Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Bertrand Lafontaine:
=P=A=R=C=O=U=R=S=2= in Kunstencentrum Vooruit
WIO
100 JR. BUNUEL-70 JR. L'AGE D'OR
Seppo Renvall en de esthetiek van het banale
FINLAND’S FUNNIEST HOMEVIDEOS
datum 19.12.2001
Voor diens film Nonstoppampam(1992) stopte de Finse experimentele filmmaker Seppo Renvall een aantal vrienden en familieleden een revolver in de handen en liet hen de trekker overhalen. Het resultaat, een triptiek met montages van klungelende revolveramateurs, vormt een mooie metafoor voor ’s mans volledige oeuvre, waarvan het grootste deel momenteel te zien is in de Kunsthalle Lophem. Renvall’s films zijn schietoefeningen. De kijker moet de beelden niet zien, maar voelen. Zich manoeuvrerend tussen de drie muren waarop de films simultaan worden geprojecteerd, gedraagt hij zich als een prooi: hij beweegt, loopt weg… of blijft verstild voor zich uitstaren.
Wanneer je het universum van de Fin betreedt, wordt duidelijk dat er niet één, maar twee Seppo Renvalls zijn. Om te beginnen is er Seppo, de amateur-filmer. Waar hij gaat, gaat zijn camera mee. In sneltreinvaart loodst Renvall ons door Finse landschappen, stadscentra en middenklasse interieurs. En zoals het een echt amateur betaamt filmt hij alles… zij het niets bijzonders. Uit zijn 8mm filmpjes spreekt in de eerste plaats een onstuitbare registratiedrang, een honger naar beelden, een intens verlangen om de gewone doch unieke gebeurtenissen uit het dagelijkse leven vast te leggen. Aan grote verhalen heeft de Fin geen boodschap. Renvall maakt naar eigen zeggen anti-cinema, cinema die “niet kan mislukken, omdat ze niet kan lukken”.
Hoe recent de beelden ook zijn, Seppo Renvall’s home movies lijken op het eerste gezicht niet van deze tijd. Uit de hand gefilmd met een kleine 8mm camera en versneld afgespeeld ademen ze de sfeer uit van de vooroorlogse stille film. Zo lijken de waggelende studenten met de witte petjes, die in Untitled 2 (1998) de straten en pleinen van de Finse hoofdstad vullen, weggelopen uit Potemkin, en herinnert de pootjesbadende vrouw in diezelfde film aan Baignade en mer (1896) van Georges Méliès. Doch meer nog dan zijn stijl, is het Renvall’s oog voor het banale die een brug slaat naar de beginperiode van de cinematografie. Uit zijn werk spreekt dezelfde verwondering, hetzelfde kinderlijke enthousiasme, dezelfde drang om de straat op te trekken en ‘filmpjes te maken’. Waar de gebroeders Lumière hun cinématographe op het perron of aan een fabriekspoort plantten, filmt Renvall een spelend kind, een voorbijrijdende stadsbus of een boottochtje op een meer. Toch is er een wezenlijk verschil tussen Renvall’s home movies en de eerste probeersels van de filmpioniers. Was het deze laatsten vooral te doen om de demonstratie van een splinternieuw medium, dan gaat het bij Renvall om een zuivere hang naar het dagdagelijkse.

Doch Renvall’s oeuvre beslaat ook een aantal films waarin de mogelijkheden van de cinematografie grondiger worden verkend. Hier is niet meer de amateur-filmer aan het werk, maar de beeldkunstenaar, de experimentele cineast. Zo is er Dancing Shortly, een reeks ‘dansfilms’, waarbij het niet gaat om registraties van dansuitvoeringen, maar om films van niet bestaande dansen. De beweging ontstaat pas tijdens het monteren.
Het accent ligt bij Renvall overigens wel vaker op de montage. In Vapeutemme hinta (“De Prijs van Onze Vrijheid”, 1992) laat hij in sneltreinvaart duizenden portretten van gesneuvelde soldaten de revue passeren. In 7 taidetta, osa 4: Näkökulma (“7 kunsten, deel 4: Positie”, 1998) doet hij iets gelijkaardigs, maar dan met pornografische foto’s. Deze worden zó snel op de kijker afgevuurd, dat het opwindende effect dat deze plaatjes geacht worden te sorteren compleet verloren gaat. In geheel ander sferen baadt het sober getitelde –“–, waarin de auteur shots van op straat geschilderde oversteeksymbolen in elkaar laat overvloeien. Het resultaat is bijzonder knap: een Tik Tak-achtig tekenfilmpje, waarin de icoontjes – doordat ze op verschillende plaatsen zijn afgesleten – lijken te bewegen.
Recurrent in Renvall’s werk is het gebruik van bewakingsvideobeelden. Met 7 taidetta, osa 4: Filmi (“7 kunsten, deel 3: Film”) suggereert hij een soort Orwelliaanse wereld, waarin geen enkel aspect van het dagelijkse leven aan het oog van de camera ontsnapt. Beelden van een kruispunt, een kantoor, een sportzaal... wisselen elkaar af, alsmaar sneller, als een tikkende tijdbom. In Oi mustatko viela sin virren (“Oh do you remember that hymn still”, 2001) dramatiseert en sacraliseert Renvall het koopgedrag van klanten in een grootwarenhuis door hun onvrijwillig geregistreerde handelingen vertraagd af te spelen op een klankband van religieuze gezangen. De supermarkt als plaats bij uitstek ‘waar het leven snel moet gaan’ verliest haar oerfunctie en krijgt de allures van een tempel. Alledaagse keuzes worden levensgrote dillema’s.


Selected Bibliography
Paula Toppila, Film as Wallpaper, Film as Ambience, Momentum The Nordic Biennial of Contemporary Art catalogue, Moss, Norway 2000.
Glen Garner, The Ball Show review, Katalog Journal of Photography 2000, pp.57-58.
Paula Toppila, The Ball Show - The Sum of Happy Coincidences, Norden exhibition catalogue, Kunsthalle Wien, 2000.
Jouni Hokkanen, review of Seppo Renvall's feature film FILM1999, TV-World Magazine, pp.27, 2000.
Mika Hannula, Stop Making Sense, Nu: Nordic Art Review 1/99.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie