel, ondanks al die steracteurs die ik ondertussen al lang beu ben en het verhaal dat al tientallen keren gedaan werd, heeft deze Casino-kraak-film gelukkig nog genoeg te bieden om die 2,5 uur uit te zitten. Het is duidelijk dat Soderbergh, die net als bij Traffic opnieuw zelf de camera in de hand neemt, ondertussen zijn technisch hoogtepunt bereikt heeft. De film vloeit, er zit een stevig ritme in, de overgangen tussen de scènes zijn soms subliem en de muziek zet de actie extra in de verf. Het verhaal van Ocean’s Eleven is een combinatie van Scorsese’s Casino en Tarantino’s Reservoir Dogs: we zien de uiterst gedetailleerde voorbereiding en uitvoering van een meer dan gewaagde roofoverval door 11 top-criminelen. Op Mission Impossible-achtige wijze slagen ze erin de best beveiligde kluis ter wereld te kraken, die waar de inkomsten van de drie best boerende casino’s van Las Vegas liggen opgeslagen, alles samen zo’n goeie 160 miljoen dollar. Wat een verhaal als dit, dat al talloze keren gefilmd werd, steeds interessant maakt is niet het gegochel met high-tech snufjes, het hoge macho-gehalte of de actie-scènes, neen, het is de meest typische menselijke karaktertrek: de ongebreidelde zucht naar geld en het onmogelijke doen om er aan te geraken. Als dat zich dan ook nog eens allemaal afspeelt in het meest decadente, op een zee van geld en corruptie drijvende stad als Las Vegas, dan kan het wat mij betreft niet meer stuk. Iemand zou een krachtige bom moeten gooien op die stad, ware het niet dat er altijd wel iemand zal kunnen omgekocht worden om het niet te doen. Deze onwaarschijnlijke poel van verderf werd al talloze keren vereeuwigd in films, wat mij betreft het meest memorabel in Martin Scorsese’s Casino (1995), wiens flitsende stijl duidelijk overgenomen werd door Soderbergh, inclusief de intermezzo’s die aan een razend tempo zaken uit het verleden moeten uitleggen. In het begin van Ocean’s Eleven krijgen we zo bijvoorbeeld in sneltempo het relaas te zien van de ‘drie meest succesvolle dieven in de geschiedenis van Las Vegas’: de eerste geraakte drie meter ver, de tweede kon de buitenlucht ruiken alvorens neergehaald te worden, en de derde geraakte zowaar tot op de parking, waar hij dan doodgeschoten werd. Later herhaalt Soderbergh nog eens hetzelfde flitsende trucje als hij de 11 criminelen glashelder voorstelt aan het publiek, en dat op nog geen vijf minuten tijd. Helaas houdt hij dat krachtige tempo niet vol. De kraak zelf is een mooi staaltje actiefilm, maar daarbuiten gebeurt er eigenlijk niet zo veel meer, buiten een erg vervelende toenadering tussen gangster Clooney en zijn ex-vrouw Julia Roberts (die er, vergeef me, écht lelijk uitziet, haar lippen zien er begot nog opgespotener uit die van P. Anderson!).
Maar goed, ik ga voor één keer niet teveel muggeziften. Ik geef grif toe dat deze uiterst commerciële actiefilm best te pruimen valt: technisch dik in orde, met enkele zalige acteersprestaties (vooral dan van de oude garde) en een lekker kitcherige Las Vegas-soundtrack (Perry Como rules!). Maar toch...feit blijft dat de films die Soderbergh zelf maakte, voor een stuiver en een nikkel als het ware, gewoon beter waren dan zijn laatste. We kunnen alleen maar hopen dat hij het nog eens verknald in Hollywood en dan voor $100 Schizopolis II maakt.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie