ORIGINAL INSTRUMENT, Original Instrument (Kracfive)
Het jaar
2001 zal in ons geheugen geprent blijven als het jaar waarin de gitaar
geherwaardeerd werd. Weinig conventionele gitaren maar wel experimentele gitaren
waarvan de akoestische en elektronische mogelijkheden tot het uiterste benut
worden.Tot de eerste categorie behoort de Australiër Oren Ambarchi die met het
vibrerende Suspension een bescheiden meesterwerkje afleverde en daarbij
uitsluitend gebruik maakte van de mogelijkheden van sfeer en ruimte. Aan het
andere eind van het spectrum staat iemand als Fennesz. Hij beleefde een echte
doorbraak en zorgde voor de verrassing van het jaar met het op laptop
gecomponeerde gitaaralbum Endless Summer waarmee hij zowel door de
underground als de mainstream even fel omarmd werd. Eén van de kanshebbers om
ook in 2002 hoog te scoren, is de Amerikaanse gitaarvirtuoos Greg Davis die net
zijn debuut uitbracht op Carpark Records (Jake Mandell, Kid 606, Marumari,…).
Davis heeft zijn roots in de jazz- en de hedendaagse muziekwereld en is tevens
actief als Asterisk en en als lid van de band Parallel. Hij werkt eveneens nauw
samen met Boston’s Autumn Records. Op zijn debuut Arbor vindt Davis een
nieuw genre uit dat hij omschrijft als ‘laptop folk’. Arbor bevat negen
gitaarpareltjes die zweven tussen musique concrète (‘Coventry’),
laptopcomposities à la Fennesz (‘Submersion Tank Part One’) en akoestische
gitaartracks (‘Walking Home’).
2002 daarentegen wordt
misschien wel het jaar van de stem… Het undergroundlabel Kracfive uit Hollis New
Hampshire doet in elk geval een verdienstelijke poging om de menselijke stem te
rehabiliteren. Original Instrument is een gelegenheidskwartet bestaande uit
Reimer Eiseng van Kettel, Chris Graves van Colongib, Noah Sasso van Octopus Inc
en Joe Miragliuolo. In tegenstelling tot de voorganger Penguin Mechanics,
dat volledig uit machinegeluiden bestond, besloten de Kracfivers om dit keer een
album te maken dat volledig uit één geluidsbron bestaat, nl. het menselijk
stemorgaan. De onbegrensde mogelijkheden van stem en spraak worden hier nog
verder uitgebreid met behulp van computer en elektronica. Gutturalen en nasalen,
onomatopeeën, dichtgeknepen strottenhoofden worden uitgerokken, gecomprimeerd,
in stukken gehakt, gebruikt als ritmebox, enzovoort… Het resultaat klinkt
supervreemd, lekker gestoord, poëtisch, soms verwarrend en zeer dynamisch. Op
‘Sion’ gaat een laag gepitchte mannenstem in de clinch met een rappende
vrouwenstem. In het grappige en sexy ‘Birds For Beginners’ krijgen de termen
‘cutup’ en ‘a capella’ meteen een volledig nieuwe betekenis. Het meest ‘normale’
nummer op het album is ‘Heavens To Betsy’, een bizarre lettergrepenrap die dicht
in de buurt komt van een echte technotrack.JOSHUA ABRAMS, Busride Interview (Lucky Kitchen/Lowlands)
Het Spaans/Amerikaanse Lucky Kitchen startte onlangs met de Sparkling Composers Series, een bescheiden reeks mooi en integer verpakte albums die onbekende en reeds bekende elektronische componisten aan de wereld voorstellen. De albums bevatten niet alleen muziek maar drukken ook de ideeënwereld van hun scheppers uit. Elk album is een autobiografie van de artiest in kwestie. Andrés Krause (A.f.r.i. studios) en Todd Carter (Aerospace Soundwise) gingen hem reeds voor met intrigerende albums maar LK015 werd volledig voorbehouden voor een zekere Joshua Abrams. De virtuoze Abrams is afkomstig van Chicago waar hij voornamelijk muziek schrijft en componeert op contrabas. Hij werkt onder meer samen met Town and Country op het label Thrill Jockey, hij maakt deel uit van David Boykin’s Expanse en hij vormt een trio met Chad Taylor en Matana Roberts. Bovendien werkte hij samen met gerenommeerde artiesten als Sam Prekop, Taku Sugimoto, Loren Mazzacane Connors en David Grubbs. Busride Interview is een reeks narratieve portretten die gemaakt werden in het putje van de winter op een warme zolder ergens in Chicago. Abrams componeert en bespeelt bijna alle instrumenten zelf en voegde er nadien allerlei veldopnamen aan toe. Busride Interview bevat acht pretentieloze tracks waar naar onze mening het nummer ‘Attic’ met kop en schouders bovenuit steekt door de inherente spanning en de intensiteit waarmee het nummer opgebouwd werd en omdat we in dit nummer bijna letterlijk de sfeer van de opnamezolder konden proeven. In afwachting van nieuw werk van Lucky Kitchen’s Alejandra & Aeron (zie The Tale of Pip) alvast uitstekend als zoethouder.
POLWECHSEL , Polwechsel 3 (Durian}

Het Weense ensemble Polwechsel, bestaande uit Werner Dafeldecker, Michael Moser, John Butcher en Burkhard Stangl, stamt uit de minimalistische jazzhoek van het begin van de jaren negentig maar is op het derde album op Dafeldecker’s label Durian duidelijk opgeschoven naar hedendaagse compositie en elektronica. In het eerste nummer, de zestien minuten durende laptopcompositie ‘Government’, worden de bijdragen van de verschillende bandleden in microtonen opgesplitst en door de powerbook van Dafeldecker gejaagd. Erg verrassend omdat dit evengoed een track van Rehberg & Bauer, Farmers Manual of Fennesz had kunnen zijn. De wederzijdse beïnvloeding en de kruisbestuiving tussen de verschillende stromingen in de Wenense muziekwereld heeft als merkwaardig resultaat dat Dafeldecker binnenkort trouwens de studio induikt met niemand minder dan Fennesz. Polwechsel 3 laat bovendien een veel krachtiger geluid horen dan we van Polwechsel tot nu toe gewoon waren. De eerste gelijknamige cd uit ’94, toen nog met trombonist Radu Malfatti, was een zeer abstract en hermetisch album waar de stiltes even belangrijk waren als de gebroken akoestische sounds. Polwechsel keerde het jazzspectrum op zijn kop en was een voorloper in het minimaal-akoestische genre. In plaats van virtuoos tegen elkaar op te spelen, oefenden de bandleden zich in het elkaar overtoeven met een zo stil mogelijk geluid. Malfatti verliet de band en schoof in zijn solocomposities en zijn samenwerkingen verder op naar de stilte. Met de integratie van de Brit John Butcher werd Polwechsel 2 een opener album dat ook voor gewone oren genietbaar was door de subtiele integratie van elektronica. Die evolutie wordt verdergezet op Polwechsel 3 dat nog veel hybrieder klinkt dan zijn twee voorgangers. Na ‘Government’ wordt in de overige vier nummers de elektronica immers weer opgeborgen en geopteerd voor een akoestische aanpak. Tijdens ‘Schlieren’ dachten we opnieuw enkele laptopmanipulaties te ontwaren. Maar ‘Not Forgetting The Forgetting’, ‘Mendota Stoppages’ en ‘Floater’ keren dan weer terug naar het diepgevroren en abstracte klankbeeld van de eerste twee Polwechsel-albums. De verstrooide en verstilde klanken van ‘Polwechsel 3’ lonken tegelijk naar twee werelden: naar die van de klanktovenaars van de Wenense underground én naar de pluchen zetels van dat de hedendaagse muziekwereld. In één woord: subliem!
SUNROOF!, Bliss (VHF/(K-RAA-K3)
De eigenzinnige gitarist Matthew Bower doet voor een zich uitbreidende
schare ingewijden al jaren de prachtigste dingen met bands als Total,
Vibracathedral Orchestra of Sunroof! Het debuutalbum van die laatste band
Delicate Autobahn Under Construction had een geweldig effect op ons een
paar jaar geleden. Beeld je een soort tranceachtige Kraftwerk in maar dan voor
overstuurde en fuzzy feedbackgitaren. Daar waar Sonic Youth stopte in '85, daar
begint voor ons Sunroof! Denk bij het beluisteren van Delicate Autobahn
aan met de ogen halfdicht meerijden in een wagen door een met bomen omzoomde
laan waar het zonlicht door de kruinen klatert en de banden in een regelmatige
kadans over het wegdek scheuren. Delicate Autobahn maakte ons zo
extatisch dat het nog steeds tot één van onze favoriete albums aller tijden mag
worden gerekend. Met wat inlevingsvermogen kon je je eindeloos laten meevoeren
op die uitbundige, kletterende en zinderende gitaarsound van Bower. Met behulp
van een spliff... Of zonder meer met de koptelefoon op in de trein met de ogen
half dichtgeknepen terwijl het licht danst en springt op je netvlies.
Bliss noemt het nieuwe dubbelalbum en het is er weer eentje om op een
natuurlijke manier compleet high van te worden. Zoals we onderhand gewend zijn
bij Sunroof! is het opnieuw een luxueus uitgegeven dubbelalbum geworden.
Tweemaal genieten dus. De twee schijfjes verschillen dit keer wel grondig van
elkaar en kregen ook verschillende titels aangemeten. Op ‘Gold Carnation Legacy’
blijft Bower nog dicht aanleunen bij die uitgepuurde en vibrerende
Sunroof!-sound die bij nadere beluistering zo rijk is aan details is en uiterst
subtiel ingekleurd werd door gastmuzikanten Neil Campbell, Richard Youngs en Ben
n’ Has. 'Bliss’ wordt het pas op het heerlijk getitelde tweede schijfje
‘Embroided Birdsong Nearly Meadows’ waarop Bower zijn klankpalet andermaal
uitbreidt. ‘Embroided Birdsong’ lonkt al helemaal naar de lente en voegt verder
kleurrijke toetsen toe aan de bekende, rinkelende gitaren van Bower. Neil
Campbell’s synth (zie het merkwaardige ‘Bitterne Storm Over Minfield’) speelt
dit keer een prominente rol in het klankbeeld! Het inlassen van kinderstemmen
(Bower’s dochter Roosali Mae) en vogelgezang voegen nog een dimensie toe aan de
zoemende en circulaire gitaren van Bower. Bliss is pure synesthesie voor de oren. Hier gaan we
letterlijk voor plat!





