Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bertrand Lafontaine:
Seppo Renvall en de esthetiek van het banale
WIO
100 JR. BUNUEL-70 JR. L'AGE D'OR
=P=A=R=C=O=U=R=S=2= in Kunstencentrum Vooruit
'JE SUIS UNE FONTAINE'
datum 06.02.2002
rubriek Podium
Gent, vrijdag 18 januari, 22u.15. Het zebrapad aan het begin van de Bagattenstraat ligt er verlaten bij. Een rode Nissan wacht geduldig aan het verkeerslicht, terwijl een eenzame fietser dapper de Sint-Pietersnieuwstraat beklimt. Ondertussen heeft een onopvallende man in lichtblauwe jeansvest post gevat aan platenwinkel Music Mania. Hij steekt de straat over. Stopt. Gaat verder, maar dan in onvervalste silly walk. Wanneer een auto de Bagattenstraat indraait, zet de man de achtervolging in. Na een korte sprint keert hij terug en gaat liggen op het zebrapad.
De capriolen van een benevelde stadsidioot? Een trip te ver? Student sociologie?... Niets van dit alles. De man in kwestie heet Heine Røsdal Avdal (een naam om de Ronde van Frankrijk te winnen, maar dit geheel terzijde) en is performance-kunstenaar, uitgenodigd door Vooruit ter gelegenheid van =P=A=R=C=O=U=R=S=2=, de tweede editie van een performance-tocht doorheen het immer fascinerende Vooruitgebouw. Avdal’s geïmproviseerde bewegingen worden geregistreerd door een videocamera en simultaan geprojecteerd in het Kafee. Hoewel weinig gesofistikeerd en naar ik vermoed ook niet echt vernieuwend, is deze voorstelling een van de effectiefste die we die avond te zien krijgen. De in België residerende Noor slaagt erin zijn toeschouwers dáár te krijgen waar hij ze wil: op het puntje van hun stoel. Naast de sensatie deel te hebben aan een samenzwering – de kijker weet wat de mensen op straat niet weten – genereert Avdal een niet te enenaren suspens. Zijn performance is zowel indirect (meer representatie dan presentatie) als momentaan. Het is microstoria-in-the-making, beleefd vanop de eerste rij.

Een klassiekere dansvoorstelling viel de bezoeker te beurt in de theaterzaal, waar het publiek voor de gelegendheid mocht plaatsnemen op het podium. Doch wat heet klassiek... “The following piece is called Twenty Minutes for the Twentieth Century”, zo horen we een stem vertellen in de volledig verduisterde zaal. Het licht floept aan en we zien een piemelnaakt kereltje over de scène huppelen. Wat volgt laat zich eerder ervaren als ‘twenty centuries for the twentieth minute’. Tino Seghal’s performance, een combinatie van met een knipoog uitgevoerde balletbewegingen, tussenpauzes van nonchalante overpeinzing en ruwe, meer abstracte uithalen, is grappig voor even – zijn ‘gepluimde kalkoen’-imitatie is zelfs ronduit hilarisch – maar begint al gauw te vervelen. Wanneer de modaal geschapen danser met zijn jongeheer begint te spelen wordt het sommigen te veel. Toch leuk dat je anno 2002 nog mensen de zaal kunt uitjagen. Wat ze missen is Seghal’s kers op de taart: een recordpoging hoogteplassen onder de uitroep “Je suis une fontaine”... Het soort avant-garde dat je schouderophalend doet tasten naar een sigaret. Mijn gedachten gingen in de eerste plaats uit naar de arme poetsvrouw van Vooruit, die het plasje zou mogen opdweilen.

Van een enigszins ander kaliber was het stuk Rissumriss, uitgevoerd door de Duitse danseres en choreografe Christina Ciupke (spreek uit: ‘tsjoepke’). Ook hier een verduisterde zaal, maar dan wel gedurende de gehele voorstelling. Op de zijwand tekent zich een lichtstraal af als een op een kier staande deur. De spleet wordt iets breder en we ontwaren een menselijke figuur. Als een inbreekster in een web van infraroodstralen manoeuvreert Ciupke zich tussen het zich steeds verder ontwikkelend lichtspel. Traag en beheerst laat ze de bundels over haar lichaam glijden. We zien een arm. Een rug. Een been. Een borst. Net zoals Heine Røsdal Avdal appelleert Ciupke aan de voyeur in ons. Maar het is een voyeur waarmee we kunnen leven. Het stuk is van een hypnotische pracht. Wanneer we onze ogen tot spleetjes knijpen, verdwijnt elke menselijke connotatie. We vallen in slaap, maar op een manier zoals we elke nacht in slaap zouden willen vallen.

In de antiekzolder wachtte ons Mudclubsolo van Maren Strack. Deze – eveneens Duitse – performance-artieste hield voor de verandering haar kleren aan. Maar wat voor kleren… Gehuld in een knalrode jurk die naadloos aansluit op een al even rode iglotent, bengelde Strack als een soort eigentijdse hofdame een metertje boven de grond, hangend aan niets anders dan haar scalp. Wanneer ze de ingang van het tentje omhoogritst, als was het een theatergordijn, zien we dat aan haar schoenen twee uitschuifbare metalen staven zijn bevestigd met op de uiteindes een zwarte regenlaars. Door haar benen op en neer te bewegen laat ze de laarzen een dansje uitvoeren boven een plas water, een beetje zoals de uit zichzelf dansende muiltjes in de Efteling (waar is de tijd!). Het gebeuren wordt live van een soundtrack voorzien door ene Max Bauer, u en mij onbekend, maar in Duitsland naar het schijnt een alomgeroemd ‘waterspetser’. Erg ingenieus en bevreemdend, dit nummertje, maar hier viel meer uit te halen. En dan bedoel ik niet alleen uit die iglotent...

Zwevend tussen podium- en beeldende kunsten knoopt Strack’s performance aan bij een gelijktijdig lopend installatie-parcours. Naast Vincent Dunoyer’s virtuele choreografie met negen diaprojectoren, onthouden we vooral de video-installaties van de Franse kunstenares Maider Fortuné in de prachtige zolder boven de domzaal. Fortuné is in de twintig, maar figureert in haar filmloops als een meisje van tien. Of de jonge videaste kind had willen blijven, is echter zeer de vraag. Wanneer ze spelletjes speelt, is dat steeds met zichzelf: hoger schommelen doet ze door zich tegen zichzelf af te stoten, een bal gooit ze op haar eigen aangezicht. Eens gedaan met spelen doolt ze als een schim doorheen de zolderruimte. Het kleine meisje is dood, zo lijkt Fortuné te suggeren. Ze verdwijnt. Haar aanwezigheid wordt slechts verraden door een onzichtbare hand die een hinkelbaan tekent op de grond.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie