"Well son, there’s optimisme and there’s sheer stupidity, and a very fine line between them."
...ik wel, ik doe niets liever eigenlijk, de doorsnee mens is een hilarische mislukking. Je kan uiteindelijk niets anders dan jezelf een breuk lachen met al dat hopeloze gesukkel, niet vergetend om af en toe eens in de spiegel te kijken en jezelf een breuk te lachen met de loser aan de andere kant.
Maar dat verklaart nog niet waarom menselijk falen nu zo verdomd grappig is. Misschien is het herkenning, en tegelijk een manier van verwerking, een mechanisme zo oud als de mens zelf. De beste moppen worden verteld tijdens de meest ellendige periodes (hm, ziet iemand het zitten om daar een thesis over te schrijven?).
Een voorbeeld om Solondz’ gevoel voor humor te schetsen, de eerste scène van zijn vorige film, Happiness, de film met de meest ironische titel ooit: Een onaantrekkelijke man en een trieste vrouw zitten op restaurant, beiden zijn op het eerste zicht dertigers met een aan de wanhoop grenzende behoefte om een serieuze relatie te beginnen; de scène begint als beiden met een zeer ongemakkelijke blik voor zich uit zitten te staren, de kijker weet meteen dat deze date ongelofelijk verkeerd aan het lopen is. Zij blijkt hem net afgewezen te hebben. De blik van de man spreekt boekdelen, het is de blik van een geslagen hond, één keer teveel op z’n bek gegaan, en nu heeft hij er genoeg van. Op dat punt is de film 5 seconden bezig en lig ik al plat van het lachen nog voor er één woord is gevallen. Waarom? Dit is toch het soort ellende dat ons allemaal wel eens overkomt (let op het groene gegrinnik in de zaal als de vrouw die o zo pijnlijke woorden uitspreekt, "we kunnen toch gewoon vrienden blijven" en je de man ziet denken "jaja, dat zal wel"). Ik moet toegeven dat de bulderlachbuien ver te zoeken waren tijdens die voorstelling, nog een geluk dat er zo weinig volk in de zaal zat. Ideaal om je eens goed te laten gaan.
Het eerste probleem met Solondz’ nieuwe film Storytelling is dat bulderlachen nu helemaal niet meer kan, enkel een beetje beschaamd gniffelen, terwijl je denkt "oops, mag ik hier eigenlijk wel mee lachen? Het fuckin’ über-ich dat zich weer roert. Jawel, net zoals in zijn twee vorige prenten (Welcome to the dollhouse en het voornoemde Happiness) breekt Solendz weer taboe’s dat het geen naam heeft. In die eerste film doorprikte hij de illusies die ons voorgehouden werden omtrent ‘American High School’ en de zogenaamd "schoonste tijd van uw leven", meer bepaald, de hel van de puberteit. Happiness biedt de kijkers de unieke kans om eens kostelijk te lachen met doorgaans bijzonder pijnlijke materies als pedofilie, incest, verregaande eenzaamheid, asocialiteit en talloze sexuele afwijkingen. Kortom, een dolle boel. Na twee van die films werd Solondz uiteraard als taboebreker nummer 1 bestempeld, waar op zich niets mis mee is, integendeel. Ik parafraseer in dit verband graag L.P. Boon met de woorden "geef de mensen een schop tegen hun schenen, het geweten volgt later wel, of misschien ook niet, het belangrijkste is dat je tegen hun schenen schopt". Probleem met dat al dat taboebreken is dat het al snel een gimmick wordt, en dat is nu net hetgeen waar Storytelling het meest onder lijdt. Een zwarte literatuurleraar die één van zijn heel jonge studentes brutaal sodomiseert en haar dwingt om "Nigger, fuck me hard" te schreeuwen? Pfff...been there. Een conservatief Joods gezin dat tijdens hun slaap vergast wordt door de net ontslagen kuisvrouw? Is dat alles?
Begrijp me niet verkeerd, de film heeft absoluut zijn kwaliteiten, je moet er alleen voor open staan. Ik heb er best van ‘genoten’, alhoewel dat waarschijnlijk eigenaardig klink. Het punt is, Solondz heeft gepoogd om met deze film iets te zeggen tegen zijn critici die hem er al meermaals van hebben beschuldigd marginale types en losers uit te buiten om ze in zijn films voor schut te zetten. Mijn enige argument in deze kwestie: kijk naar een foto van de heer Solondz. Het is begot zelf een loser eerste klas, jezus, wat een weirdo! Wat ik wil zeggen is: Todd Solendz heeft in Storytelling getracht te spotten met zijn imago, door het ‘uitbuiten van losers om er mee te lachen’ zelf als onderwerp te nemen en er dan mee te lachen, waardoor hij dus tegelijk aan zelfkritiek doet en zo ook zijn critici de mond wil snoeren. Het is dus meer een film met een boodschap dan een film met een sterk verhaal. De boodschap draait rond artistieke deontologie, het weergeven/misbruiken van je personages en de onvoorspelbare reactie van het publiek/de critici op dit alles. Een paar voorbeelden uit de film.
Storytelling bestaat om een volslagen onbekende reden uit twee verschillende delen: ‘Fiction’ en ‘Non-Fiction’. In het korte en weinig zeggende eerste deel volgen we enkele leerlingen van een cursus creatief schrijven. Het frêle meisje Vi heeft een relatie met de gehandicapte, half spastische Marcus, die al in de eerste scène klaagt dat de sex die ze hebben de ‘kinkyness’ heeft verloren, ze doet het alleen nog uit medelijden met hem, ze is ‘nice’ geworden. Nadat een verhaal van Marcus genadeloos wordt afgebroken door de gevoelloze, zwarte leraar ketst de relatie even af. Vi werpt zich meteen in de armen van haar leraar, die haar zoals gezegd stevig pakt, in een scène waar velen zweet onder de oksels van zullen krijgen. Vervolgens leest Vi in de klas de redelijke getrouwe, zwaar emotionele weergave voor van haar ‘aanranding’ door de grote zwarte man. Ze wordt door de hele klas afgebroken. ze krijgt dezelfde verwijten toegeworpen als die waar regisseur Solendz al zo vaak mee te kampen kreeg, "Uitbuiting! Choqueren om te choqueren! Puberale razernij!". Het is uiteindelijk de leraar die Solondz’ repliek geeft, en tegelijk zichzelf indekt tegen elke aanklacht voor verkrachting: het verhaal kan niet echt zijn, zodra je iets opschrijft wordt het vanzelf fictie.
In ‘Non-Fiction’, het tweede en veel langere deel van Storytelling volgen we de stuntelige documentairemaker Toby Oxman, zonder twijfel het alter ego van Todd Solondz. Oxman wil een integere documentaire draaien over het leven van een gedesillusioneerde tiener, Scooby, en zijn wereld, met name de school en zijn erg kneuterige middenklassegezin. Oxman doet heel hard zijn best om zijn documentaire zo oprecht mogelijk te maken, hij voelt echte warmte voor zijn onderwerpen. Zoals het hoort dus, en dat wordt mooi geïllustreerd in een hilarische parodie op – en gemene steek naar – die andere middenklasse-klassieker American Beauty. Maar ondanks Oxman’s vermeende integriteit blijkt het publiek bij de eerste vertoning van ‘American Scooby’ zich een ongeluk te lachen met de suffe tiener, zijn brute vader (weer een heerlijke John Goodman) en hun hele lullige wereldje. Scooby is helemaal van streek en voelt zich terecht misbruikt, "well, you’ve got yourself hit" zegt hij koeltjes tegen Oxman. Een commentaar die Solendz ook wel vaker zal gehoord hebben, zeker na het verschijnen van Happiness.
De centrale vraag bij dit alles is: wie heeft hier in godsnaam iets aan? Voor 99.99999% van de wereldbevolking is de naam en het werk van Todd Solondz al even bekend als het 1002° getal na de komma van Pi, laat staan dat iemand zou doorhebben dat deze man een gehele film wijdt aan zelfkritiek en het aanvallen van zijn critici.
Desalnietemin, de collega-liefhebbers van godverdomd zwarte humor komen hier weer serieus aan hun trekken. Sight & Sound omschreef de film treffend als "funnily extreme and extremely funny". Een prachtig voorbeeld hiervan om af te sluiten: het citaat waarmee dit artikel begon. De in zijn kinderen teleurgestelde vader zegt dit tegen zijn jongste zoontje, als deze bij het ziekenhuisbed van zijn finaal comateuze broer zegt dat hij misschien die ene op het miljoen is die uit zo’n coma geraakt. Vader’s antwoord is er eentje om in te kaderen en in het gezicht van al die duizenden optimistjes, die zomaar vrij over de straat lopen, te wrijven: "Well son, there’s optimism and there’s sheer stupidity, and a very fine line in between". Wat mij betreft bestaat zelfs dat kleine lijntje niet. Het beste nog.
www.storytellingmovie.com






