Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Jan Devries:
Yankee go home!
Weer een illusie armer
Huilen met Jan met de Pet op
Een grondige analyse van één van de beste films aller tijden
APOCALYPSE NOW...REDUX! NU OOK MET SEX! (MAAR DAAROM NOG NIET BETER)
datum 21.12.2001
auteur Jan Devries
rubriek Film + TV
Toen ik een achttal jaren geleden de eerste keer Apocalypse Now zag, op een minuscuul tv-schermpje, werd ik volledig uit m’n sokken geblazen, “dit is de beste film aller tijden!”, riep ik, en nu denk ik daar nog steeds zo over. Dit is niet één film maar minstens een stuk of tien, eentje met “forty-two different levels”, aldus de megalomane regisseur Francis Ford Coppola, die na de eerste twee Godfathers, zijn eigen persoonlijke Vietnamdrama wou draaien.
Apocalypse Now bevat alles om een onvergetelijke classic te zijn: hallucinante oorlogsbeelden, epische dialogen, onvergetelijke personages en één van de meest fysiek voelbare soundtracks ooit geproduceerd.
Het was dan ook met klamme handjes dat ik naar de bioscoop trok om naar Coppola’s nieuwe montage van zijn meesterwerk te gaan kijken, één uur extra materiaal, nu in totaal 3,5 uur lang, was dat wel nodig? Wel, om kort te gaan, eigenlijk niet. Het was een fantastische ervaring om die film eindelijk in zijn natuurlijke biotoop te zien, maar hetgeen aan het origineel werd toegevoegd was ofwel totaal onnodig, ofwel ronduit flauw. De toegevoegde scènes, die vooral een komische, erotische of romantische noot moesten toevoegen aan het zeer serieuze materiaal, leiden vooral de aandacht af van waar het hem in deze Vietnamfilm vooral om draait: de missie van de vertwijfelde soldaat Willard (Martin Sheen) om de gek geworden kolonel Kurtz (Marlon Brando) op te sporen en te liquideren, een lange odyssee langs de Nung-rivier, die Willard en zijn reisgenoten steeds dieper de hel in sleurt. Wat volgt in dit artikel is een grondige analyse van deze mijlpaal uit de filmgeschiedenis, ideaal voor mensen die de film al één keer gezien hebben, er bitter weinig van snapten en de film toch een tweede kans willen geven.

Een van de belangrijkste tips voor een goeie film: de openingsscène moet de kijker uit zijn stoel blazen en hem meteen in de film zuigen om hem – in het beste geval – nooit meer los te laten. Apocalypse Now begint met een ‘bang’ (‘and not a whimper’): de vredige jungle die verdwijnt in een zee van vuur. De film begint ook met ‘The End’ van The Doors, meerbepaald, het begin van ‘The End’, de apocalyptische toon is meteen gezet. Het hypnotiserende geratel van de helicopters neemt ons mee naar de plaats waar de ‘held’, kapitein Benjamin Willard, door zijn eigen persoonlijke hel gaat, een hotelkamer in Saigon, “shit!”. In een mum van tijd leren we dat deze man zijn breekpunt heeft bereikt. In een dronken en waanzinnige roes, naakt en kwetsbaar, rolt hij door zijn kamer. Willard is vervreemd van zijn vrouw, hij is getrouwd met het leger, meer in het bijzonder, met de jungle. Willard heeft ook een donker verleden, hij heeft gezondigd en in ruil voor zijn zonden krijgt hij een nieuwe missie aangeboden.

Tijdens een briefing in Nha Trang komt Willard de eerste details van zijn missie te weten: de executie van een losgeslagen kolonel, Walter E. Kurtz. De manier waarop dit gebeurt zorgt er meteen voor dat het publiek (en Willard) niet anders kan dan geïntrigeerd geraken door de figuur Kurtz. Aanvankelijk kennen we enkel zijn stem (de radio-opname) en zijn gezicht (een erg verouderde oude foto). Beiden lijken absoluut niet bij elkaar te passen, de kijker wordt op geen enkele manier voorbereid op de confrontatie met het imposante gedrocht dat we twee uur later te zien zullen krijgen. Het is Generaal Corman die, met een lange, indrukwekkende monoloog, van in het begin duidelijk maakt met wat voor iemand we te maken hebben.
"Walt Kurtz was one of the most outstanding officers this country has ever produced. He was brilliant and outstanding in every way and he was a good man too. Humanitarian man, man of wit, of humor. He joined the Special Forces. After that his ideas, methods, have become unsound... Unsound."
In één moeite, en met een bijbelse grandeur, geeft Corman ook een inzicht in de motieven van Kurtz, een mogelijke verklaring voor zijn ongezonde gedrag.
"Well, you see Willard... In this war, things get confused out there, power, ideals, the old morality, and practical military necessity. Out there with these natives it must be a temptation to be god. Because there's a conflict in every human heart between the rational and the irrational, between good and evil. The good does not always triumph. Sometimes the dark side overcomes what Lincoln called the better angels of our nature. Every man has got a breaking point. You and I have. Walter Kurtz has reached his. And very obviously, he has gone insane."
[Even terzijde: deze speech had even goed uit Return of the Jedi kunnen komen, hetgeen nog eens bevestigd wordt door de bijna onopvallende aanwezigheid van Harrison ‘Han Solo’ Ford, wiens personage ook nog eens Kolonel G. Lucas heet.]
De reactie van Willard op deze informatie is zeer interessant. Zijn ogen verraden dat hij, net als wij kijkers, vanaf het eerste moment gefascineerd is door Kurtz. Ook zijn bevestiging (“yes sir, very much so sir, obviously insane”) laat erg lang op zich wachten en is niet erg geloofwaardig. Het wordt ook heel snel duidelijk dat Willard sympathie heeft voor Kurtz, een sympathie die doorheen de film zal groeien. Willard en Kurtz zijn parallelle personages, twee mouwen van dezelfde vest. In de voice-over van Willard, vlak voor de briefing, noemt hij zichzelf al de “caretaker of Walter E. Kurtz’s memory”.
Sterker nog: “There is no way to tell his story without telling my own.”
Zijn voice-over na de briefing toont aan dat hij van in het begin zijn twijfels heeft over de zin van de missie, zoals Kurtz zijn twijfels heeft over de efficiëntie van het Amerikaanse leger:
“Shit... Charging a man with murder in this place was like handing out speeding tickets in the Indy 500.”
Geleidelijk aan zullen de parallen nog toenemen, maar zo ver zijn we nog niet.

Willard ontmoet de crew die hem in een PBR-boot zal begeleiden op de lange tocht naar Kurtz, langs de Nung Rivier. In sneltempo leren we de belangrijkste nevenpersonages kennen. Deze personages symboliseren eerder een idee dan dat ze een individuele persoonlijkheid hebben. Mr. Clean is het duidelijkste voorbeeld, een symbool voor de massale aanwezigheid van minderjarige Viëtnamsoldaten. Chef is een voorbeeld van iemand die barst van de zenuwen en één van de velen die absoluut niet op zijn plaats is (een chefkok in de jungle). Lance is de wereldvreemde, psychedelische surfer, een ‘all-American guy’ die denkt dat hij in zijn thuisland zit (surfen, Viëtnam vergelijken met Disneyland…). Chief tenslotte is de enige normale soldaat op de boot, iemand die fier is op zijn verantwoordelijkheden, en op zijn boot. Chief is ook degene die het sinister verhaal vertelt van Willards voorganger (“heard he shot himself in the head”). Hierdoor neemt de nieuwsgierigheid bij de kijker over wat gaat komen weer een beetje toe. Meteen daarna neemt Willard het eerste dossier door over Kurtz. We komen te weten wat we al min of meer wisten, dat Kurtz een perfect soldaat was, een generaal in spé. Wat is er misgelopen? Het Kurtz-verhaal wordt onderbroken en even vergeten met de komst – aangekondigd door explosies in de verte – van de Air Cavalerie, én van Killgore, één der geschifste legerpersonages ooit.
We maken voor de eerste keer kennis met de Amerikaanse oorlogvoering in de praktijk. Al snel wordt duidelijk dat hun methodes al even “unsound” zijn als die van Kurtz. Vooral het Killgore-personage spreekt boekdelen. Dit is een man die houdt van oorlogvoeren. Hij en zijn troepen zijn de kinderen van de vroegere Cavalerie te paard uit de westerns: zie Killgore’s cowboyhoed en –sjaaltje, het trompetgeschal voor de aanval, de roekeloosheid en het macho-gedrag. Killgore zelf is wat men een klassiek personage kan noemen, ook al zit hij maar twintig minuten in de film, toch weten we daarna evenveel van hem als van eender welk hoofdpersonage. We weten dat hij een goed leider is, hij houdt van zijn manschappen en zij van hem, je weet vanaf de eerste seconden dat hij nooit gewond zal worden, hij heeft respect voor de vijand (“any man brave enough to fight with his guts hanging out can drink from my canteen anyday”), maar hij is minstens even racistisch (alle mogelijke scheldnamen voor de Viëtnamezen komen aan bod: “dink, slopes, gooks, fuckin’ savages, Charlie,…). Maar, hetgeen het meest opvalt aan Killgore is dat hij eigenlijk compleet geschift is, een uitermate gevaarlijk man die ’s morgens fluitend opstaat om oorlog te gaan voeren, en om te surfen. Ik hoef hier uiteraard niet één van de bekendste citaten uit de filmgeschiedenis te vermelden (tip: ‘Napalm’, ‘morning’, ‘victory’). Het volstaat te verwijzen naar de bijna surrealistische en (filmtechnisch) briljante aanval op het kustdorpje, op de (nazistische) tonen van Wagner’s Die Walküre. Deze overrompelende sequentie is ook interessant omdat voor de eerste en enige keer het vertelperspectief heel even niet dat is van Willard of de Amerikanen, maar van het aangevallen dorpje (het rustige schoolplein dat plots opgeschrikt wordt door het aanstormend lawaai van de naderende helikopters en Wagner).
De sequentie is een film op zich. Het begint met het blazen van de trompet, gevolgd door de hallucinante vernietiging van het dorp en eindigt met het enige sentimentele moment van de hele film: Killgore die, bijna in tranen, zegt: “someday this war’s gonna end”.
[In de nieuwe montage van de film worden we getrakteerd op een verrassend humoristisch moment: de anders zo serieuze en zombie-achtige Willard steelt Killgore’s favoriete surfplank, waarna hij en zijn crew nog achternagezeten worden door de Air Cav.]

"Someday this war's gonna end”, Willard herhaalt het in zijn daaropvolgende voice-over, met een schep ironie erbovenop. Willard vergelijkt de handelswijze van Killgore met die van Kurtz en heeft iets bijgeleerd: “If that's how Killgore fought the war, I began to wonder what they really had against Kurtz".

Zoals Willard had gezegd in het begin van de film, zouden we hem beter leren kennen, naarmate hij Kurtz beter ging begrijpen. De parallel wordt steeds groter naarmate ze de rivier steeds verder afvaren.
“The more I read and began to understand, the more I admired him.”
Maar Willard en zijn crew hebben Kurtz nog lang niet bereikt, eerst moeten er nog een aantal obstakels overwonnen worden. Deze obstakels worden niet zozeer overwonnen, eerder ondergaan. Na elk obstakel lijkt Willard Kurtz meer en meer gelijk te geven.
Het eerste obstakel is de bijna fatale confrontatie van Willard en Chef met een hongerige tijger. Het is de eerste keer dat men de boot verlaat en de jungle opzoekt. De les is snel geleerd: de natuur is een vijand op zich en men kan toch maar best op de boot blijven zitten.
"Never get out of the boat. Absolutely goddamn right. Unless you were going all the way. Kurtz got off the boat. He split from the whole fucking program.”
Het volgende obstakel op de reis naar Kurtz is, om het met de woorden van Clean te zeggen, “a bizar sight in the middle of this shit”, het is de haven van Hau Phat, waar net op dat moment een mini-stadion wordt gebouwd, ter gelegenheid van de komst van de Playboy Bunnies. Deze sequentie is onder andere interessant omdat ze dient als verdere karakterontwikkeling van Willard. We zien hem voor de eerste keer uit zijn passieve, zombie-achtige rol stappen en een irritante verkoper vastgrijpen omdat deze hun bestelling niet snel genoeg afhandelt. Men kan zich afvragen of dit niet een eerste uiting is van de persoonlijkheid van Kurtz die in Willard begint door te dringen, vooral dan zijn brutale vastberadendheid en het onvoorspelbare maar uiterst efficiënte gebruik van geweld. Dit aspect zal nog duidelijker worden in een latere scène, de slachting op de sampan.

De Bunnies-episode geeft ook een eerste duidelijk voorbeeld van hoe het is gesteld met de Amerikaanse soldaten in Viëtnam. Bij het zien van de drie Playboy Bunnies slaan de stoppen bij de honderden geile soldaten volledig door, ze roepen flauwe obsceniteiten (“You fucking bitch”, “take it off!”), ze bestormen het podium en breken de tribunes af, enkelen blijven zelfs gevaarlijk lang aan de helikopter hangen die de Bunnies evacueert. Kortom, te lange afzondering van de gewone wereld begint zijn tol te eisen. Van nu af aan zullen we de geestelijke gezondheid van de Amerikanen steeds meer achteruit zien gaan. Het tweede voorbeeld hiervan volgt onmiddellijk na het vertrek van de PBR-crew uit Hau Phat: ze worden aangevallen door een bende schreeuwende, losgeslagen VS-soldaten, die zelfs het dak van hun bootje in brand steken. Ondertussen beginnen ook de stoppen van de andere passagiers door te slaan. Clean en Chef zijn constant aan het kibbelen. Clean werkt Willard op de zenuwen door met drumstokjes te spelen. Lance begint zich steeds meer af te zonderen, hij wordt paranoïde en brengt bizarre camouflage aan op zijn gezicht, zijn gedrag wordt steeds vreemder, hij lijkt het helemaal niet erg meer te vinden om in Viëtnam te zijn.
Ook het druggebruik op de boot houdt niet op. Drugs zijn dan ook een van de vele thema’s in Apocalypse Now. Dat thema uit zich niet alleen in het gebruik in beeld (marihuana en LSD op de PBR-boot), maar vooral ook in de sfeer van de hele film, die veel weg heeft van een lange acid-trip die de belangrijkste zintuigen (ogen en oren) stimuleert, maar geleidelijk aan verzinkt in een ‘bad trip’.

De volledige crew lijkt zijn emotioneel en psychologisch breekpunt te bereiken als ze een inspectie uitvoeren op een voorbijvarende sampan. Hun overspannen zenuwen begeven het als een vrouw op de sampan een paniekerige beweging maakt, waarna alle opvarenden overhoop worden geschoten. Deze brutale scène wordt afgerond met de definitieve manifestatie van Willard als de gelijke van Kurtz. Eén van de opvarenden blijkt de kogelregen te hebben overleefd, Chief stelt voor om haar naar een ziekenboeg te brengen, maar nog voor hij uitgesproken is heeft Willard haar al een kogel door het hoofd geschoten. Deze scène wordt door velen als een mini-My Lai aanzien (het dorp waar het Amerikaans leger zomaar 347 burgers afmaakte). In mijn ogen is dit eerder een zoveelste aanklacht, via Willard, van de hypocrisie van het Amerikaans leger: schiet de vijand eerst overhoop en geef hem dan een doekje tegen het bloeden.
"It was the way we had over here of living with ourselves. We'd cut them in half with a machine gun and give them a bandaid. It was a lie, and the more I saw of them, the more I hated lies. Those boys were never going to look at me the same way again. But I felt I knew one or two things about Kurtz that weren't in the dossier."

[Apocalypse Now Redux maakt hier nog een zijsprong: het bootje arriveert bij een totaal platgeregende legerpost waar de soldaten totaal gemotiveerd door de modder ploeteren, een leiding is er niet meer, de laatste kolonel stapte enkele weken daarvoor op een mijn. Het is daar dat de crew de Playboy Bunnies opnieuw treffen, die door gebrek aan benzine hier gestrand zijn. Willard maakt een deal: twee vaten benzine voor een uurtje met de Bunnies. Iedereen behalve de jonge Clean komt aan zijn trekken, wat een extra dramatiek geeft aan hetgeen hem iets later zal overkomen.]

Na dit luchtig intermezzo volgt de meest hallucinante en surrealistische sequentie uit de film: de sequentie rond de Do Lung-brug, de laatste post van het Amerikaanse leger, “the asshole of the world”. De soldaten die hier nog zitten zijn aan hun lot overgelaten door de legerleiding, terwijl de Viëtnamezen zich op nauwelijks enkele meters van hen in de jungle verstopt hebben. De toestand grenst er aan de anarchie, Willard wordt door soldaten zonder gêne een “son of a bitch” genoemd. De Do Lung-brug is ook zeer typerend voor de blinde koppigheid en zinloosheid van oorlogsvoering: elke dag wordt de brug door de Amerikanen opgebouwd om ’s nachts door de Viëtnamezen te worden opgeblazen.
Tenslotte is dit ook het hoogtepunt van het psychedelisch aspect van de film. Het is Lance die het apocalyptisch spektakel bij de Do Lung-brug “beautiful” vindt, omdat hij net LSD heeft geslikt. In zijn ogen zijn de verschrikkelijke taferelen die er zich afspelen gewoon een lange, bizarre trip, beter dan Disneyland. En in een zekere zin heeft hij gelijk: de eerste beelden die we van de Do Lung-brug zien zijn werkelijk mooi. We zien een prachtig vuurwerk, expressionistisch belichte loopgraven, even ondersteund door vervormde kermismuziek. De ontnuchtering komt snel, als de boot de brug nadert en langs de kant van het water tientallen soldaten staan te schreeuwen en in het water springen, in de hoop dat dit de boot is die hen kan redden uit de hel waarin ze zich bevinden.

De Do Lung-brug is de laatste legerpost, “beyond that there was only Kurtz”. Vanaf nu gaat het allemaal – relatief – snel. De PBR-crew wordt nog geconfronteerd met twee obstakels: twee aanvallen van een bijna volledig onzichtbare tegenstander in de jungle.
Bij de eerste sterft Clean, terwijl we op de achtergrond een net ontvangen tape van zijn moeder horen, die hem smeekt om snel en heelhuids terug thuis te komen.
[Het is na deze scène dat Apocalypse Now Redux zijn grootste en minst geslaagde toevoeging krijgt: de mythische ‘French Plantation sequence’, waar de crew in contact komt met een overgebleven Franse kolonie. Clean krijgt er zijn militaire begravenis, en de overlevende leden van de crew krijgen een chique, Franse maaltijd aangeboden. Wat volgt is een intens vervelende, politieke discussie, waarin de Fransen uitleggen waarom ze daar nog steeds zitten en waarom de Amerikanen daar niet gewenst zijn: “you’re fighting for ze biggest nothink in history!”. Daarna gaat Willard nog even van bil met een sensuele, opium rokende vrouw, waarna het verhaal eindelijk weer verdergezet wordt, zonder dat we echt iets nieuws hebben opgestoken].

De boot is nog maar net vertrokken of ze worden weer aangevallen door de onzichtbare vijand. Nu is het de buurt aan Chief om er het loodje bij neer te leggen, op een behoorlijke ironische wijze: de Afro-American wordt geveld door eens speer.
Willard ondergaat de aanvallen met zijn ondertussen bekende koelheid. We zien hem geen moment treuren om de doden, integendeel, zijn interesse voor Kurtz neemt alleen nog toe.
"He was close. He was real close. I could not see him yet but I could feel him. As if this boat was being sucked up river and the water was flowing back to the jungle.”
"Part of me was afraid of what I would find and what I would do when I got there. I knew the risks, or imagined I knew. But the thing I felt the most, much stronger than fear, was the desire to confront him."

De laatste minuten voor de boot arriveert bij Kurtz’ nederzetting is het beeld bijna onophoudelijk gehuld in een dikke mist. En dan, eindelijk, na zo’n drie uur, arriveren de helden bij het kamp van Kurtz. De aankomst is gespannen, niemand weet wat er nu gaat gebeuren. De film heeft al die tijd naar dit ene moment zitten opbouwen en de kijker zet zich schrap. De boot wordt opgewacht door honderden stamleden of ‘montagnards’, die allemaal in een soort trance lijken te verkeren. De gespannen stilte wordt abrupt onderbroken door het plots en onverwacht opduiken van een Amerikaanse fotograaf. Het personage heeft geen naam, maar dat is ook niet nodig want eigenlijk is het gewoon Dennis Hopper, een knettergekke, zelfdestructieve en excessieve druggebruiker. Het is de personificatie van de uitgebrande en zichzelf vernietigende hippiecultuur (hij lijkt bovendien op Charlie Manson, de ultieme evil-hippie). Hij is ook degene die de laatste, en meest recente, informatie geeft die deel uitmaakt van de ‘mythe’ van Kurtz. Hij is deels een bevoorrechte getuige (hij heeft recent met Kurtz gesproken) en deels een erg ongeloofwaardige getuige (zijn verering van Kurtz maakt zijn verdediging van diens misdaden niet erg aannemelijk). Hij maakt het publiek ook nogmaals duidelijk dat Kurtz niet echt meer goed bij zijn verstand is. Iemand die zijn toehoorders vastgrijpt om te vragen “did you know that ‘if’ is the middle word in ‘life’?” kan niet echt serieus genomen worden. Terwijl Hopper maar blijft doorratelen zien we nu ook voor het eerst bewijzen van het werk van Kurtz: opgehangen lijken in bomen, koppen op de grond en andere duidelijke tekenen van de aanwezigheid van een gruwelijke tiran.
Een klein detail dat slechts weinigen hebben gezien: als de boot aanmeert en ze begroet worden door Hopper kunnen we achter hem de titel van de film zien, in grote witte letters op een muur geschilderd: ‘OUR MOTTO: APOCALYPSE NOW’. Dit motto van Kurtz en zijn volgelingen krijgt pas zijn volledige betekenis op het einde van de film.
Vlak voor de langverwachte confrontatie geeft Willard een eerste indicatie over hoe het nu verder moet. Hij geeft Chef de opdracht om een luchtaanval te commanderen als hij niet tijdig terugkeert van zijn bezoek aan Kurtz. Willard heeft Kurtz dan nog steeds niet ontmoet, maar hij heeft wel bewijzen gezien van zijn waanzin en heeft dus toch besloten om hier een einde aan te maken. Na nog een kort opstootje met de inboorlingen staat Willard eindelijk oog in oog met Kurtz, in diens slaapvertrek. Het ruikt er naar “slow death”, de kijker krijgt even de indruk dat een moord niet meer nodig is en dat malaria het vuile werk wel zal doen, maar dat zou, gezien de zeer lange aanloop, een anticlimax zijn.
Eindelijk, na urenlange onrechtstreekse informatie, zien we de man om wie alles draaide, of toch niet. Kurtz verschuilt zich namelijk graag in de schaduw, waarschijnlijk om zijn – voor een uitmuntend legerofficier - onwaarschijnlijke zwaarlijvigheid te verbergen. Het eerste wat we hem horen zeggen is aanvankelijk ook niet meteen dat wat je van zo’n mythisch personage zou verwachten (Gardenia’s? Herinneringen over hun respectievelijke geboorteplaatsen?).
Die eerste confrontatie tussen de ‘held’ en de ‘slechte’ (of tussen de twee parallelle personages) is teleurstellend. Kurtz blijkt te weten wat Willard hier komt zoeken, dus hij zet hem gevangen in een kooi en vermoordt de enige persoon die Willard nog kan helpen, Chef. Op dit punt in het verhaal lijkt de oplossing volledig zoek. Tot de fotojournalist Willard komt bezoeken en eigenlijk (achterafgezien) het einde verklapt:
"He’s got plans for you. You're going to help him. I mean, what are they going to say, man, when he's gone, huh? Because when he dies, when it dies, man, when it dies, he dies. What are they going to say about him? What, are they going to say, he was a kind man, he was a wise man, he had plans, he had wisdom? Bullshit, man! Am I going to be the one, that's going to set them straight? Look at me: wrong! ... You!"

Deze monoloog van Hopper is het einde van de film in een notendop: Kurtz heeft er genoeg van, hij is moe en ziek. Hij wacht op iemand om hem uit zijn lijden te verlossen. Maar Kurtz’ grootste vrees is dat, als hij er niet meer is, niemand hem nog zal begrijpen. Hij heeft een boodschapper nodig, een ‘caretaker’, Willard.
We krijgen dus het einde op een presenteerblaadje, maar toch duurt het nog een tijdje vooraleer het zover is.

Coppola wou duidelijk nog snel een heleboel betekenislagen toevoegen aan zijn magnum opus voor het gedaan was. Een manier om een verhaal nog meer diepgang te geven is door te verwijzen naar de literatuur. In het laatste halfuur van Apocalypse Now krijgt de kijker dan ook een hele bibliotheek voorgeschoteld: Kurtz leest T.S. Eliot’s gedichten ‘The Hollow Men’ en ‘The Waste Land’, Joseph Conrad wordt verschillende keren letterlijk geciteerd (uiteraard uit diens ‘Heart of Darkness’, de inspiratie voor deze film), we krijgen ook heel even Kurtz’ bescheiden bibliotheek te zien, met naast T.S. Elliot onder andere werk van Goethe, de bijbel, ‘From Ritual to Romance’ van Jessie L. Wenston en ‘The Golden Bough’ van J.G. Frazer, allebei boeken over de mythe van de Heilige Graal (sommigen vinden in Apocalypse Now de mythe van de ‘fisher king’ terug, ik gelukkig niet).
[Opmerking: de informatie over de literaire lagen in Apocalypse Now komt uit ‘Karl French on Apocalypse Now’, voor wie mocht denken dat ik dat allemaal zelf weet].

Alsof al deze literaire referenties niet volstaan krijgt de kijker ook nog eens, via de fotojournalist, een portie dialectiek voorgeschoteld. Terwijl Kurtz The Hollow Men voorleest legt Hopper aan Willard uit wat hij wil zeggen, in termen van dialectiek:
“Dialectic logic is there's only love and hate, you either love somebody or you hate them."
Een eenvoudiger reden voor het gebruik van dit gedicht is volgens mij om Kurtz als misantroop te schetsen, als een verklaring voor zijn waanzin.
Daarna verdwijnt Hopper uit de film, hij neemt afscheid met weer een literair citaat, de slotregel van The Hollow Men, opnieuw een voorbode van het einde van de film:
"This is the way the fucking world ends! Look at this fucking shit we're in, man! Not with a bang, with a whimper. And with a whimper, I'm fucking splitting, Jack!"

Zodra Hopper uit de film is verdwenen zijn we volledig overgeleverd aan Kurtz’ monologen, door velen – soms terecht – gezien als hol en onnodig gefilosofeer. Het is dit laatste kwartier dat voor velen Apocalypse Now de das om doet: na drie uur intense voorbereiding is de uiteindelijke ontmoeting een tegenvaller. En toch heeft Kurtz veel te vertellen en lijken zijn monologen toch het verhaal te dienen: hij is geworden wat hij is, door de horror rond hem. Een ander nieuw spanningselement volgt uit Willards voice-over vlak voor de laatste monoloog van Kurtz: Willard, die eerder de opdracht had gegeven om in geval van nood alles te laten platbombarderen weet, nu hij oog in oog staat met Kurtz, niet meer wat hij moet doen.
Kurtz probeert aan Willard en aan ons duidelijk te maken wat de motieven van zijn waanzin zijn, hoe hij geworden is wat hij nu is, een monster in de ogen van de legerleiding. In één moeite stelt hij aan Willard voor om zijn ‘caretaker’ te worden.
De lange Kurtz-monoloog lijkt Willard de antwoorden te hebben gegeven die hij zocht. Het innerlijke conflict van Willard tussen afschuw en bewondering voor Kurtz wordt omzeild doordat Kurtz zelf – tussen de regels door – aan Willard vraagt om hem te vermoorden, om hem uit zijn lijden te verlossen.

Op dit punt in de film, als alle obstakels zijn overwonnen en de innerlijke conflicten bestreden zijn, zijn we klaar voor de finale: de moord op Kurtz. Het is het moment waarop de ‘held’, Willard, de knoop doorhakt. Hij maakt een keuze die normaal moet leiden naar de oplossing. Het is een typische Coppola-climax: een parallelle montage tussen de moord op Kurtz en de rituele slachting van een kariboe. De twee gebeurtenissen hebben weinig met elkaar te maken, het primitieve ritueel lijkt vooral te dienen als dramatische ondersteuning, of als verwijzing naar het thema van de ruige, gruwelijke Natuur.
Wat deze climax ook nog versterkt is de verwijzing naar het begin van de film: de exploderende bomenlijn op de tonen van het begin van ‘The End’ van The Doors. Nu krijgen we hetzelfde nummer te horen, maar dan het einde van het nummer. Wat we net niet horen is de bekende regel: “Father? Yes, son. I want to kill you…”. Toch menen psychoanalytisch georiënteerde filmcritici dat de film een regelrecht Freudiaans einde krijgt: de zoon (Willard) vermoordt zijn vader (Kurtz). Maar dat is uiteraard onzin.

De meningen over het echte einde van de film zijn verdeeld. Dit is een versie: Willard vermoordt Kurtz, zoals hem werd opgedragen door het leger en door Kurtz zelf. Daarna verlaat hij de tempel, met Kurtz’ memoires onder zijn arm (destroy the evidence?). Hij zoekt de enige overlevende van zijn patrouilleboot, Lance, en gaat terug van waar ze zijn gekomen. Dit is wat de meeste mensen zien in het einde van Apocalypse Now.
Een tweede versie: Willard heeft aandachtig geluisterd naar de woorden van Kurtz. Doorheen de film hebben we al gemerkt hoe hij zich, net als Kurtz, steeds meer begon te ergeren aan de hypocrisie en de leugens van de legerleiding. Op het einde van zijn monoloog zegt Kurtz:
“There is nothing I detest more than the stench of lies”.
Een zin die ook uit een van Willard’s voice-overs zou kunnen komen. Daarna vroeg Kurtz hem of hij bereid zou zijn om al hetgeen hij heeft gehoord en gezien aan Kurtz’ zoon te vertellen, omdat hij de enige is die het echte verhaal zou kunnen vertellen. De laatste regel is in dit opzicht erg belangrijk: “if you understand me, Willard, you'll do this for me”. Dus, Willard pleegt een soort euthanasie op Kurtz. Na de moord stuit hij op Kurtz’ memoires, hij bladert ze even door en zijn oog valt op een in grote rode letters geschreven boodschap: "Drop the bomb. Exterminate them all", de eigenlijke verklaring van de titel (en het opschrift op de muur van Kurtz’ tempel): ‘our motto: Apocalypse Now!’. Met de memoires onder de arm verlaat Kurtz de tempel. Buiten staan de honderden volgelingen van Kurtz hem verdwaasd aan te staren. Als Willard zijn machette laat vallen, gooien ook zij hun wapens op de grond en knielen voor hem. Opnieuw lijkt de film de mythische kant op te gaan: koning Kurtz is dood, leve de nieuwe koning Willard. Daarna stappen Willard en Lance weer in hun boot en vertrekken, maar naar waar? Willard zet de radio, de enige verbinding met de officiële legerleiding, af, hij verbreekt het contact. Eerder had hij al gezegd: "they were going to make me a major for this and I wasn't even in their fucking army any more”. Moeten we hieruit besluiten dat Willard deserteert en Kurtz zal opvolgen, niet alleen door diens ‘caretaker’ te worden, maar ook door diens bevelen op te volgen: ‘drop the bomb, exterminate them all’? De indrukwekkende, geluidloze montage van explosies bij de aftiteling lijkt dit te suggereren.

Voor alletwee de versies lijkt wat te zeggen, welke van de twee het ‘echte’ einde is, is niet duidelijk. We kunnen dus gerust spreken van een open einde, het laat verschillende mogelijkheden open en we weten helemaal niet wat er met de personages (Willard en Lance) gaat gebeuren. Feit is dat een film als Apocalypse Now geen waterdicht einde mag hebben, dat zou eigenlijk teleurstellend zijn. De film geeft geen duidelijke antwoorden of motieven op het einde, het wordt aan het publiek overgelaten om de eigen conclusies te trekken met betrekking tot een dergelijk gewichtig onderwerp als de Viëtnamoorlog, of oorlog in het algemeen. Op die manier omzeilt de film het risico enkel een anti-oorlogsfilm te zijn. Apocalypse Now is meer dan dat; hij graaft dieper, naar het thema van het Kwaad in de mens, de lange en leerrijke trip van één man naar ‘the heart of darkness’. De dood van één vorm van het Kwaad, Kurtz, wil in dit opzicht dan eigenlijk niet zoveel zeggen, het lost niets op.

Apocalypse Now eindigt dus in duisternis en stilte, zoals het gedicht van T.S. Eliot, ‘not with a bang, but a whimper’. It was a hell of a ride...

Wie meer wil weten over het onwaarschijnlijke rampscenario dat vooraf ging aan de voltooiing van deze film, moet absoluut de documentaire Hearts of Darkness : a filmmaker’s apocalypse (Fax Bahr, 1991) zien, al even huiveringwekkend als de film zelf.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie